Categoriearchief: nestkastje

Broedende koolmezen – Tiny House Farm

Vorig jaar hebben we het erg gemist: de roep van de koolmezen. In ons vorige huis aan de Alkmaargracht hadden we jaarlijks een koppeltje koolmezen in een nestkastje te broeden. Net als dat er vaak een merel meerdere nestjes had in onze voor of achtertuin.

De merel is nog niet gekomen, maar we hebben dus dit jaar een koppeltje koolmezen te gast in het nieuwe mezenkastje. Ik kreeg het kastje al een jaar eerder voor Sinterklaas. We hebben het samen met 2 andere aan het einde van de zomer opgehangen aan de nieuwe schuur. Zo konden de vogels alvast wennen aan het nieuwe onderkomen.

de nestkastjes voor de koolmees aan het schuurtje
Het linkerkastje is bezet door de koolmezen. Het tuinhek heb ik dit weekend gemaakt.

Vrolijk fietspompje

Dat is gelukt. We horen nu al een paar weken het vrolijke fietspompje in onze tuin. Gevolgd door die mooie vlucht, ze golven echt door de lucht. Dat is genieten zeg.

De ontdekking dat ze in je nestkastje zitten, is ook heel gaaf. Eerst denk je het, maar je kunt ze er nog niet op betrappen. Ze hebben het ook heel goed in de gaten dat je ze volgt. Dan krijg je steeds meer bewijzen. Ze worden zelf door de drukte slordiger. Al reageren ze nog steeds als ik in de weg sta bij hun aanvliegroutes. Gisteren zag ik hem er echt in vliegen het bewijs.

is er genoeg te eten voor de koolmees in onze jonge tuin?

Genoeg te eten voor koolmezen?

En dan meteen maak ik me ook zorgen. Is er wel genoeg voor ze om te eten in onze tuin? Zoveel groeit er nog niet. Ze kunnen zich laven aan de rupsen in onze appelbomen. Ik heb ze al een paar weken niet meer gezien. Verder zijn er natuurlijk de rupsen in de kool. Maar of dat voldoende is.

De koolmees heeft het zelf ook al in de gaten. Soms snoept hij iets uit de halfvolle pot met vogelpindakaas en vliegt ermee naar het nest. Als dat een mooie aanvulling is op zijn dieet, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Maar je voelt je toch een beetje gastheer.

het nestkastje van de koolmezen aan de schuur
Het nestkastje, niks verklappen aan de eksters en kraaien 😉

Nu de merels nog

De merel laat nog even op zich wachten. Daarvoor moeten de bomen echt wat groter zijn. Ik heb er een paar plankjes voor gemaakt in het schuurtje. Aan de goede kant (op het noordoosten). Net als het nestkastje voor de roodborstjes.

In de winter en het vroege voorjaar zagen we veel roodborstjes in onze tuin. Nu wat minder. Het is wat minder geschikt voor ze om te nestelen. Ook het winterkoninkje heb ik al een tijdje niet meer gezien. Maar de vreugde voor het koppeltje koolmezen is mij heel veel waard.

Nesthaar

mus-eet-haar-teunWe zitten te gourmetten met uitzicht op de achtertuin. Een koppeltje koolmeesjes vliegt af en aan. Ze hebben het nestkastje betrokken dat net boven de achterdeur hangt. Het mannetje roept vanuit het Ginkgoboompje en het wijfje komt met nestmateriaal in haar snavel.

‘Hé’, zeg ik tussen twee happen door. ‘Ze heeft een beetje haar meegenomen.’ Ineens kom ik op het idee wat geplukt haar van Teuntje op te hangen. Inge heeft het bewaard in een emmertje. Eerder legde ze al wat haar in de achtertuin. Dit belandde voornamelijk in de bek van Saartje die het uit alle hoeken en gaten van de achtertuin haalde.

koolmees-eet-teun

Nu zie ik mijn kans en loop tussen twee bakbeurten even van tafel om wat plukjes in de hortensiastruik op te hangen. Aan de uitstekende takjes vlecht ik wat haar van Teun. We kunnen meteen zien of het nestmateriaal in de smaak valt of niet.

Ik zit nog niet of het mannetje ziet de plukken haar al wapperen in de wind. Hij roept het wijfje vanuit de Ginkgo. Ze komt er al aangevlogen en vliegt stukje voor stukje naar de haarplukjes. Voorzichtig trekt ze de haren los en selecteert zorgvuldig de fijnste haartjes. Daarna vliegt ze met een snavel vol teckelhaar naar het gaatje van het nestkastje. Het mannetje fluit er meteen vrolijk op los.

mus-gebruikt-teun-als-nestmateriaal

Het gefluit blijft ook andere vogels niet onopgemerkt. Binnen de kortste keren vliegen er ook musjes af op de haarplukken in de hortensia. Zij gaan wat ruiger te werk en trekken meteen alles los. De haarplukken vliegen door de lucht. Behendig komt het koolmeesvrouwtje eraan gevlogen en vangt de pluisjes op.

Zo krijgt het nestje zijn fluweelzachte bekleding met het zachte haar van onze teckel Teuntje. Die lijkt er wat minder enthousiast over. Zij vliegt af en toe wild naar het raam als een vogel iets te dicht in de buurt komt. Als ze in de tuin is, tuurt ze voortdurend omhoog op zoek naar overvliegende nestgangers.

mus-met-nestmateriaal

De vogels lijken zich weinig aan te trekken van de Teuns drukte. Zij trekken vooral de haartjes los. Een hele dot haar houden ze vast in de snavel en daar vliegen ze mee weg. Het verbaast mij nog hoe ze zich weten te balanceren met al dat nestwaar in de snavel.

koolmeesje-in-ginkgo

 

Dank aan Inge voor het schieten van de mooie foto’s.

Zuidas in de nesten

image
Het grote plein voor het station Amsterdam Zuid telt 2 bomen. De bast is gehavend. In de winter ziet het er nog troostelozer uit. Zeker als de regen toeslaat. Dan blijft er weinig over van de natuur tussen al het gepolijste natuursteen.

Ineens vielen mij vandaag de nestkastjes op die in de boom hangen. Van boven hebben de kastjes puntdakjes. 3 gaten vertellen dat vogels hier een vrije vestingplaats hebben. Ze vallen niet zo op tegen de groene bast van de boom.

Zou een vogel hier met plezier schuilen? De regen druilt mijn haar nog natter en ik vraag me af waarom een vogel hier een nest zoekt. De bosjes verderop bij de spoordijk zouden meer moeten aanspreken.

De initiatiefnemer dacht blijkbaar aan psalm 84, waarbij de dichter zingt over de mus die een veilig huis vindt in het ‘kunstig nest’ bij ‘uw altaren’. De Zuidas geldt net zo goed als een altaar. Weliswaar voor een andere god, maar het nest is er kunstig genoeg voor.

Koolmees en pimpelmees vliegen uit

Jonge pimpelmees die elk moment kan uitvliegen

De koolmezen in ons nestkastje en de pimpelmezen in het kastje van de buurman, piepten de afgelopen week dat het een lieve lust was. Ze riepen naar hun ouders voor extra eten. Het piepen hoorden wij bij het krieken van de dag en het hield pas op als het helemaal donker was geworden. Het kon niet meer lang duren voordat ze zouden uitvliegen.

Ik wachtte met spanning op het moment dat ze de vleugels voor het eerst zouden uitslaan. Het staat ergens wel symbool voor het kind dat zijn ouderlijk huis verlaat. De boze buitenwereld wacht op ze en overal loert het gevaar. Ik voelde het als ouder als geen ander. Je kind is oud genoeg om de vleugels uit te slaan. Maar is tegelijkertijd nog heel erg op de ouders aangewezen.

Vooral de pimpelmezen leken elk moment uit te gaan vliegen. Maar toen ik gisterochtend buiten kwam hoorde ik de koolmezen uit ons nestkastje niet meer piepen. Zij waren al uitgevlogen. Ik had ze die ochtend in bed nog horen piepen. Ze waren uitgevlogen. Lees verder Koolmees en pimpelmees vliegen uit

Nestkastjes uitruimen en verhuizen

De nestkastjes op de nieuwe plekken. Beschut of bedreigd?

Augustus of september is de perfecte tijd om nestkastjes uit te ruimen, vertelt de website van de vogelbescherming. Ik kwam toevallig terecht op de website beleefdelente.nl waarin een koppeltje koolmezen in de tuin van het hoofdkantoor van de vogelbescherming per nestkastje wordt gevolgd. Het eerste broedsel mislukt jammerlijk, maar een nestkast verderop – eigenlijk bedoeld voor mussen – zorgt voor het uitvliegen van een jong.

Voorzichtig kijken in de koolmezennestkast wat ik er zou aantreffen

Herkenbare verhalen. Ik dacht terug aan het koppeltje koolmezen bij ons in de tuin, afgelopen voorjaar. Bij het zien van de beelden herkende ik het gedrag. De onrust bij het maken van het nest. We hoorden het ’s morgens vroeg al. Nu zag ik de beelden erbij. Heel interessant. Ook ontdekte ik dat ons koolmeesnestje overduidelijk een tweede leg was in dit voorjaar. Ze hebben eerst ergens anders gezeten. Heel goed mogelijk is de kast van de buurman de plek geweest van het eerste broedsel. Ze zoeken altijd in de buurt een plekje voor het tweede legsel.

Bij het schoonmaken van de koolmezenkast trof ik dit aan

Het bracht met gelijk op een ander ding: het nestkastje uitruimen. Willen we komend voorjaar kans maken op een nieuw broedend koppeltje, dan moet de nestkast worden schoongemaakt. Ik had weleens eerder gelezen dat dit uitruimen best nog confronterend kan zijn. Zo kan het nest heel vies zijn en boordevol parasieten.

Het nestje uit de kast gehaald. Heel de opbouw zie je terug

Ik maakte eerst voorzichtig een foto, bang voor wat ik er aan kon treffen en stuitte direct al op het lichaam van een dood kuiken. Nadat ik het nest voorzichtig met een schep uit de kast had gewipt, konden we het dier beter bekijken. Ik zag ook de prachtige nestopbouw: eerst takjes, dan mos en tenslotte haren. In het nest dat ik eruit heb gewipt zie je deze opbouw terug. Wel spijtig van het jong dat dood in de kast ligt. Het lichaam is al helemaal hard geworden, lijkt wel uitgedroogd. Misschien dat de hoge temperatuur op het laatst parten heeft gespeeld.

Nestkast waar eens mussen in zaten

Toen alles schoon was, heb ik 2 nestkasten verplaatst: de mussenkast – een officiële van de vogelbescherming – en de torenflat waar eens een koppel mussen in probeerde te broeden. Deze betere plek moet als het een beetje meezit weer nieuwe koppels aantrekken. Vooral mussen houden ervan om dicht bij elkaar te zitten. Als je daar een koppeltje van binnen hebt, wordt het een vrolijke boel. Omdat de mussenkast erg vochtig was, hebben we het dak voorzien van een stukje zeil zodat het iets droger blijft.

Van een hoogte bekeken

Alles is schoon. Ze kunnen allemaal hun slag slaan.

Een nieuw dak op de mussentoren

De koolmezen vliegen uit

De koolmezen zijn uitgevlogen. Temidden van al het verdriet over het verlies van mijn schoonmoeder, zijn het juist de kleine dingen die bevestigen dat het leven doorgaat. Ik was er maandag eventjes en hoorde de koolmezen niet meer. Het deed vermoeden dat ze waren uitgevlogen.

Gisteravond waren we even thuis en hoorden de ouders zingen terwijl de jongen piepten. Ze riepen elkaar. Al het kleine grut had zich verzameld in een dichtbegroeide boom, zodat eksters, kraaien en meeuwen wat moeilijker bij de dieren konden komen.

De kleintjes piepten, vlogen lichtjes op. Ik zag dat de jongen nog niet goed konden vliegen. De kopjes waren ontzettend schattig, de plukjes veren wezen nog eigenwijs omhoog. De kopjes zagen er baby-achtig uit. Ze piepten dat het een lieve lust was, van de honger. En de ouders vlogen het ene na het andere rupsje en vliegje in de bek van hun kleintjes.

Dan zie je hoe het voorjaar is veranderd in de zomer. Kleintjes worden groot. Dat geeft veel troost in tijden van verdriet.