Categoriearchief: natuur

Loslopende honden – Tiny House Farm

Loslopende honden. Het lijkt helemaal bij Oosterwold te horen. Niet alleen in de boskam lopen ze los, ook in de woonwijk. Laatst zelfs bij ons in de buurt. Dan loop je zelf netjes met je hondjes aan de lijn en vliegt er ineens van een erf een grote hond op je af.

Niks tegen te beginnen. Alleen maar verweren. Met moeite kreeg ik het dier weer weg. Maar ook op de Goudplevierweg een paar weken terug, daar greep zo’n grote Sint-bernhard onze Saar. Ik wist het dier op strenge toon weg te krijgen.

Het bos in Almere Oosterwold

Die loslopende honden zijn niet alleen in Oosterwold een probleem. Staatsbosbeheer waarschuwt met enge foto’s van dode reeën. Opgejaagd door honden rennen ze het bos uit, de weg op waar een auto ze dan zonder genade schept. Geen ontkomen aan.

Nog weinig voedsel

Dikwijls zijn de reeën ook nog zwanger ook. Vooral deze tijd is nog zwaar, na de zware vorstperiode is er nog niet veel voedsel te vinden. Op hun verstopplekken in het bos worden ze dan nodeloos opgejaagd door honden. De eigenaars van die honden lijken zich helemaal niet bewust van wat ze eigenlijk aanrichten.

Ook in de boskammen van Almere Oosterwold zitten veel reeën.

Blijft het ook buitengewoon asociaal om je hond op alles en iedereen af te laten vliegen. Ik zag het deze week gebeuren. Dan komt zo’n loslopende hond recht op ons af, terwijl ik 2 angstige teckels in toom probeer te houden. Als ik ze zou loslaten, zou hun lot het lot van de vluchtende reeën evenaren. Ze zouden de weg op schieten met alle gevaren van dien.

Vluchtende reeën in bosrand

Deze week in de vroege ochtend liep ik met de honden door de bosrand. Ik had ze vast. Onze teckels laat ik niet los, dan zijn ze weg. Er liepen 2 reeën, duidelijk op de vlucht. Even later gevolgd door een loslopende Dobberman. Ik heb het dier weggestuurd, maar de reeën zijn al op de vlucht. Ik hoopte het beste voor deze dieren. Veel meer kan je niet doen.

Het bos met de jonge berkenbomen in een boskam.

Het zou die zogenaamde natuurliefhebbers die hun honden loslaten in het Oosterwoldse bos sieren, als ze hun beesten aan de lijn hielden. Als je er een opmerking over maakt, wordt je afgesnauwd. Laatst maakte ik een opmerking tegen een eigenaar met een loslopende hond, die ik maar net bij mijn teckels toen weghouden. ‘Ook goedemorgen’, reageerde hij gepikeerd. Alsof hij met zijn gedrag mij een vrolijke ochtend bezorgde.

Loslopende bazen

Als ik iets leer in deze tijd dan is het wel dat het gedrag van mensen zegt wie en hoe ze zijn. Het draait vooral om zichzelf. En hun honden kun je niet veel kwalijk nemen, die gedragen zich vaak netter dan hun baas. Als ze loslopen kan ik ze beter corrigeren dan hun bazen.

Ik heb de eigenaar van de hond die achter de reeën zat, later nog gesproken. Hij zei dat hij hem dan maar even vast moest houden. Ik ben benieuwd. Er komt nog een heel seizoen dat de reeën kalfjes krijgen. Vaak verstoren de loslopende honden het kraambed. Terwijl deze beesten echt in rust moeten kunnen opgroeien.

Modder in Oosterwold – Tiny House Farm

In de wintermaanden verandert Oosterwold in een grote modderpoel. Door de vele regen is de klei nat en natte klei is spekglad. Het laat zich ook niet zo snel weghalen. Helemaal omdat zeeklei zo compact is, verandert het in een grote klont.

Met de schep is het nauwelijks doorkomen. Zak je met een laars in een zachter fragment van de bodem, dan is de kans heel groot dat je de laars niet meer uit de grond krijgt.

Laagje modder

De modder merk je overal. De puinwegen veranderen in wegen waar een flinterdun laagje modder op ligt. Het wordt spekglad. Helemaal als het vriest, dan is het glijden en glibberen over de wegen.

Teckel Saartje vindt al die modder niet altijd geweldig.

De wandelpaden door de doorwaadbare zones zijn het ergste. De mooie paden bij de Ecohoven van zijn veranderd in een verzameling voetstappen in de modder. De ene na de andere persoon die hier zijn hond uitlaat, probeert een nieuw spoor te maken.

Vroege modder

Op deze plek begint de modder al heel vroeg in het najaar. In september laten de bewoners daar elk jaar de rietkraag helemaal weggehalen met zware landbouwwerktuigen.

Voetpad of glibberpad?

De zware landbouwvoertuigen drukken alle grond samen en het is heel snel een grote modderpoel. Heel jammer, want het zijn mooie paden. Goed beheer van de sloot, hoeft niet te betekenen dat je alles altijd weghaalt.

Drassig aanzien

Hetzelfde zie je nu gebeuren op andere paden. Het wordt steeds drukker, maar vooral landbouwvoertuigen geven het bos een drassig aanzien. De zware kiepwagens met zand voor de brug over de vaart, de apparaten in het bos.

Een laagje modder op de puinwegen van Oosterwold.

Ze zorgen voor diepe slenken in de paden waar het water blijft staan. Het vocht kan niet meer weg. Bovendien is het bos op de bodem van de voormalige Zuiderzee minder waterdoorlatend dan het zand op de heuvelruggen.

Nergens leuk lopen

Zodoende is het momenteel eigenlijk nergens leuk lopen. Ik loop in korte broek, dan houd ik de broek een beetje schoon. Een beetje modder op de benen is er makkelijker af te halen dan wanneer het op mijn broek zit.

Zoek de weg in deze modderpoel

Iemand uit Oosterwold is daarmee altijd te herkennen. Hij of zij heeft iets van een grondwerker. Overal kleeft modder aan vast. Je zult weten dat je in de polder woont. En in huis? De kleiklonten zijn niet te tellen.

Doordat het riet is weggehaald, ontstaat er ook snel modder. Al is in deze tijd weinig meer bestand tegen de modder.

In de nesten – Tiny House Farm

Zo’n niet te ontginnen stuk land. Die metershoge distels die weer uit de grond komen. Ik ben ermee in bittere strijd. De ene keer win ik, de andere keer zij. Maar dan ineens doemt er midden tussen de distels een nest op. Een vogelnest!

Helemaal gelukkig met de handzeis, besteld via internet, ga ik de enorme hoeveelheid distels in onze ‘bosrand’ te lijf. Wat een belevenis. De warme zon op de huid en dan gewoon met de zeis over de bodem gaan. De distels vallen stekelig op mij en de rest om mij heen.

De ‘bosrand’ ontdaan van distels

Zo ontdek ik dat hier allemaal boompjes staan. De boompjes en struiken die we koesteren: berk, els, liguster, egelantier, lijsterbes, Gelderse roos en niet te vergeten de meidoorn. Wat een prachtig groen. Ze verschijnen met het verdwijnen van de vele distels en zuring.

Over de bodem zwaaien

En zo’n handzeis is best zwaar. Ik zwaai ermee over de bodem, houd soms een distel vast zodat hij niet alleen schuin valt, maar ook echt losgesneden is van zijn wortel. Anders schiet je met deze snoeiactie niet zoveel op. Daarom vraagt dit werk om meerdere sessies. Ik doe het als pauze tussen het vele werk achter de computer. Het geeft rust.

Als ik echt een flink stuk heb platgeslagen, ontdek ik de meidoorn. Midden tussen al die distels zit daar die prachtige struik. Ik probeer er mooi omheen te snoeien. Overal die distels die in de weg zitten. Wat is het toch veel zeg. Hier kun je toch niet tegenop snoeien.

Midden in de meidoorn

Ineens zie ik iets midden in de meidoorn. Wat is dat? Ik kijk nog eens goed en schrik me rot: een vogelnest. Ik tuur recht op de kleine gespikkelde eitjes. Ah, nee. Het nest is verlaten en bedenkend over mijn drukke snoeiwerk. Nergens heb ik ook maar het idee gehad dat ik een vogel stoorde.

Ik staak meteen mijn noeste snoeiwerk. Dit mag niet gebeuren, want wie zit hier! Het is zeker weten niet een koolmees of een pimpelmees. Het is wat ingrijpender. Als ik later voorzichtig terugloop, zie ik een vogel op het nest zitten. De staart wijst schuin omhoog. Mijn richting uit als een strenge vinger. Jij, uilskuiken. Laat mij met rust ja.

De vogel vliegt vrijwel meteen weg. Het is toch niet de veldleeuwerik die ik vorige week hier al zingend naar beneden zag vliegen. Ze schijnen dat te doen in hun balts. Nee, dat kan niet. Het is een rietzanger, concludeer ik. Het moet een rietzanger zijn. Een veldleeuwerik is veel te zeldzaam om het nest van te ontdekken.

Kwetsbaar nest

Maar nu is het nest veel te kwetsbaar geworden. De vos hoeft hier maar even zijn snoet langs te schuiven en hij heeft een heerlijk, klein culinair voorafje. Ik probeer nog wat versgesneden takken tegen het boompje te leggen en hoop op beter. Misschien biedt het voldoende bescherming.

Ik tuur nog op mijn mobiel. Is het een rietzanger? Het zal toch wel. De veldleeuwerik zou verschrikkelijk zijn. Deze staat op de rode lijst. Als dit nest verstoord is, ben ik een moordenaar en zorgt mijn actie ervoor dat de lijst alleen maar roder wordt. Het beeld van de eieren zonder broedende ouder, krijg ik niet uit mijn hoofd.

De dag erna wordt mijn angst bevestigd. De veldleeuwerik vliegt en zingt overal weer. Ik hoor zijn roep hoog in de lucht en de dalende vlucht al fluitend. Net zo grillig als hij naar beneden komt. Beeld en geluid versterken elkaar. Zou hij weer druk in de weer zijn. Ik durf niet langs het nets. Want zou het niet gewoon leeg zijn?

Kunstig nest

Als ik dan later eindelijk durf te kijken is het nest leeg. Het zat zo kunstig midden in de meidoorn, maar nu hangt het er half uit. Geen spoor meer van een ei. Nu de veldleeuwerik weer vol in zijn flirt zit, durf ik me er even helemaal niet meer mee te bemoeien. Ik laat ze maar en de bosrand moet maar even een distelrand blijven.

Ik laat de rest van de distels ongesnoeid…

Nu hoor ik soms iets uit de hoek ongesnoeide distels komen. Zacht gefluit en gefladder. En dan denk ik aan mijn zeis: nee, die mag daar nog niet komen. En sowieso voor het snoeien een grondige inspectie van het te snoeien gebied. Nu hoop ik vooral dat de veldleeuweriken er ondanks mijn verjagende activiteiten, toch rust vinden om een nest te bouwen.

Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

pennenprobeersel van een West-Vlaamse kopiist in de 11e eeuw
Het nest is leeggeroofd… En de veldleeuwerik is gevlogen.

Broedende koolmezen – Tiny House Farm

Vorig jaar hebben we het erg gemist: de roep van de koolmezen. In ons vorige huis aan de Alkmaargracht hadden we jaarlijks een koppeltje koolmezen in een nestkastje te broeden. Net als dat er vaak een merel meerdere nestjes had in onze voor of achtertuin.

De merel is nog niet gekomen, maar we hebben dus dit jaar een koppeltje koolmezen te gast in het nieuwe mezenkastje. Ik kreeg het kastje al een jaar eerder voor Sinterklaas. We hebben het samen met 2 andere aan het einde van de zomer opgehangen aan de nieuwe schuur. Zo konden de vogels alvast wennen aan het nieuwe onderkomen.

de nestkastjes voor de koolmees aan het schuurtje
Het linkerkastje is bezet door de koolmezen. Het tuinhek heb ik dit weekend gemaakt.

Vrolijk fietspompje

Dat is gelukt. We horen nu al een paar weken het vrolijke fietspompje in onze tuin. Gevolgd door die mooie vlucht, ze golven echt door de lucht. Dat is genieten zeg.

De ontdekking dat ze in je nestkastje zitten, is ook heel gaaf. Eerst denk je het, maar je kunt ze er nog niet op betrappen. Ze hebben het ook heel goed in de gaten dat je ze volgt. Dan krijg je steeds meer bewijzen. Ze worden zelf door de drukte slordiger. Al reageren ze nog steeds als ik in de weg sta bij hun aanvliegroutes. Gisteren zag ik hem er echt in vliegen het bewijs.

is er genoeg te eten voor de koolmees in onze jonge tuin?

Genoeg te eten voor koolmezen?

En dan meteen maak ik me ook zorgen. Is er wel genoeg voor ze om te eten in onze tuin? Zoveel groeit er nog niet. Ze kunnen zich laven aan de rupsen in onze appelbomen. Ik heb ze al een paar weken niet meer gezien. Verder zijn er natuurlijk de rupsen in de kool. Maar of dat voldoende is.

De koolmees heeft het zelf ook al in de gaten. Soms snoept hij iets uit de halfvolle pot met vogelpindakaas en vliegt ermee naar het nest. Als dat een mooie aanvulling is op zijn dieet, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Maar je voelt je toch een beetje gastheer.

het nestkastje van de koolmezen aan de schuur
Het nestkastje, niks verklappen aan de eksters en kraaien 😉

Nu de merels nog

De merel laat nog even op zich wachten. Daarvoor moeten de bomen echt wat groter zijn. Ik heb er een paar plankjes voor gemaakt in het schuurtje. Aan de goede kant (op het noordoosten). Net als het nestkastje voor de roodborstjes.

In de winter en het vroege voorjaar zagen we veel roodborstjes in onze tuin. Nu wat minder. Het is wat minder geschikt voor ze om te nestelen. Ook het winterkoninkje heb ik al een tijdje niet meer gezien. Maar de vreugde voor het koppeltje koolmezen is mij heel veel waard.

Compost, droogte en rabarber – Tiny House Farm

We maken nu sinds vorig jaar onze eigen compost met een composthoop. Het meeste dat daar belandt is afval uit de keuken. Veel tuinafval komt meteen bij de verschillende planten te liggen als mulch. Ook heb ik een paar hopen gemaakt. De mooiste tegen het kleine insectenhotel in aanbouw. Het bestaat uit wilgentakken, maar ook uit het eerste snoeihout uit de tuin.

Een alternatieve composthoop in de tuin

Houtsnippers en compost

Na het aanbrengen van wat nieuwe houtsnippers op de oude paadjes ben ik afgelopen weekend aan de slag geweest met onze composthoop. We hebben hem nu een klein jaartje en dat vraagt om flink omscheppen. Ik ben verbaasd hoeveel van het ingezamelde groenafval al gecomposteerd is. Daarnaast heb ik er wat luchtgaten in gemaakt. Dat brengt wat zuurstof in de hoop.

de composthoop in onze tuin, compleet met luchtgaten voor zuurstof

Verder ga ik door het af en toe wat gouden vocht aan de hoop toevoegen. Dat geeft een hoop leven in de composthoop. Eind van de zomer dekken we deze hoop af en beginnen een nieuwe. Een kleine 9 maanden later kunnen we wat we nu hebben gewoon in de tuin gebruiken. Zo gaaf!

Droogte

De composthoop is eigenlijk best droog. Zeker nu ik hem omgeschept heb. De hele tuin kreunt onder de lange droogte. Behoudens een minibuitje afgelopen weekend is het vooral droog geweest sinds begin maart. Het is echt heel veel geluk geweest dat ik kort voor de laatste regenbuien de regentonnen allemaal weer heb afgesloten. Ze liepen namelijk de hele winter over en daarom heb ik een tijdlang alles uit de grote container laten stromen. Net voordat het regenen stopte, deed ik alles dicht met het idee dat je weleens als dat water hard nodig zou kunnen hebben.

rabarber van bovenaf bezien

De laatste weken krijgen een paar uitverkoren plantjes (waaronder de rabarber, enkele verse stekkies en de paar kleine akkertjes moestuin) dagelijks een scheut water. Een grote ronde langs alle fruitbomen doe ik eens per week. Het water dat verzameld is, begint aardig op te raken. Als het niet snel begint te regenen dan zijn de tonnen volgende week helemaal leeg.

rabarber in een bedje van stro

Rabarber

De rabarber zijn wel de groenten waar ik me extra over ontferm in deze droge dagen. Vorig jaar kwamen ze erg moeilijk uit de grond. Ik heb ze met veel liefde en vertroeteling in elk geval in stand weten te houden. Dit jaar daarom extra verwend met compost en nu zorg ik ervoor dat ze het lekker natjes houden. Bijna elke avond komt er een flinke plons vocht op.

Close up in de rabarber

En ze doen het best wel goed. Ze staan nog niet zo hoog en groot als ik ze in sommige andere tuinen zie, maar ze komen lekker op. Ik verheug me heel erg op al deze soorten. Het zijn in totaal 5 soorten rabarber die we vorig jaar bij Vreeken’s zaden kochten en de laatste op de grote markt Oosterwold ontkiemt. De markt gaat helaas dit jaar niet door door de corona, maar de rabarber van vorig jaar doet het goed. We waren hem aanvankelijk kwijt, maar hij is terecht en hoe!

Insectenhotel – Tiny House Farm

Misschien is zo’n grote tuin veel werk, maar je krijgt ook heel veel hulp. Van insecten bijvoorbeeld. Niet alleen helpen bijen en vlinders mee bij de bestuiving van veel bloemen. Ook de wezel en de egel helpen mee aan het tuinleven.

Het begin is er van het insectenhotel
Het begin van het insectenhotel is er

Wespen in alle soorten en maten dragen bij aan de bestrijding van allerlei vliegjes en andere plaagdieren. En wat dacht je van het lieveheersbeestje in de bestrijding tegen bladluis. Of vogels als de koolmees die zich actief inzetten om de hoeveelheid rupsen in bedwang te houden, zodat er ook wat kool voor ons overblijft.

Bouw van een insectenhotel

Daarom bouwen we nu een insectenhotel. Een verwarrend woord omdat de insecten zich allerminst als hotelgast zullen beschouwen. Een nestkastje waarin vogels hun nestje kunnen bouwen is evenmin een hotel. Ze vinden die ruimte en maken zich niet druk over een eigenaar. Want er zijn veel kapers op de kust en voor je het weet, is je verblijfplaats gekaapt door een ander.

Met dakpannen op zijn kant, bied je een schuilplek voor vlinders

De bouw van het insectenhotel is een beetje provisorisch. We gebruiken materiaal dat we tegenkomen. Zo zag ik wat bouwafval langs de weg liggen, waaronder stukke dakpannen. Die krijgen nu een plekje in het insectenhotel in aanbouw. Als pijlers gebruiken we stukken van de wilgentenen uit het helofytenfilter van de Vuursteenhof.

Omgekeerde emmers

Twee kapotte emmers heeft Inge voorzien van een opening. Zo op de kop is het een prima holletje voor een wezel of een egel. De vele klinkersteentjes die ik vorig jaar van iemand kreeg, liggen tussen de emmers. Ideaal voor allerlei dieren, groot en klein om te schuilen en een nestje te bouwen.

Omgekeerde emmers en klinkerstenen vormen de basis van het insectenhotel

Op de verdieping die Inge boven de emmers heeft aangebracht krijgen een aantal kapotte dakpannen een plaatsje. Zo op de kant gezet, kunnen vlinders er overnachten of misschien wel zelfs overwinteren. Allemaal nuttige dieren voor in de tuin.

Vogelhuisje

Eén van onze vogelhuisjes krijgt ondertussen druk bezoek van de koolmees. Hij fluit de hele dag door op zoek naar het vrouwtje waarmee hij gaat. Een bekend geluid. We hoorden het aan de Alkmaargracht ook heel vaak. Voor ons een teken dat het goed gaat met de kleine bomen.

Het topje van in het insectenhotel

Hopelijk biedt onze tuin de komende jaren steeds meer ruimte aan dieren. Het verlevendigt de grote tuin extra en zorgt voor nog meer leven in de brouwerij.