Categoriearchief: orgelpark

2013 in blogs (8) – Muziek luisteren

image

Gelukkig bestaat muziek niet alleen uit het maken van muziek. Het luisteren geeft minstens zoveel vreugde. Alleen al het feit dat die muzikanten het zoveel mooier kunnen dan ik. Zo geniet ik bij het schrijven van deze blog van Simeon ten Holts Canto Ostinato in de uitvoering van Toon Hagen. Ook de improvisatiecd’s van Gerben Mourik zijn een lust voor het oor.

Zo ontdekte ik afgelopen voorjaar weer de lijdensmuziek van componisten als Dupré en Tournemire. Ik zocht de cassettebandjes uit de vroege jaren 1990, met het concert uit Sint Servaas in Maastricht. Ook luisterde ik naar de imposante uitvoering van Dupré’s 14 meditaties bij de kruiswegstaties in de uitvoering van Ton van Eck. Prachtige muziek allemaal.

Helaas miste ik de uitvoering van Jan Hage van Dupré’s muziekstuk in de Domkerk. Ook zag ik te laat het concert van Gemma Coebergh in de Jozefkerk te Haarlem. Jammer, want het was de laatste keer. Ze stopt met het geven van concerten. Ik kon wel de uitvoering van Tjeerd van de Ploeg meemaken in het orgelpark. En daarnaast hoorde ik twee imposante orgelkoralen van Max Reger in de Utrechtse Domkerk.

In het Orgelpark kon ik ook genieten van de mogelijkheden van Jazz en popmuziek op orgel. Bert van den Brink liet een overtuigende en energieke uitvoering horen van Queens Bohemian Rhapsody. Alsof het helemaal voor orgel was geschreven.

Daarnaast luisterde ik een groot deel van het jaar naar alle werken van Mozart. Een hernieuwde kennismaking nadat ik alle cd’s kocht in 2001 en 2002 bij het Kruidvat. Of de muziek van Franz Liszt. Ook herontdekte ik de componist Mompou na het lezen van De hartslag van de aarde van A.L. Snijders. Ook genoot ik van wereldmuziek op de radio. Volgend jaar schrijf ik zeker een popmeditatie over deze muzikale ontdekkingen.

Lees verder

Dit is de achtste blog van tien blogs over 2013

Jazz en pop op orgel

image
Bert van den Brink bespeelt het Verschueren-orgel in het Orgelpark te Amsterdam

Bert van den Brink is al jaren het bewijs hoe mooi jazz en popmuziek op orgel kunnen klinken. Gisteren presenteerde hij zijn eerste orgel-cd in het Orgelpark. Zijn concerten zijn een jaarlijkse traditie in het Orgelpark. Dit jaar kreeg de traditie een bekroning met de uitgave van een cd. Bij het presentatieconcert liet de jazz-pianist publiek enkele stukken van de cd horen.

Reach out
De opening: Reach out van The Four Tops. Een indrukwekkend muziekstuk waarmee hij zijn cd ook begint. Het spreekt misschien voor zich, maar ik liet mij verrassen door de ongebruikelijke ritmes en ongebruikelijke akkoorden. Zeker, het orgel leent zich ook heel goed voor de lichte muziek. Dat bewees deze entrada wel.

Tussen de muziekstukken door lichtte Bert van den Brink de muziek toe. Tegelijk gaf hij een inkijkje in de keuzes die hij maakte voor zijn cd. Alle nummers van de cd zijn opgenomen op het Verschueren-orgel. ‘Bij mijn concerten hier bespeelde ik alle orgels die hier staan. Wat me daarbij opviel, was dat ik daardoor nauwelijks toekwam om het instrument echt te ontdekken.’

Vox Celeste
Het Verschueren-orgel leent zich volgens Bert van den Brink uitstekend voor zijn muziek. ‘Het is het grootste orgel van het park en het is helemaal mechanisch. Je moet ervoor werken en daar houd ik van.’ Hij is gek op de Frans-symfonische bouw van het instrument. Met name de Vox Celeste is erg geliefd bij hem. ‘Ik kreeg de kans om twee hele dagen hier te spelen en dan ontdek je zo’n instrument.’ Hij speelde wat op de Vox Celeste. ‘En dan is er zo een uur voorbij.’

De mogelijkheden die de Vox Celeste biedt, demonstreerde hij daarna in de bewerking van het Ierse anonieme lied Shenandoah. Een liefdeslied. Het klonk adembenemend. In de vertolking van Bert van den Brink kreeg dit lied  rust en een bijna profane karakter. De combinatie van de Vox Celeste als begeleiding en de fluiten als uitkomende stem maakten het tot de sensatie die bij dit Ierse lied hoort.

image
Het Mustel-harmonium beneden in de Orgelzaal op het podium.

Harmonium
Op de cd heeft Bert van den Brink één nummer op een ander instrument gespeeld. Op het Mustel-harmonium speelt hij Body and Soul van Johnny Green. Hij speelt het jazz-nummer op de célesta. De combinatie van het klokkenspel met de ‘vox celeste’ van het harmonium maken het tot een ingetogen stuk. Dat demonstreerde de jazz-muzikant gisteren overtuigend in het Orgelpark.

Bij de wandelingen naar en van het podium beneden liet hij zich begeleiden door ‘pauzemuziek’. Op het Sauerorgel had hij enkele improvisaties eerder ingespeeld die het publiek te horen kreeg als hij naar het podium liep. En later ook toen hij terugkeerde naar het grote orgel om Yesterdays van Jerome Kern te laten horen. Gevolgd door de Blues die hij door het Orgelpark blies.

Queen
De afsluiting was het meest verrassende en ik denk stiekem ook het hoogtepunt van de avond: de uitvoering van Bohemian Rhapsody van Queen. Een verzoek van zijn vrouw en twee kinderen. ‘Maar het kan niet’, had hij verzucht. ‘Probeer maar eens.’ En die poging werd rijkelijk beloond. Want wat klonk het overtuigend.

De uitdaging bij de uitvoering van dergelijke muziek is een zorgvuldige analyse van het origineel. Je kunt onmogelijk alles laten horen. Een uitvoering op orgel vraagt om keuzes. Die keuzes maakt Bert van den Brink. Hij laat dingen weg en legt op andere aspecten accenten. De registratie vormt hier een wezenlijk element bij. Het levert een interpretatie van een poplied op, dat net zo overtuigend klinkt als een klassieke compositie of als het origineel.

image
Bert van den Brink wordt gefilmd voor een videoreportage.

Hij is een overtuigende muzikant. De muziek die hij speelt, overtuigt mij ervan dat elke organist een tijdje bij een jazz-muzikant in de leer zou moeten gaan. Of moet meespelen in een popbandje. Het zou helpen bij het improviseren en spelen van klassieke composities. Het zou hem nog beter leren muziek te maken.

Update
De cd die ik aanschafte, deed het helaas niet. Gelukkig kreeg ik vandaag bericht: er is iets misgegaan met de persing. Volgende week krijg ik de nieuwe toegestuurd. Ik zie er erg naar uit. Ook omdat ik heel graag de muziek die ik zaterdag hoorde nog een keer wil horen.

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

Poetische La Nativite du Seigneur

image

Het begint traditie te worden: voor de kerst naar Olivier Messiaens La Nativite du Seigneur in Het orgelpark. De uitvoerder was dezelfde als vorig jaar: Willem Tanke. Hij gaf een sprankele uitvoering op het Verschueren-orgel. Voor mij klonk het instrument beduidend beter dan vorig jaar. Toen wilde het nog overkomen als een te groot instrument voor deze ruimte.

De uitvoering was ook beduidend poetischer dan vorig jaar. Willem Tanke registreerde vorig jaar traditioneler. Hij liet dat gisteravond veel meer los. Het Verschueren-orgel is geen Cavaille Coll en ook geen Adema-orgel. Dat vraagt om een andere benadering van de muziek. Willem Tanke slaagde er daarom veel beter in om de essentie van het stuk over te brengen.

Daarnaast hield hij er meer rekening mee dat het publiek dicht op het instrument zit. Het orgel klinkt snel te hard waardoor je als luisteraar bijna geen verschillen meer kunt onderscheiden. Het wordt dan eenvormig. Iets dat zeer ongewenst is bij een concert rond een werk. Juist dit grote orgelwerk rond de geboorte van de Heer, bevat een ongelooflijke rijkdom. Ritmes, melodieen en akkoorden dagen de luisteraar uit.

Gisteravond stond vooral de poezie van La Nativite du Seigneur centraal. Want dit bijzondere orgelwerk is een gedicht op noten. Willem Tanke slaagde er goed in om dit aspect over te brengen. Hij deed dit in een speelse uitvoering. Zo speelde hij de tweede meditatie Les bergers, de herders waarbij hij de hautbois fraai afwisselde met de cromorne. Het poetische Le Verbe kreeg veel meer kracht door niet met het volle werk te werken in het eerste deel.

image

Maar het meest onderscheidde Willem Tanke zich in de uitvoering zelf. De accenten die hij legde. Zo gaf het derde deel, Desseins eternels, eeuwige bestemming, een bijna mystieke ervaring. De rust van de strijkers gaven het stuk een enorme klankrijkdom mee. Dat gold voor meer delen. Ik ging verrijkt gisteravond naar huis. Het was erg inspirerend om ter plekke gedichten te schrijven bij deze muziek.

Ik weet natuurlijk niet of de traditie van La Nativite du Seigneur wordt doorgezet in het orgelpark. Het zou een mooie uitdaging zijn om de verschillende delen op de verschillende orgels uit te voeren. Het kan een nieuwe interpretatie oproepen of een accent ergens anders op leggen. Want als een muziekstuk van Olivier Messiaen geschikt is voor een brede interpretatie, dan is het wel dit stuk.

Dichten bij La Nativite du Seigneur

image
De inspiratie en het eerste gedicht in schetsvorm uit de cyclus La Nativite du Seigneur van Olivier Messiaen: De maagd en het kind

Komende vrijdag voert Willem Tanke opnieuw de negendelige kerstcyclus La Nativite du Seigneur uit op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Hij werkt hard aan de voorbereidingen op zijn nieuwe Hauptorgel en doet enthousiast verslag van het instuderen op zijn blog.

Willem Tanke is in zijn verslag nog bij het tweede deel, Les Bergers. Dus hij moet nog opschieten wil hij voor vrijdag alle negen delen uitvoerig besproken en opgenomen hebben. Ik verwacht het niet en denk dat hij momenteel meer tijd besteed aan de voorbereidingen dan aan zijn blog. Overigens was zijn uitvoering vorig jaar erg indrukwekkend, dus ik verwacht er veel van.

Ik volg hem nu al een week of 2 en kwam zelf op het idee om bij de negen orgelmeditaties gedichten te schrijven onder dezelfde titel. De muziek gold hierbij als leidraad. Ik draaide de meditaties af zoals Willem Tanke ze in 1994 speelde op het Adema-Schreursorgel in de Kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem.

Zo schreef ik gedichten over kerst met de swung van Messiaen erin. Het levert uitdagende onderwerpen op over thema’s als het woord, de eeuwige bestemming en God in ons midden. De muziek nam mij zeker mee en gaf stond met raad en daad terzijde.

Vrijdag neem ik de gedichten mee naar het concert en probeer er nog aan te schaven als Willem Tanke speelt. Ik hoop op die manier nog dichter bij de muziek te staan. Het luisteren en beleven van de muziek live, levert vaak nieuwe ingevingen en een intensere beleving op.

Wie weet, ben ik vrijdag tevreden genoeg om ze volgend jaar voor de meditaties te gaan voordragen…

Nieuwe composities in het Orgelpark

Parkkerk waarin het Orgelpark gevestigd is

De geplande werkzaamheden van de spoorwegen zaten wel een beetje mijn lang geplande concert in het Orgelpark dwars. Ondanks dat overwon ik bus, overstappen en voor mijn neus wegrijdende treinen. Op het programma stonden vrijwel allemaal premieres van Wolfert Brederode, Bert Matter, Willem Boogman, Henk Vermeulen en Benjamin Scheuer.

Alleen het werk DROEG-GEORD(end) van Henk Vermeulen klonk al eens eerder op een orgel. Het was namelijk een van de winnende composities in 2010 bij het Hinszconcours in Kampen. De andere werken waren allen in opdracht van het Orgelpark geschreven en ondergingen hun klankdoop voor publiek.

image

Niet bijzonder een premiere

Op zich niet zo heel bijzonder een premiere. Tenminste dat wilde artistiek leider en organist Johan Luijmes doen geloven in zijn mondelinge toelichting vooraf aan het concert. ‘Het gebeurt maar zelden dat een nieuw werk 2 keer wordt uitgevoerd.’ De premieres lopen dus ook het risico in het archief van het Orgelpark terecht te komen.

Dat risico is niet helemaal onvermijdelijk en ook niet helemaal onbegrijpelijk. Als het aan mijn bevindingen ligt. De indrukken die ik gisteravond van de orgelwerken kreeg, toonden mij dat ze niet voor de eeuwigheid zijn geschreven. De eeuwigheidswaarde zat niet in het experimentele gehalte van de 3 componisten waarmee het concert afsloot. De werken werden stuk voor stuk keurig uitgevoerd door Bert den Hertog. Het lag meer aan de muziek zelf.

Goed gerepeteerd

De organist van de Oude kerk te Scheveningen had goed gerepeteerd op de moeilijk toegankelijke werken. Het lag meer aan de muziek zelf. De componisten toonden vooral hun eigen ervaringen met het orgel. Dat een orgelwerk een samenspel is tussen organist, publiek, orgel en ruimte, leek wat minder belangrijk.

Zo opende De Dag Daagt van Willem Boogman erg spannend. De enkele noten die klonken maakten goed gebruik van de verwachtingen van het publiek. Duidelijk werd hier het krieken van de dag omgezet in noten. De lengte van het stuk zorgde er echter voor dat de aandacht snel verzwakte. Het bleef bij het druppelen van geluid en een enkel akkoord. Slechts het einde waarbij het volle werk klonk en de luisteraar ontwaakte, haalde de spanning van het begin terug. Het applaus na het muziekstuk klonk eerder als opluchting dan als bewondering.

Veelbelovende opening

De compositie DROEG-GEORD(end) van Henk Vermeulen opende ook veelbelovend, maar verloor eveneens spoedig de kracht. De veelheid aan klanken betekent niet dat een muziekstuk mooier wordt. Vaak verliest het daardoor klank, melodie en ruimte. De opbouw was sterker gericht op een spanningsopbouw, maar het stuk als geheel vroeg veel verbeeldingskracht van het publiek.

Verschuerenorgel waarop de nieuwe orgelwerken werden uitgevoerd door Bert den Hertog en Johan Luijmes

Het laatste muziekstuk waarmee Bert den Hertog het concert afsloot, was van de jonge Hamburgse componist Benjamin Scheuer. De compositie maakte vooral gebruik van de lucht van het orgel en wat minder van de klank. Opblazende fluiten, halve registers en kort aangeslagen noten vormden de hoofdmoot van de compositie met de naam Schankungen [fluctuations].

Grenzen van het orgel

Scheuer zocht duidelijk de grenzen van het instrument op. Op zich niks mis mee, maar het kreeg iets van effectbejag waaraan de muziek ondergeschikt stond. Terwijl het orgel zelf, de basisklank van het instrument, het effect in de ruimte en het monumentale karakter van de klank juist zoveel uitdaging biedt. De componisten Boogman en Scheuer zetten het orgel meer in als trukendoos.

Het grote contrast vormden de 2 openingscomposities. Ze werden gespeeld door Johan Luijmes. Wolfert Brederode is een bekende in het Orgelpark. Samen met Martin Fondse maakte hij voor het Orgelpark de cd Key Figures. Veel improvisatie geïnspireerd op de jazz, waarbij het orgel vooral melodisch en lyrisch wordt ingezet. Dat proces zette Wolfert Brederode voort in zijn compositie Passanti. Melodieën passeerden in een bezonken sfeer.

Toekomstmuziek

De tweede compositie vormde het hoogtepunt van de nieuwe orgelwerken die in het Orgelpark ten gehore werden gebracht. Het was de Zutphense organist Bert Matter die de eeuwigheidsmuziek bracht. Of zoals sommigen het noemen: toekomstmuziek.

Uitgangspunt vormde het kerklied Vater unser im Himmelreich. De compositie bestond uit 5 variaties, waarbij in de opening het lied geharmoniseerd klonk op de fluit. Vanuit minimale middelen ontstond een prachtig werk. Het materiaal: het kerklied. Hierdoor wist Matter een profane sfeer op te roepen en de gevoelige snaar van het orgel tot klinken te brengen.

Entree van het Orgelpark in Amsterdam

De compositie bevatte duidelijk improvisatorische elementen zoals in de vierde variatie, waarbij de terts tegen de prestant speelde. Een mooi effect waarbij de ruimte helemaal werd meegenomen. Zelfs in de relatief kleine ruimte van het orgelpark was dit op te roepen. De melodie kwam overal terug op een iets andere manier. Zo bleef alles beperkt en ingeperkt, zonder ook maar een moment te vervelen.

Overdaad aan mogelijkheden

Het Verschuerenorgel bood een overdaad aan mogelijkheden dit werk uit te voeren. De tongwerken gaven in de laatste variatie een gemurmel weer zoals in een jodenkerk kan klinken. De optimale verklanking van het gebed in mijn ogen dat het lied van Luther is.

Natuurlijk spelen voorkeur en smaak een rol bij een dergelijke ervaring. Aan de andere kant ligt een gedeelte van het probleem bij de onbekendheid van componisten met het instrument orgel. Dat de kracht in melodische lijnen ligt en niet zozeer in het spel met de lucht. Orgelmuziek vraagt om een gebruik van het instrument dat aansluit bij de sterke kanten: de ruimte en de lange tonen.

Van Stratenorgel

Volgende week is de ingebruikname van het Van Stratenorgel in het Orgelpark. Het instrument is een reconstructie van het oude orgel uit de Nicolaikerk in Utrecht. Het instrument wacht nog op restauratie. In het kader van de besluitvorming daarover is het Van Stratenorgel gebouwd. Het brengt de Middeleeuwen naar het Orgelpark.

Van Stratenorgel in het Orgelpark

Het publiek had tijdens het concert zicht op het nieuwe orgel met blaasbalgen die op de balgen lijken waarmee de smid het vuur laat opgloeien. De luiken aan weerszijden van het instrument zijn prachtig beschilderd met allerlei elementen uit de historie van het Nicolaiorgel en de nieuwe situatie waarin het Van Stratenorgel komt.