Categoriearchief: orgelconcert

Muzikale uitspatting op klamme zomeravond

Het was nog warm bij het orgelconcert gisteravond van Gerben Mourik in Den Ham. Zelfs in de kerk was het een beetje klam. Op de avond van de finale van het internationaal improvisatieconcours in Haarlem, vormde het concert van Gerben Mourik in Den Ham gisteravond een heel goed alternatief. Twee jaar terug speelde de organist van de Grote of St. Michaelskerk te Oudewater in de finale. Hij kreeg toen van de jury unaniem de eerste prijs.

Improvisatietalent

En dat is Mourik op de eerste plaats: een improvisatietalent. Hij is niet in een stijl te vangen maar het romantisch en laat-romantisch klankidioom staat hem goed. Zo speelde hij in Den Ham 2 improvisaties. Het waren de absolute hoogtepunten van het concert. Sterker nog de improvisatie in de stijl van Robert Schumann vormde het keerpunt in het concert.

Klam begin

Aanvankelijk begon het concert op het Scheuerorgel uit 1841 namelijk een beetje mat. Zoals bij een klamme en matte zomeravond te verwachten valt. Mourik opende met een partita op gezang 386, ‘De nacht, de moeder van de rust’ van Arie J. Keijzer. Niks mis met de uitvoering van het muziekstuk van de oud-organist van Dordrecht. De uitvoering was prima, maar ik miste de bezieling. Hetzelfde gebeurde bij de tweede sonate van Carl Philip Emanuel Bach. Het stuk kwam nauwelijks uit de verf. Hij wist de spanning in het stuk niet goed over te brengen. Het was natuurlijk ook een warme zomeravond en de vaak verbouwde en uitgebreide kerk in Den Ham was niet een koel oord. Hoogstens redelijk aangenaam. De warmte zal absoluut meegespeeld hebben bij de uitvoeringen. Het Preludium en fuga in G van Felix Mendelssohn-Bartholdy bleef eveneens voornamelijk beperkt tot een weergave van de noten. Op zich aardige muziek met mooie registraties, maar ik miste de verrassingen en nieuwe wendingen.

Ruimschoots goedgemaakt

Dit werd ruimschoots goedgemaakt bij de improvisatie in de stijl van Schumann. Mourik refereerde hierbij opvallend vaak naar het pianowerk van Schumann, een mix van zwaarmoedigheid en frivoliteit. Hij omspeelde met de prestant van het hoofdwerk een erg aantrekkelijk thema. Daarna kwam het vuur in de improvisatie, met sterke afwisseling in tempo en registratie. Mourik bereikte hier juist de opbouw zoals in het orgelwerk van Schumann voorkomt. De 6 fuga’s rond het thema BACH bijvoorbeeld, komen ook het beste uit de verf bij een opbouw van rustig en melancholisch naar een tutti waarin onrust overheerst. Van daaruit keert de rust van het begin weer terug. Dat gebeurde precies bij de improvisatie van Mourik.

Belevenis

Het is echt een belevenis om een improvisatie van Gerben Mourik mee te maken. Hij speelt met een enthousiasme en originaliteit waarbij de verrassing overheerst. Je weet niet wat er gaat gebeuren en je maakt een muziekstuk mee dat straks nooit meer zal klinken. Daarmee brengt hij de improvisatie terug tot de essentie: een spel tussen speler en publiek.

Bonefaas

Maar dat was voor mij niet het meest verrassende en vernieuwende. Dat was de uitvoering van het Choral I van Jan Bonefaas. Voor Bonefaas heb ik geen zwak, sterker nog: ik heb een aversie tegen hem. Zijn speelstijl in de geest van zijn leermeester Feike Asma. Maar Gerben Mourik wees op de latere ontwikkeling van deze organist uit Gorinchem. Het spel van zijn leermeester maakte meer en meer plaats voor een stijl in de geest van de Frans-symfonische orgelmuziek a la Vierne. Het choral dat Mourik speelde, liet dit overtuigend horen. Want in tegenstelling tot wat Bonefaas in de richting van Asma deed, ging hij hier zelfs zijn eigen weg. De akkoorden, tempi-wisselingen en loopjes kringelden hun eigen weg. Het spel met tongwerken en fluiten klonk bijzonder goed op het orgel in Den Ham. Mourik wist hier zelfs de sfeer van kathedralen en bijbehorende koelte op te roepen. Een prestatie. Zeker ook omdat het op mij een zeer modernistische indruk maakte. Voorbij Vierne maar weer totaal anders dan Messiaen bijvoorbeeld. Bij mij schoot het woord ‘vervreemding’ op. De akkoorden en de behandeling van het thema zorgden hiervoor. De meerdere thema’s kwamen op veel manieren terug, weer verschillend en tegen elkaar op spelend.

Artiest

De uitvoering gaf mij een beeld van Bonefaas dat ik nog nooit met hem had geassocieerd: het beeld van de artiest. Sterker nog: hij stond voor mij verre van dat beeld. Dat het orgel van Den Ham hier zo mooi in kon passen, komt geheel voor rekening van Gerben Mourik. Hij liet zien dat hij zich niet alleen in het muziekstuk had verdiept, maar ook in het orgel. Hij behandelde beide met zeer veel respect en wist de grenzen precies te vinden. Dat zorgt voor een spanning zoals ik die ook bij zijn improvisaties proef. De spanning van het moment, het idee dat je iets heel bijzonders meemaakt. Iets dat je alleen deelt met je publiek. Mourik liet vooraf ook blijken dat dit een bijzonder muziekstuk is. Waarschijnlijk is hij de bezwaren zoals ik die had, gewend. Hij zei het jammer te vinden dat hij het niet 2 keer kon spelen. Daar had hij zeker gelijk in. Het stuk verdient het om meer te horen. Sterker nog: je zou je er best eens zelf aan kunnen wagen.

Nieland

Van de 2 werken van Jan Nieland die Mourik op het programma had staan, was de Toccata het meest bekend. Beroemd geworden door een uitvoering van Klaas Jan Mulder, speelde de organist van Oudewater het stuk als een muzikale waterval. Alles klaterde en kletterde over het publiek, brede akkoorden, lange uithalen en soms flinke uitschieters. Best opbeurend aan het eind van een lome zomerdag waarin de thermometer de 30 graden passeerde. Persoonlijk stelde ik meer prijs op de Meditation, meer ingetogen en aandacht bestedend aan de zachtere kant van het orgel. Daaruit blijkt dat de restauratie en uitbreiding van het orgel door Flentrop meer dan 35 jaar geleden goed in de geest van Scheuer is gebeurd. Met name het nieuwe onderpositief past goed als tegenhanger van het brede, luide en stoere hoofdwerk. Hier is ruimte voor subtiliteit en de fijne afwerking. Ook het tongwerk, een dulciaan, vormt een rustiger en ingetogener contrast met de trompet van het hoofdwerk.

Aansluiting tekst en muziek

Met het besluit, een improvisatie op gezang 295 ‘ Aan de deur van ‘s harten woning’, demonstreerde Gerben Mourik zijn koraal gebonden improvisatietalent. Hij wist in de 5 variaties bij de 5 verzen, de tekst en de muziek mooi op elkaar te laten aansluiten. Het kloppen zoals dat in ieder vers weer tot uiting komt, verwijst naar het kloppen op de deur en het kloppen van het hart. Mourik speelde hier met de melodie, dat door de herhaling van dezelfde noot, al een stuk van het kloppen in zich heeft. Het kloppen keerde terug binnen verschillende niveaus en op verschillende manieren. Het kwam terug in de uitkomende stem, in een spannende pedaalsolo of in de begeleidende stem. Mourik buitte de tekst van Smelik helemaal uit. Dat werkt best vervreemdend om aan het einde van een klamme en warme zomerdag teksten te horen als ”t Wakker hart hoort uw geklop’ of ‘Op ontwaakt, de nacht is om!’

Brede romantische klank

Gerben Mourik maakte bij zijm improvisatie gretig gebruik van de brede en romantische klank van het Scheuer-orgel. De combinatie van Bourdon 16′ met de Prestant 8′ klinkt erg dragend en ook stoer. De traktatie aan het einde, waarbij de 46 toehoorders samen het gezang zongen, demo
nstreerde de begeleidingskunst van Mourik. En van het orgel in Den Ham. Want hier bleek wat het orgel helemaal past: het begeleiden van de gemeentezang. Het paste Mourik ook heel goed, hij wist zelfs hier binnen een zeer gedragen tempo, de muzikale fruitmand van hartkloppingen en deurkloppingen heel trefzeker neer te zetten. Het maakte het einde van de dag heel verfrissend en verkwikkend. Want Gerben Mourik heeft veel reputatie verworven met de reeks improvisatieprijzen. Het toont wat je 2 jaar na het winnen van het internationaal improvisatieconcours in Haarlem meer dan ooit beheerst: de
improvisatie. Alleen mag je nu zelf de thema’s kiezen. Van die mogelijkheid maakte de artiest Gerben Mourik zeer gretig gebruik.

Het suizen van de orgelwind in Haagse Kloosterkerk

Het suizen van wind, oorverdovende bulderen van de storm en luide trommelen van de orkaan. Het orgelwerk Pneeo van Daan Manneke heeft dit alles in zich. De bezoekers van het pauzeconcert hoorden het vanmiddag in de Haagse Kloosterkerk. Organist was Rien Balkenende uit Middelburg. Zo’n concert van 30 minuten geeft een mooie invulling van de middagpauze.

Aan mijn neus voorbij

Tot vandaag gingen de concerten om 12.45 altijd aan mijn neus voorbij. Zonde, zo merkte ik vorige week toen ik de kerk binnenkwam toen het concert net voorbij was. Daarom zette ik het in mijn agenda. De Zeeuw Rien Balkenende uit Middelburg gaf een concert met 3 Engelse componisten en de Nederlandse contemporaine componist Daan Manneke. Het stuk van de laatste vormde het klapstuk van het concert. Pneeo hoor je niet zo vaak, maar het buit de mogelijkheden van het orgel wel uit.

Herbert Howells

De concertgever opende met Een Psalm-prelude van Herbert Howells over psalm 33. Echte Engelse kathedraalmuziek die ook in de ruimte van de Kloosterkerk prachtig klinkt. De tongwerken versmelten ook heel fraai met het plenum waardoor het tutti overweldigend klinkt, maar niet
overdonderend. Wat Howells vooral sterk maakt zijn de stevige akkoorden en disharmonien die vervolgens heel mooi oplossen in oorstrelende akkoorden. Het blijft echter wel een uitvoering op een neobarok-instrument waardoor het brede van Howells niet altijd even sterk overkomt.

Idyllisch en romantisch

Hetzelfde geldt voor de Chorale-prelude on Rockinham van Hubert/Parry. Dit stuk klonk heel idyllisch en romantisch, waarbij fluiten en prestanten een heel mooie combinatie vormden. Zeker ook omdat de cantus firmus zo sterk klonk, verfraaid met een fluit waarmee Rien Balkenende de bovenstem speelde. Voor de indirecte versmelting met de ruimte zoals dit in de Engelse kathedralen wel gebeurt, is het Marcussen-orgel veel te direct. Dergelijke effecten zijn bijna niet te realiseren op een orgel die op 1 plek staat en niet zoals in Engeland over meerdere plaatsen in de kerk verspreid staat opgesteld.

Moeite met Ligeti

De meeste moeite had ik eigenlijk met de Eerste etude voor orgel van Ligeti. Dit werk bevatte voornamelijk harmonien die langzaam ontstonden door de registertrekkers traag open te trekken. Een interessante opgave voor een registrant, maar iets te los en experimenteel voor de toehoorder. Een duidelijke boodschap klonk er niet in door. Het was meer het effect om het effect. Grappig en losjes, dat wel. Aan het gegrinnik in de kerk te horen hadden sommige toehoorders hier wel moeite mee.

Zwaar

Ze zouden het zwaar krijgen bij het laatste stuk: Pneeo van Daan Manneke. Het is een monumentaal stuk van een componist die de mogelijkheden en de traditie van het orgel goed kent. Daan Manneke een geboren Zeeuw, net als Rien Balkenende, speelt in dit stuk met lucht, dynamiek en zoekt de grenzen van het instrument op. Zeker als je weet dat Manneke zich liet inspireren door een windorgel dat op de dijk bij Vlissingen staat. De pijpen waarlangs de wind scheert leveren telkens weer nieuwe geluiden en klankcombinaties op. Manneke heeft dit fraai weten om te zetten in dit bij tijd en wijle zelfs bombastische solowerk voor een pijporgel.

Orgelwind

Het orgel dankt zijn geluid aan dezelfde wind. Door hiermee te spelen levert dat verrassende effecten op. Juist dit experimentele draagt het stuk Pneeo. Rien Balkenende wist dit erg goed over te brengen. Zo goed zelfs dat de giechelende Amerikaanse toeristes voor mij stil werden. De fluctuaties van de windmotor van het orgel waren soms goed te horen. De tongwerken kwamen heel sterk tot uitdrukking en ik ontdekte dat het Marcussen-orgel in de Kloosterkerk echt een mooi instrument is. Het leent zich uitstekend voor dergelijke contemporaine uitbarstingen.

Weer buiten

Ik stond een halfuurtje later weer buiten. De bus vloog bijna uit de bocht, de tramwielen schuurden de hoek om en een auto zocht een gaatje tussen het andere verkeer. Wat is het dan lekker om in je pauze je oren te onderwerpen aan een kakofonie van orgelklanken en klankkleuren. Rien Balkenende slaagde er goed in om deze mix van luchtigheid, humor en zwaarte op zijn publiek over te brengen.

Volgend concert

Het volgende concert is op 21 juli met Henk G. van Putten uit Kapelle. Ik werk jammergenoeg niet op de dag. Ik probeer het concert op 4 augustus wel mee te maken. Dan speelt Ines Maidre uit het Noorse Bergen. Dit belooft wel een langer programma te worden, op haar website staat een aantal werken die samen zeker wel een uur in beslag nemen.

Kijk voor meer informatie over de lunchpauzeconcerten in de Haagse Kloosterkerk op www.kunstcentrum-kloosterkerk.nl

Amerikanen, boeken en krankzinnigheid

Het twaalfde deel van de encyclopedie ‘Het historische Orgel in Nederland’ is gisteren feestelijk in de Oudenbosche basiliek gepresenteerd. De kerk is een kopie van de Sint Pieter in Rome, maar dan vele malen kleiner.

Het blijft een gigantisch bouwwerk, zeker als je beseft dat Oudenbosch een klein dorpje is. En dan zo’n kerk. De schuldige is een krankzinnige pastoor die zo verliefd was op Rome dat hij dat thuis wilde nabouwen. Dat hij zoveel mensen en vooral zoveel geld heeft weten mee te krijgen in zijn gekte.

De Vlaming Luc Ponet concerteerde. Hij kwam erg professioneel over en speelde fraai repertoire. Het was alleen een beetje kort en onbekend. Dat gaf luister- en concentratieproblemen. Ergens was ik blij het gepeupel weer te verlaten. Wel leuk vond ik om Jeroen en Irma even te ontmoeten en bij te kletsen.

De namiddag maakte erg veel goed. Ik stapte in Rotterdam uit om naar de serie Concerts Populaires te gaan van stadsorganist Geert Bierling. Ik was veel te vroeg en kocht de boekenmarkt leeg met Potgieter en ander onnodige boeken. Het concert was prachtig. Bierling maakte met zijn toehoorders een reis naar Hamburg, zoals Bach die ooit maakte.

Stadsorganist Geert Bierling speelde werken van Buxtehude, Bruhns (iemand met adhd, naar de huidige maatstaven volgens Bierling), Boehm en Reincken (iemand die er vreemde hobby’s op nahield, zo zou hij een hoerentent hebben bezeten). En natuurlijk: Bach.

De slotimprovisatie ‘In stylus bombasticus’ kwam inderdaad wat bombastisch over en vormde een schril contrast met de prachtige poëtisch aandoende improvisatie ‘Herinnering aan Hamburg’. De basiliek van Oudenbosch hangt een beetje tussen deze twee improvisaties in. Bombastisch, maar met poëtische verrassingen erin verwerkt.

Het echte toetje kwam gisteravond thuis. Ik had de cd ‘An American in Paris’ van Geert Bierling gekocht. Hij vertelde erbij dat ik hem voluit moest draaien, hij had registraties gekozen die het Rotterdamse Laurensorgel niet zo sterk verrieden.

Prachtig is de cd. Met werken van Vierne, Widor en Alain. Bierling weet ze heel aardig te presenteren. De echte kracht zit hem in de bewerkingen voor orgel van Gershwins Rhapsody in Blue en Ravels Bolero. De eerste vind ik werkelijk onovertroffen. De Bolero wordt mooi als je een paar keer luistert, al blijf ik vinden dat Bierling het einde niet zo fraai heeft opgelost…