Categoriearchief: natuur

Groen en groei – Tiny House Farm

De regen van de afgelopen tijd helpt het groen in de tuin enorm vooruit. De koudere temperaturen hebben wel wat groei tegengehouden, maar de vele neerslag zorgt uiteindelijk voor een enorme groeispurt.

Wuivende grashalmen naast het huis

Wat is dat weer genieten. Niet alleen het vele groen aan de bomen en de planten, ook het gras neemt het ervan. Vooral het Engelse raaigras krijgt een sterke groei-impuls door het vele water. Je ziet het gewoon groeien.

Aardbeiplanten in bloei

Grashalmen

De harde wind maakt van de grashalmen mooie golven als een groene zee. Als de zon zo van opzij erop schijnt, kleurt het zelfs een beetje grijzig. De schuimkoppen op de zee van gras. Mooi om te zien. De dunne vruchtenbomen hebben wat meer moeite met de wind.

De Chesterbraam groeit flink

Gelukkig zie je de hoeveelheid vruchten ook toenemen. Wat een peren hangen aan de perenbomen. De bloesem van de appelbomen is er uitgewaaid door de wind afgelopen weekend, maar ook hier zie je de beginnende vruchten ontstaan.

Taybes in bloei

Nieuwe bloei

Verder geniet ik van de nieuwe bloei. Wat dacht je van de heerlijk ruikende lijsterbes die nu bloeit. Of de Taybes die massaal bloemetjes draagt. De vruchten zijn zo waanzinnig lekker, ontdekte ik vorig jaar. Daar wil ik er wel meer van. Net als van de waanzinnig lekkere Chesterbraam die naast de Taybes groeit en ook flink uitbreidt.

De framboos staat bijna in bloei

Er groeien ook flink wat frambozen. De ene doet het beter dan de andere, maar ik vind het waanzinnig om al die kleine knoppen te zien komen aan de struiken. Dat duurt niet lang meer of ook hier zullen deze struiken vruchten dragen. Zo heerlijk. Ik proef de smaak van deze frambozen en bramen al op mijn tong.

De walnoot staat op springen

Supergras

De laatste dagen heb ik vooral bij de frambozen veel grashalmen weggehaald, want het supergras is een bedreiging voor deze planten. Net als heel veel andere planten die verstikt worden door deze groene overvloed.

De kersen groeien.

De schreeuwende stilte

Zo’n droom: eens de Jan Hanlo Essayprijs binnenhalen. Ik stuurde dit jaar mijn bijdrage over het onderwerp: de stilte. Een prachtig onderwerp waar ik veel mee heb. Naast mij stuurden 120 anderen een essay. Ik behoor helaas niet tot de genomineerden. Vanavond is de uitreiking van de prijs. Ik ben heel benieuwd naar de winnaar.

Toch wil ik graag mijn bijdrage graag delen, vandaar dat ik hem hier publiceer. De titel luidt: De schreeuwende stilte. Ik wens je veel leesplezier.

Heb je opmerkingen om mijn essayschrijfkunst te verbeteren en volgende keer meer kans te maken? Laat gerust een berichtje achter in de comments. Dan droom ik ondertussen even verder.

De schreeuwende stilte

Laten we beginnen met een korte wandeling. Gewoon een klein rondje naar het nabijgelegen park en terug. Het is een loopje van een kwartiertje op een mooie zomermiddag. We houden onze mond en stappen het huis uit. Er vliegt een vliegtuig over. Op de parkeerplaats achter het huis, start een auto. We horen het suizen van een airconditioning bij het huis van de buurman. Verderop parkeert een vrachtwagen met een piepend signaal achteruit. We steken de weg over. Een aantal auto’s passeert ons. Eentje claxonneert omdat we volgens hem te nonchalant oversteken. We komen bij het fietspad. Een elektrische fiets rijdt voorbij. Bij elke trapbeweging die de fietser maakt, klinken de hoge gillen van de aandrijving. Een scootmobiel zoemt ons tegemoet. Het is druk op het fietspad, een opgevoerd brommertje passeert ons met een knallende uitlaat.

We lopen het park in. Het ligt bij een spoorwegviaduct. Er dendert een trein overheen. Nog een vliegtuig vliegt over. Het is de vijfde in de paar minuten die we nu lopen. Als je omhoog kijkt, zie je de volgende aan komen vliegen. Het is blijkbaar een drukke vakantiedag met veel vakantiegangers van en naar een midweekje Majorca of Turkije. Aan de andere kant van het park loopt de rondweg. Een voortdurend geraas, geknor en gepruttel van auto’s en piepende remmen bij het stoplicht. Gebrom van de stilstaande stationair draaiende auto’s. De twee tonen van een ziekenwagen die er langs moet, meteen gevolgd door de sirene van een politiemotor. Je kijkt te laat op om ze te zien, maar je hebt ze al gehoord.

We lopen weer terug naar huis. Twee honden rennen blaffend achter elkaar aan. Hun baasjes roepen. Een groepje mensen zit te picknicken op het gras en praat. Er klinkt een dreun uit de grote speaker naast de picknickmand. Vanuit het buitenzwembad achter de rondweg, klinkt gegil en geplons. Weer terug in de wijk, passeren we de buurman die zijn heg aan het snoeien is met een elektrische trimmer. De man ernaast is met zijn grommende grasmaaier in de weer. Een meisje loopt langs ons. De koptelefoon die ze draagt, tikt en jammert. Uit het huis iets verderop giert een boor door de betonnen muur. We zijn bijna thuis. Opeens barst vanuit het stadscentrum luide muziek los. Hard bonken en hoog jengelen; er is een festival begonnen. We slaan opgelucht de deur achter ons dicht. Eindelijk rust. We horen het bonken van het festival binnen doorgaan, maar als je er niet teveel oplet, dringt het niet tot je door. Net als de wasmachine die boven aan het centrifugeren is, de droger die draait, de koelkast die bromt en de brandmelder op zolder die waarschuwend piept. O ja, daar moet een nieuw batterijtje in. Het ding piept nu al een hele week elke dag een paar keer.

Allemaal alledaagse geluiden die ons de hele dag omringen. Zelfs als we in bed liggen, horen we het suizen, zoeven, piepen, rommelen, grommen en brullen van alle apparaten, voertuigen en machines om ons heen. Wees maar eens stil en luister. Het zal je verbazen wat je allemaal hoort. En vrijwel alleen hoor je geluid dat de mens met al zijn apparaten maakt.

Ander geluid

De rest heet stilte. Geen absolute stilte. Het is meer een ander geluid, zoals het fluiten van de merel op het dak van het huis, de burlende edelherten uit het naburige natuurgebied, de schreeuw van de reiger als hij over het huis vliegt, de gil van de nachtuil in de warme zomernacht.

Lawaai is meer dan lawaai. Het staat symbool voor de onrust van de moderne mens. Zo is vakantie voor veel mensen niet compleet zonder weggaan. En dan niet de achtertuin of de Veluwe. Nee, de reis moet naar het buitenland met het vliegtuig. Toerisme is goed voor de portemonnee en die nieuwe camper is nodig voor de economie. Het moet mooier en grootser. De weelde smacht altijd naar meer met bijbehorende apparaten.

Stuk voor stuk produceren al die apparaten hun eigen karakteristieke geluiden. Het ene nog gekker dan het andere; een kleine analyse alledaagse geluiden: de pelletkachel zoemt, de ventilator suist, het koffieapparaat bromt, de luchtververser loeit, de computer blaast, de warmteboiler tikt, het mobieltje trilt, de laptop begint ineens muziek af te spelen en de telefoon rinkelt of musiceert. Allemaal geluiden die elk moment van de dag te horen zijn. Niet altijd allemaal gelijktijdig, maar wel in verschillende combinaties. Bij het koken formeren bijvoorbeeld de waterkoker, de afzuigkap, de inductiekookplaat en de oven zich tot een gezamenlijk koor, waarbij de koelkast met zijn ondertoon begeleidt.

Kan het nooit eens stil zijn!

Onevenredig

Het verlangen naar rust en concentratie zoeken we in de natuur. Heerlijk uitwaaien. Maar ook in de natuurgebieden is een onevenredige drukte. Maak maar eens fietsritje door de Utrechtse Heuvelrug. Geen wild dier te zien, maar de mensenmenigte vergezelt je overal. Voor je, naast je, achter je en boven je; overal zitten ze. Als het ratten waren, sloeg je doodsangsten uit. Sommige winkelstraten zijn rustiger dan wat je in het bos aantreft op een mooie zomerdag. En bij alles vergezellen die mensen zich met hun apparaten, die als een perpetuum mobile om hen heen dralen en draaien. De mens waar alle apparatuur omheen cirkelt als de ringen en manen bij een planeet.

De mens omringt zich nou eenmaal graag met geluiden. De verslaving aan apparaten en de bijbehorende energie die nodig is om de apparaten aan de praat te houden, hebben de druk die de mens continu uitoefent op de aarde blijvend verandert. Elke roep om iets te doen aan die voetafdruk, krijgt direct een antwoord van de apparaten. Hoe harder we om de stilte vragen, hoe harder het lawaai brult om het stille protest te overstemmen. En wie het hardste schreeuwt, wordt gehoord.

De oproep om minder te gebruiken, strandt dan snel in een heilig voornemen. Eigenlijk gebruiken we alleen maar meer. De vraag om te verstillen en de rust meer ruimte te geven, werkt zelfs tegenovergesteld. In plaats van de meest logische oplossing – minder apparaten – zijn er alleen maar meer en energieslurpende lawaai-apparaten bijgekomen. De oplossing in de techniek zoeken, is tot op heden vruchteloos. Een apparaat bestrijden door een ander apparaat te maken, lost namelijk niks op. Sterker nog: het nieuwe apparaat functioneert naast het apparaat dat het zou moeten vervangen. Het zadelt ons uiteindelijk op met meer apparaten.

De hoeveelheid apparaten om ons heen is zodoende explosief gegroeid de laatste 20 jaar. Neem bijvoorbeeld de bezem. Deze is vervangen door de bladblazer; het meest nutteloze apparaat dat er bestaat. Bladblazers maken geweldig veel kabaal en stinken verschrikkelijk. De mensen die ze bedienen, dragen gehoorbescherming, maar de rest van de omgeving moet dit geluid maar verdragen. En na afloop van het karwei legt de wind de blaadjes allemaal weer waar ze lagen.

De gratie van lawaai

Al die apparaten bestaan bij de gratie van het lawaai dat ze maken. Er ligt een rechtstreeks verband tussen het imponerende van een apparaat en het geluid dat hij verspreidt. Geluid verbindt het ego van de mens met het apparaat. Een auto moet lawaai maken. Als het te stil is, ervaart de bestuurder het niet meer als autorijden. Er zijn zelfs elektrische auto’s waarbij het geluid van de draaiende motor uit de boxen kunstmatig wordt opgewekt. Uit verlangen van de bestuurder; hij wil iets horen als hij het gaspedaal indrukt.

Veel van die apparaten stralen agressie uit. De herrie, de snelheid en het supersonische moeten imponeren. Sterker nog, ze moeten slachtoffers opleveren. Het is de agressie die ervoor zorgt dat iemand met veel lawaai alle ruimte krijgt. Het is niet sociaal om de wereld tegemoet te treden met veel kabaal, maar het is wel algemeen maatschappelijk geaccepteerd. Een auto krijgt altijd voorrang. De voetganger en fietser wachten netjes op hem. Anders moeten ze het met het ziekenhuis of de dood bekopen. Een vliegtuig mag zonder schaamte over je huis vliegen, ook al lig je erin te slapen of op sterven. Het lawaai gaat onverminderd voort en maakt geen uitzondering voor ras, geloof of geslacht. Het vliegt over omdat het nu eenmaal mag overvliegen.

De toestemming om dit te mogen doen, ligt besloten in het recht dat de herriemakers zich toeëigenen. Ik mag er langs omdat ik veel kabaal maak en gevaarlijk ben. De rust van een ander hoor je niet als je zelf veel herrie produceert. Je hoort weinig vanuit een auto. Je sluit je letterlijk af van de buitenwereld. Zeker als je daarbij ook nog in je ingeblikte domeintje eigen geluiden produceert uit de luidsprekers in de vorm van muziek.

De tegenhanger van dit alles is de rust. Zij is niet opgewassen tegen al dit lawaai. De stilte zwijgt. En wie zwijgt stemt toe. Stilte is de kracht van de stilte, maar ook haar zwakte. Als je niet van je laat horen, hoort niemand je. Het is de hele maatschappij die ervan doordrenkt is. Opkomen voor jezelf, veel kabaal maken, jezelf op het podium zetten; dan ziet en hoort iedereen je. Je moet de ruimte opeisen, anders krijg je hem niet. Dus vlieg maar door de lucht van een ander, rij maar hard door de straten en gil maar heel luid op een stille Dam. Het mag. De stilte antwoordt niet. Zij krijgt het zwijgen opgelegd en is doorbroken op het moment dat de lawaaimaker komt.

Afsluiten

De remedie tegen al die herrie is de koptelefoon. Sluit jezelf van de wereld af en maak je eigen geluid. Of maak de stilte en zet een koptelefoon op met ‘noise cancelling’; een tegengeluid zodat je het hinderlijke geluid niet meer hoort. Of prop miniboxjes in je oor waarmee je de herrie om je heen bestrijdt met je eigen kleine herrie. Dicht in je oor verstopt. Zo heeft niemand er last van. Denk je. Maar er is weinig hinderlijker dan iemand met van die oortjes of een koptelefoon waar een jengelend, kloppend of tikkend gedreun uit komt in een volle trein. Hij ziet, hoort en voelt niks anders dan de tsunami aan geluid waarmee hij zichzelf laat overstromen.

Maar hinderlijk of niet, kijk eens rond op straat. Overal mensen die lopen en fietsen met oortjes in hun oren. Met of zonder draad, oortjes zorgen ervoor dat je bent afgesloten van de buitenwereld met haar verscheidenheid aan geluiden. Je loopt of fietst rond in je eigen bubbel. Werp maar eens een vluchtige blik in de kantoortuin. Het zal je opvallen hoeveel collega’s een koptelefoon of oortjes dragen. De oortjes vergroten de onbereikbaarheid. Ieder leeft in zijn eigen gesloten wereldje. Maar geluid met tegengeluid bestreden, geeft geen stilte. Het bespaart je ander geluid.

Het blijft niet bij een tegengeluid direct in het oor. De reactie komt op een andere manier. Ieder mens reageert anders op geluid. Er zijn twee bewegingen waarop de Middeleeuwse mens reageert op problemen waar ze geen of weinig invloed op heeft, schrijft Hella Haasse in haar historische roman Het woud der verwachting: die van schuldbesef en boetedoening aan de ene kant en die van uitbundigheid en ongeremdheid aan de andere kant. Dat zie je ook in de reactie van de hedendaagse mens op problemen.

De moderne mens die zich onderdompelt in schuldbesef en boetedoening, denkt dat wij zelf deze toestand veroorzaken. Het is een straf van God of de natuur. De apocalyps voltrekt zich niet in één dag, maar is een geleidelijk proces van tientallen, misschien wel honderden jaren. Het eindresultaat is niet een wereld die vergaat, maar de mensheid die langzaam ophoudt te bestaan. Ga daarom nu nog aan de slag, voor het te laat is. Je kunt er nog iets aan te doen. Al weten we dat deze boodschap al tientallen jaren geroepen wordt, is het misschien al niet te laat?

Vandaag nog beginnen, is de boodschap. Maar in de praktijk lijkt het onmogelijk om echt iets te beginnen. Alleen het gat in de ozonlaag is effectief teruggedrongen door andere giftige drijfgassen te gebruiken. Maar de meeste milieuproblemen zijn niet of beperkt opgelost. Het is nog niet te laat, roept David Attenborough in zijn Netflix-documentaire Our Planet uit 2019. Maar het is om moedeloos van te worden. De boetedoeners proberen nog zuiniger te leven. In elk geval met meer schuldgevoel. We moeten zuiniger op de planeet te zijn. We hebben er maar één van, maar we doen alsof er een nieuw rijtje planeten op ons wacht voor als deze bedorven is.

Het is allemaal koren op de molen voor die andere groep: de uitbundige levensgenieters. Zij zien alle reden om nog achtelozer met de wereld om te gaan. Waarom duurzaam als de wereld binnenkort onleefbaar is? Dan kunnen we er beter nog wat meer van gaan genieten en ons helemaal te buiten gaan. Dat we mogelijk een onleefbare wereld achterlaten voor onze kinderen, is pech. In je eentje het onomkeerbare proces stuiten, is onmogelijk. Dan kun je er het maar beter van nemen.

Het stille paradijs

Het paradijs is er wel. Je moet het wel zelf zien, horen en voelen. Bij zo’n wandeling door het park bijvoorbeeld als waarmee we zojuist begonnen. Het zijn dan de kleine dingen die ertoe doen. Wat wekt bijvoorbeeld meer verbazing dan een bij nectar te zien verzamelen uit een bloem? Het gebeurt met een efficiency van miljoenen jaren evolutie. Daar kan geen uitvinding tegenop. Het is de perfecte manier om de bloem te bestuiven en met een techniek die verfijnd is door de miljoenen jaren heen. Het gaat om minimale veranderingen met een maximale verbetering: het overleven van de soort.

De samenwerking met de natuur is de oplossing van het probleem. De mens die zijn plek op deze aarde weer vindt en ruimte geeft aan de natuur waarmee hij leeft. Een plek waarin ook stilte is en de mens niet overheerst. Een evenwicht met de omgeving en de natuur. Hierin zou de mens niet altijd leidend mogen zijn, maar durft hij zich over te geven aan de grillen van de natuur. Het huis als onderdeel van die natuur, compleet met planten, dieren, bacteriën, virussen en andere uitdagingen. Alleen zo is de mens in balans. Onze apparaten en geluiden hoeven ons niet altijd te omringen, maar we zijn in interactie met onze groene omgeving.

Het gebruik van apparatuur zou hierbij ook in evenwicht moeten zijn. Een leven met wat er nodig is om te leven. Niet aangestuurd door begeerte en verlangen zoals nu in een door marketing gedreven samenleving, maar door wat je nodig hebt om te leven. De natuur voor stillen die genoeg hebben aan stil. Waarbij het pas echt stil is als de mens stil is.

Loslopende honden – Tiny House Farm

Loslopende honden. Het lijkt helemaal bij Oosterwold te horen. Niet alleen in de boskam lopen ze los, ook in de woonwijk. Laatst zelfs bij ons in de buurt. Dan loop je zelf netjes met je hondjes aan de lijn en vliegt er ineens van een erf een grote hond op je af.

Niks tegen te beginnen. Alleen maar verweren. Met moeite kreeg ik het dier weer weg. Maar ook op de Goudplevierweg een paar weken terug, daar greep zo’n grote Sint-bernhard onze Saar. Ik wist het dier op strenge toon weg te krijgen.

Het bos in Almere Oosterwold

Die loslopende honden zijn niet alleen in Oosterwold een probleem. Staatsbosbeheer waarschuwt met enge foto’s van dode reeën. Opgejaagd door honden rennen ze het bos uit, de weg op waar een auto ze dan zonder genade schept. Geen ontkomen aan.

Nog weinig voedsel

Dikwijls zijn de reeën ook nog zwanger ook. Vooral deze tijd is nog zwaar, na de zware vorstperiode is er nog niet veel voedsel te vinden. Op hun verstopplekken in het bos worden ze dan nodeloos opgejaagd door honden. De eigenaars van die honden lijken zich helemaal niet bewust van wat ze eigenlijk aanrichten.

Ook in de boskammen van Almere Oosterwold zitten veel reeën.

Blijft het ook buitengewoon asociaal om je hond op alles en iedereen af te laten vliegen. Ik zag het deze week gebeuren. Dan komt zo’n loslopende hond recht op ons af, terwijl ik 2 angstige teckels in toom probeer te houden. Als ik ze zou loslaten, zou hun lot het lot van de vluchtende reeën evenaren. Ze zouden de weg op schieten met alle gevaren van dien.

Vluchtende reeën in bosrand

Deze week in de vroege ochtend liep ik met de honden door de bosrand. Ik had ze vast. Onze teckels laat ik niet los, dan zijn ze weg. Er liepen 2 reeën, duidelijk op de vlucht. Even later gevolgd door een loslopende Dobberman. Ik heb het dier weggestuurd, maar de reeën zijn al op de vlucht. Ik hoopte het beste voor deze dieren. Veel meer kan je niet doen.

Het bos met de jonge berkenbomen in een boskam.

Het zou die zogenaamde natuurliefhebbers die hun honden loslaten in het Oosterwoldse bos sieren, als ze hun beesten aan de lijn hielden. Als je er een opmerking over maakt, wordt je afgesnauwd. Laatst maakte ik een opmerking tegen een eigenaar met een loslopende hond, die ik maar net bij mijn teckels toen weghouden. ‘Ook goedemorgen’, reageerde hij gepikeerd. Alsof hij met zijn gedrag mij een vrolijke ochtend bezorgde.

Loslopende bazen

Als ik iets leer in deze tijd dan is het wel dat het gedrag van mensen zegt wie en hoe ze zijn. Het draait vooral om zichzelf. En hun honden kun je niet veel kwalijk nemen, die gedragen zich vaak netter dan hun baas. Als ze loslopen kan ik ze beter corrigeren dan hun bazen.

Ik heb de eigenaar van de hond die achter de reeën zat, later nog gesproken. Hij zei dat hij hem dan maar even vast moest houden. Ik ben benieuwd. Er komt nog een heel seizoen dat de reeën kalfjes krijgen. Vaak verstoren de loslopende honden het kraambed. Terwijl deze beesten echt in rust moeten kunnen opgroeien.

Modder in Oosterwold – Tiny House Farm

In de wintermaanden verandert Oosterwold in een grote modderpoel. Door de vele regen is de klei nat en natte klei is spekglad. Het laat zich ook niet zo snel weghalen. Helemaal omdat zeeklei zo compact is, verandert het in een grote klont.

Met de schep is het nauwelijks doorkomen. Zak je met een laars in een zachter fragment van de bodem, dan is de kans heel groot dat je de laars niet meer uit de grond krijgt.

Laagje modder

De modder merk je overal. De puinwegen veranderen in wegen waar een flinterdun laagje modder op ligt. Het wordt spekglad. Helemaal als het vriest, dan is het glijden en glibberen over de wegen.

Teckel Saartje vindt al die modder niet altijd geweldig.

De wandelpaden door de doorwaadbare zones zijn het ergste. De mooie paden bij de Ecohoven van zijn veranderd in een verzameling voetstappen in de modder. De ene na de andere persoon die hier zijn hond uitlaat, probeert een nieuw spoor te maken.

Vroege modder

Op deze plek begint de modder al heel vroeg in het najaar. In september laten de bewoners daar elk jaar de rietkraag helemaal weggehalen met zware landbouwwerktuigen.

Voetpad of glibberpad?

De zware landbouwvoertuigen drukken alle grond samen en het is heel snel een grote modderpoel. Heel jammer, want het zijn mooie paden. Goed beheer van de sloot, hoeft niet te betekenen dat je alles altijd weghaalt.

Drassig aanzien

Hetzelfde zie je nu gebeuren op andere paden. Het wordt steeds drukker, maar vooral landbouwvoertuigen geven het bos een drassig aanzien. De zware kiepwagens met zand voor de brug over de vaart, de apparaten in het bos.

Een laagje modder op de puinwegen van Oosterwold.

Ze zorgen voor diepe slenken in de paden waar het water blijft staan. Het vocht kan niet meer weg. Bovendien is het bos op de bodem van de voormalige Zuiderzee minder waterdoorlatend dan het zand op de heuvelruggen.

Nergens leuk lopen

Zodoende is het momenteel eigenlijk nergens leuk lopen. Ik loop in korte broek, dan houd ik de broek een beetje schoon. Een beetje modder op de benen is er makkelijker af te halen dan wanneer het op mijn broek zit.

Zoek de weg in deze modderpoel

Iemand uit Oosterwold is daarmee altijd te herkennen. Hij of zij heeft iets van een grondwerker. Overal kleeft modder aan vast. Je zult weten dat je in de polder woont. En in huis? De kleiklonten zijn niet te tellen.

Doordat het riet is weggehaald, ontstaat er ook snel modder. Al is in deze tijd weinig meer bestand tegen de modder.

In de nesten – Tiny House Farm

Zo’n niet te ontginnen stuk land. Die metershoge distels die weer uit de grond komen. Ik ben ermee in bittere strijd. De ene keer win ik, de andere keer zij. Maar dan ineens doemt er midden tussen de distels een nest op. Een vogelnest!

Helemaal gelukkig met de handzeis, besteld via internet, ga ik de enorme hoeveelheid distels in onze ‘bosrand’ te lijf. Wat een belevenis. De warme zon op de huid en dan gewoon met de zeis over de bodem gaan. De distels vallen stekelig op mij en de rest om mij heen.

De ‘bosrand’ ontdaan van distels

Zo ontdek ik dat hier allemaal boompjes staan. De boompjes en struiken die we koesteren: berk, els, liguster, egelantier, lijsterbes, Gelderse roos en niet te vergeten de meidoorn. Wat een prachtig groen. Ze verschijnen met het verdwijnen van de vele distels en zuring.

Over de bodem zwaaien

En zo’n handzeis is best zwaar. Ik zwaai ermee over de bodem, houd soms een distel vast zodat hij niet alleen schuin valt, maar ook echt losgesneden is van zijn wortel. Anders schiet je met deze snoeiactie niet zoveel op. Daarom vraagt dit werk om meerdere sessies. Ik doe het als pauze tussen het vele werk achter de computer. Het geeft rust.

Als ik echt een flink stuk heb platgeslagen, ontdek ik de meidoorn. Midden tussen al die distels zit daar die prachtige struik. Ik probeer er mooi omheen te snoeien. Overal die distels die in de weg zitten. Wat is het toch veel zeg. Hier kun je toch niet tegenop snoeien.

Midden in de meidoorn

Ineens zie ik iets midden in de meidoorn. Wat is dat? Ik kijk nog eens goed en schrik me rot: een vogelnest. Ik tuur recht op de kleine gespikkelde eitjes. Ah, nee. Het nest is verlaten en bedenkend over mijn drukke snoeiwerk. Nergens heb ik ook maar het idee gehad dat ik een vogel stoorde.

Ik staak meteen mijn noeste snoeiwerk. Dit mag niet gebeuren, want wie zit hier! Het is zeker weten niet een koolmees of een pimpelmees. Het is wat ingrijpender. Als ik later voorzichtig terugloop, zie ik een vogel op het nest zitten. De staart wijst schuin omhoog. Mijn richting uit als een strenge vinger. Jij, uilskuiken. Laat mij met rust ja.

De vogel vliegt vrijwel meteen weg. Het is toch niet de veldleeuwerik die ik vorige week hier al zingend naar beneden zag vliegen. Ze schijnen dat te doen in hun balts. Nee, dat kan niet. Het is een rietzanger, concludeer ik. Het moet een rietzanger zijn. Een veldleeuwerik is veel te zeldzaam om het nest van te ontdekken.

Kwetsbaar nest

Maar nu is het nest veel te kwetsbaar geworden. De vos hoeft hier maar even zijn snoet langs te schuiven en hij heeft een heerlijk, klein culinair voorafje. Ik probeer nog wat versgesneden takken tegen het boompje te leggen en hoop op beter. Misschien biedt het voldoende bescherming.

Ik tuur nog op mijn mobiel. Is het een rietzanger? Het zal toch wel. De veldleeuwerik zou verschrikkelijk zijn. Deze staat op de rode lijst. Als dit nest verstoord is, ben ik een moordenaar en zorgt mijn actie ervoor dat de lijst alleen maar roder wordt. Het beeld van de eieren zonder broedende ouder, krijg ik niet uit mijn hoofd.

De dag erna wordt mijn angst bevestigd. De veldleeuwerik vliegt en zingt overal weer. Ik hoor zijn roep hoog in de lucht en de dalende vlucht al fluitend. Net zo grillig als hij naar beneden komt. Beeld en geluid versterken elkaar. Zou hij weer druk in de weer zijn. Ik durf niet langs het nets. Want zou het niet gewoon leeg zijn?

Kunstig nest

Als ik dan later eindelijk durf te kijken is het nest leeg. Het zat zo kunstig midden in de meidoorn, maar nu hangt het er half uit. Geen spoor meer van een ei. Nu de veldleeuwerik weer vol in zijn flirt zit, durf ik me er even helemaal niet meer mee te bemoeien. Ik laat ze maar en de bosrand moet maar even een distelrand blijven.

Ik laat de rest van de distels ongesnoeid…

Nu hoor ik soms iets uit de hoek ongesnoeide distels komen. Zacht gefluit en gefladder. En dan denk ik aan mijn zeis: nee, die mag daar nog niet komen. En sowieso voor het snoeien een grondige inspectie van het te snoeien gebied. Nu hoop ik vooral dat de veldleeuweriken er ondanks mijn verjagende activiteiten, toch rust vinden om een nest te bouwen.

Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

pennenprobeersel van een West-Vlaamse kopiist in de 11e eeuw
Het nest is leeggeroofd… En de veldleeuwerik is gevlogen.

Broedende koolmezen – Tiny House Farm

Vorig jaar hebben we het erg gemist: de roep van de koolmezen. In ons vorige huis aan de Alkmaargracht hadden we jaarlijks een koppeltje koolmezen in een nestkastje te broeden. Net als dat er vaak een merel meerdere nestjes had in onze voor of achtertuin.

De merel is nog niet gekomen, maar we hebben dus dit jaar een koppeltje koolmezen te gast in het nieuwe mezenkastje. Ik kreeg het kastje al een jaar eerder voor Sinterklaas. We hebben het samen met 2 andere aan het einde van de zomer opgehangen aan de nieuwe schuur. Zo konden de vogels alvast wennen aan het nieuwe onderkomen.

de nestkastjes voor de koolmees aan het schuurtje
Het linkerkastje is bezet door de koolmezen. Het tuinhek heb ik dit weekend gemaakt.

Vrolijk fietspompje

Dat is gelukt. We horen nu al een paar weken het vrolijke fietspompje in onze tuin. Gevolgd door die mooie vlucht, ze golven echt door de lucht. Dat is genieten zeg.

De ontdekking dat ze in je nestkastje zitten, is ook heel gaaf. Eerst denk je het, maar je kunt ze er nog niet op betrappen. Ze hebben het ook heel goed in de gaten dat je ze volgt. Dan krijg je steeds meer bewijzen. Ze worden zelf door de drukte slordiger. Al reageren ze nog steeds als ik in de weg sta bij hun aanvliegroutes. Gisteren zag ik hem er echt in vliegen het bewijs.

is er genoeg te eten voor de koolmees in onze jonge tuin?

Genoeg te eten voor koolmezen?

En dan meteen maak ik me ook zorgen. Is er wel genoeg voor ze om te eten in onze tuin? Zoveel groeit er nog niet. Ze kunnen zich laven aan de rupsen in onze appelbomen. Ik heb ze al een paar weken niet meer gezien. Verder zijn er natuurlijk de rupsen in de kool. Maar of dat voldoende is.

De koolmees heeft het zelf ook al in de gaten. Soms snoept hij iets uit de halfvolle pot met vogelpindakaas en vliegt ermee naar het nest. Als dat een mooie aanvulling is op zijn dieet, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Maar je voelt je toch een beetje gastheer.

het nestkastje van de koolmezen aan de schuur
Het nestkastje, niks verklappen aan de eksters en kraaien 😉

Nu de merels nog

De merel laat nog even op zich wachten. Daarvoor moeten de bomen echt wat groter zijn. Ik heb er een paar plankjes voor gemaakt in het schuurtje. Aan de goede kant (op het noordoosten). Net als het nestkastje voor de roodborstjes.

In de winter en het vroege voorjaar zagen we veel roodborstjes in onze tuin. Nu wat minder. Het is wat minder geschikt voor ze om te nestelen. Ook het winterkoninkje heb ik al een tijdje niet meer gezien. Maar de vreugde voor het koppeltje koolmezen is mij heel veel waard.