Categoriearchief: nederlandse literatuur

Het bestand

image

Het bestand behoort tot zo’n ‘tussendoor-boek’ van Arnon Grunberg. Dat geldt zeker voor de lezer. Het bestand is een handzame novelle in thematiek en in grootte. Het boek is zelfs voor lezers die weinig lezen snel te lezen. Het onderwerp sluit goed aan bij de vragen die op dit moment gelden.

Het bestand is een hack-novelle. Het verhaal gaat over het meisje Lillian. Ze ziet haar ouders als varkens, die omwille van hun enige dochter en hun werk af en toe transformeren tot mens.

Als ze bij het netwerkbeveiligingsbedrijf BClever solliciteert, is haar vader 2 weken daarvoor gestorven. Ze wil haar vaders naam als herinnering op haar linkerbil tatoeëren. Haar moeder vindt dat geen goed idee, maar daar laats Lillian zich niet zomaar door van de wijs brengen.

Ze heeft de baan gevonden op aanraden van een vriend die ze via internet kent. Ze is in het verleden gechanteerd met een naaktfoto op internet, waarna ze te hulp geschoten werd door een onbekend, ene Banri Watanuki. Hij wijst haar ook op de vacature van baliemedewerker bij BClever.

Bij het bedrijf ontmoet ze Sep en ze vermoedt dat hij Banri is. Dat ze het misheeft, zie je eigenlijk al aankomen voordat ze zelf denkt dat Sep Banri. Het ligt er best dik op, maar ondanks die snelle ontdekking is Het bestand van Arnon Grunberg een heel aardig boek.

Hij weet opnieuw het leven van een jong meisje heel treffend te beschrijven. De wereld die hij oproept met het personage Lillian en de hackersscene die hij mooi weet te vatten. Het zijn elementen die zijn roman bijzonder maken.

Arnon Grunberg sluit met zijn novelle aan op de actualiteit van internetbeveiliging en hacking. Hij weet in de digitale wereld binnen te dringen alsof het de echte wereld is en vermengt online en offline net alsof het de werkelijkheid is. Daarmee past Het bestand goed in het grote oeuvre van Grunberg. Qua onderwerpskeuze, absurditeit, gevatheid, humor en gewoon als meeslepende vertelling.

Arnon Grunberg: Het bestand. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2015. ISBN: 978 90 388 9988 6. 171 pagina’s. Prijs: € 18,50.

Lees mijn bijdrage voor Litnet over het 25-jarig schrijverschap van Arnon Grunberg

Huidskleur

image

Bij het lezen van Dertig dagen van Annelies Verbeke besef ik helemaal niet dat de hoofdpersoon van het verhaal, Alphonse, zwart is. In eerste instantie verbaast het mij wel dat iedereen aan hem vraagt waar hij vandaan komt.

Als hij het zelf vraagt, in de veronderstelling dat iedereen deze vraag heel belangrijk vindt, krijgt hij een vreemde blik toe. Net zo’n vreemde blik als ik heb als de verteller opmerkt dat Alphonse deze vraag zo vaak krijgt toegeworpen.

Poep opruimen

Ik ontdek pas dat hij zwart is als hij de schrijfster bevrijdt van de opdringerige interviewer die zit te poepen in haar kamer. Hij veegt zijn gat af met een pak dunne bladzijden uit de Van Dale:

‘Dit kan toch niet, man,’ begint Alphonse.
‘Is die neger van jou?’ vraagt de ander, die zijn broek nu weer dichtgespt. Zijn geur rijst op van de vloer, strekt zich uit naar de hoeken van de kamer. (111)

Alphonse vindt dat de interviewer de poep moet opruimen. Daarvoor verspert hij de uitgang en gaat in de deuropening staan met de armen gekruist. De man wil het niet opeten, maar dat vraagt niemand, zegt Alphonse. De interviewer mag nadat hij het opgeraapt heeft ook nog eens de vlek uit het tapijt wissen.

‘Ik ben een Belg! Ik heb rechten!’ roept hij nog. (112)

Alsof een blanke Belg gewoon in een kamer mag schijten als hem iets niet bevalt. Vanaf dat moment kun je alles beter plaatsen. Alphonse is een bijzondere man die zich goed staande weet te houden ondanks zijn huidskleur. En opeens realiseer ik mij dat je bij het lezen van een boek automatisch invulling geeft aan de personages.

Annelies Verbeke: Dertig dagen. Roman. Breda: De Geus, 2015. ISBN: 978 90 4453354 5. 320 paginaś. Prijs: € 19,95

Lees morgen het vervolg in Vooringenomenheid

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Dertig dagen van Annelies Verbeke. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Lezen

image

De moeder van de hoofdpersoon in Van Dis’ roman Ik kom terug is gek op lezen. Ze leest meer boeken dan de verteller kan lezen:

In mijn schooltijd, toen ik met lange tanden voor mijn lijst las, haalde zij makkelijk zestig bladzijden per uur. Ik sukkelde tegen de twintig. Liefst las ze een paar boeken tegelijk. (71)

Als een boek te spannend wordt, legt ze het even aan de kant om met een ander boek een beetje af te koelen. Ook leest ze steevast het laatst hoofdstuk van een roman. Je zou dan minder gejaagd lezen.

Boeken verslinden

Ze verslindt het ene boek na het andere, maar blijft ze er enigszins stoïcijns onder:

Terwijl ik De bekentenissen van Zeno alleen maar rokend had kunnen lezen of me om het hoofdstuk moest afrukken bij Ik Jan Cremer, legde zij een roman na lezing onbewogen op de stapel KW – Kan Weg. (72)

Lezen helpt zijn moeder door de moeilijke tijden. De kist met boeken helpt haar in de binnenlanden van Nederlands-Indië om door de eenzaamheid te komen. Het brengt ook de theosofie in haar leven.

Boeken achterhouden

Als ze later een kazerneleven leidt met haar officier, kan ze ook haar boeken uitlenen. De goeie boeken houdt ze achter:

[J]e denkt toch niet dat ik een roman als Rubber durfde uit te lenen? (190)

De boeken helpen haar door de barre tijden heen. In het Jappenkamp zijn ze niet Ik lees er in elk geval niet over in de roman. Wel staan boeken symbool voor het einde van de tijd in Indië als de moeder van de verteller even terug is in het huis waar ze woonde.

Alles verdwenen behalve boeken

Het huis blijkt al jaren in andere handen en alles is verdwenen. Behalve haar boeken. Ze staan niet meer in de kast, maar liggen in een theekist. Als ze een feuilleton van Dickens op schoot neemt en leest, staan er vier jongens in de deuropening.

De voorste liep op me af en rukte het boek uit mijn hand. Nederlandse boeken waren verboden. “Dickens is Engels”, zei ik. Was ook verboden. We spraken Maleis hè, vergeet dat niet. Die jongen smeet het boek op de grond en veegde zijn voeten eraan af. (236)

De haat is diepgeworteld. Het boek moet eraan geloven. Bladzijde na bladzijde scheurt hij uit het boek. De hele vloer ligt bezaaid met gescheurd papier:

‘En op dat moment wist ik het: Indië is voorbij. Voorgoed. Na hun vader verliezen de meisjes ook hun land. Waar horen ze straks nog thuis?’ (236)

De veilige haven van het boek is ineens niet meer zo veilig. Het boek staat symbool voor de overheerser en ze hebben verloren. Ze moeten weg en laten hun boeken verscheurd en vertrapt achter.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

Gerard Reve en Veenendaal – #50books

image

Het was bij de introductiedag van de opleiding Nederlands in Leiden. Ik zat in het groepje met Peter van Zonneveld. We deden een voorstelrondje en ik vertelde dat ik uit Veenendaal kwam. Zeker, ik ben er niet geboren, maar ik heb er vrijwel mijn hele jeugd doorgebracht.

Peter van Zonneveld, bij wie ik later afstudeerde, wist er wel een literaire anekdote bij te geven. Ik kende Veenendaal niet uit de literatuur. Er is niet zoveel literaire activiteit in Veenendaal. Zodra iemand ook maar iets aan literaire kracht wint, vertrekt hij uit het dorp dat op de rand van de provincie Utrecht ligt.

Innige band met Veenendaal

Maar mijn kersverse docent vertelde vol enthousiasme dat Veenendaal en Gerard Reve een innige band hebben. De schrijver woonde er een maand of tien in 1971 en 1972. Hij had toen een relatie met Teigetje en Woelrat.

image

De moeder van Henk van Manen, door Reve steevast Teigetje (hij zelf schrijft in zijn brieven Tijgertje) genoemd woonde in Veenendaal. Ze betrok een huurhuis aan de Boslaan 34 en daar vestigden Gerard en zijn twee minnaars zich. In zijn brief van 4 mei 1971 aan Josine M. schrijft Gerard Reve over het huis:

Dit huis in Veenendaal is een goedkoop huurhuis, van een woningbouwvereniging. Henk, als zoon van de huurster, waarborgt de continuïteit van de huur. Henk zijn moeder is een nog jeugdige gezonde vrouw van 62, die dolblij is, dat wij bij haar komen wonen, want ze werd allengs beroerd van het nergens meer hoeven zorgen, sedert Henk de deur uit was. (282)

De schrijver beleefde in Veenendaal een opleving in het schrijven. Hij haalde zijn rijbewijs en reed ‘s morgens ‘het Woud’ in om daar te zitten schrijven. Hij zat dan in zijn auto en stapte alleen uit om even te bewegen. Zo schreef hij in nauwelijks een jaar tijd in Veenendaal twee romans: De taal der liefde en Lieve jongens.

Veenendaal niet onopgemerkt gebleven

Het verblijf van Gerard Reve in Veenendaal is niet onopgemerkt gebleven. Juist dat aspect wist mijn nieuwe docent Peter van Zonneveld in geuren en kleuren te vertellen. Een vechtpartij in een Veense supermarkt haalde de landelijke krant De Telegraaf. Gerard Reve zou daarbij iemands kleding hebben beschadigd en moest smartengeld betalen.

Het is zo’n akkefietje waarvan naderhand iedereen een eigen versie heeft. Reve schrijft er zelf vrij luchtig over in zijn brief van 11 juni 1971, een paar dagen na het opstootje:

Maak je over ons maar geen zorgen, want het gaat werkelijk veel & veel beter dan vroeger, & dat incident in de supermarkt is niet representatief voor mijn toestand het is een ongelukkige samenloop geweest. Ernstige konsekwenties heeft het niet gehad. Ik ben het met je eens dat ik hier, zo kort na onze vestiging, alle opspraak moet vermijden. (283)

Veel consequenties heeft de ruzie in de supermarkt inderdaad niet gehad. Gerard Reve slaat aan het schrijven en concludeert dat hij al jaren eerder naar Veenendaal had moeten komen. Toch betrekt hij wat later in Weert een kamer in een drie etages omvattende flat van een vriend.

Teigetje en Woelrat beginnen in Veenendaal een eigen winkel aan de Kerkewijk, De Eenhoorn. Later als de relatie met Gerard Reve is verbroken, gaan de twee ex-geliefden van Gerard Reve samen verder als modeontwerpers.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Leesdip of schrijfdip? – #50books

image

Er is een tijdje geweest dat lezen lastig ging. Langzaam keerde het terug. Ik las de biografie van Willem Elsschot door Vic van de Reit en werd zo enthousiast dat ik Lijmen/Het been las. Zo keerde het lezen weer langzaam maar zeker terug.

Als ik er iets van leerde, dan is het dit: de leesdoelen komen niet altijd overeen met de leesbehoefte van dat moment. Daarom is het ook goed om soms iets anders te pakken dan een exemplaar uit de stapel nog te lezen boeken.

Zo liet ik het idee losgelaten dat ik bepaalde boeken zou moeten lezen. De gebroeders Karamazov leverde teveel frustratie op. Misschien dat ik het later nog eens probeer. Ook voor de boeken van Dickens moet je in de juiste stemming zijn. Je kunt het niet afdwingen alles van hen te lezen.

Zo pakte ik vorige week weer het boekje Lijmen/Het been. Gewoon omdat ik er weer zin in had. Het kostte mij dit keer best veel moeite om erin te komen. Pas op het moment dat Boorman en Laarmans aankloppen bij de firma Lauwereyssen kreeg het verhaal mij te pakken. Ik lachte mee met de belachelijke situaties en genoot van de rake observaties van Elsschot.

Zo merk ik dat ik het gewoon een beetje ruimte moet geven. Al gaat die vlieger niet altijd op. Soms ben je gewoon te druk met andere dingen om geconcentreerd te lezen. Het wil dan best helpen om een ander boek te pakken en waar je mee bezig was, te laten voor wat het is.

Waar ik overigens wel erg veel last van heb, is dat ik graag over al die boeken die ik lees iets wil schrijven. Dan dringt zich een heel ander probleem op. Ik kom er niet aan toe, begin aan het volgende boek, dat dan ook weer een paar leuke blogjes moet krijgen en dat gaat dan soms best lastig. Dan achtervolgt mij het best en zou ik liever lekker gaan zitten lezen dan erover te schrijven.

Misschien moet ik dat ook oplossen zoals het lezen. Het schrijven even te laten of het bij één bijdrage te houden voordat ik meer ga schrijven.

Tips zijn van harte welkom.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 6 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Spuwen – #WoT

image

spuwen (overg.; spuwde, h. gespuwd) [~ Lat. spuere, Gr. ptuein, 1 (formeler dan spugen) speeksel enz. uit de mond uitwerpen: hij spuwt op de grond; verboden te spuwen; (uitdr.) iem. in ‘t gezicht spuwen, hem diep beledigen; (uitdr.) op iem. of iets spuwen, hem of het diep verachten; (uitdr., litot.) in iets niet spuwen, het graag lusten; in de handen spuwen, als symbool van hard werken; 2 (formeler dan spugen) braken: bloed, gal spuwen; (uitdr.) vuur en vlam spuwen, zie bij vuur (1); (bij verg.) (van een vulkaan) de Vesuvius spuwt soms vuur.

In de gerestaureerde tramrijtuigen waarin ik afgelopen zomer zat, viel mij de vele betuttelende bordjes op. Ze hingen overal en bevatten allerlei geboden en verboden. ‘Niet spreken met de bestuurder’, was er eentje. Maar de meest opvallende was ‘niet spuwen’.

In Jan Cremers boek Ik Jan Cremer komt de uitleg van dit verbod aan de orde. Hij reist in de vroege ochtend naar de fabriek waar hij een baantje heeft om voor zijn lief te kunnen zorgen. Hij stapt nog midden in de nacht op de bus vol met fabrieksarbeiders.

We schommelden door het landschap. Af en toe stopte de bus en kwamen er een paar frisse arbeiders binnen. Ze hadden allemaal tassen bij zich en petten op. Ze kauwden op sjekkies, bruingeworden aan het eind. Ofschoon er NIET SPUWEN op een bordje stond, rochelden ze een voor een op het middenpad. En wreven het dan uit met hun beslagen werkschoenen tot een drillerige vlek. (142)

Dat was in de jaren 1950. Ik reis regelmatig voor mijn werk in het openbaar vervoer, maar heb de rochelende lui niet meegemaakt. Het verhaal van Jan Cremer laat hiermee een historische werkelijkheid zien die niet zo ver achter ons ligt.

Jan Cremer moet heel smerig werk doen bij een varkensslachterij. Hij verzet zich tegen de autoritaire houding van de leidinggevende en schopt stennis. Dit heeft hij niet afgesproken en hij verlaat het pand pas nadat hij zijn loon heeft gekregen. Zo hoeft hij ‘s morgens niet meer met de rochelaars te reizen. Hij laat zijn liefje ook spoedig in de steek omdat het avontuur lonkt.

Jan Cremer: Ik, Jan Cremer Amsterdam: De Bezige Bij, 1964. ISBN 90 234 2444 1. 365 pagina’s.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord ‘Spuwen’.