Categoriearchief: nederlandse spoorwegen

Feest in de sprinter?

Al lezend in Jan Dijkgraafs Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien lijkt het erop dat hij alleen met intercity’s reist. Op het verhaal over het ontbreken van toiletten in de sprinters na, spreekt hij met geen woord over de tochtige open rijtuigen van de NS. Het maakt het treinreizen een stuk minder leuk en comfortabel.

De metro-achtige treinen vol stangen, hoge zitjes, minimale beenruimte en houten planken waar je kont het nog geen minuut stilhoudt, ontbreken geheel in zijn verhaal. Het is een beetje valsspelen met de voordelen en zou voor NS juist een wijze les moeten zijn om te realiseren dat comfort het grote onderscheid moet maken met de auto.

Die goedkope, moderne treinstellen mogen van mij zo snel mogelijk gesloopt worden en vervangen door ouderwetse, luxe treinen waar je nog lekker kunt wegzinken in een stoel. Helaas, het lijkt Jan Dijkgraaf te zijn ontgaan in zijn jaar reizen door Nederland. Hij heeft ook wel een mooi opstapstation (Heerenveen).

Inderdaad, de intercity van Heerenveen naar Rotterdam is een feest. Maar de verschraalde dienstregelingen laten reizigers steeds vaker overstappen waardoor langeafstandsreizen bijna niet meer bestaan in Nederland. Ik ervaar het elke keer weer als ik met de trein reis.

Maar bovenal is het boek van Jan Dijkgraaf een feest der herkenning. Als liefhebber van de trein, kan ik alleen maar beamen wat hij schrijft. Sterker nog: ik verlang alleen maar meer naar die heerlijke treinreizen waarbij je kunt wegdromen van het uitzicht. Het mooiste natuurlijk in een intercity. Die van Rotterdam naar Heerenveen bijvoorbeeld.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Voordelen en treintypes

In overzichtelijke lijstjes somt Jan Dijkgraaf in zijn boek Treinreizen voor beginners de voordelen van de trein én van de auto. Hij weegt ze tegen elkaar af en laat zien dat de trein helemaal niet op veel achterstand staat ten opzichte van de auto. Nee, in sommige gevallen is het veel beter om gebruik te maken van de trein. Je kunt wat anders doen dan autorijden en krijgt een mooie inkijk in een andere wereld.

De meest vermakelijke lijst is de lijst met treintypes. Jan Dijkgraaf selecteert er maar liefst 34. Van bedelaar tot zweter, mooi op alfabetische volgorde. Een enkeling, de militair is niet meer te zien, en velen slechts een enkel keer per jaar: kerstborrelklant, Huishoudbeursbezoeker en de Libelle Zomerweekvrouw. Herkenbare types voor de forens. Op mijn route naar Amsterdam bijvoorbeeld kwam ik zo ongeveer alle treintypes tegen die Jan Dijkgraaf noemt in zijn boek.

Neem de smeerpijp. Het probleem: je herkent ze niet tot je ze betrapt en dat gebeurt vrijwel nooit.

In alle andere gevallen kan iedere treinpassagier een smeerpijp zijn. De kans is groter bij een asociale gast die een blikje bier ligt te zuipen met zijn benen op de tegenovergelegen bank dan bij een bejaard vrouwtje dat bekakt praat, maar in principe vind je smeerpijpen in alle lagen van de bevolking. (148)

Beweh. Het is bijzonder leuk hoe sommige ergernissen van de schrijver naar voren komen. Hij reist eersteklas en hekelt de tweedeklasreiziger die stiekem plaatsneemt in de hogere klas(se). Het pleps dat er niet voor betaalt, moet er helemaal niet gaan zitten. Ook al stuwt de trein uit zijn voegen van de reizigers.

Of de pratende conducteurs in de Eersteklas, aan het eind van hun werkdag of begin van hun dienst. Ze gaan steevast een klagend gesprek voeren over premies die voorbij zijn, slecht geplande roosters en het personeelsbeleid van de nationale spoorwegen in het algemeen.

Daarnaast ergert Jan Dijkgraaf zich aan de lucht van verschraald bier (de halveliters goedkoop bier die medereizigers opslokken) en bellende reizigers in de stiltecoupé. Allemaal aspecten waar de schrijver van dit handboek voor beginnende treinreizigers niet zo gek op is.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Treinreizen voor beginners van Jan Dijkgraaf

Eerlijk gezegd had ik hem niet zo ingeschat. Leek me een type die zo ongeveer wel vergroeid zou zijn met het leer van de bestuurderstoel van zijn dikke Volvo V50. Zeker, ik heb weleens terloops een column van hem gelezen. Beetje pedanterige toon, ik schatte hem vrij rechts in.

Niet wetende van zijn boek waarin hij de thuisvakantie prijst. Al moet je er volgens hem wel iets meer van maken dan 14 vrije zaterdagen. Met de tent in de tuin is mijn ultieme droom als ik straks een huisje op wat meer grond heb dan de huidige schaarse vierkante meters.

Hij heeft ook een boek voor treinreizigers geschreven. Het is het verslag van een jaar lang treinen door Nederland. Jan Dijkgraaf laat de auto staan en kiest voor de trein. Een abonnement (helemaal OV, inclusief fiets) ter waarde van bijna 7.500 euro.

Van Maastricht tot Groningen reist hij en van Vlissingen tot Den Helder. Al is het voor een lunch, hij reist al deze afstanden in het Openbaar Vervoer dat hij vanaf 21 oktober 1981 – na het halen van het rijbewijs – heeft afgezworen.

Nu reist hij er vrijwillig in. En het experiment bevalt hem zo goed dat hij er zelfs een lovend boek over schrijft: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Een goudeerlijk boek voor autorijders, maar ook voor fervente treinreizigers. De 1e groep krijgt een mooi alternatief te lezen, de 2e groep zal zich vooral herkennen.

Je kunt je uren in de trein heel nuttig besteden. Is het niet aan lezen of werken, dan wel aan slapen of om je heen kijken. Dingen die je allemaal niet kunt doen in de auto.

Want wie het wil zien, krijgt in de trein elke keer weer een prachtige voorstelling voorgeschoteld van al het leuke en rare en foute dat ons land aan mensen te bieden heeft. Dat kost een paar centen, ja. Maar dan heb je ook wat. (13)

Inderdaad, geeft Jan Dijkgraaf een intrigerend kijkje in de belevingswereld van de treinreiziger. Het is een minimaatschappij dat daar op wielen door Nederland rijdt. Met zijn eigenaardigheden en vreemde vogels. Een prachtige plek om te vertoeven.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Conducteur Ad Harms

20140921_145934Bijna alle conducteurs die je kaart controleren vergeet je weer. Gelukkig maar. Soms blijven ze hangen. Dan zie je ze later en herkent ze. Een conductrice die ik daar eens op attendeerde, was er niet zo blij mee.

Na de herkenning verdwijnt de conducteur even snel weer uit je geheugen. Een conducteur hoort in de trein, de herinnering aan een conducteur ook.

Bij het openslaan van het tijdschriftje Spoor herkende ik hem meteen: Ad Harms. Deze hoofdconducteur krijgt extra aandacht in het herfstnummer van dit tijdschrift voor vaste klanten van NS. Harms reist het liefst ’s nachts. ‘In een vorig leven ben ik vast mol geweest, of een vleermuis’, zegt hij in het artikel.

Ik ken Ad Harms niet van de nachttrein. Ik herkende hem als de conducteur bij een grote storing in Utrecht. Het was 2009 en ik zat in de stoptrein naar Almere. We zouden vertrekken, maar bleven staan. De conducteur riep om dat we nog niet konden vertrekken. Er was iets met de wissels.

Daarna hield hij ons keurig op de hoogte. Zo vertelde hij later dat we geen toestemming kregen om te vertrekken. Hij legde keurig uit dat de treindienstleiding het niet verantwoord vond om weg te rijden. Ze konden namelijk geen contact leggen met de treinen onderweg. Na de wisselstoring was er een complete communicatiestoring opgetreden. Zonder de organisatie af te vallen, vroeg hij ons om begrip.

Zijn geduldige en heldere uitleg hielp mee aan het begrip. Ook zijn spijtige houding toen de trein uiteindelijk niet vertrok en wij allemaal noodgedwongen moesten uitstappen, verdiende respect. Buiten de trein gaf hij zijn persoonlijke excuses voor de situatie en probeerde iedereen zo goed mogelijk te helpen.

Zo’n conducteur zou bij de top van NS moeten spreken over serviceverlening. Het begint al met de algehele communicatie op het station en online. Hoeveel beter zou dat kunnen. Ad Harms liet mij zien hoe het beter kan. Hij deed dit vooral vanuit zijn liefde voor het vak en de dienstverlenende houding tegenover de reizigers.

Later reisde ik nog weleens met hem mee. Ook toen viel mij zijn gastvrijheid en vriendelijkheid op. Iemand met veel plezier in het werk en met hart voor de reizigers. Daarom is het helemaal terecht dat hij zo’n mooi plaatsje heeft gekregen in dit nummer van Spoor.

Dagje treinen naar Vlissingen – een plog

station-vlissingen

Een blog in foto’s. Het liefste van elk uur dat je doormaakt. Dat is ploggen. Leuker vind ik eigenlijk om als iemand iets onderneemt, daar deelgenoot van te zijn via twitter, facebook of instagram. Elk uur een nieuwe update. Dat kan zijn met een fietsrit of zoals ik afgelopen zaterdag deed: een treinrit naar Vlissingen en terug.

Samen met Doris ging ik een dagje treinen op een Kruidvat-kaartje. Een dag later zou het kaartje verlopen zijn, daarom namen we het ervan.

image

Waar ga je naar toe als je een dagje gaat treinen? Zo ver mogelijk. Ik vond het wel een leuk idee om de trein naar Vlissingen te gaan. Er gaat een rechtstreekse trein naar Vlissingen vanuit Almere. Om 9 uur stonden we helemaal klaar voor de trip.

 

Klaar voor de rit naar Vlissingen met de intercity van 09.01 uur

En onderweg heerlijk lezen…

doris-lees-in-trein-naar-vlissingen

Eindelijk het boek in de hand waar je thuis maar niet aan toekomt…

hendrik-jan-in-trein-naar-vlissingen

Tussen het omslaan van de bladzijden even naar buiten kijken en van de prachtige wolkenhemel boven het Zeeuwse landschap genieten…

De conducteur controleert de kaartjes en ik zie voor en achter mij de kaartjes van Kruidvat tevoorschijn komen. Een collectieve gedachte om naar Vlissingen te gaan. Een eindpunt waar je niet snel komt. Als onze buurvrouw luid belt met haar zoon, vertelt ze over haar beweegreden om helemaal naar het uiteinde van Nederland te gaan.

‘Ja, we zijn onderweg met zo’n kaart van het Kruidvat. Hij was bijna verlopen, daarom zitten we nu in de trein naar Vlissingen. Weet je wel, die kaart waarmee we toen ook met de trein gereisd hebben naar Maastricht.’

Dan naderen we Vlissingen. Blij stappen we uit de trein. Meer dan 3,5 uur in de trein maakt een beetje stijf. Maar wat is het centrum ver van het station. We lopen langs de zeedijk en zien de schepen passeren op weg naar de zeehaven van Antwerpen.

schepen-op-weg-naar-zeehaven-antwerpen

Kleine bootjes varen af en aan, halen en brengen de loodsen om de grote zeeschepen veilig de haven in te loodsen.

loodbootje-naast-containerschip-bij-vlisssingen

We aan de rand van het centrum en bezoeken even de volksheld uit Vlissingen: Michiel de Ruyter:

Een visje eten en terug naar de trein. Om 14.06 vertrekt hij. We moeten haasten. Tegelijk nog even genieten van de wolkenhemel en de zon boven de Westerschelde.

We rijden weer terug over het enige spoor in Zeeland. Bij Krabbendijke moeten we even op de foto. Als de honden thuis aan het krabben zijn omdat ze jeuk hebben, roep ik altijd met een zwaar Zeeuws accent ‘Krabbendaike’.

In Roosendaal stappen we over op een andere trein. We gaan niet dezelfde weg terug, maar kiezen voor een heus rondje Zuidwest-Nederland. Het voelt geweldig om in een trein te stappen die hier begint. We blijven zitten tot het eindstation Zwolle. Doris verruilt haar boek voor een spelletje op haar telefoon.

We rijden door het Brabantse land, Tilburg, Den Bosch en Oss. Alle stations passeren ons. Langzaam verdwijnt de zon achter de horizon. Het boek wordt weer opgepakt. Het vervolg van het andere deel van Mees Kees.

Ik geniet van de reis. Wat een prachtige treinreis is de rit van Roosendaal naar Zwolle. Van de Maas naar de IJssel. Het eindstation van de trein: Zwolle. Daar halen we snel onze avondmaaltijd op en eten in de stoptrein naar Almere patat met een hamburger. Geen grote maaltijd in het restauratierijtuig, maar tussen de smalle stoeltjes delen we het tafeltje dat tegelijk de bovenkant van het grijze prullenbakje is.

Dan is het eten op en kijken we naar buiten. Het donker spiegelt ons weer terug. We kijken naar onszelf. Bijna thuis staren we moe en voldaan naar de spiegeling. Een vader met zijn dochter reizen met ons mee en zwaaien terug.

NS zet bussen in

image

De touringcars op de busbaan verraden het al: werkzaamheden aan het spoor: de NS zet bussen in. De drukte op de busbaan vertelt de rest. Af en aan rijden de bussen. Op een normale dag rijden er nooit zoveel bussen. Nu komt de ene na de andere voorbij.

We fietsen naast de busbaan van Almere Buiten naar Almere Stad. Ik kijk snel op de Reisplanner-app van NS. Inderdaad er zijn werkzaamheden. Twee weken geleden waren er ook werkzaamheden.

Het lijkt of NS aan het eind van het jaar in september, oktober en november nog snel het budget voor het spooronderhoud moet opmaken. Bijna elk weekend is het traject tussen Almere en Weesp aan de beurt. De drukke route vraagt blijkbaar om veel onderhoud. Elk jaar gaan er zeker een weekend of acht op aan het spoorwegonderhoud.

Ik heb net een treinkaartje bij het Kruidvat gekocht. Op zaterdag en zondag mag je dan voor een lage prijs door het hele land reizen. Ik wilde een keer een grote rit door Nederland maken per spoor, maar bij werkzaamheden is dat gedoemd te mislukken. Een stuk afleggen met de bus kost snel een uur extra reistijd. Dat uur kun je dan niet opmaken aan de af te leggen route. Meer reistijd betekent minder kilometers.

Terwijl ik dat zo zit te overdenken, zie ik een prachtige lucht vanaf een brug. Die moet op de foto. Als ik goed balanceer lukt het wel om het al fietsend te nemen. Ik sta helemaal klaar. Juist op dat moment komt een extra bus voorbij en doorkruist mijn mooie wolkenhemel.