Categoriearchief: ouders

Pubervogels

jong kauwtje bij station almere centrumDe jonge vogels groeien uit tot heuse pubervogels. Zo doet een groot deel van de dag een jonge merel zich tegoed aan de groene en halfrijpe bessen aan onze bessenstruik. Hij gaat dan op de bovenkant van de schutting zitten en ruïneert de bessentrossen. Als er dan een oudervogel voorbij vliegt, begint hij te gillen. Vader merel trapt er regelmatig in. Dan stopt hij het puberjong wat lekkers toe in de vorm van een wormpje.

Op weg naar het station tref ik een jong kauwtje aan. Het dier kan niet vliegen. De vleugels zijn nog stram. Het beestje weet zich geen raad met die enorme fladders. Hij trekt zijn rechtervleugel stijf omhoog en merkt dat het niet meer verder kan. Daarna zwiept hij de vleugel onlogisch naar voren. Het ziet er belachelijk uit.

Ik wil het diertje van wat dichterbij bekijken. Maar zijn ouders kijken argwanend vanaf een verkeersbord naar mij. Alleen voor taxi’s staat op het bord. Als ik van mijn fiets wil afstappen, begint vader te krijsen. Moeder vliegt een bord verder en gilt met vader mee. Verboden te fietsen. Het jonge kauwtje duikt achter de stijl van een raamkozijn. Het diertje houdt zich heel klein en blijft stil zitten tot het kwaad verdwenen is.

Ik stel de lens van mijn fototoestel in en richt de camera op het beestje. De ouders worden nu ongeduldig en beginnen nog harder te krijsen. Dreigend vliegt moeder op en zwiept in mijn richting. De snavel boos naar voren. De ogen schieten vuur. Ik klik snel een onscherp beeld van het diertje en vervolg mijn pad.

Besneeuwd fietspad

image Het wagentje snort over het besneeuwde fietspad. Naast haar liep haar dochter. Een boodschappentas sjouwt ze. Ze beent flink door. Op het wagentje voor hangt een fietsmandje. Op het metaal zitten speelgoedknuffels geplakt. Je ziet de hele mand niet meer. Een botsing met dit voertuig verandert in een zachte knuffel.

‘Ga ik niet te hard?’ vraagt de moeder. ‘Nee’, riep de dochter hard.  ‘Wat heb je dan precies aan je arm?’ vroeg de moeder. De klank in haar stem houdt het midden tussen ergernis en belangstelling. ‘Gewoon, hij doet zeer als ik hem beweeg.’ De arm waaraan de tas bengelt, hangt stil. De andere arm beweegt ze naar haar mond om een haal van haar sigaret te nemen. Lees verder Besneeuwd fietspad

Zwemles

image

Een zere rug heeft haar verhinderd naar het zwembad te gaan. Ik heb me gehaast om precies op tijd thuis te komen en gelijk door te fietsen met haar naar het zwembad. Een lange rij voor de kassa. Ze wordt bijna omver geduwd. Een mevrouw trekt ongedurig een kind achter zich aan.

Ik voel hoe de energie van een dag werken zich vermengt met de berusting van het wachten straks. Ze kleedt zich om. Haar badpak draagt ze al. Het oude shirt dat ze aan heeft, mag ook het water in. Ze trekt de deur open terwijl ik nog de plastic folie om mijn schoen friemel. Een deel van de zool steekt door het plastic heen. De zool drukt druppels vocht in het folie.

Ze staat al onder de douche. Kinderen dringen een plekje onder de stralen die uit het plafond naar beneden vallen. Geduldig wacht ze op haar beurt. Een jongetje drukt haar weg. Ze komt naar me toe en vraagt onder welke douche ze moet staan. ‘Neem die dan’, wijs ik ongeduldig naar een douche langs de wand. ‘Die is kapot.’ Ik wijs naar een andere. Als ze er staat, komt het andere jongetje daar weer staan.

Hoe makkelijk verschuiven anderen hun probleem naar een ander. Eindelijk vindt ze een plekje en laat het vocht vanuit het plafond op het shirt vallen. Dan mag ze naar de juf. De groep kinderen die klaar is met zwemmen, druipt met de ouders richting kleedkamer af. Ik geef haar het bonnetje mee. Een moeder naast mij schreeuwt tegen haar kind dat ze geen bonnetje heeft. ‘Zeg maar dat het rotapparaat het niet deed.’

Het restaurant zit bomvol. Ouders hebben hun tassen op de tafels gezet als merkteken dat zij daar zitten. De rij voor de bar is lang. Een vrouw vraagt een kaassoufflé en een patat. ‘De frituur is niet aan vandaag’, zegt de medewerkster. De vrouw begint te schelden. Ik hoor iets over slechte service.

Als de vrouw voor mij in discussie is over een theezakje geef ik de moed op. Hier valt niet veel te halen. De tafels bij het raam zijn allemaal bezet. Ik zie nog een vrij plaatsje naast een meneer die net een hap neemt van een kaassoufflé. De vrouw naast hem laat een theezakje in het hete water zakken.

Ook het bankje in het kijkhok is bezet. Ik zie weer terug hoe mijn moeder in een bomvol hok naar mij keek. Ik bleef drijven en vroeg of ze het gezien had. Ze stond daar in net zo’n bedompte ruimte als waar ik nu sta. Niks te zien en benauwd. De ramen waren altijd beslagen. Sommige ouders drukten hun handen tegen het glas. Zo maakten ze kijkers naar de zwemmende kinderen.

Ik vlucht naar buiten. Een moeder steekt net een sigaret op. Ze staat naast een oudere man met een bril die naar het puntje van zijn neus is gezakt. In zijn mond rookt eveneens een stengel. Ik heb haar al eens eerder gezien. Alleen weet ik niet waar en wanneer.

‘Aan het begin van de vakantie waren we inderdaad gestopt’, zegt ze tegen de man met de bril. ‘Maar de eerste avond verveelden we ons zo dat we er eentje hebben opgestoken.’ Ze neemt een flinke hijs van de sigaret en blaast de rook naar de lucht.

Weggelopen of echt verdwenen

De meisjes die gisteren eindelijk terecht waren van het tripje naar Parijs, zorgde voor een zucht van verlichting. De collectieve bezorgdheid om het lot van deze 2 meiden van 16 en 17 jaar, leek op een collectief ouderschap. Even voelden we allemaal mee met wat de ouders en leraren van deze 2 tienermeiden moesten doorstaan.

Na die zucht van verlichting is er de vraag: wat is er gebeurd. Ook dat hoort bij bezorgde ouders. Eerst is er de opluchting, de grote knuffel en de traan van bezorgdheid. Daarna maakt de opluchting plaats voor woede. We zijn boos dat ze zomaar zijn weggelopen. Of waren ze toch verdwaald? Maar als ze verdwaald waren, dan is het vreemd dat ze maarliefst 3 dagen erover doet om terecht te komen.

Wat is er gebeurd? Lees verder Weggelopen of echt verdwenen

Lege bus

Er zijn van die vanzelfsprekendheden, die horen gewoon zo. Wie zou het bedacht hebben, de bus komt terug van het schoolreisje en de bus lijkt leeg. De buschauffeur haalt zijn armen omhoog, gebarend dat de kinderen het zo leuk vonden, dat ze niet meer mee naar huis wilden. Hij is toen alleen maar gegaan. De toeter klinkt en alle kinderen schieten omhoog uit de stoelen.

Natuurlijk zag ik de kruintjes vlak over de onderkant van het raam zenuwachtig bewegen, sommige kinderen gluurden snel over het randje. Wie zou het verzonnen hebben? Het was zo’n goed idee dat nu alle schoolreisjes zo worden afgesloten. En de ouders deden het en hun ouders ook al en misschien die ouders ervoor ook wel. Zou de historie van zo’n gebruik ooit te reconstrueren zijn?
Eén keer kwam ik terug van schoolreisje en vond een stagiair het wel een leuk idee om vlak voor de hoek van de school uit te stappen en de bus echt leeg te laten aankomen. De ouders keken verbaasd om zich heen, ze leken er nu echt in te trappen. Tot wij vanachter de flat bij de school gillend aan kwamen rennen.
Ongetwijfeld was het al eens eerder zo gedaan en is het na mij nog heel veel gedaan.

Weglopen

Rennen en in de plassen stampen. Doris heeft dit vanmiddag gedaan zonder toezicht van haar ouders. Ze was er tussenuit gepiept terwijl Inge boven was en ik werkte.
Gelukkig was er een oplettende buurvrouw, die het meisje alleen en zonder jas aan zag lopen langs de gracht. Ze bracht haar keurig een paar meter verder, het hoekje om bij ons.
Het gebeurt vrijwel iedere ouder, maar je schrikt je rot. Ze vertelde mij zelf het verhaal aan de telefoon, want ik was op mijn werk. ‘Doris weg lopen’, formuleerde ze zuiver. Ook verhaalde ze van het rennen en de plassen. Alle goede bedoelingen waarmee het gepaard ging ten spijt, want dit is natuurlijk niet de bedoeling.