Categoriearchief: organist

Niet interessant weetje? – #leestip

In zijn boek Oude Maasweg kwart voor drie schrijft Merlijn Kerkhof 14 weetjes die voor de lezer misschien niet zo interessant zijn. Zo vermeldt hij het volgende weetje, nummer 12:

In het nummer Maassluis wordt gerefereerd aan het orgel van de Groot Kerk. Aan het eind van het nummer klinkt echter niet het Maassluise Garrels-orgel, maar het Van Peteghem-orgel uit de Grote Kerk van Vlaardingen. De huurprijs van de kerk in Maassluis was volgens Kerkhof te hoog. (Oké dit vindt echt niemand interessant denk ik? (p. 215)

Ik vind het juist waanzinnig interessant. Herinner me ook een interview met Wim Kerkhof in het online orgeltijdschrift Orgelnieuws. Hierin steekt hij zijn liefde voor organisten en Feike Asma in het bijzonder niet onder stoelen of (kerk)banken. Hij stapte in zijn studententijd geregeld de Groote Kerk van Maassluis in. Niet voor het geloof, maar puur voor het orgelspel.

Overigens wordt in dit interview niet het geheim prijsgegeven welk orgel je aan het eind van het liedje Maassluis hoort. Volgens Wim Kerkhof zou het nummer een verkorte versie zijn van de Cantilene. Het beroemde stuk van Rheinberger dat Feike Asma op die bekende Langspeelplaat vanuit Maassluis speelt.

Interessant detail

Buiten dit detail die waarschijnlijk weinig lezers van het boek Oude Maasweg kwart voor drie zullen interesseren, is het boek van Merlijn Kerkhof heel interessant. Het vertelt de geschiedenis van misschien wel de meest bijzondere band van Nederland. Dat laatste is geen weetje, Merlijn Kerkhof vindt The Amazing Stroopwafels de beste band ooit. Maar dat vind ik een beetje te ver gaan.

Lees mijn boekbespreking op Litnet: Verbazende stroopwafels

Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie, Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels. Amsterdam: Thomas Rap, 2019. ISBN: 978 94 004 0641 4. 252 pagina’s. Prijs: € 19,99 (paperback); € 12,99 (e-book).
Bestel

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

Muziek in 2017 – overzicht

2017 loopt op zijn eindje. Daarom de komende periode een paar jaaroverzichten. Wat heeft 2017 mij muzikaal gebracht?

Een bijzonder jaar. Ook muzikaal gezien. Weer een beetje het concertbezoek opgepakt. Hoogtepunten zijn wel de jubileumconcerten rond Bert Matter en Jan Welmers. Bert Matter kreeg een concert van zijn leerlingen aangeboden. Jan Welmers kreeg maar liefst 10 concerten aangeboden.

10 verjaardagsconcerten

Van die 10 heb ik er 3 van bezocht, alledrie in de Domkerk. Heel mooi om zo weer mijn voorliefde voor moderne orgelmuziek op te frissen. Zelf mocht ik ook eindelijk weer de klavieren beroeren. Ik heb genoten in juli en augustus om te spelen in Noordwijk.

Daarnaast blijf ik vooral genieten van mijn eigen harmonium. Er zijn wel 4 harmoniums verkocht het afgelopen jaar. Een flinke verschraling in het muzikale aanbod.

Ik mocht gelukkig een paar mooie concerten meemaken:

Fietsrit naar 2 orgelconcerten

Genoten van de fietsrit die ik op 19 augustus heb gemaakt, fietsend langs Hilversum en Maartensdijk. De terugweg gepakt langs de Vecht en zo kronkelend naar huis gereden. Een flinke afstand, maar wel heel erg mooi. Die dag maar liefst 2 orgelconcerten bezocht. En dat was erg genieten. Eerst Toon Hagen in de Nicolaikerk. Mooi verzorgd en gespeeld. De nieuwe ontdekking was Geerten Liefting, prijswinnaar van Haarlem in 2016.

Mijn vuurdoop in het concertgebouw! Dit jaar beleefde ik een schitterend concert met werken van Rachmaninov. Wat heb ik genoten. Ik ben mijn collega Fred nog altijd dankbaar voor zijn uitnodiging.

Orgelcd’s

Ook veel nieuwe cd’s gekocht en beluisterd:

Zijn er een paar dingen die ik in 2018 niet moet missen? Het Orgelfestival in Haarlem? Ik ben nog nooit naar het improvisatieconcours geweest. Daar zou ik toch eens een keer aan moeten beginnen. Ik mis nog steeds de opnames van de laatste keer. Ze zijn nog steeds niet te vinden op internet.

Wat betreft mijn eigen muzikale ontwikkeling: ik ben weer druk aan het studeren op een paar boeiende muziekstukken. Het concert voor Bert Matter met veel minimal music en de werken van Jan Welmers hebben me weer erg geïnspireerd op het gebied van improvisatie. Net als het concert dat Geerten Liefting gaf in de Domkerk.

Invocazione in Domkerk

Zo luisterend naar de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk valt onmiddellijk op hoe sterk de ruimte bijdraagt aan de beleving. Het werk komt live veel intenser binnen. De klank van de repeterende a, in dit hoge tempo, geeft de muziek meteen veel energie.

Het later volgende onderliggende motief in de tenor, krijgt daarmee extra dimensie. De bewegingen en ritmes cirkelen om die repeterende a heen. De grote ruimte in de Domkerk maakt die beleving nog veel sterker dan wanneer je een opname van dit muziekstuk beluisterd.

Net als de momenten waarop alleen de toon klinkt. Er treedt een vreemde verdringing op binnen de rest van het muziekstuk. De Invocazione krijgt een steeds zwaardere lading hierdoor. De spanning wordt stapje voor stapje verder opgebouwd. Iets waar Jan Welmers in zijn muziek een ware meester is. Dat proef je helemaal in een live uitvoering, waarbij elk moment weer een nieuwe beleving oproept.

De motieven gedragen zich als klaterende bergbeekjes. Alleen vallen de tonen niet alleen naar beneden, ze schieten in de motiefjes ook omhoog. Jan Welmers weet je in dit muziekstuk vast te houden. Zeker ook als het hoogtepunt komt waarbij zelfs de a wegvalt. De repeterende toon heeft zich dan zo vastgeklonken in je hoofd dat je hem gewoon in gedachten hoort verder gaan.

Daarna de akkoorden die allemaal spelen met dit gegeven en het orgel uit zijn voegen laten barsten, waarna de a weer terugkeert. Bij Ko Zwanenburg niet meer repeterend, maar in een lange aanhoudende toon, onderbroken door een repeterende tegenhanger. Zo versterft het motief langzaam, maar het blijft nog lang in je hoofd nagalmen.

Die afbouw aan het einde is minstens zo belangrijk in de opbouw van deze compositie. De climax is zeker het meest intense gedeelte waarbij je letterlijk en figuurlijk niet meer om de muziek heen kunt. Je moet het toelaten. Het einde geeft weer de rust en ruimte waarmee het muziekstuk begon, zo neem je langzaam weer afstand van die grootse en meeslepende beleving. Ik kan daar dus onwijs van genieten.

Dat gebeurt bij de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk ook. De rinkelende bel en het gejoel buiten. Ze zijn er, maar je wordt zo in de Invocazione getrokken dat je al dat rumoer vergeet. Hier ben je even één met de muziek.

Invocazione

Mogelijk is de Invocazione van Jan Welmers het eerste muziekstuk dat ik van Jan Welmers heb gehoord. Ik weet het niet zeker meer, het was op de radio in een opname van Ko Zwanenburg in de Utrechtse Nicolaikerk.

Invocazione is een imponerend werk dat vanmiddag hier in de Domkerk klinkt bij het Welmers Festival. De minimalistische orgelwerken ken ik vaak in vertrouwde uitvoeringen van bijvoorbeeld Berry van Berkum of Ko Zwanenburg. Ik hoorde de uitvoering van Invocazione ooit op de radio ergens begin jaren ’90.

Nu ik het zo hoor, kom ik onbetwist tot de conclusie: dit orgelwerk komt het beste tot zijn recht live in de kerk. Wat een prachtig orgelwerk is dit toch. De ruimte bepaalt voor een groot gedeelte de beleving. De aanhoudende herhaling van die ene toon. Wat een meesterwerk en wat is dit genieten.

Invocazione uit 1988 staat voor aanroep. Je zou het snel verwarren met het vorige week door Jan Hage gespeelde Litanie. Litanie is een jaar eerder gepubliceerd en is een minimal werk dat draait rond de kracht van de herhaling dan Invocazione.

Veel luisteraars verwarren beide werken en eigenlijk is dat een compliment voor beide werken. Het zijn namelijk allebei heel eigen werken, die als je ze apart beluisterd een vrijwel identieke beleving oproepen. Mogelijk levert dit die verwarring op.

Het experiment van Jan Welmers bij Invocazione is om zoveel mogelijk zeggen in zo min mogelijk noten. En daar slaagt Jan Welmers wonderwel in.

Lees het vervolg: Invocazione in de Domkerk

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.