Categoriearchief: orgel

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

De wallen en Oude kerk

De wandeling terug naar het station, lopen we via de Nieuwmarkt. Het is druk. Veel groepen en als er dan een auto midden op de stoep staat geparkeerd, is er even een opstopping. De zon schijnt werkelijk heerlijk en het lijkt ook wel of iedereen naar buiten is gekomen. Heerlijk weer, de kou is daarbij geen vijand, maar een vriend.

We slaan dan af in de richting van De wallen. Burgemeester Van der Laan kondigde een paar jaar geleden de strijd aan met dit gebied. De criminaliteit dit dit deel van de stad aantrok, was de burgervader een doorn in het oog. Het is nog steeds een toeristische attractie, maar veel panden zijn gesloten. Voor de beleving van de opgeschoten toerist maakt het niet zoveel uit.

Het is een prachtig deel van de stad met de Oude kerk als middelpunt. We gaan even de kerk binnen. Een expositie is aan de gang. Christian Boltanski heeft grote donkere installaties opgetrokken. Huizenhoge blokken, afgedekt met zwarte plastic folie. Het lijken wel grote vuilniszakken. De luchtbewegingen in de kerk zorgen dat het plastic zachtjes deint.

Een bijzondere expositie. Op de grafstenen in het schip liggen jassen. Ze verbeelden de overledenen die in deze kerk leggen. Soms staan er zuilen, een jas met een licht ervoor waaruit een stem spreekt. Ze stellen vragen. Of je alleen bent en waar je moeder is. De ruimte doet de rest.

kIn de verte vanuit de omgang in het koor klinken belletjes. Een continue stroom geluid, opnames van 800 Japanse belletjes op stokken in Quebec. In het koor op de plek waar voor de reformatie het altaar stond, liggen verdorde tulpen. In het koor staan stoelen verspreid met daarover heen jassen en uit alle hoeken en gaten fluisteren stemmen de namen van de overledenen die hier liggen.

Een indrukwekkende expositie die je ook unheimisch maakt. Spooky noemt Doris het en dat is het ook. Je voelt je ongemakkelijk, een klassiek beeld van de dood, terwijl je verlangt naar troost en liefde. De donkere installaties van plastic en de stemmen staan dit teveel in de weg.

Het orgel is in restauratie. De kas is gerestaureerd. De vergulde versieren blinken je tegemoet. Het is bladgoud dat er blinkt. De bekroning met het wapen van Amsterdam is weer vol in de verf gezet. De hedendaagse vorm van restaureren lijkt wel dat oude instrumenten of gebouwen meer blinken dan ze ooit gedaan hebben. Het is meer dan stof eraf halen. Er komt een dikke laag verf tussen toen en nu. Hoe zal dat straks met de klank zijn?

Lees verder over ons dagje Amsterdam: Ons’ lieve heer op solder »

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

Muziek in 2017 – overzicht

2017 loopt op zijn eindje. Daarom de komende periode een paar jaaroverzichten. Wat heeft 2017 mij muzikaal gebracht?

Een bijzonder jaar. Ook muzikaal gezien. Weer een beetje het concertbezoek opgepakt. Hoogtepunten zijn wel de jubileumconcerten rond Bert Matter en Jan Welmers. Bert Matter kreeg een concert van zijn leerlingen aangeboden. Jan Welmers kreeg maar liefst 10 concerten aangeboden.

10 verjaardagsconcerten

Van die 10 heb ik er 3 van bezocht, alledrie in de Domkerk. Heel mooi om zo weer mijn voorliefde voor moderne orgelmuziek op te frissen. Zelf mocht ik ook eindelijk weer de klavieren beroeren. Ik heb genoten in juli en augustus om te spelen in Noordwijk.

Daarnaast blijf ik vooral genieten van mijn eigen harmonium. Er zijn wel 4 harmoniums verkocht het afgelopen jaar. Een flinke verschraling in het muzikale aanbod.

Ik mocht gelukkig een paar mooie concerten meemaken:

Fietsrit naar 2 orgelconcerten

Genoten van de fietsrit die ik op 19 augustus heb gemaakt, fietsend langs Hilversum en Maartensdijk. De terugweg gepakt langs de Vecht en zo kronkelend naar huis gereden. Een flinke afstand, maar wel heel erg mooi. Die dag maar liefst 2 orgelconcerten bezocht. En dat was erg genieten. Eerst Toon Hagen in de Nicolaikerk. Mooi verzorgd en gespeeld. De nieuwe ontdekking was Geerten Liefting, prijswinnaar van Haarlem in 2016.

Mijn vuurdoop in het concertgebouw! Dit jaar beleefde ik een schitterend concert met werken van Rachmaninov. Wat heb ik genoten. Ik ben mijn collega Fred nog altijd dankbaar voor zijn uitnodiging.

Orgelcd’s

Ook veel nieuwe cd’s gekocht en beluisterd:

Zijn er een paar dingen die ik in 2018 niet moet missen? Het Orgelfestival in Haarlem? Ik ben nog nooit naar het improvisatieconcours geweest. Daar zou ik toch eens een keer aan moeten beginnen. Ik mis nog steeds de opnames van de laatste keer. Ze zijn nog steeds niet te vinden op internet.

Wat betreft mijn eigen muzikale ontwikkeling: ik ben weer druk aan het studeren op een paar boeiende muziekstukken. Het concert voor Bert Matter met veel minimal music en de werken van Jan Welmers hebben me weer erg geïnspireerd op het gebied van improvisatie. Net als het concert dat Geerten Liefting gaf in de Domkerk.

Orgelwerken rond Maria van Tournemire

Er zijn van die verrassingen die je krijgt. Zoals de prachtige cd met werken rond Maria van Charles Tournemire, uitgevoerd door Vincent Boucher. Ik zag hem liggen in de bibliotheek en wist niet wat ik hoorde! Wat een prachtige cd met werken van deze Franse componist. Uitgevoerd door een Canadese organist die in het dagelijks leven in de financiële wereld actief is.

Ik ben gek op Charles Tournemire. Hij weet in zijn orgelwerken altijd een prachtige sfeer los te maken. Als laatste leerling van Cesar Franck vertegenwoordigt hij het werk van zijn meester misschien wel het beste. Tournemire – organist van de Saint Clotilde in Parijs – liet zich inspireren door het Gregoriaans. Op deze cd hoor je dat overal terugkomen.

Is het eerste werk, de Pièce symphonique nog heel sterk geënt op het werk van zijn meester, soms hoor je de gelijknamige van zijn leermeester bijna letterlijk in terug. Tournemire slaat zijn geheel eigenzinnige weg. Het werk uit de L’Orgue mystique, op. 57 getuigt hiervan.

Vincent Bouler speelt 2 missen uit deze reeks, beide volgens de opbouw van een klassieke Gregoriaanse mis met een Introït, Offertoire, Élévation, Communion en Postlude. Pareltjes, stuk voor stuk. Vooral de ingetogen en langere delen spreken mij aan. In het Postlude uit het Office 2 “Immaculata Conceptio B. Maria Virginis” klinken de fluiten tegenover de strijkers, heel melodieus waarbij er meer ontstaat dan de muziek. Prachtig, een dromerige sfeer, die je helemaal vervoert.

Het moet overweldigend zijn geweest om in die tijd naar de Saint Clotilde te zijn gegaan. Ik zou zeker zijn afgereisd. Deze muziek is hemels en vertelt het evangelie op een muzikale manier. Dat bewijst Vincent Boucher ook in zijn uitvoering.

Het orgel waarop hij speelt staat in Canada en is gebouwd door Rudolf von Beckerath in 1960. Het is een monumentaal orgel en staat in een gebouw van kathedraal-formaat. Het instrument bevat veel neobarok-elementen en is ook geïnspireerd op Franse orgels van Cavaille Coll. De tongwerken klinken innemend en zuiver. Het spel van Vincent Boucher is heel overtuigend, soms bijna iets teveel gericht op de perfecte uitvoering.

Wel weet hij met zijn 4e cd met thematische werken van Charles Tournemire – eerder gaf hij muziek rond Pasen en Kerst uit – de muziek mooi geordend bij elkaar te plaatsen. Zo krijgen de hier uitgevoerde 10 korte muzikale schetsen uit de Petit fleurs musicales de aandacht die ze verdienen. De relatie met Maria zorgt ervoor dat de muziek dezelfde sfeer ademt.

Alleen het eerste deel is van een andere achtergrond. Dit muziekstuk geeft de cd vooral een historische lading. Als luisteraar hoe je heel goed hoe Tournemire ook beïnvloed is door zijn leermeester Cesar Franck. Al heeft hij nog geen jaar van hem lesgehad. Je hoort het hoe dan ook overtuigend terug.

Charles Tournemire Complete Orgelwerken Vol. 4, Mariae Virginis.
Tournemire: Twee delen uit L’Orgue mystique op. 55 & 57 – Pièce symphonique op. 16 – Petites fleurs musicales op. 66 – Postludes libres pour les antiennes de Magnificat op. 68. Vincent Boucher (orgel). Opname: febr. 2016 & jan. 2017, Oratoire Saint-Joseph du Mont-Royal, Montréal.
Atma ACD2 2473 68 minuten. Prijs: € 16,48.Bestel

Koraalfantasie op het Lutherlied

Het absolute hoogtepunt van de dubbelcd ligt bij de titelsong, de koraalfantasie op het Lutherlied ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ van Michael Praetorius. Het strijdlied van de Reformatie, steevast gezongen op Hervormingsdag. De muziektheoreticus Praetorius is vooral bekend van zijn koorwerken, maar Bart Jacobs laat hier een koraalfantasie horen dat zijn weerga niet kent. Wat een prachtig werk. Het staat daarmee onbetwist aan het begin van de rijke traditie van Noord-Duitse koraalfantasieën als van Scheidemann, Scheidt en niet te vergeten Matthias Weckmann.

Namen om wie je niet heen komt, die allemaal terecht zijn opgenomen op de dubbelcd: Samuel Scheidt (1587 – 1654) en Heinrich Schütz (1585 – 1672). De 2e cd is samengesteld rond de Lutherse mis. Het bevat alle elementen waaruit in de Lutherse traditie de liturgie is samengesteld. Het opent met het Deutsches Magnificat van Heinrich Schütz, gevolgd door de Deutsche Messe van Christoph Bernard (1628 – 1692).

Deutsche Passion

Verrassend element is de Deutsche Passion van Joachim Burck (1546 – 1610) waarin duidelijk de kerkmuzikale praktijk van de gezongen passie tot uiting komt. Het legt een mooie link naar de latere passies zoals Bach deze componeerde. Hier bevat het alleen nog de tekst uit het evangelie gezongen, zonder koralen en aria’s.

Ook op de 2e cd pronkt een koraalfantasie. Dit keer van een andere Praetorius, Hieronymus. Geen familie overigens van die andere, Michael. De koraalfantasie over Christ unser Herr zum Jordan kam. Evenaart niet helemaal de koraalfantasie van de 1e cd, maar komt wel akelig dichtbij. Heerlijk om naar te luisteren.

Schütz

Wat samensteller en artistieke leider Jérôme Lejeune vooral demonstreert met deze cd’s is dat de vocale muziek heel mooi klinkt samen met het orgel. De muziek van Schütz wordt vaak met ensembles gespeeld, wat in de kerkmuzikale praktijk heel vaak zo gedaan werd. Alleen zou het goed kunnen in de wat minder toebedeelde plaatsen vaak alleen met orgel gespeeld werd.

Bart Jacobs speelt de solowerken en begeleidt soms bij de vocale werken. Het deel van de grote koorwerken wordt begeleid door Haru Kitamika op een orgelpositief. De begeleiding van de koorwerken doet Bart Jacobs op het Thomas-orgel in Gedinne (Ardennen, tegen Franse grens). Dit instrument is geïnspireerd op kleinere orgels van dé Duitse orgelbouwer uit de barok Silbermann.

Op het grotere Thomas-orgel in het Franse Ciboure speelt Jacobs de solowerken. Een imposant instrument dat meer op de Nederlandse traditie is geënt. Verraden de registerbenamingen en de klank. Alleen misschien is het pedaal wat meer Duits georiënteerd. Het 5 jaar oude instrument klinkt vooral door de oude stemming innemend. Al

Achtergrondinformatie

Overigens mis ik dat wel in het zeer uitgebreide boekje waarin de cd’s zitten, de achtergrondinformatie bij de orgels en de keuze van deze instrumenten. Er had natuurlijk ook op historische Duitse orgels gespeeld kunnen worden zoals in Tangermünde of Katharinenkirche te Hamburg. Of minder vanzelfsprekende veel kleinere instrumenten.

Neemt niet weg dat met name het instrument in Ciboure, in de Franse Pyreneën, erg overtuigend klinkt. Al is de ruimte waarin het instrument staat tamelijk droog. Het is fraai geïntoneerd, meer Noord-Duits dan Nederlands vind ik, en ook met rijke afwisseling in registraties geeft Bart Jacobs een mooi beeld van dit orgel.

Soli Deo Gloria

Soli Deo Gloria, Alleen God de eer, is wel de lijfspreuk van Maarten Luther, maar in onze tijd draait het toch ook om de personen. Wat meer informatie over de uitvoerders van deze cd, zou wel een rijkdom geweest zijn. Dat geldt niet alleen voor Bart Jacobs en Lionel Meunier, maar ook voor de zangers van Vox Luminis. Een koor van wereldformaat.

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

Luthers muziek

Wat Maarten Luther naast zijn bijbelvertaling gebracht heeft, is vooral zijn muziek. Een enorme hoeveelheid liederen heeft de Duitse reformator gebracht. Zijn liederen zijn vaak geënt op de bestaande muzikale traditie. Het oeuvre vormt in elk geval een grote inspiratie voor heel veel componisten en muzikanten en krijgt onbetwist zijn hoogtepunt in de muziek van Johann Sebastian Bach.

De Brusselse organist Bart Jacobs werkt mee aan een dubbel-cd waarin de muziek van Maarten Luther een rol speelt. Het is van een andere orde dan bijvoorbeeld de orgelcd die Christiaan Ingelse ruim 20 jaar geleden in de St. Jan van Gouda speelde. Op deze dubbel-cd benaderen de makers de muziek vanuit de vocale ontstaanstijd.

Rijke Lutherse muzikale traditie

De cd biedt een buitengewoon interessante inkijk in de rijke Lutherse muzikale traditie. Zoals Pettegree opmerkt in zijn boek, maakt de reformatie in de begintijd een vrij heftige splitsing door. Het is de groep in Geneve die het niet eens wordt met Luther en zijn eigen weg gaat. Vanuit deze groep is in Nederland vooral de reformatie ingezet.

De muzikale traditie in de Nederlandse protestantse kerken gaat daarom uit van het Geneefse psalter en leunt minder op de rijke schat aan liederen die de Duitse beweging vanuit Luther kent. De dubbel-cd geeft een luisterrijke inkijk in deze prachtige traditie.

Meerstemmigheid

De meerstemmigheid staat hierin centraal. Daarbij proberen de samenstellers de muziek vooral te benaderen vanuit de kerkmuzikale praktijk waarin ze vooral in de eerste periode van de reformatie al tijdens Luthers leven zijn ingezet.

De cd’s laten veel vocale werken horen, bijna allemaal met orgelbegeleiding. Afgewisseld met enkele orgelbewerkingen van de betreffende liederen. Voor de dubbel-cd zijn 2 benaderingen gekozen. De eerste cd is vanuit het kerkelijk jaar samengesteld en loopt met de liederen het jaar door. Eindigend met de titelsong van de cd’s het strijdlied van de reformatie: ‘Ein feste Burg ist unser Gott’.

Lees morgen het 2e deel van deze cd-bespreking: Lutherkoraal

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

Meesterwerk – Licht en donker II

Een heus meesterwerk is Licht en donker II voor orgel van Jan Welmers. Het thema en de ondertitel is Te Deum. Eerbetoon aan God, waarin alle facetten van licht, donker, schaduw en schemer samenkomen. De eerste keer dat ik het werk hoorde op de cd Orgelwerken uit 1999, stonden mijn oren perplex. Wat een lawine aan geluid! Stel je je oren open, dan hoor je opeens alle tonen apart en krijgt het geluid zijn bestemming.

De uitvoering van Licht en donker in de Domkerk is er eentje waar ik mij het hele Jan Welmers Festival al op verheug. Deze compositie van de 80-jarige Welmers begint overweldigend. Wat ik hoor in de Domkerk, uitgevoerd door Jan Hage, geeft precies hetzelfde effect.

Een stortvloed van geluid waarbij langzaam alle tonen hun eigen plek krijgen. Alsof de zon fel de kerk binnenschijnt, waarna de klank langzaam wegsterft en zijn bestemming krijgt. Licht en donker II is een dynamisch werk waarbij de melodie in heel veel gedaantes terugkomt. Het geeft mij een verzadigd gevoel om dit muziekstuk in het echt te horen.

Het orgel zoals het orgel op zijn sterkst klinkt. Kan ook alleen maar zo geschreven zijn door een organist. De muzikale rijkdom van dit instrument dat mij al zo lang fascineert. Hier komen bij mij de werelden samen. Enerzijds de kerk, het instituut met de kakofonie aan liederen. Anderzijds ik als individu, losgescheurd en verscheurd door dat instituut, zoekend naar de waarde van deze muziek.

Dat balt voor mij samen in dit muziekstuk. Jan Welmers grijpt je in deze muziek bij de kladden. En daar betrap ik mijzelf ook op in de Domkerk. Je kunt zelf de melodieën uit dit orgelwerk halen, waarbij je met meer muziek weggaat dan waarmee je gekomen bent. Wat is dit een prachtige ervaring.

Dat geldt voor het hele Welmers Festival. Ik heb de 3 concerten in de Domkerk mogen meemaken. Een belevenis waarbij het eerste concert overweldigend was en mij dagenlang in de tang hield. Het 2e concert was voor mij een feest vanwege Invocazione en het grote koorwerk Licht en Donker IV.

Het laatste concert in de Dom staat voor mij met het meesterwerk Licht en donker II voor orgel. Hier uitgevoerd met de gezongen melodie. Het geeft een beleving die zijn weerga niet kent. Niet op te roepen met de cd-opnames van dit muziekstuk. Wat een kracht klinkt er in dit muziekstuk. Het is eindeloos te beluisteren, maar de beleving in de kerk is niet te overtreffen.

Ik hoop dat het Jan Welmers Festival bijdraagt aan het vaker uitvoeren van werken uit het bijzondere oeuvre van Jan Welmers. En ik hoop dat Jan Welmers nog veel mooie, nieuwe werken zal schrijven. Hij heeft al een compositieopdracht van het orgelpark, dus dat zit wel goed.

Adembenemend – Licht en donker IV in Domkerk

Jan Welmers volgt in Licht en donker IV prachtig de tekst van Dag Hammarskjöld. De solo’s met sopraan, mezzo-sopraan en tenor zijn een mooie afwisseling met de delen die het koor zingt. Ook hier soms moeilijke passages waarbij de tekst soms erg wringt met het tempo van de grillige melodielijn.

Adembenemend zijn de langer uitgesponnen melodielijnen. Het is de bijzonder zorgvuldig opgebouwde spanning die zo kenmerkend is in het werk van Jan Welmers. Bij een uitvoering in de gotische Domkerk waar de najaarszon zo speelt met de hoge vensters. Het spel van licht en donker is niet alleen te horen, maar ook te zien.

Het zijn natuurlijk ook de contrasten die hier naar voren komen en die het licht en donker zo mooi laten klinken. Zoals de lange toon die meer en meer aanzwelt gedurende het 5e deel. Hier staat de vermoeidheid centraal, maar dat je desondanks je rug recht moet houden.

De lange toon met de stemmen die erboven klinken, maken het contrastrijk. De klankstroom waarbij melodieën en ritmes samenkomen en hun muzikale verhaal vertellen. Ze versterken de teksten van Hammerskjöd die Welmers heeft gebruikt in deze compositie.

Het is de grote gemene deler die de werken uit de serie Licht en donker met elkaar verbinden: de contrastrijke muziek. Ik kan daar bijzonder van genieten. Net als de vele motieven uit het ‘Te Deum’ en liederen als ‘Nun komm’ der Heiden Heiland’ die in elke compositie uit deze serie terugkomen.

Het mooie van dit Jan Welmers Festival is de mogelijkheid om deze woorden live te horen. De indruk die dat op je maakt, is niet te vergelijken met magere beleving die een klankdrager geeft. Daarom is het voor mij zo de moeite waard elke week weer naar Utrecht af te reizen voor een welkom deel uit deze serie.

Tegelijkertijd is je hoofd ook een spons die snel verzadigd raakt. Zo vind ik de afsluitende koraalfantasie van Max Reger, ‘Halleluja Gott zu loben’, bij dit concert overbodig. Schitterende uitvoering van Gerrit Christiaan de Gier, maar na Invocazione en Licht en donker IV, komt het wel over als een zwaar toetje na een overdadige maaltijd waarvan je al helemaal vol bent.