Categoriearchief: nederlandse taal

Ongelezen Flaubert – #50books

image
Mijn ongelezen Flaubert.

In vroeger tijden hield ik mij in leven met het niet lezen van boeken, maar er wel over praten. Soms was het een halve waarheid. Dan had ik alleen het eerste hoofdstuk gelezen of een klein deel. Het boek terzijde gelegd of nog vluchtig doorgebladerd. Van andere boeken wordt vooral veel verteld.

Zeker als je studies doet als Nederlands en literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie heb ik verschrikkelijk veel boeken gelezen, maar net zoveel boeken niet gelezen. De kunst is het dan een boek niet te lezen en er toch genoeg over te weten om het tentamen te halen.

Daar had ik al ervaring mee. Bij de éénjarige Havo had ik alles gelezen, maar bij het éénjarig VWO vertilde ik mij een beetje. In mijn overmoed had ik een groot deel van mijn boekenlijsten veranderd ten opzicht van een jaar eerder. Bij het mondeling tentamen kwam aan het licht dat ik een paar boeken niet had gelezen, terwijl ze wel op de lijst stonden.

Ik kon mij er nauwelijks uitpraten. Maar De grauwe vogels van Arthur van Schendel had ik niet gelezen, net als Het vijfde zegel van Simon Vestdijk. Ik viel stil bij deze boeken, want ik wist er niks over te zeggen. Te praten over de boeken die ik wel gelezen had, werkte niet. Ik haalde een 5 tot mijn grote verdriet voor het examen. Het is bij dit incident gebleven, daarna wist ik zoveel van de boeken die ik niet gelezen had, dat ik ze eigenlijk gewoon gelezen had.

In de kroeg vond ik regelmatig gelijkgestemden. Heerlijk praten over literatuur. Zo kreeg ik mijn informatie over boeken die ik niet gelezen had of boeken die ik moest lezen. Ik sprak een keer met de schrijver Abdelkader Benali in de Leidse kroeg ‘De blauwe engel’ over Madame Bovary van Gustav Flaubert.

We hadden allebei het boek niet gelezen, maar hielden voor elkaar de indruk overeind dat we het boek van de Franse naturalist van buiten kende. Ik wierp alleen maar wat brokjes in de lucht en de schrijver hapte gretig. ‘Wat een geweldig boek is dat’, zei de schrijver. Ik wist dat er in het boek een langdradige scène in een rijtuig was.

Ik was er ooit aan begonnen, maar kon er niet doorkomen. Het moest het hoogtepunt van het boek zijn. Daarom wierp ik het brokje maar in de lucht. ‘Vooral die scene in het rijtuig’, zei ik. ‘Ja’, riep Abdelkader. ‘Die scène in het rijtuig. Je weet gewoon dat ze met zichzelf aan het spelen is, maar hoe Flaubert dat verhult. Ongelooflijk.’ Mijn avond kon niet meer stuk.

Nu doe ik het niet meer, liegen over een boek dat ik niet gelezen heb. Ik merk dat het veel sterker is te zeggen dat je iets niet gelezen hebt. Je maakt dan een statement.

Op het nippertje

image

‘Tjonge dat was op het nippertje’, zeg ik tegen Doris. Ze trok haar vinger precies op tijd uit het boek voordat ik het wilde dichtslaan. Ze kijkt me aan. Ik zie dat iets in het hoofd aan het malen is. ‘Papa wat is dat?’ Ik speel het spel mee. ‘Wat?’ ‘Nou, een nippertje?’

Het is het moment waar je als ouder altijd voor vreest. Het moment waarop ze vragen stellen bij vanzelfsprekendheden. En dan is de vraag over de betekenis van een uitdrukking een stuk lastiger te beantwoorden dan de betekenis van een specifiek woord. Het woord ‘nippertje’ neemt een bijzondere plek in. Het woord bestaat alleen in de uitdrukking.

Ik probeer het uit te leggen. ‘Ik weet niet wat een nippertje is. Je gebruikt het in een uitdrukking. Als je zegt ‘dat was op het nippertje’, betekent dat je net op tijd bent. Je trok precies op tijd je vinger uit het boek, voordat ik het dichtsloeg. Als iemand net op tijd de trein haalt, haal je hem ook op het nippertje.’ Doris kijkt me begrijpend aan.

Ik ben het nog eens gaan nakijken in het WNT. Nipper bestaat eveneens, maar wordt net als nippertje in de betekenis van ‘net’ gebruikt. Allebei de vormen zijn afgeleid van ‘nippen’ in de betekenis van nipt: ternauwernood of net. Want het andere nippen is het voorzichtig drinken van een glas (sterke) drank.

Ik herinner mij een verhaal op een open podium van de studievereniging NNP. Een deelneemster las voor over een ‘nippertje’. Te pas en te onpas verscheen het nippertje ten tonele. Soms op de fiets, maar meestal gewoon in de tas of het viel uit de zak. Het was zo flauw dat we er op een gegeven moment allemaal om moesten lachen. Dat was op het nippertje, want vrij snel nadat ik begon met lachen, was het verhaal uit.

Als ik dan de betekenis van een woord of uitdrukking heb uitgelegd, vraag ik mij altijd af of mijn kind het wel begrepen heeft. Als ik vandaag bij tikkertje net op het laatste moment weet te ontsnappen, zegt ze: ‘Zo dat was op het nippertje papa’.

IJsbreker

In een kalme tred liep ze me tegemoet op het fietspad langs de spoorbaan. Ze had een prachtige, donkerrode jurk aan. Van een stof waar alleen feestjurken van gemaakt zijn. Haar loop had iets statigs, de rug mooi recht en de snelheid in een deftig tempo. Niet gehaast of onrustig. Haar ogen staarden de verte in, naar een doel dat ver achter mij lag.

Ze was prachtig. Ik rende haar tegemoet. Gehaast, snel en onrustig. Mijn schoenen schoven over het asfalt. Hier was iemand op de terugweg van een uurtje hollen. Een afstand verleggend waar zij uren over zou doen.

Ik passeerde haar. Ze zag er inderdaad adembenemend uit. In haar armen droeg ze 2 boeken. ‘IJsbreker’, stond erop. Ze was op de terugweg van de Nederlandse les. Speciaal voor de les had ze haar mooie kleren aangetrokken.

Ze zag er vermoeid uit. Na een dag hard werken de Nederlandse les. 2 uur achter elkaar volgepropt met moeilijke woorden en ingewikkelde zinnen. Nu was ze op weg naar huis. In het rustige tempo zoals ze in haar land vroeger kilometers aflegde

Ik was haar allang voorbij en keek nog even om. Dezelfde tred en de mooie jurk. Daar kon ik nog veel van leren met mijn hardloop-kloffie en onrustige snelheid. Ik holde de brug op over de ringweg. Een fris windje waaide over me heen. Het moment dat de avond koeler wordt, brak aan.

Proactief coachen met lef

Lachen met lef, Proactief coachen in woord en beeld. Wat staat er in godsnaam in dit boek? Managementboeken hebben nogal snel de neiging zich in vaagheden uit te drukken met de intentie om een waarheid als een koe te verkopen.

Vanmorgen liep ik langs de etalage van een boekwinkel en ik zag dit boek liggen. Een typisch voorbeeld voor de verkiezing van de vaagste taal van 2010. Op de website van http://vaagtaal.nl kun je meedoen aan de verkiezing. Woorden als proactief en uitdrukkingen als ‘je ding doen’, ‘een stukje naar de klant toe’ en iemand ‘triggeren’. Het is managementtaal. Voor je het weet praat je ook zo, maar niemand weet waar je het over hebt.

Proactief coachen bijvoorbeeld, volgens mij is dit een contradictio in terminus. Het woord ‘proactief’ is dit al. Want hoe kun je al actief zijn voor je actief wordt? Het woord is vooral bekend geworden sinds Covey zijn 7 eigenschappen voor de manager formuleerde. ‘Wees proactief’, is een eigenschap en drukt uit dat je bij je werk moet meedenken en dit actief moet gebruiken bij je werk. Als je bijvoorbeeld ontdekt dat het handiger is om de koffie op een dienblad mee te nemen in plaats van eindeloos heen en weer te lopen tussen koffieautomaat en de bureaus van je collega’s. Zoiets hoef je niet te overleggen, maar doe je gewoon in mijn beleving. Werken heet dat, daar word je voor betaald. Als je proactief koffie haalt, dan doe je dat dus op een dienblad.

Op zich is er niks mis met managementtaal, wel met het te pas te onpas gebruiken ervan. Ook als het niks met het onderwerp te maken heeft. Daarom ben ik zo gek op http://vaagtaal.nl. Bekijk als je de site bezoekt ook even naar de sollicitatiebrieven. Dit gedeelte van de site zit boordevol met holle frasen zoals ‘de duizendpoot’, de ‘9 tot 5 mentaliteit’ die niet gewenst wordt en ook hier wordt proactiviteit als competentie heel veel gevraagd.

Spoorwegramp

Schel schalde een beat door de trein. De warmte blies naar binnen door het raampje. ‘We kunnen nog niet vertrekken vanwege een gebrek aan personeel’, was net omgeroepen.

Mijn mobiel internet vertelde dat in Londense metro’s Goethe en Sartre wordt voorgedragen. Het zou allemaal een stuk interessanter worden. Nederlandse treingedichten zijn er genoeg. Geen groter genoegen dan het voordragen van ‘Aan Rika’ van Piet Paaltjens:

Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

De vrouw tegenover vroeg het zich niet af. ‘Meneer, wilt u uw muziek wat zachter zetten.’ De man met een streepjesoverhemd schrok op uit zijn luisteren. En trok de oortjes uit zijn oren. De schelle dreun bleef. De man schuin tegenover hem werd aangetikt. Hij trok ook zijn oortjes eruit en liet ze eruit. De man met het streepjesoverhemd deed de oortjes weer in en de beat was weer terug.

Ergens klonk een luide klank. Het hield even plotseling op als dat het begonnen was. ‘Ja, met mij. Waar ik ben’, liet een vrouwenstem volgen. ‘Nee, hij staat nog stil. Er is geen personeel. Wacht… De deuren gaan dicht. Hij vertrekt. Ja, ik ben om zeven uur thuis.’

Ik keek dromerig weg en zag het perron wegglijden. Het hels geratel en gestamp van de oortjes werd overgenomen door het gesuis dat de lucht in het bedompte rijtuig weer wat in beweging bracht.

Internationalisering

Vreemd idee dat de meeste masteropleidingen aan de universiteiten in het Engels gegeven worden, zoals de NRC dit weekend meldt. Dat betekent dat er een Nederlandse docent Engels spreekt tegen een groep studenten die hoofdzakelijk uit Nederlanders bestaat.

Internationalisering is zo meer een hype dan een noodzaak. Als bij een studie het leeuwendeel van studenten en docenten uit Nederlanders bestaat, win je meer aan intellect door gewoon het Nederlands te bezigen. Op het moment dat docenten en studenten werkelijk internationaal zijn, dan heeft het zin. Tot die tijd doet iedereen er verstandig aan lekker in de eigen taal met elkaar te praten.

Het blijft de vraag wat een internationale student is. Zo pocht Maastricht dat het een internationale universiteit is. Niet zo moeilijk met België en Duitsland op een steenworp afstand. Vrijwel geen enkele opleiding wordt in het Nederlands gegeven daar in Maastricht.

Ik stel voor om duidelijke afspraken te maken wanneer een opleiding in het Engels gegeven zou moeten worden. De internationale inbreng aan studenten- én docentenzijde moet minimaal een kwart beslaan. Als het gezelschap dan ook echt internationaal is, heeft het zin. Tot die tijd gewoon lekker in het Nederlands kletsen met elkaar. Dat is beter dan het gebrekkige steenkool Engels waarmee docenten en studenten elkaar nu bestoken.