Categoriearchief: orgelconcert

Dromen en Jan Welmers

Maar liefst 3 dromen van Jan Hage gaan in vervulling bij het openingsconcert van het Jan Welmersfestival in Utrecht.

De organist vertelt voor het concert over zijn dromen. De 1e droom is het hele festival van ruim 2 weken dat gehouden wordt rond de Utrechtse organist en componist Jan Welmers. De 2e droom is een cd-uitgave met de complete orgelwerken van deze componist en de 3e en laatste droom is een boek over Jan Welmers.

3 dromen in vervulling

Laten nu alle 3 de dromen op hetzelfde moment in vervulling gaan. Naast de opening van het festival, is er de boekpresentatie en de presentatie van de cd-box met 3 cd’s waarop het complete orgelwerk van Jan Welmers is vastgelegd door Jan Hage. Alles gespeeld op het monumentale Domorgel.

Dan is er het prachtige boek De hemel draait nog dat Jan Hage samen met Jan Willem Cevaal, Hugo Bakker en Hans Fidom schreef over de Utrechtse componist Jan Welmers. Naast een uitvoerige beschrijving van het werk van Jan Welmers, is er ook informatie te vinden over het leven en de spiritualiteit in het werk van de componist. Ook is er een dubbelanalyse over het orgelwerk Sequens, net als de vele uitvoeringen van dit werk, verschillen de 2 artikelen wezenlijk van elkaar. Een boek waar ik zeker nog meer over ga schrijven.

Openingsconcert

Het openingsconcert van het festival bevat niet alleen orgelwerken van Jan Welmers, ook werk van zijn leerling en de uitvoerder Jan Hage en 3 stukken van de late Franz Liszt. De late Liszt vormt een inspiratiebron voor Jan Welmers. De selectie bij dit concert is muziek uit het late oeuvre van de 19e eeuwse componist. Hier heeft een waar muzikale kaalslag heeft plaatsgevonden, aldus Domorganist Jan Hage. Muziek teruggebracht tot de essentie, zonder opsmuk. Echt genieten en het geeft een extra duiding aan het werk van Welmers.

Nachtmuziek

Het concert opent met Von Gott will ich nicht lassen, Nachtmuziek. Een muzikale droom van Jan Welmers, waarin hij delen opvoert van de beroemde koraalbewerking van Bach. Enkele keren wordt het stuk zelfs letterlijk geciteert. Het indrukwekkendst is het moment dat de droom tot een heroisch hoogtepunt komt, waarbij de uitroep klinkt om niet in de steek gelaten te worden. Erg overtuigend en emoties oproepend.

Movements

De Movements, zijn 5 korte muzikale huzarenstukjes, teruggebracht tot de essentie van muziek. Met minimale middelen het maximale effect oproepend. Jan Hage voert ze zorgvuldig uit, waarbij ik vooral de registratie met trompetten en tongwerken van het orgel buitengewoon fraai vind klinken. Verder doorwrochte muziek waar ik niet altijd goed binnen kan dringen.

Psalm 146

Het contrast klinkt in Psalm 146 van de uitvoerder zelf. Wat een muzikale explosie! Dit is gigantisch genieten omdat de ruimte ook zijn werk doet. Het deel dat Jan Hage zelf zingt, samen met een rammelende tamboerijn, laat de uitbundigheid en de jubelstemming van deze vreugdevolle psalm horen.

Kreuzandachten

Dat geldt zeker niet voor de muziek van Franz Liszt, 3 delen uit de Kreuzandachten. Hierin is het genieten van de kleine klanken, vaak eenstemmig, in combinaties waarin het Domorgel van Batz zich van de subtiele klank laat horen. Ik kan hier erg van genieten. Ook omdat het mystiek oproept, verbonden met de ruimte. De donkere Domkerk versterkt deze mystiek, mooi hoe muziek zoveel meer bij je weet los te maken.

Litanies

Het afsluitende stuk is het minimal orgelwerk Litanies. Jan Welmers geniet vooral bekendheid vanwege zijn orgelwerken beinvloed door de minimal music. Vooral Laudate Dominum geniet internationale bekendheid. Litanies is eveneens een prachtig werk, gesitueerd om met minimale middelen het maximale te bereiken.

De beweging en de ritmes maken het tot een intense beleving. Dat weet Jan Hage op deze zaterdagmiddag heel overtuigend over te brengen in de Domkerk. Daarmee raakt hij net zo als dat hij met het eerste orgelwerk van dit concert deed.

Het ideale Welmersorgel?

Het Domorgel leent zich heel goed voor het werk van Jan Welmers, het bezit helderheid maar is tegelijker monumentaal in zijn klank. Dat bewijst Jan Hage ook. Verrast als ik ben over de snelle presentatie van Litanie, ik ken het ook in uitvoeringen van 20 minuten. Jan Hage speelt het in nog geen 13 minuten waarbij hij zeker niet gejaagd overkomt.

Sterker nog hij legt accenten op dit werk die ik niet herken uit andere uitvoeringen. Daarmee laat Jan Hage weer een nieuwe kant van dit werk horen. En dat verklaart mijn fascinatie voor Jan Welmers. Het is enerzijds de herkenning en tegelijkertijd steeds de eigen inbreng van de uitvoerder die het werk heel unieke ervaring geeft. Dat hoor ik ook hier in de Domkerk.

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.

Veel verrassingen

Dit concert van Geerten Liefting in de Domkerk bestaat uit veel verrassingen. Dit geldt zeker voor “Thème et Variations” van Marco Enrico Bossi (1861 – 1925). Een voor mij onbekend orgelwerk. De variaties bieden veel kans om de enorme klankrijkdom van het Domorgel te demonstreren. Al blijft het hoogtepunt van deze variatiereeks in de afsluitende Fuga. Magistraal. Het maakt eigenlijk alle voorgaande variaties overbodig. Of zou dit een truc van de componist zijn: eindigen met het hoogtepunt.

De “Aria” van Jehan Alain klinkt prachtig in de Domkerk. De ritmes werken aanstekelijk. Die ruimte die zo meewerkt en waarbij de fluiten zo intiem klinken. Het rustige, Gregoriaans motief aan het einde krijgt de hele Domkerk muisstil. Zelfs de herrie buiten verstilt. Alleen met de muziek. Onvergetelijk.

Een componist die je ook weinig hoort op concerten en die Geerten Liefting hier in de Domkerk laat horen: de leerling van Messianen: Jean-Louis Florentz (1947 – 2004). Florentz liet zich niet alleen door het katholieke geloof inspireren, hij maakte ook veel studie van Afrikaanse muziek en was vaak in Ethopië te vinden.

Die vermenging van Arabische en Afrikaanse muziek is duidelijk terug te horen in “Dis-moi ton Nom”, vertel me je naam. Wat een ritmiek! Geerten Liefting weet dit muziekstuk prachtig te vertolken in de Domkerk. Het Bätzorgel leent zich goed voor deze klankverscheidenheid. De ruimte doet de rest. Het orgel en de ruimte vormen hier in de Utrechtse Dom wel dé combinatie. Beter kan niet.

Lees verder: Improvisaties en eigen werk

Rijke klankwereld in Domkerk

Het concert van Geerten Liefting, winnaar van onder andere het improvisatieconcours van Haarlem, in de Domkerk is mede een reden om naar Utrecht te fietsen. Het is een rijk programma dat de organist van de Bonaventurakerk in Woerden heeft samengesteld. Veel onbekend werk, eigen werk en improvisaties.

De transcripties van werk van Sergei Rachmaninov vallen onder het thema van de zomerconcerten in de Utrechtse Domkerk. Het thema is transcripties, waarmee Geerten Liefting mooi aansluit bij de rest van de programma’s. Concertgevers moeten minimaal 1 transcriptie opnemen.

Geerten Liefting kiest voor 2 werken van Sergei Rachmaninov, bewerkt door Reize Smits. Het openingswerk Preludium in g is een prachtige compositie om het concert mee te openen. Lekker meeslepend, mede door de tongwerken aangezwengeld. Het Vocalise dat volgt, komt bij mij wat minder binnen. Waardoor dit komt, is mij niet helemaal duidelijk. Het is namelijk een prachtig stuk dat normaal wordt uitgevoerd met piano en cello als solo-instrument.

Misschien dat het stuk teveel wordt opgeslokt door de ruimte of dat het stuk te vroeg geprogrammeerd staat. De uitvoering is namelijk heel mooi, prachtig gedragen tempo en rustige uitkomende stemmen met de prestant van het rugwerk. De melancholie weet Geerten Liefting heel sterk over te brengen.

Lees het vervolg: Veel verrassingen

Doorschuiven

Wat ik overigens frappant vind is dat het publiek bij het concert in de Nicolaikerk eerst rond het Sweelinckorgel in het midden van de kerk zit. Als het concert van Toon Hagen zich verplaatst naar het hoofdorgel, schuift het publiek meer naar de westkant van de kerk.

Ik kies een plekje vooraan en vraag me later af of het niet te dicht bij het orgel is. Zeker in het slotstuk komt het instrument best op me af. De intonatie zonder compromissen maakt het instrument extra scherp. Dan kun je de ruimte inderdaad misschien wat beter mee laten spelen door verderop te zitten. De gedachte dat ik iets zou missen, speelt mee.

Het stuk van Toon Hagen zelf “Morning dance” is rustiek opgebouwd. Ook mooi gespeeld op de fluiten van het hoofdorgel. Het is een heel spannend instrument, demonstreert Toon Hagen. De compositie is geïnspireerd op psalm 104, waarin heel de natuur God lof zingt. Toon Hagen weet het in fraaie lijnen uiteen te zetten, mooie motieven die geleidelijk in elkaar overgaan. Zeker ook omdat de ritmes eveneens geleidelijk verschuiven.

De muziek van Bach is muziek waar je niet op uitgekeken raakt, volgens Toon Hagen. Het legatospel van Bachs orgelkoraal “Wir Christenleut”, BWV 612 uit het Orgel=Büchlein is eigenlijk best gedurfd op dit orgel. Grenst soms tegen het houdbare aan, maar Toon Hagen weet hiermee een heel andere kant van het instrument op te roepen. Gedurfd omdat het gevaar van de brei dreigt, maar hij pakt erg mooi uit.

Voor Toon Hagen blijven de 6 Triosonates van Bach muziek die je tot in het oneindige kunt uitvoeren. Hij verrast vanmiddag met de zware registraties op de eerste Triosonate in Es, BWV 525. Een muziekstuk dat meestal heel subtiel en fijngevoelig wordt uitgevoerd. Het levert best verrassende elementen op.

Daarmee komt het slotstuk, de feestelijke “Preludium en Fuga in G”, BWV 541 nog extra onder druk te staan. Glasheldere mixturen in combinatie met een heel strak, bijna zakelijk. Dan komt het best op je af als je best wel dicht op het orgel zit.

Al blijft het geweldig om het einde zo mooi groots en meeslepend te horen. De Fuga krijgt daarmee het volle werk dat het verdient!

Wind van binnen

Beetje vreemd als je 3 uur gefietst hebt, de spieren nog loeiheet zijn van de beweging. Eigenlijk had je wat meer moeten drinken onderweg. Je hoofd is nog knalrood en dan stap je een orgelconcert binnen. Luisteren, terwijl de wind van buiten nog in je oren suist, hoor de wind binnen. Dat is het concert van Toon Hagen in de Utrechtse Nicolaikerk.

Als ik mijn fiets op slot zet, begroet een vrouw mij vriendelijk. Ze vraagt of ik ook voor het concert kom. Ik knik. ‘Mooi hè?’ Ze geniet al met haar hele gezicht. Ik durf niet altijd zo vooringenomen een concert te beginnen, maar haar enthousiasme is aanstekelijk.

Eerst even acclimatiseren. Ik heb behoorlijke last van spierkramp, te fanatiek begonnen en niet genoeg gedronken. Maar ik ben wel op tijd en daar was het mij allemaal om te doen. Nu moet ik even op de blaren zitten, besef ik.

Toon Hagen begint met Johann Gottfried Walter (1684 – 1748) op het Sweelinckorgel. Wat een prachtig instrument is dit. Heel fijngevoelig en lichtvoetig. Best een grote dispositie voor zo’n instrument en wat een geluid. Je raakt er helemaal van vervuld. Het verveelt eigenlijk nooit.

De variatiereeks “Jesu, meine Freude” van Walter leent zich erg goed voor dit instrument. Toon Hagen kiest mooie, eenvoudige registraties en houdt het heel dicht bij de bron. Daardoor weet hij de spanning mooi op te bouwen en laat veel aspecten van dit bijzondere orgel horen. Al krijg ik na het horen van dit muziekstuk vooral behoefte om nog meer te willen horen.

De aanpak die Toon Hagen juist op het Sweelinckorgel kiest, subtiele registraties, verschuift hij naar bredere en vollere registraties op het hoofdorgel van Marcussen. Het instrument leent zich daar erg goed voor, ontdek ik. Het geeft de bekende muziekstukken van Bach een nieuwe glans.

Lees morgen het vervolg van mijn verslag over het concert van Toon Hagen op de orgels in de Utrechtse Nicolaikerk: Doorschuiven.