Categoriearchief: necrologie

Met Mulisch is de oorlog dood

De vrouw van een literair recensent vertelde mij eens bij een etentje dat ze als de dood was bij het kerstdiner een telefoontje te krijgen. Dat Harry Mulisch dood zou zijn en haar man direct een necrologie moest schrijven. Het liefste zou ze de stekker van de telefoon eruit hebben getrokken. Want dan zou haar man ogenblikkelijk het gezellige familiediner moeten verlaten om een stukje voor de krant van morgen te schrijven.

Of het ooit gebeurd is, vertelde ze er niet bij. Afgelopen week hebben de makers van necrologieën uitvoerig de tijd gehad om het leven van Harry Mulisch te beschrijven. De meest walgelijke stukken vliegen over het internet en morgen zal de krant ook wel vol staan met verklaringen waarin de schrijver het graf in wordt geprezen.

De informante vertelde mij meer over Harry Mulisch bij dat etentje.
Harry Mulisch komt in dat opzicht sterk overeen met het personage Max in De ontdekking van de hemel. Net als Max liet Harry geen moment voorbij gaan het vrouwelijk schoon te aanbidden en meer dan dat. Het is een vreemd gezicht om dan te kijken naar een boekenprogramma waarbij Marita Mathijssen is opgetrommeld. Ook zij gaf, volgens de informante gehoor aan de veroveringsdrift van de schrijver. In deze uitzending bleef het roemen beperkt tot het literaire oeuvre en de verschijning. Al liet ze tussen de regels wel iets los. Ze werd ‘helemaal blij’ als ze hem zag.

Zeker is dat Mulisch een bijzondere schrijver aan het literaire firmament was. De opmerkingen over zijn ijdelheid kwamen uit in grappen waarbij hij zich liet opbellen als hij in American zat. Hij liet zich dan oproepen met de opmerking: ‘Meneer Mulisch er is telefoon voor u’. Alleen om interessanter te zijn dan hij was.

Ik denk persoonlijk dat het door iedereen vermeende ‘naast de schoenen lopen’ een zeer vergaande vorm van ironie was. Hij verschool zichzelf achter deze grootdoenerij. Door het idee op te wekken dat hij zichzelf zo verschrikkelijk serieus nam, wekte hij de afgunst van heel veel mensen. Terwijl als je goed naar hem luisterde, sprak in iedere regel de zelfspot en maakte hij zichzelf vooral belachelijk door zo groots over zichzelf te praten.

Ik ben ervan overtuigd dat deze vorm van ironie ook terugkomt in zijn boeken. Hij zet de wereld zo groots op dat alles klein werd. De hele opbouw van een werk als De ontdekking van de hemel vormt een reconstructie van de wereld waarin de almacht van het Opperwezen vooral tot uiting komt. Het Opperwezen is hier overduidelijk de schrijver die een wereld en een hemel maakt, boordevol onmogelijkheden die alleen door hem mogelijk waren.

Vooral aan die constructie van de romans had ik een ongenadig leesplezier. De stijl greep mij niet altijd zo, zeker in de vroege romans is de stijl een lastig obstakel waar doorheen gedrongen moet worden. Tegelijk vormt Het stenen bruidsbed naar mijn oordeel echt het hoogtepunt van zijn oeuvre. Zeker ook door het wonderlijk samenkomen van dader en slachtoffer. Het legt naar mijn oordeel de hele schuldvraag – wie was er eigenlijk fout in de oorlog – open.

Want die oorlog, die heeft het oeuvre van Mulisch wel bepaald. Hij kwam er niet meer van los. Het proces Eichmann dat hij van begin tot einde volgde, leverde niet alleen een indrukwekkend boek op: De zaak 40/61. Veel meer sprak er zijn fascinatie uit over de oorlog en de grip die hij wilde hebben op deze misdadigers. Want wat is goed en wat is fout? Dezelfde vraag als die in Het stenen bruidsbed uit 1959 spreekt.

Als je met een voet in de oorlog staat omdat je hem hebt meegemaakt en tegelijk jezelf zo buiten die oorlog kunt plaatsen, vind ik een hele prestatie om zo naar de oorlog te kijken. Het heeft zijn leven en werk beïnvloed en daarom durf ik met een gerust hart te beweren dat met Mulisch de oorlog dood is.

Willem Brakman

Roem valt niet iedere schrijver ten deel. De dood van schrijver Willem Brakman (1922-2008) kreeg een tiende lengte als dat van de dode Voskuil toebedeeld bij het journaal vanavond. Ontoegankelijkheid werd hem verweten, maar de kleine lezersschare die hem las, was trouw, heel trouw. Elk nieuw boek dat van hem verscheen schaften ze aan. Geen lange rijen bij de plaatselijke boekhandel.
Een trouwe lezer die ik ken is Ernst van Alphen. Hij is zelfs op hem gepromoveerd. Van Alphen noemt de ontoegankelijkheid van het journaal ‘verleiding en verzet van Willem Brakmans lezer’. Hij typeert het werk als postmodern. Bij zijn inauguratie als hoogleraar Literatuurwetenschap in Leiden, noemde hij het een schrijver die hield van ouwehoeren.
Ik las van Brakman De Afwijzing en kreeg er weinig grip op. Er gebeurt veel en weinig in de romans van Brakman.

Kijk verder op:

  • www.wbrakman.nl: een website boordevol informatie, van een echte liefhebber
  • www.vn.nl: een artikel over biograaf Gerrit Jan Kleinrensink die Willem Brakman volgt als Eckermann achter Goethe.

Han Voskuil

Een vreemd, weemoedig gevoel maakt zich van mij meester. De schrijver Han Voskuil, vooral bekend van zijn zevendelige romanserie Het bureau (1996-2000) is overleden. Dat hij eigenlijk al sinds donderdag het tijdelijke voor het eeuwige verruild heeft, maakt het misschien nog wranger.
Voskuil is de tweede schrijver die dit jaar overlijdt met behulp van euthanasie. Schrijver Hugo Claus ging hem in maart voor. Beide schikten zelf over het tijdstip van overlijden. Claus stierf temidden van het paasgejoel, Voskuil koos voor de combinatie van Hemelvaartsdag en de Dag van de Arbeid. Een eerbetoon aan zijn socialistische vader, denkt Voskuils vrouw Lousje in NRC Next.
Het werk van Voskuil is misschien wel het best te noemen als verwachtingen die achteraf niet juist blijken te zijn. Vrienden zijn geen vrienden. Collega’s zijn het meest minderwaardige volk dat bestaat. Ze zijn je vrienden niet, maar je brengt wel de meeste tijd met ze door. Voor een mens die zijn dagen slijt op kantoor, herkenbare materie.
Dat ik dan toch bevangen ben van een weemoedig gevoel, is ergens vreemd. De boeken kunnen gewoon na de dood van de schrijver gelezen worden. Zo beleefde ik bij mijn verblijf in Duitsland heel veel plezier aan Het verdriet van België, terwijl de schrijver dood is. Ook Voskuils boeken boezemen niet aan kracht in. Misschien is de weemoedigheid wel het idee dat er nooit meer zo’n boek zal komen als Het bureau of Reqieum aan een vriend. Boeken maken een schrijver tot een goede vriend, ook al hield hij van varkens en had hij het niet zo op vrienden.

Wat mij verbaast, is de foutieve informatie die de necrologiën bevatten. Volgens De Pers is de schrijver zaterdag overleden, Elsevier beweert dat hij aan zijn einde gekomen zou zijn door kanker. Hinderlijk die fouten. Ze zijn pas later op de dag op de websites hersteld.
Wie van die necrologen zou Het bureau helemaal gelezen hebben?

Hugo

Het nieuws overviel me als een melancholische bui. Hugo Claus is overleden. De leeuw van Vlaanderen is niet meer. Een groot schrijver is heengegaan.
Eens was ik in Antwerpen en ontmoette een alleraardigste jongen in een cafe. ‘Claus, Claus’, zei hij. ‘Dat is de dichter.’ Huilend droeg hij uit zijn hoofd de mooiste gedichten voor. Ik proefde de emotie uit zijn mond druppelen.
Sindsdien lees ik regelmatig de gedichten van Claus. Inderdaad, het is een groot dichter. Zo groot dat ik het onwaardig vind om hier een gedicht van hem te citeren. Dat is Het verdriet van Belgie. Dat boek neem ik over twee weken mee op vakantie. Om hem te herdenken en, ik hoop, het gereed zijn van de boekenkast te vieren.

Stellenbosch

Er zijn deze week twee nieuwe artikelen van mij verschenen op Litnet. Een korte necrologie over Jan Wolkers en een artikel dat niet eens niet de Nederlandse literatuur gaat. Ik bespreek de eerste twee afleveringen van de nieuwe televisieserie Stellenbosch. Een indrukwekkend familieverhaal dat voor een gedeelte in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch speelt. Veel clichés, maar tegelijkertijd mooi filmwerk. De beelden laten zien hoe mooi Zuid-Afrika is. Het verhaal zelf is ook de moeite waard.
Voor de rest, lees mijn essay op Litnet, neerlandinet. Als je zelf wilt kijken en oordelen: het eerste deel van de serie is te zien op 4 november.