Categoriearchief: nederlandse literatuur

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

Goede mannen van Arnon Grunberg – lezen

Een boek over rouw, dat is Goede mannen van Arnon Grunberg. Tenminste, ik lees het in een bespreking op internet. De persoon die het boek aanbeveelt is erg onder de indruk van de manier waarop de rouw wordt aangepakt.

Daarom sla ik de nieuwste roman van Arnon Grunberg open. Goede mannen gaat over een brandweerman met de bijnaam de Pool. Hij komt uit Polen. De verteller helpt meteen dat de lezer de voornaam Geniek verkeerd zou uitspreken. Je spreekt het namelijk uit als Genjek. En daarnaast vergemakkelijkt hij de naam in de rest van de roman door over de Pool te spreken.

Brandweerman

De roman opent met de brandweerman die zich opwindt over zijn tienerzoon Jurek. De jongen zit volgens hem alleen maar op zijn krent en vooral op zijn mobieltje. Daarnaast loopt het hoog op in huize Janowski. De Pool wil namelijk naar de vrouw van zijn collega Beckers. Ze heeft net gehoord dat ze ongeneeslijk ziek is en hij wil haar troosten. Van zijn vrouw mag hij niet naar haar toe. Ze zegt dat als hij naar mevrouw Beckers gaat, ze bij hem weggaat.

Dan komt het verhaal van Geniek, want naast zijn zoon Jurek, heeft hij nog een zoon, Borys. Dan volgt het verhaal van Borys. Een indrukwekkend verhaal dat zoals vaker gebeurt in romans van Arnon Grunberg ook veel absurditeit bezit. Borys poept overal te pas en te onpas in zijn broek. De oplossing? Ze kopen een pony voor hem.

Er blijkt iets heel anders aan de hand te zijn met de jongen, maar dat dringt niet tot de buitenwereld door. Uiteindelijk overlijdt Borys en het gezin blijft achter met veel vragen en een kreupele pony. Een boer die moeilijk doet over het dier, maar de pony geneest op wonderbaarlijke wijze. Ondanks die genezing moet het oude dier toch naar de slager.

Troost

Een verdrietig verhaal waarbij de vrouw van zijn college Beckers ze graag wil troosten. De vrouw van Geniek ziet hier heel weinig in en als Geniek er zelf wel op ingaat, dan loopt het natuurlijk verkeerd. Want wat is troost zoeken eigenlijk.

Het verhaal krijgt zoals te verwachten valt bij Arnon Grunberg een aantal zeer bijzondere wendingen. Zo belandt Geniek in een klooster en wachten zijn vrouw en zoon op hem. Het lijkt allemaal voldoende, maar de vrouw van Beckers gooit roet in het eten. Er zit niks anders op dan dat Geniek en zijn vrouw gaan scheiden.

Is daarmee de roman Goede mannen een verhaal over rouw. Het draait om een eenvoudige man die alles op alles zet om zijn gezin gelukkig te maken. Hij doet hiervoor domme dingen, maar er gebeuren net zo goed heel mooie en ontroerende dingen. Hij doet het oprecht en daar twijfel je als lezer niet aan.

Kippenhok

Zoals als hij verblijft in het klooster en zich terugtrekt in het kippenhok om God te ontmoeten:

Het kluizenaarschap had hem een oplossing geleken. Hij had de liefde gezocht waaraan je niet kon ontkomen en die had hij gevonden, hij had nooit geweten hoeveel pijn die liefde kon doen tot hij haar op zijn lichaam had voelen branden, toen wist hij het. Van ’t een kwam ’t ander, de liefde had hem naar het kippenhok gelokt, de liefde die ervoor zorgde dat je elke wond wel wilde omarmen, elke pijn zingend tegemoet ging, elke dood als een geschenk wilde aanvaarden, al zou hij daarover niet spreken. (326)

Een bijzondere vermenging van absurditeit en religiositeit. Iets wat je bijvoorbeeld ook in romans als De Joodse Messias tegenkomt, met de teelbal op sterk water die de naam Koning David draagt. Ook in deze roman spelen troost en liefde een cruciale rol. Het lijkt wel of Arnon Grunberg deze door de eeuwen heen uitgeholde begrippen nieuwe betekenis probeert te geven in de absurditeit waarin hij ze plaatst.

Dat geldt eigenlijk voor al die grote begrippen als rouw, troost, angst en liefde. Eigenlijk alleen angst is een emotie. De rest zijn aanduidingen voor heel persoonlijke ervaringen die voor iedereen weer anders zijn. Arnon Grunberg probeert ze uit hun leegte en betekenisloosheid te halen. De absurditeit is het enige dat er uiteindelijk van overblijft.

Zoektocht naar liefde

In Goede mannen is het de zoektocht naar liefde die Geniek in het kippenhok probeert te vinden. In het nabije klooster kan hij deze liefde en nabijheid van God niet ervaren, maar in het kippenhok lijkt hij te zoeken naar deze religieuze ervaring. Of het hem lukt, laat de verteller eigenlijk in het midden. Het doet hem wel besluiten om weer naar huis terug te keren.

Net als dat zijn geduldige vrouw hem juist in de steek laat omdat hij de stervende mevrouw Beckers wil opzoeken. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Al beweert zijn vrouw later dat ze deze gelegenheid aangreep om hun ingedutte relatie definitief uit te kunnen blazen.

Het verhaal laat wel zien hoe moeilijk het is om het leven na een verlies weer op te pakken. Het is bijna onmogelijk en iedereen doet het op zijn geheel eigen manier. Dat treft mij wel bij het lezen van dit boek. Binnen de absurde wereld die de verteller schetst, met veel bizarre wendingen, grijpen deze aspecten je juist heel erg aan.

Eigen wereld

Daarmee ontstaat een heel eigen wereld, een beetje vreemd, maar tegelijkertijd heel vertrouwd. Een schets van een mensenleven, waarbij het verlies van een kind ook een schijnbaar eenvoudige man gigantisch aangrijpt.

Het leven van voor het verlies is eigenlijk niet meer op te pakken. Dat laat Arnon Grunberg heel treffend zien in zijn laatste roman. Daarmee bewijst hij dat hij in elk nieuw verhaal een mooie wereld schept, waar zelfs alles wel min of meer op zijn pootjes terechtkomt. Inclusief het vinden van een nieuwe vrouw. Natuurlijk gaat dit net zo bizar als bij het eerdere verhaal. Inclusief een groepsreis van mannen die op zoek gaan naar een vrouw in de Oekraïne.

Arnon Grunberg: Goede mannen. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018. ISBN: 978 90 3880535 1. 510 pagina’s. Prijs: € 25,99. Bestel

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

Een charismatisch defect

Zijn de idealisten uit de jaren ’60 inderdaad mensen die verdraagzaamheid nastreefden en voor vrede en gelijkheid streden? Dat is de vraag die in je opborrelt na het lezen van de roman Een charismatisch defect van Eva Kelder.

Ze schreef haar 2e roman in een specifiek tijdvak: de tijd van de idealisten in de jaren ’60. De roman vertelt het verhaal van Anneke. Ze ontsnapt net van school uit de greep van het ouderlijk huis. Haar autoritaire vader ruilt ze in voor een commune onder leiding van de donkere Amerikaan Blake.

Hij noemt haar April, de maand waarin hij haar voor het eerst ontmoet en zij op hem een onuitwisbare indruk maakt. Ze wordt zijn liefje, maar moet zijn aandacht met de commune delen. Ze maakt deel uit van een commune met mensen die allemaal een betere wereld nastreven. Gedweep met Nietzsche, zonder zijn naam te noemen. Maar zit het kwaad wel in de directeur van een fabriek die wapens maakt of een regent die partij kiest voor de vijand?

Het kwaad zat niet in de hemel, in de tijd, de mensen, het land, de stad, het kwaad zat in haar. En misschien ook wel in hem. (70)

Niemand heeft aandacht voor de duistere kant van Blake en zijn beweging. Ze krijgt een zoon met hem, Fedja, maar ze deelt een veel ongrijpbaarder geheim met hem en hun vriend Curacao Dick. In het 2e deel van de roman probeert ze het enorme schuldgevoel dat hieruit voortkomt grijpbaar te maken. Maar het lukt niet. Haar zoon staat verder van haar af dan ooit en ze verliest de net opnieuw gevonden Curacao Dick.

Met de roman laat Eva Kelder zien dat idealisme ook een keerzijde heeft. Als het misgaat, gedragen idealisten zich net als de mensen tegen wie ze zich keren. Die keerzijde laat de verteller in de roman vooral zien als het gaat om de relatie tussen April en haar zoon Fedja. Ze krijgt geen vat op hem en hun relatie lijkt hetzelfde lot beschoren als haar relatie met haar vader. Het kwaad zit niet in het systeem, het zit in jezelf.

Idealisme is mooi, maar als dat ten koste gaat van iemand anders vrijheid of zelfs zijn leven, dan drukt dat op een mensenleven. Eva Kelder laat dit zien in haar indringende roman. Voor de een drukt de schuld te zwaar op zijn gemoed, de ander zoekt het in een nieuw leven op het platteland. Anneke vindt het in de gedichten en uiteindelijk ook in de keuze voor wie ze kiezen moet: haar zoon.

Zo blijf je als lezer achter en hoopt dat ze hierin slaagt.

Eva Kelder: Een charismatisch defect. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9114 5. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

Ben jij anders gaan lezen door school? – #50books vraag 45

img_20161106_083730.jpgOp Twitter zag ik een interessante discussie over het literatuuronderwijs op school. De ontlezing is namelijk op zijn retour. Jongeren durven weer een boek te pakken en te gaan lezen. Hierbij grijpen ze ook terug op het papieren boek. Even geen mobieltje, even geen internet, maar gewoon met een boek op schoot.

Ik ben gek op lezen en verslond toen ik jong was al veel boeken. Ik las De schippers van de Kameleon, de spannende scheepsverhalen van K. Norel en Snuf de hond van Kees Prins. Op de Middelbare school maakte ik kennis met de geschiedenisboeken van Thea Beckman. Enthousiast geworden door een fragment van Kruistocht in spijkerbroek bij Nederlands.

De liefde voor literatuur kwam pas na de Mavo op de MTS. Ik ontdekte de boeken van Maarten ’t Hart en via hem rolde ik de Nederlandse literatuur in. Pas toen ik stopte met de MTS en versneld Havo en VWO ging doen, volgden andere boeken van ondermeer Harry Mulisch en ook Jan Wolkers.

Daarom loopt mijn liefde voor het lezen hand in hand met de opleidingen die ik deed. Maar geldt dat voor iedereen?

Daarom de boekenvraag voor deze week:
Ben jij anders gaan lezen door school?

Ben je juist meer gaan lezen door je opleiding en je docenten? Of werkte het literatuuronderwijs juist demotiverend voor je?

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Spel met de lezer

image

Hoe moet het aflopen? Het is een worsteling waarmee de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kampt in zijn Brieven uit Genua. Hij verzucht dat het verhaal toch ergens heen moet. Een boek kent toch een afloop. Of het nu een brievenbundel is of een roman. Dat zou niet hoeven uit te maken.

Brievenbundel

In zijn 4e brief aan zijn uitgever vraagt Ilja Leonard Pfeijffer het zich af. Hoe moet het aflopen? Hij kan moeilijk een afloop verzinnen, want een brievenbundel vraagt om de werkelijkheid in het verhaal. Het moet gebeurd zijn wat er staat.

Maar het probleem is dat ik niks mag verzinnen. Dat is de spelregel. Daar moet ik mij aan houden. Dus die grote dramatische wending zou ik in het echt, in het ware leven, moeten bewerkstelligen. Ik zou om compositorische redenen in mijn eigen leven een spectaculair omslagpunt moeten beleven. (596)

Wat verderop in zijn 44e brief aan Geyla, komt het onderwerp eveneens ter sprake. Bijna letterlijk schrijft Ilja Leonard Pfeijffer hetzelfde aan haar:

Omwille van de literaire compositie zou het het beste zijn om mijn leven in het echt spectaculair te veranderen. (620)

De compositie van de wereld op papier vraagt om een verandering in de werkelijkheid. En als geroepen komen de strubbelingen binnen. Het begint met de liefde en een ‘zere reet’ om uiteindelijk uit te monden in een radicale verandering van leven.

Leven overdenken

Of zoals hij in zijn laatste, toeval of niet, de 50e brief aan
Geyla schrijft. Door de brieven heeft hij de eerste 47 jaar van zijn leven overdacht. Hij heeft weliswaar 4 jaar over deze therapie gedaan, maar dan heb je ook wat:

Het was een psychoanalyse geweest van vier jaar lang in dagelijkse sessies, waarbij ik mijn eigen therapeut was. Iets van mijzelf had ik wel begrepen. (696)

Zo eindigen 700 pagina´s van zelfanalyse. Het is een heel avontuur dat je leest, waarbij niet elke brief en elk verhaal even interessant is. De beloofde liefde voor de stad Genua drijft soms teveel weg in het levensverhaal van Ilja Leonard Pfeijffer. En daar zijn sommige delen te langdradig en zelfvererend, waarmee hij juist de charme verdwijnt zoals dat in een boek als La Superba voorkomt.

Stadsverhalen

Juist in zijn roman La Superba draait het om de vele stadsverhalen, de verhalen van het pleintje waaraan zijn stamkroeg zit. Die maken het boek zo treffend. Hier valt het teniet door de vele zelfpromotie waardoor het echte verhaal teveel naar de achtergrond verdringt.

Misschien is de werkelijkheid echt minder mooi dan fictie.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Zeg maar dat we niet thuis zijn

image

De roman Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire is een bijzonder boek. Het verhaal gaat over de Nederlandse begrafenisondernemer Milan den Hartog. Hij werkt zijn laatste week bij uitvaartmaatschappij Noorderzon en Zonen. Hierna wil hij iets heel anders gaan doen.

In de laatste week als uitvaartondernemer krijgt hij 3 bijzondere uitvaarten. Het zijn alledrie uitvaarten van mensen met een andere culturele achtergrond.

Deze laatste week heb ik een aantal opmerkelijke mensen ontmoet, ik noem ze Nederlanders met een niet-Nederlandse achtergrond, die ik moeilijk kon inschatten omdat ze maar bleven praten over dingen waarin ik niet geloof. (24)

De verteller en hoofdpersoon Milan den Hartog verwijst naar de uitvaart van meneer Mohammed Jahangir. Deze overleden man is een Koerd en gevlucht uit Iran, maar vanwege een verblijfsvergunning heeft hij zegt dat hij uit Irak komt.

Omdat hij begraven wil worden in zijn geboorteland stuit deze ‘witte leugen’ uit het verleden op een probleem. Een probleem dat Milan mag oplossen. Het verhaal volgt de 7 dagen die de overledene in de koelcel ligt.

Het verhaal van Milan en zijn strubbelingen met autoriteiten en nabestaanden wordt afgewisseld met berichten uit het dodenhuis. Vanuit zijn koelcel geeft de dode Mohammed Jahangir zijn commentaar op de hele situatie. Het zijn berichten die in de spambox van de hoofdpersoon Milan den Hartog belanden en waarvan hij zegt dat hij ze niet leest.

Hij doet dit met humor en wisselt daarmee het eigenlijke verhaal van Milan den Hartog. De uitvaartondernemer worstelt heel erg met zijn eigen identiteit. Op de vraag of hij homo is, reageert hij ontwijkend.

Daarmee geeft de roman een mooie inkijk in het leven van een uitvaartondernemer. De verteller staat midden in de multiculturele maatschappij, maar lijkt vooral zichzelf kwijt te raken. Daarbij lukt het hem maar moeilijk om de nabestaanden goed te begeleiden.

Daartussen meanderen de doden met hun vragen, bedenkingen en wensen. De overledenen verdwijnen en families zoeken naar hun gestorven geliefden. De roman laat aan de hand van de dood zien hoe ingewikkeld onze maatschappij is.

Rashid Novaire: Zeg maar dat we niet thuis zijn. Roman. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN: 978 90 414 2579 9. Prijs: € 18,99. 224 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

 

Energie en verlies aan idealen

image

Het lezen van Gimmick! laat een roman zien die overstroomt van de energie. Het is een energiek werk dat snel leest en een feest is om te lezen. Tussen alle regels door geeft de verteller boeiende opvattingen. De opvattingen over kunst bijvoorbeeld.

Als Walter Raam in de Gimmick! in gesprek is met de kunstenaar Eckhardt:

‘Er is geen subcultuur meer,’ begint ‘ie, ‘alles is al officiële kunst als de verf nog niet gedroogd is, als de acteurs nog repeteren en het doek nog niet is opgegaan, als de roman alleen nog maar op floppy staat.’ En: ‘Er zijn geen goeie of slechte kunstenaars meer, Walter, er zijn kunstenaars mét geld en er zijn kunstenaars zónder geld en de kunstenaars zonder geld zijn eigenlijk helemaal geen kunstenaars. Nee, zo zit het! Ik vind het niet leuk, jij vindt het niet leuk, niemand vindt het leuk, niemand is tevreden en iedereen heeft alles al gezien.’ (47)

Er zijn geen idealen meer, het ideaal is geld. Dat is de strekking van het gesprek. Dat Walter Raam zijn kunstenaarschap laat afhangen van de liefde, doet je zelfs als lezer pijn. Je denkt, man, maak toch een schilderij en je kunt weer even vooruit.

Als Eckhardt hem later op Ibiza oproept om te gaan exposeren en kunst te gaan maken, draait het ook niet om de kunst, maar om het geld. Eckhardt gebruikt het ideaal dit keer om Walter Raam op te roepen weer kunst te gaan maken. Zo kan hij samen met Groen tot de top 3 van Nederlandse kunstenaars gaan behoren. Eckhardt slaat opeens een ander toontje aan, maar het draait nu ook om geld:

‘Het gaat om de strategie. Het gaat om jouw en, eerlijk is eerlijk, ook om míjn belang. We streven tenslotte hetzelfde na in de kunst, jij, Groen en ik, we hebben hetzelfde… ja, we hebben hetzelfde, en er is geen ander woord te bedenken – we hebben hetzelfde ideáal!’
Ik kan mij niet herinneren het ooit met Eckhardt over idealen te hebben gehad. Wel staat me nog bij dat hij ooit in de Gimmick heeft gezegd dat er geen idealen meer bestaan. (128/9)

Het ideaal dat er nog is, is geld en dat drijft ook Eckhardt om Raam op te roepen weer kunst te maken. Het zal hem ook beter maken en dat belang is voor hem belangrijker dan de kunst die Walter Raam maakt. Zijn kunst zal Eckhardts werk meer waard maken.

Dat verlies van idealen weet Joost Zwagerman treffend te pakken in zijn roman Gimmick! dat een mooi inkijkje geeft in de kunstenaarswereld aan het einde van de jaren 1980. Het draait niet om de kunst, maar om het geld dat het oplevert.

Dat de kunstenaars vervolgens vluchten in seks, drank en drugs zorgt ervoor dat de kunst failliet is. Het bestaat niet meer. Dat is vooral het beeld dat Joost Zwagerman weet op te roepen in zijn roman. Hij doet dit met evenveel energie waarmee bijvoorbeeld Remco Campert in de jaren 1950 Het leven is verrukkelluk. Dat maakt Gimmick! tot een feest der herkenning en een herbeleving van de roerige jaren 1980 waarbij alle idealen vervallen.

Joost Zwagerman: Gimmick!. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1991 [1989]. Grote ABC nr. 662. ISBN: 90 295 6156 4. 236 pagina’s. Bestel.

Gimmick!

image

Het boek waarmee Joost Zwagerman in 1989 doorbrak is Gimmick!. Het is een cultboek dat de jongeren omarmden. Het refereert overduidelijk naar de oproep van Ton Anbeek bijna 10 jaar eerder. De Leidse hoogleraar concludeert in dit essay over Maarten ’t Harts Een vlucht regenwulpen en Oek de Jongs Opwaaiende zomerjurken dat de Nederlandse literatuur wel wat straatrumoer kan gebruiken.

Het boek van Zwagerman is een poging de taal en het verhaal van de straat naar binnen te halen. Hij is hiermee de wegbereider voor schrijvers als Arnon Grünberg en Ronald Giphart. Literatuur waarin de personages feesten, dansen, drinken en snuiven.

In Gimmick! geeft Joost Zwagerman een schets van de kunstenaarsscène vanaf het midden van de jaren 1980 in Amsterdam. De hoofdpersoon Raam is een kunstenaar, maar hij komt door al het feesten niet toe aan het creëren van kunst. De hele roman stelt hij de schepping uit. Hij kiest voor het leven en niet voor het werken aan nieuwe kunstwerken. Hij schakelt hiermee zichzelf uit, zonder nieuwe schilderijen is zijn kunstenaarschap dood.

De roman van Joost Zwagerman opent in New York, waar het gebeurt. Walter Raam bezoekt er samen met zijn vriend Groen een peepshow. Het is een scène die nog niet eerder zo is opgevoerd. De peepshow als inspiratie voor de kunst. Alleen ziet Walter Raam dat niet zo. Hij ontvlucht de peepshow en logeert bij een een oudere dame.

Symbool voor het feesten is de Gimmick! Een danstent vergelijkbaar met de IT in Amsterdam. Walter Raam komt er graag om alles te vergeten maar vooral voor zijn liefde voor Sammie. Daarmee is de roman een verhaal waarbij de kunstenaar zijn muze mist en eigenlijk zijn inspirartie verdwenen is.

Gimmick! staat ook symbool voor de ontmoeting met Sammie. Hij probeert steeds deze liefde weer op te roepen met drank en drugs. Alleen hij slaagt hier niet in. De drank en drugs helpen hem niet verder, ze brengen hem juist in de problemen. Hij komt niet meer aan het creëren van kunst.

Joost Zwagerman: Gimmick!. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1991 [1989]. Grote ABC nr. 662. ISBN: 90 295 6156 4. 236 pagina’s. Bestel.

Ica en Connie Palmen

image

In de roman Ica vermengt Eva Posthuma de Boer feiten met fictie. Ze refereert in haar boek expliciet naar de schrijfster Connie Palmen, die ze Ica Maria Metz noemt. Ze past hiermee een procedé toe dat de schrijfster Connie Palmen veelvuldig toepast in haar boeken.

De roman Lucifer van Connie Palmen is een duidelijk werk waarin feit en fictie vermengt worden. Het leverde onder lezers veel verwarring op omdat het zo expliciet de val van de vrouw van componist Lucas Loos op een Grieks eiland van een 40 meter hoge afgrond. De verwijzing naar de componist Peter Schat die zijn vrouw zo verloor in 1981.

De roman leverde veel ophef op omdat Connie Palmen zo expliciet verwijst naar Peter Schat. Ze verdraait de werkelijkheid en zoekt naar een de toedracht bij het ongeval. Al kan ze het niet bewijzen, ze suggereert dat de val niet een ongeluk is geweest. De vermenging van fictie met de feiten, in het Engels aangeduid met faction, moet de kijk op de werkelijkheid duidelijker maken.

Iets soortgelijks doet Eva Posthuma de Boer in haar roman Ica. Overal suggereert de vertelster dat Connie Palmen model staat voor Ica. Ica rookt en drinkt, net zo gulzig als Connie Palmen. Als ze samen buiten staan te roken – Nadine Sprenger rookt voor de gelegenheid mee – dan zou wat Ica zegt, zo uit de mond van Connie Palmen kunnen komen:

‘Het zijn gevaarlijke tijden, geloof me. De kleinburgerlijkheid heeft zijn intrede nu werkelijke in alle lagen van de bevolking gedaan, zelfs in de kunstenaarskringen. Ongezond is taboe, we mogen niets meer behalve verantwoord eten, vroeg naar huis en ons ongans sporten. Zelfs het verlangen naar alles wat verboden is, moeten we verbannen, met onzin als acupunctuur, mindfulness en andere zelfhulpquasch. En het neemt steeds excessievere vormen aan, de doctrines maken de mensen onuitstaanbaar, dat wijzende vingertje van hen die zelf nooit anders hebben gedaan, als bekeerden trachten ze je aan te steken met hun gezondheidsleer: als je doodgaat is het je eigen schuld! Straks komen er nog straffen op te staan ook. Het is toch verdomme de dood in de pot voor het vrije denken, elke vorm van creativiteit wordt in de pan gehakt. En wat willen ze, dat we allemaal honderd worden, gerimpeld en kreupel eindigen, zonder ooit nog iets te hebben gedaan wat ons geluk bracht?’ (52/3)

Connie Palmen kan het gezegd hebben. Ik herinner mij de rel rond het roken op televisie bij het televisieprogramma Zomergasten nog. Haar persoon sijpelt op alle mogelijke manieren door in de roman van Eva Posthuma de Boer. Zo vermengen werkelijkheid en fictie zich, zoals ook in Connie Palmens boek Lucifer gebeurt.

Overigens is de vergelijking nog verder te trekken. Kijk alleen al naar de opbouw van Ica: als een Griekse tragedie. De vertelster legt het in de proloog uit. Connie Palmen hanteert deze opbouw in Lucifer ook. Net als dat de verantwoording aan het einde keurig de citaten vermeldt waarvan Eva Posthuma de Boer gebruik heeft gemaakt in haar boek.

Ze gaat zelfs nog een stapje verder. Ze weet het oeuvre van Connie Palmen te parafraseren. Zo doemt regelmatig de roman De vriendschap op die ik voor mijn middelbare school las en die bij het lezen van Ica weer in mijn gedachten opdoemt. Daarvoor hoef ik het boek van Connie Palmen zelfs 20 jaar later niet voor te herlezen.

Eva Posthuma de Boer: Ica. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN 978 90 414 2626 0. 280 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over de roman Ica van Eva Posthuma de Boer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.