Categoriearchief: muziek

Stukkend accordeon

Haar benen liggen gestrekt op een bananendoos. Het karton buigt een beetje door. Op haar schoot rust een accordeon. De kleppen klappen met haar muziek mee. De bescherming die er ooit gezeten heeft, is verdwenen.
De melodie neuriet omhoog en omlaag, lijkt misschien iets gypsy-achtigs in zich te hebben. Het is een vervelend deuntje dat zich voortdurend lijkt te herhalen. Ik luister nog eens goed en realiseer dat ze helemaal geen accordeon kan spelen. De vingers glijden omhoog en omlaag in een variatie van boer-er-ligt-een-kip-in-het-water. Ze gebruikt niet meer dan vijf tonen, die van beneden naar boven gaan, in een iets versneld tempo.
Ze glimlacht naar me als ik het winkelwagentje pakt. Ik ontwijk een urineplas. De stank slaat mijn neus dicht. Het maakt het allemaal nog erger. Ik mis de jongen die hier normaal speelt. In zijn accordeon zit een repertoir van enkele liederen waar iets meer muziek in zit.
Een flesje cola valt uit het automaat en ze loopt voor mij terug naar haar kartonnen zetel. Ze lurkt aan het flesje en drinkt het verdiende geld dorstig op. Haar stukkende accordeon zet ze weer op schoot. Hetzelfde melodietje klinkt weer door in de parkeergarage.
Als ik wegfiets merk ik opeens dat ik de toonladder fluit. Snel verwissel ik het voor een fuga van Bach.

Orgels in verwoeste steden

Bij het klussen draaide ik het cassettebandje veelvuldig van een uitzending met orgelmuziek. Het is een deel in de serie ‘Orgels in verwoeste steden’ uit 1992. Vijf uitzendingen kon de luisteraar de orgels horen in de Rotterdamse Laurenskerk, de Cathedral of St. Michael in Coventry en de Kreuzkirche in Dresden.
In beide buitenlandse kerken speelde Johann Th. Lemckert in twee uitzendingen. De organisten van de andere kerken bespeelden hun eigen instrument. De meest bijzondere uitzending was de Rotterdamse uitzending. Lemckert bespeelt hier samen met de organist uit Dresden, Michael-Christfried Winkler, de orgels van de Laurenskerk.
De Duitse organist, met Die Wende nog fris in de benen, speelt een prachtige interpretatie op ‘Erbarm dich mein, O, Herre Gott’ BWV 721 van Johann Sebastian Bach. Hij betrekt hierin het geluid van een voorbij rijdende trein op de voormalige spoorbrug, die toen nog vlak langs het koor van de kerk liep. Een verkrachting redeneerde een orgelvriend van weleer over de interpretatie. Ik krijg er geen genoeg van, want ik vind het knap hoe de organist een stoorzender tot deelgenoot maakt.
Eindelijk is het concert van weleer te beluisteren op de archiefsite van de NCRV: luister (tweede item aanklikken).

Sticks

Flarden muziek dreunen over de achtertuintjes. Als ik voor uit het raam van mijn studeerkamer hang, klinkt de muziek van het Bevrijdingsfestival boven het gekrabbel van de kraaien in de dakgoot uit.
De flarden suggereren een rapper. Ik kijk op internet voor het programma en vind het antwoord snel: Sticks Opgezwolle treedt op. Met veelzeggende teksten als ‘gisteren is gisteren en vandaag is vandaag’.
Als ik het clipje zie, hoor de dreun van buiten vrijwel gelijktijdig opklinken. Wat kan het toch mooi zijn een muziekfestival van anderhalve kilometer afstand over je huis te horen galmen.

Disko Partizani

Het zijn van die figuren die je niet in een nauw steegje wil tegenkomen. Enigszins verlopen zien ze eruit, met een baard van enige dagen. De pakken zijn net te klein uitgekozen en de bontmuts die de zanger draagt, bevestigt de geur van schraal bier en foute kroegjes. De heren tonen wel enige vergelijkenis met een huurmoordenaar ergens uit de Balkan. Hij legt eventjes een drugsbaron om en heeft het land al verlaten, nog voordat het lichaam is ontdekt.
De heren zag ik afgelopen week bij Paul de Leeuw. De muziek is mooi opzwepend en klinkt weemoedig en vrolijk tegelijk. Het nummer heet Disko Partizani en is van de Duitse DJ Shantel. De heren om hem heen hebben zich gegroepeerd in de Bucovina Club. Bucovina is een streek in Roemenië en dat is de muziek af te horen. Overigens ademt de hele clip de sfeer uit van schrale café’s, weemoed en vervallen geluk.

Cembalowerken

Gisteren bij de Kringloopwinkel twee dikke LP-boxen meegenomen van de Cembalowerken van Bach. Ik liep er toevallig tegenaan. Het zijn uitgaven van Archiv uit de jaren zestig en zeventig. De tijd dat het spelen op originele instrumenten opkwam.
Uitvoeringen die vanwege de moderne authenticiteit op de platenspeler gespeeld moeten worden. Ik heb bijvoorbeeld de uitvoeringen van Walcha van Bachs orgelwerken op cd, maar die steken schril af tegen de herinneringen aan de platen. Mijn vader heeft er namelijk een paar in bezit. Het gekras van de naald door de groef van de plaat maakt deze uitvoeringen nog authentieker.
Het probleem is alleen dat de platenspeler ergens in een doos op zolder ligt opgeslagen. De plaat raakt steeds meer uit beeld in deze tijd van mp3 en andere snelle digitale wegen. Muziek is overal voorhanden en niet meer een uniek moment waar je echt voor gaat zitten.
Binnenkort, als de zolder klaar is, pak ik de platenspeler en ga ik heerlijk luisteren naar Huguette Dreyfus, Ralph Kirkpatrick, Helmut Walcha (ja hij is er ook bij op klavecimbel) en Karl Richter. Benieuwd of mijn betoog steekhoudend blijft als de naald uit de groef glijdt, of juist blijft hangen.
De vorige eigenaar is heel zuinig op de platen geweest. Sommige muziekstukken heeft hij omcirkeld op de bladen die bij de platen zijn gevoegd. Ik verbeeld met dat de man is overleden en zijn kinderen het spul maar afgedragen hebben aan de kringloopwinkel. Gek idee dat het van iemand geweest is met dezelfde interesses als ik. Ik heb namelijk niet alleen zijn platen, maar ik herken zijn handschrift ook in een paar boeken die ik gisteren gelijk met de platen mee naar huis nam.