Categoriearchief: organist

Niet interessant weetje? – #leestip

In zijn boek Oude Maasweg kwart voor drie schrijft Merlijn Kerkhof 14 weetjes die voor de lezer misschien niet zo interessant zijn. Zo vermeldt hij het volgende weetje, nummer 12:

In het nummer Maassluis wordt gerefereerd aan het orgel van de Groot Kerk. Aan het eind van het nummer klinkt echter niet het Maassluise Garrels-orgel, maar het Van Peteghem-orgel uit de Grote Kerk van Vlaardingen. De huurprijs van de kerk in Maassluis was volgens Kerkhof te hoog. (Oké dit vindt echt niemand interessant denk ik? (p. 215)

Ik vind het juist waanzinnig interessant. Herinner me ook een interview met Wim Kerkhof in het online orgeltijdschrift Orgelnieuws. Hierin steekt hij zijn liefde voor organisten en Feike Asma in het bijzonder niet onder stoelen of (kerk)banken. Hij stapte in zijn studententijd geregeld de Groote Kerk van Maassluis in. Niet voor het geloof, maar puur voor het orgelspel.

Overigens wordt in dit interview niet het geheim prijsgegeven welk orgel je aan het eind van het liedje Maassluis hoort. Volgens Wim Kerkhof zou het nummer een verkorte versie zijn van de Cantilene. Het beroemde stuk van Rheinberger dat Feike Asma op die bekende Langspeelplaat vanuit Maassluis speelt.

Interessant detail

Buiten dit detail die waarschijnlijk weinig lezers van het boek Oude Maasweg kwart voor drie zullen interesseren, is het boek van Merlijn Kerkhof heel interessant. Het vertelt de geschiedenis van misschien wel de meest bijzondere band van Nederland. Dat laatste is geen weetje, Merlijn Kerkhof vindt The Amazing Stroopwafels de beste band ooit. Maar dat vind ik een beetje te ver gaan.

Lees mijn boekbespreking op Litnet: Verbazende stroopwafels

Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie, Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels. Amsterdam: Thomas Rap, 2019. ISBN: 978 94 004 0641 4. 252 pagina’s. Prijs: € 19,99 (paperback); € 12,99 (e-book).
Bestel

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

Invocazione in Domkerk

Zo luisterend naar de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk valt onmiddellijk op hoe sterk de ruimte bijdraagt aan de beleving. Het werk komt live veel intenser binnen. De klank van de repeterende a, in dit hoge tempo, geeft de muziek meteen veel energie.

Het later volgende onderliggende motief in de tenor, krijgt daarmee extra dimensie. De bewegingen en ritmes cirkelen om die repeterende a heen. De grote ruimte in de Domkerk maakt die beleving nog veel sterker dan wanneer je een opname van dit muziekstuk beluisterd.

Net als de momenten waarop alleen de toon klinkt. Er treedt een vreemde verdringing op binnen de rest van het muziekstuk. De Invocazione krijgt een steeds zwaardere lading hierdoor. De spanning wordt stapje voor stapje verder opgebouwd. Iets waar Jan Welmers in zijn muziek een ware meester is. Dat proef je helemaal in een live uitvoering, waarbij elk moment weer een nieuwe beleving oproept.

De motieven gedragen zich als klaterende bergbeekjes. Alleen vallen de tonen niet alleen naar beneden, ze schieten in de motiefjes ook omhoog. Jan Welmers weet je in dit muziekstuk vast te houden. Zeker ook als het hoogtepunt komt waarbij zelfs de a wegvalt. De repeterende toon heeft zich dan zo vastgeklonken in je hoofd dat je hem gewoon in gedachten hoort verder gaan.

Daarna de akkoorden die allemaal spelen met dit gegeven en het orgel uit zijn voegen laten barsten, waarna de a weer terugkeert. Bij Ko Zwanenburg niet meer repeterend, maar in een lange aanhoudende toon, onderbroken door een repeterende tegenhanger. Zo versterft het motief langzaam, maar het blijft nog lang in je hoofd nagalmen.

Die afbouw aan het einde is minstens zo belangrijk in de opbouw van deze compositie. De climax is zeker het meest intense gedeelte waarbij je letterlijk en figuurlijk niet meer om de muziek heen kunt. Je moet het toelaten. Het einde geeft weer de rust en ruimte waarmee het muziekstuk begon, zo neem je langzaam weer afstand van die grootse en meeslepende beleving. Ik kan daar dus onwijs van genieten.

Dat gebeurt bij de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk ook. De rinkelende bel en het gejoel buiten. Ze zijn er, maar je wordt zo in de Invocazione getrokken dat je al dat rumoer vergeet. Hier ben je even één met de muziek.

Invocazione

Mogelijk is de Invocazione van Jan Welmers het eerste muziekstuk dat ik van Jan Welmers heb gehoord. Ik weet het niet zeker meer, het was op de radio in een opname van Ko Zwanenburg in de Utrechtse Nicolaikerk.

Invocazione is een imponerend werk dat vanmiddag hier in de Domkerk klinkt bij het Welmers Festival. De minimalistische orgelwerken ken ik vaak in vertrouwde uitvoeringen van bijvoorbeeld Berry van Berkum of Ko Zwanenburg. Ik hoorde de uitvoering van Invocazione ooit op de radio ergens begin jaren ’90.

Nu ik het zo hoor, kom ik onbetwist tot de conclusie: dit orgelwerk komt het beste tot zijn recht live in de kerk. Wat een prachtig orgelwerk is dit toch. De ruimte bepaalt voor een groot gedeelte de beleving. De aanhoudende herhaling van die ene toon. Wat een meesterwerk en wat is dit genieten.

Invocazione uit 1988 staat voor aanroep. Je zou het snel verwarren met het vorige week door Jan Hage gespeelde Litanie. Litanie is een jaar eerder gepubliceerd en is een minimal werk dat draait rond de kracht van de herhaling dan Invocazione.

Veel luisteraars verwarren beide werken en eigenlijk is dat een compliment voor beide werken. Het zijn namelijk allebei heel eigen werken, die als je ze apart beluisterd een vrijwel identieke beleving oproepen. Mogelijk levert dit die verwarring op.

Het experiment van Jan Welmers bij Invocazione is om zoveel mogelijk zeggen in zo min mogelijk noten. En daar slaagt Jan Welmers wonderwel in.

Lees het vervolg: Invocazione in de Domkerk

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.

Veel verrassingen

Dit concert van Geerten Liefting in de Domkerk bestaat uit veel verrassingen. Dit geldt zeker voor “Thème et Variations” van Marco Enrico Bossi (1861 – 1925). Een voor mij onbekend orgelwerk. De variaties bieden veel kans om de enorme klankrijkdom van het Domorgel te demonstreren. Al blijft het hoogtepunt van deze variatiereeks in de afsluitende Fuga. Magistraal. Het maakt eigenlijk alle voorgaande variaties overbodig. Of zou dit een truc van de componist zijn: eindigen met het hoogtepunt.

De “Aria” van Jehan Alain klinkt prachtig in de Domkerk. De ritmes werken aanstekelijk. Die ruimte die zo meewerkt en waarbij de fluiten zo intiem klinken. Het rustige, Gregoriaans motief aan het einde krijgt de hele Domkerk muisstil. Zelfs de herrie buiten verstilt. Alleen met de muziek. Onvergetelijk.

Een componist die je ook weinig hoort op concerten en die Geerten Liefting hier in de Domkerk laat horen: de leerling van Messianen: Jean-Louis Florentz (1947 – 2004). Florentz liet zich niet alleen door het katholieke geloof inspireren, hij maakte ook veel studie van Afrikaanse muziek en was vaak in Ethopië te vinden.

Die vermenging van Arabische en Afrikaanse muziek is duidelijk terug te horen in “Dis-moi ton Nom”, vertel me je naam. Wat een ritmiek! Geerten Liefting weet dit muziekstuk prachtig te vertolken in de Domkerk. Het Bätzorgel leent zich goed voor deze klankverscheidenheid. De ruimte doet de rest. Het orgel en de ruimte vormen hier in de Utrechtse Dom wel dé combinatie. Beter kan niet.

Lees verder: Improvisaties en eigen werk

Rijke klankwereld in Domkerk

Het concert van Geerten Liefting, winnaar van onder andere het improvisatieconcours van Haarlem, in de Domkerk is mede een reden om naar Utrecht te fietsen. Het is een rijk programma dat de organist van de Bonaventurakerk in Woerden heeft samengesteld. Veel onbekend werk, eigen werk en improvisaties.

De transcripties van werk van Sergei Rachmaninov vallen onder het thema van de zomerconcerten in de Utrechtse Domkerk. Het thema is transcripties, waarmee Geerten Liefting mooi aansluit bij de rest van de programma’s. Concertgevers moeten minimaal 1 transcriptie opnemen.

Geerten Liefting kiest voor 2 werken van Sergei Rachmaninov, bewerkt door Reize Smits. Het openingswerk Preludium in g is een prachtige compositie om het concert mee te openen. Lekker meeslepend, mede door de tongwerken aangezwengeld. Het Vocalise dat volgt, komt bij mij wat minder binnen. Waardoor dit komt, is mij niet helemaal duidelijk. Het is namelijk een prachtig stuk dat normaal wordt uitgevoerd met piano en cello als solo-instrument.

Misschien dat het stuk teveel wordt opgeslokt door de ruimte of dat het stuk te vroeg geprogrammeerd staat. De uitvoering is namelijk heel mooi, prachtig gedragen tempo en rustige uitkomende stemmen met de prestant van het rugwerk. De melancholie weet Geerten Liefting heel sterk over te brengen.

Lees het vervolg: Veel verrassingen

Doorschuiven

Wat ik overigens frappant vind is dat het publiek bij het concert in de Nicolaikerk eerst rond het Sweelinckorgel in het midden van de kerk zit. Als het concert van Toon Hagen zich verplaatst naar het hoofdorgel, schuift het publiek meer naar de westkant van de kerk.

Ik kies een plekje vooraan en vraag me later af of het niet te dicht bij het orgel is. Zeker in het slotstuk komt het instrument best op me af. De intonatie zonder compromissen maakt het instrument extra scherp. Dan kun je de ruimte inderdaad misschien wat beter mee laten spelen door verderop te zitten. De gedachte dat ik iets zou missen, speelt mee.

Het stuk van Toon Hagen zelf “Morning dance” is rustiek opgebouwd. Ook mooi gespeeld op de fluiten van het hoofdorgel. Het is een heel spannend instrument, demonstreert Toon Hagen. De compositie is geïnspireerd op psalm 104, waarin heel de natuur God lof zingt. Toon Hagen weet het in fraaie lijnen uiteen te zetten, mooie motieven die geleidelijk in elkaar overgaan. Zeker ook omdat de ritmes eveneens geleidelijk verschuiven.

De muziek van Bach is muziek waar je niet op uitgekeken raakt, volgens Toon Hagen. Het legatospel van Bachs orgelkoraal “Wir Christenleut”, BWV 612 uit het Orgel=Büchlein is eigenlijk best gedurfd op dit orgel. Grenst soms tegen het houdbare aan, maar Toon Hagen weet hiermee een heel andere kant van het instrument op te roepen. Gedurfd omdat het gevaar van de brei dreigt, maar hij pakt erg mooi uit.

Voor Toon Hagen blijven de 6 Triosonates van Bach muziek die je tot in het oneindige kunt uitvoeren. Hij verrast vanmiddag met de zware registraties op de eerste Triosonate in Es, BWV 525. Een muziekstuk dat meestal heel subtiel en fijngevoelig wordt uitgevoerd. Het levert best verrassende elementen op.

Daarmee komt het slotstuk, de feestelijke “Preludium en Fuga in G”, BWV 541 nog extra onder druk te staan. Glasheldere mixturen in combinatie met een heel strak, bijna zakelijk. Dan komt het best op je af als je best wel dicht op het orgel zit.

Al blijft het geweldig om het einde zo mooi groots en meeslepend te horen. De Fuga krijgt daarmee het volle werk dat het verdient!

Wind van binnen

Beetje vreemd als je 3 uur gefietst hebt, de spieren nog loeiheet zijn van de beweging. Eigenlijk had je wat meer moeten drinken onderweg. Je hoofd is nog knalrood en dan stap je een orgelconcert binnen. Luisteren, terwijl de wind van buiten nog in je oren suist, hoor de wind binnen. Dat is het concert van Toon Hagen in de Utrechtse Nicolaikerk.

Als ik mijn fiets op slot zet, begroet een vrouw mij vriendelijk. Ze vraagt of ik ook voor het concert kom. Ik knik. ‘Mooi hè?’ Ze geniet al met haar hele gezicht. Ik durf niet altijd zo vooringenomen een concert te beginnen, maar haar enthousiasme is aanstekelijk.

Eerst even acclimatiseren. Ik heb behoorlijke last van spierkramp, te fanatiek begonnen en niet genoeg gedronken. Maar ik ben wel op tijd en daar was het mij allemaal om te doen. Nu moet ik even op de blaren zitten, besef ik.

Toon Hagen begint met Johann Gottfried Walter (1684 – 1748) op het Sweelinckorgel. Wat een prachtig instrument is dit. Heel fijngevoelig en lichtvoetig. Best een grote dispositie voor zo’n instrument en wat een geluid. Je raakt er helemaal van vervuld. Het verveelt eigenlijk nooit.

De variatiereeks “Jesu, meine Freude” van Walter leent zich erg goed voor dit instrument. Toon Hagen kiest mooie, eenvoudige registraties en houdt het heel dicht bij de bron. Daardoor weet hij de spanning mooi op te bouwen en laat veel aspecten van dit bijzondere orgel horen. Al krijg ik na het horen van dit muziekstuk vooral behoefte om nog meer te willen horen.

De aanpak die Toon Hagen juist op het Sweelinckorgel kiest, subtiele registraties, verschuift hij naar bredere en vollere registraties op het hoofdorgel van Marcussen. Het instrument leent zich daar erg goed voor, ontdek ik. Het geeft de bekende muziekstukken van Bach een nieuwe glans.

Lees morgen het vervolg van mijn verslag over het concert van Toon Hagen op de orgels in de Utrechtse Nicolaikerk: Doorschuiven.

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’