Categoriearchief: museum

Dagje Oldenzaal en Denekamp – Twente

Oldenzaal. Ik wil er al langere tijd heen. De bijzondere ervaring die ik 3 jaar terug had in de Plechelmusbasiliek. Die diepe religieuze mystiek die ik beleefde, die zou ik opnieuw willen ervaren. Die duistere noordelijke gang, waar je zowaar midden in de Middeleeuwen stapt. Zonder opsmuk. Gewoon die donkere gang, waar je echte mystiek ervaart.

Daarom wil ik op mijn verjaardag naar Oldenzaal. En ook omdat ik eindelijk eens die stoel van Huttenkloas wil zien. De beroemde crimineel uit Twente, die zonder geweten mensen vermoorde. Het verhaal gelezen in Wilminks kinderverhaal over 2 meisjes die door Twente trekken en alle verhalen beleven, net als het ervaren van de Middeleeuwen in de oudste kerk van Twente.

Boeskooldagen

Wat ik weer vergeten ben, maar ontdek als we in Oldenzaal aankomen, zijn de zomerfeesten. De Boeskool-dagen. Boeskool, de naam die Oldenzaal met Carnaval draagt, maar ook in de zomer. Een braderie met veel muziek is door de hele binnenstad opgebouwd. Een binnenstad die in de jaren 1960 ernstig onder een vernieuwingszuchtige wethouder te lijden heeft gehad.

De wethouder is allang vergeten, want hij wist niet dat je je juist onsterfelijk maakt, door je in te zetten voor het behoud van het verleden. En het samen laten smelten van verleden en heden. Niet door het slopen van een binnenstad en volplempen met lelijke betonnen kolossen.

Plechelmusbasiliek

Parkeren is dus extra lastig met al die drukte voor de braderie. Gelukkig is het regenachtig, wat de drukte vermindert. We gaan snel de Plechelmus in. Er klinkt een mis van Mozart. Muziek die niet echt past in deze profane sfeer. Te frivool, te licht. Deze duisternis vraagt om de krullende zang van het Gregoriaans. Maar niet om het lichte, bijna lichtzinnige van Mozart.

Misschien dat het daardoor niet zo overweldigend overkomt. Misschien ook omdat we de vorige keer op de fiets waren en van de drukte buiten zo de rust binnenstapten. Wat een schoonheid. Vooral die Noordelijke gang, waar het licht zo mooi is. Heel kleine vensters waar nauwelijks licht binnenkomt. Wat een verschil met die andere kant, waar de hoog-gotiek zegeviert en het licht binnenvalt door de veel hogere vensters.

En het gouden beeld van Plechelmus. Verborgen gehouden in de tijd van de reformatie. Een beeld uit de late gotiek, in mijn beleving heeft het veel verwantschap met het beeld van Servaas in Maastricht. Dit beeld mag wat vaker naar buiten in prosessies. Niet alleen in periodes van dreiging, zoals in Maastricht. Daar gaat Servaas alleen naar buiten bij grote dreigingen zoals oorlogen en andere rampen.

Ook bijzonder het skelet dat in de oude, opengewerkte grafkelder ligt. Het is oud en grijnst je aan met de grote holle oogkassen en bovenkaak met halve tanden. Verder is het vooral de kunst om de rust te zoeken en de mystiek toe te laten. Het gaat beduidend moeilijker dan de vorige keer. Denk dat ik er toen ontvankelijker voor was. Je moet het zeker niet opzoeken om het te krijgen, dat leer ik hiervan.

Palthehuis

Daarna op zoek naar de oudheidkamer van Oldenzaal. Het blijkt het Palthehuis te heten, na de laatste bewoners, de rijke patriciërsfamilie Palthe. De domineesfamilie bezat heel veel landerijen rond Oldenzaal en Nieuwleusen (bij Zwolle). Er gaan veel verhalen over de familie de ronde. Waarvan de laatste bewoonster Gulia in onmin met haar zus leefde. Tussen beide zussen werd een hoge schutting gebouwd, zodat ze elkaar niet meer hoefden te zien. Wat een heerlijke verhalen, ik geniet ervan.

We krijgen het verhaal te horen bij de entree van de gastvrouw die over het museum en de bewoners van het huis vertelt. Onderwijl kijk ik naar de enorme hoeveelheid appels die van de appelboom in de tuin van het museum zijn gevallen. Daar kun je een flinke verjaardagstaart van bakken. Net als de grote vijgenboom die er staat. Wat een bladeren en als je goed kijkt, zie je ook heel veel vijgen zitten.

Verdwenen meuk

Het huis is net opgeknapt. Veel van de meuk is weg. Het is nu echt een woonhuis geworden, waarvan het net lijkt of de bewoonster even weg is en je binnenstapt. De verf ruikt nog heel vers. Net als dat de kamers bijzonder fris ogen. Wat een gave blauwe kleuren in de eetkamer. We krijgen meteen inspiratie om thuis ook aan de slag te gaan met het hout rond de ramen. De nisjes moeten nodig geverfd worden en als je dit zo ziet, ervaar je meteen wat zo’n frisse kleur met je doet.

De kleine bibliotheek achterin is geweldig. Niet een heel grote ruimte, maar wat een boeken. Prachtige banden en zeker een bijzondere collectie voor een gewone burger. De andere kamers ogen bijzonder fris en opgeruimd. Aan de muren hangen mooie schilderijen en ook kleine kamertje vooraan, bevat een heuse secretaire, met veel vakjes en laadjes. Op het bureau liggen kasboeken. Heerlijk om in te neuzen.

Geschiedenis van Oldenzaal

In de schuur achter het huis is een tentoonstelling ingericht over Oldenzaal. Hier vind je veel van de geschiedenis terug. De roerige tijd rond de Reformatie en de 80-jarige oorlog. De stad is wisselend in handen van de Prins en de Spanjaarden. Uiteindelijk verliest de stad zijn bijzondere religieuze betekenis en haar stadswallen blijven beperkt om zich te weren tegen rovers en ander gespuis. Een strategisch belang is er niet meer, waarmee de stad een belangrijk deel van haar betekenis kwijtraakt. Het luidt het verval in van de stad.

De rest is vooral later geweest, met als dieptepunt de 20e eeuw waarin veel van de eeuwenoude waardevolle gebouwen het moeten ontgelden. Er is veel afgebroken. Wat er in de zaal staat, geeft een mooi beeld van de stad waar ook recht werd gesproken. Zo staat er de beroemde martelstoel waarin Huttenkloas tot een bekentenis zou zijn afgedwongen.

De stoel heeft aan de poten, flinke balken zitten waarmee de stoel niet zomaar omgegooid kan worden. Het verhaal gaat dat Huttenkloas zich flink verzette en zich met stoel en al omwierp. Het is een imposante stoel die waarschijnlijk al veel ouder is dan uit de tijd van de veroordeling van Huttenkloas en zijn vrouw in de 17e eeuw.

Huttenkloas

Het blijft een prachtig verhaal van een zware crimineel, zonder geweten. Zijn vrouw doet niet veel voor hem onder. Als Klaas wordt geradbraakt en daarna als straf wordt gevierendeeld. Hij krijst het uit van de pijn in zijn laatste momenten en schijnt zij te roepen dat Klaas altijd kleinzerig is geweest.

Ik ben ook onder de indruk van het hoofd van zandsteen uit de 11e eeuw. Het is heel minimalistisch uitgehouwen. Het zou zo uit onze tijd kunnen stammen. Wat een prachtige, eenvoudige vormen. Het is gebruikt om op een zuurkoolvat als gewicht. Onderin het hoofd zit een gat om het eventueel op een staak te zetten.

Zo rijden we weg van de Boeskool braderie in de richting van Denekamp. Onderweg bij de rotonde waar we afslaan in de richting van Denekamp en Nordhorn, vertel ik over het gezin dat aan een fietsvakantie deed. Vaderlief had een fietskar achter zich aan en achterop de bagagedrager zat een teckel die de hele rit gilde. Het zou zo Teuntje kunnen zijn. We zien het weer voor ons en lachen nog een tijdje als we afdalen in de richting van Denekamp voor een bezoekje aan Natura Docet.

Natura Docet Wonderryck Twente

Als je Denekamp binnenrijdt, is aan je rechterhand vrijwel meteen het museum Natura Docet Wonderryk Twente. Het heet in mijn beleving altijd Natura Docet, maar sinds de verbouwing een paar jaar geleden heeft het museum de toevoeging Wonderrijk gekregen. Het is een klein natuurhistorisch museum en stond absoluut op mijn lijstje om nog eens te bezoeken. Net als de natuurhistorische musea in Rotterdam en Maastricht.

Het gebouw stamt uit de jaren ’20. Natura Docet is het eerste natuurhistorische museum in Nederland dat voor publiek toegankelijk was. De grondlegger van het museum is meester Bernink. De leerkracht van de lagere school in Denekamp was helemaal gefascineerd door de natuur. Zijn verzameling stenen en opgezette dieren was vooral bedoeld om de kinderen op school te leren over de natuur. Vandaar ook de naam van het museum, dat bewijst dat je van de natuur leert.

Het enthousiasme van de schoolmeester is overal in het museum terug te vinden. Wat een wereld opent er zich voor je als je binnenstapt. Zeker, sinds de verbouwing 15 jaar geleden is er veel veranderd. Het gebouw is veel groter geworden, waarbij je in het begin echt meegenomen wordt om bijvoorbeeld te kijken als een haas of juist te ervaren hoe een torenvalk zijn prooi vangt. Je snapt meteen waarom de laatste biddend in de lucht hangt. Dat is omdat hij infrarood waarneemt en daarmee de urinesporen van muizen ‘ziet’.

Heel indrukwekkend om te beleven in het natuurmuseum. Maar wat vooral treft, is het hart van het museum. Dat is de grote mineralencollectie, waarbij ook heel veel fossiele gesteenten zijn. Veel is in Twente gevonden, maar ook andere bijzondere ‘versteende’ dieren kun je hier terugvinden. Net als de enorme collectie opgezette vogels. Wat een prachtige dieren zijn hier te vinden. Ik heb ervan genoten. De hoeveelheid ijsvogels die ik er bij elkaar zag, of de krokodilbaby die uit het ei komt. Echt mooi.

Krokodillenvel

En wat van het meterslange krokodillenvel. Het is zeker een meter of 5 lang en hangt tegen de muur op zolder. Heel indrukwekkend en ondenkbaar dat je er in deze tijd nog mee de grens over komt. Het is een geschenk van iemand. De grote vogelcollectie is voor elke vogelliefhebber een feest. Het is gewoon prachtig om al die roofvogels, weidevogels maar ook eenvoudige kraaien, roeken en raven te zien. Wat een natuurschoon. Ik heb echt heerlijk op de bankjes in de zalen gezeten en alleen maar gekeken.

En dat is het vooral het museum. De eenvoud van de opstellingen. Het hoeft niet allemaal in animaties en met andere moderne snoefjes. Het zijn de kleine dingen. Ik zag het ook bij de jeugdige bezoekers. Zo stond een kereltje van nog geen 4 jaar oud aandachtig te kijken naar de enorme hoeveelheid vogeleieren. In alle maten van allerlei verschillende soorten vogels. Soms liggend in een nest. Andere keren gewoon allemaal in een bak, waarbij je geniet van deze magnifieke vorm uit de natuur.

Zo reden we zaterdag verrijkt terug naar huis. Natuurlijk namen we de route van Denekamp via Ootmarsum naar Almelo. Een heuse dwarsdoorsnede geeft dat van het Twentse landschap. Wat kan ik daarvan genieten.

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

Het gebedenboek van Maria van Gelre

Bij de tentoonstelling Ik, Maria van Gelre in Museum het Valkhof in Nijmegen staat een bijzonder gebedenboek centraal. De tentoonstelling laat het monumentale gebedenboek zien dat van deze Gelderse hertogin Marie d’Harcourt (1380 – na 1428) bewaard is gebleven. Een aantal jaar geleden is het gerestaureerd en daarmee geschikt gemaakt voor expositie. Normaal ligt het boek in Berlijn, maar is eigenlijk nauwelijks te bewonderen.

De tentoonstelling in Nijmegen laat een deel van het boek zien; 20 pagina’s die op de helft van de expositie worden vervangen door 20 andere. Maar daarnaast geeft het ook een inkijk in het leven van de hertogin die uit Frankrijk komt. Ze is afkomstig van het Franse hof. Het huwelijk met Reinoud IV, de hertog van Gelre, is geënsceneerd om de banden tussen Gelre en het Franse hof verder aan te wakkeren.

Enorme bruidsschat

De enorme bruidsschat van omgerekend 70 miljoen euro moet worden terugbetaald als het huwelijk kinderloos blijft. Dat is de uitkomst van 10 maanden onderhandelen over het huwelijk. Een indrukwekkend verhaal dat je ziet op de tentoonstelling. Net als dat je een beeld krijgt van het leven aan het hof met jurken en papegaaien, maar ook krijg je een inkijkje in het geloofsleven in de late middeleeuwen.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is het gebedenboek dat Maria 10 jaar na haar trouwdag, rond 1415, laat maken. Het boek telt 1200 pagina’s en is daarmee een omvangrijk document uit deze periode. Het is verlucht met 106 miniaturen, 171 sierinitialen en 129 figuren. Zonder twijfel is dit boek een hoogtepunt uit deze periode. Er zijn weinig handschriften die met dit prachtige boek kunnen meten.

Adembenemende schoonheid

De bladzijden die je kunt bekijken zijn werkelijk van een adembenemende schoonheid. In het halfduister, met net genoeg licht om handschrift te sparen en goed te kunnen kijken, buig je over de losse pagina’s. Schuifelend in een rij omdat iedereen wil kijken.

Het is kunst op de vierkante millimeter. Wat een schoonheid. Vergrootglazen liggen erbij. Ik heb voornamelijk met mijn eigen ogen gekeken. Wat ben ik onder de indruk van de kleuren en fijne schilderingen van de miniaturen. Het openingsbeeld met een afbeelding van Maria die het gebedenboek vasthoudt, omringd door 2 engelen. Het grijpt je vast en laat je niet meer los.

Kostbare operatie

Het moet een waanzinnig kostbare operatie zijn geweest. De monnik Helmich die Lewe, broeder in het Arnhemse klooster Mariënborn heeft de tekst gekopieerd. De inhoud is een mengelmoes aan teksten, waarschijnlijk speciaal voor dit gebedenboek geschreven en vertaald. De afbeeldingen zijn ongekend waarmee het boek verlucht is. Niet alleen de miniaturen zijn indrukwekkend, ook de verluchte initialen en indrukwekkende figuurtjes die in de marge en randen staan.

Het zijn de details die dit boek zo bijzonder maken. De minuscule afbeeldingen van gezichten in de initialen. Je kunt ze soms met het blote oog amper zien. Het zijn gezichten die soms naar Jezus refereren of op een andere manier een relatie leggen met wat er staat. Soms is het ook gewoon een fantastisch figuurtje in de kantlijn.

Ruiters en fabeldieren

Ze passeren je: ruiters, muzikanten en fabeldieren. Neem bijvoorbeeld het draakje dat meer is dan zomaar een afbeelding. Ze gedragen zich zoals veel figuren uit de middeleeuwen, half bezwerend, half vermakelijk. Als de figuren die je als decoratie ziet op Gotische kathedralen. Ze vertellen een verhaal, compleet met grimas.

Vergeet daarbij niet dat de inhoud van het boek met de restauratie ook beter onderzocht is. Niet alle informatie is voor handen, zo is er nog geen wetenschappelijke editie van dit middeleeuwse boek voor handen. De gebedenboeken hebben altijd op minder aandacht van de wetenschap moeten rekenen. Niet helemaal terecht.

Gebeden in volkstaal

De inhoud van het boek verraadt dat de gebeden allemaal in volkstaal zijn opgesteld. Een taal die Maria zich in de 10 jaar dat ze getrouwd is met de hertog, helemaal heeft eigengemaakt. Zo buigend over de teksten, merk ik dat ik teksten kan lezen. Zoals het gebed voor Reinoud, dat is geschreven na het overlijden van de hertog van Gelre en Gulik in 1423.

Dit les alle daighe.
Reyner van gulich ind
van gelre sich huden op
hevet . Negen engelen ich yn hu-
den bevele . Drie in sijne[n] weghe .
ind drie in sijnre steghe . ind drie
an allen eynde[n] .
(SBB-PK mgq42 f.391r)

Het geeft een glimp van de middeleeuwen, het gordijn valt even open. Omringd door allerlei voorwerpen uit deze tijd. Het Mariabeeld uit Renkum, maar ook de imposante gietijzeren kaarsenkroon uit de Walburgiskerk in Zutphen.

Een mensenleven van meer dan 600 jaar geleden lijk je even aan te kunnen raken. Heel bijzonder. Een bezoek aan Het Valkhof is dit meer dan waard, want het is alweer 3 weken geleden dat ik was, maar ik geniet nog elke dag na.

Meer lezen

Ons’ Lieve Heer op Solder

We hadden al eerder het idee om langs Ons’ Lieve Heer op Solder te gaan. Ik vroeg me een beetje af of het zou gaan lukken. Het spelen in De Duif viel wel midden in de openingstijden. Maar ik ontdekte dat we na afloop best nog even langs deze schuilkerk zouden kunnen gaan. Een bijzondere plek in het hart van Amsterdam waar rooms katholieken vele eeuwen hun geloof hebben beleden. Erg bijzonder ook dat dit bewaard is gebleven.

Het heet niet voor niets Ons’ Lieve Heer op Solder, ontdekken we. Wat een trappenwerk. We doorlopen het hele woonhuis van Jan Hartman en maken ook kennis met 17e en 19e eeuwse keukens en bekijken de bedstedes waar de familie in sliep. Soms met een handig luik ervoor zodat het publiek dat naar de kerk ging, het echtpaar niet hoefde te zien, maar wel min of meer door de slaapkamer liep.

De smalle gangetjes en steile trappetjes geven dit huis zijn charme. Al weet je ook wel dat je komt voor de schuilkerk op zolder. Het is indrukwekkend hoe hoog het huis is en wat er allemaal in dit huis verborgen zit. Wat een ruimte en wat een goed gebruik van de ruimte. Een tiny house liefhebber kan er veel inspiratie uithalen. Zeker als je er een tiny kerk bij zou willen bouwen.

De tegels onder de kachel, vond ik werkelijk heel gaaf. Dat wil ik ook in ons nieuwe houten huisje onder de kachel. Dat de tegels zo mooi op de vloer liggen, lichtjes geglazuurd. Misschien zelfs zonder voeg, zoals hier. Dat wordt mogelijk wel heel vies door het vuil dat tussen de stenen gaat liggen, maar het ziet er geweldig uit. Dat il

De kerk bevindt zich helemaal op zolder. Hier heeft Jan Hartman 3 woonlagen samengevoegd op een handige manier door de vloer open te werken in het midden. Zo zijn er galerijen ontstaan waar ook veel kerkvolk kan zitten of staan. Het maakt de ruimte meteen heel groot. De inrichting is heel sober. Het aantal beelden dat te zien is, is niet zoveel. Net als dat alles niet overdadig beschilderd is. Heel sober en subtiel. Erg mooi daardoor.

Waar ik zelf het meest door geraakt word is de Mariakapel. links achter het altaar, in een hoekje bij de trap. Je voelt dat mensen hier in het verleden geraakt zijn. De emotie en het verlangen zie je terug in de afgebladderde verf. Je hoopt dat het nooit zo gerestaureerd wordt als de kas van het orgel in de Oude kerk, met een dikke laag verf. Dat zou zonde zijn en de link met het verleden voorgoed weghalen.

Een indrukwekkend museum waarbij de vrijheid van het geloof sterk tot uiting komt. Dat mensen weliswaar hun geloof mochten belijden, maar wel in het verborgene, komt goed over als je in deze ruimte staat. Het besef dat je in onze samenleving die vrijheid wel hebt. Dat je mag geloven wat je wilt. Ik hoop vurig dat we deze verworvenheid koesteren. Dat je mag zijn wie je bent ongeacht geloof, sekse of ras.

Paleis op de Dam

Ik mag weer spelen in De Duif te Amsterdam. Een indrukwekkend orgel van Smits staat hier en ik verheug me er erg op. 5 jaar geleden speelde ik hier ook op een soortgelijke dag. Het lijkt zelfs even koud te zijn als toen. Doris wilde toen niet mee om te kijken hoe ik op het grote orgel zou spelen.

Nu wil gaat ze wel mew. Al heb ik mij minder goed voorbereid. Slechts een paar stukken ingestudeerd en de improvisatie laat ik erg van het moment afhangen. Te druk met het huis en mijn werk. Het leidt teveel af om je helemaal met hart en ziel in zoiets te storten.

We lopen naar het station en halen precies de intercity naar Amsterdam. Het mag dan vriezen, maar de voorjaarszon maakt alles goed. Wat is het ontzettend lekker weer. Zelfs buiten genieten we van de zon. We lopen over het Damrak in de richting van de Dam. Gewoon omdat ik dat ook een keer aan Doris wil laten zien. Net als dat we straks over de Wallen terug naar het station zullen lopen.

Het blijft indrukwekkend om daar het Stadhuis te zien staan aan dat grote plein. Het hoge raam van de Nieuwe kerk dat uitziet op het plein. Wat mij betreft de mooiste kant van de Dam. Het verleden aan de andere kant is vervangen. Net als de haven die tot deze plek reikte, zodat je echt de dam zou zien waar de stad naar genoemd is.

Een klein bordje daagt ons uit. We zouden namelijk naar het grachtenmuseum gaan, maar de tekst op het bordje brengt mij op andere gedachten. ‘Paleis open’ staat erop. We gaan even kijken of je er met de Museumkaart in kunt. Waarschijnlijk wel. Ik zie het al helemaal zitten. Een keer dat Paleis in, het voormalige stadhuis. Het achtste wereldwonder zoals Constantijn Huygens dichtte in het lofdicht dat hij bij de opening schreef.

Ik blijf het zonde vinden dat het een Paleis is geworden, het is een Paleis voor de stad, een ode aan de Republiek. Daar hoort niet een koning elitair in te verblijven. De tapijten aan de wanden en op de vloeren moeten weg, het monumentale steen hoort hier thuis. De grote schilderijen die de muren bedekken. Prachtige schouwen en imposante beelden.

Zeker, die zie je ook. De Burgerzaal is heel indrukwekkend. Je komt er ook binnen via een trap vanaf beneden. Dat draagt alleen maar bij aan het ontzagwekkende. Je ziet meteen Atlas de zware wereldbol dragen. Hij, maar vooral de bol zijn een stuk groter dan de Atlas die op het dak aan de achterkant van het Paleis staat.

Als je dan op die marmeren vloer staat. Wat een pracht en praal. Hier heerst het evenwicht, de symmetrie en de zuivere verhoudingen in de maatvoering. Wat een bouwmeester is Jacob van Campen. Het is indrukwekkend om hier in deze ruimte te staan. De slanke, hoge ramen geven de zaal een prachtig licht. Het komt van 2 kanten. Aan weerszijden de hoge wanden.

De natuur waar Jacob van Campen de inspiratie vandaan heeft gehaald zie je in de beelden van vogels, vruchten en planten. Samen met de verwijzingen naar bijbelse en mythologische figuren. Het geeft de ruimte een onuitputtelijke betekenis. De reeksen volgen elkaar onafgebroken op. Zo verdwaal je in wat je ziet. En het ene is nog mooier dan het andere.

De grote ronde wereldkaarten midden in de ruimte. 3 stuks, in 2 helften: Amerika en aan de andere kant de rest van de wereld, waarbij ik mij verbaas hoeveel er al bekend was van de wereld. Het net ontdekte Australië draagt de naam Hollandia. Het was nog niet duidelijk dat Australië en Nieuw Guinea niet aan elkaar vastzitten, maar losse eilanden zijn.

In het midden tussen de 2 wereldhelften is de sterrenhemel, met de vele sterrenbeelden. Groot naar hoe helder ze te zien zijn vanaf de aarde. Allemaal naar de status van de wetenschap in die tijd. En Amsterdam als centrum van de wereld.

Het is druk in het Paleis. Veel toeristen zien hier een gebouw van binnen dat veel Nederlanders nog nooit van binnen hebben gezien. De tijd van het Stadspaleis is voorbij, maar nog overal te vinden. De tapijten hebben deze tijd proberen te bedekken, maar het gebouw ademt de hoopgevende tijd van de Republiek.

De ruimtes zijn mooi, maar overtreffen de Burgerzaal niet. Met uitzondering van de Vierschaar. Wat een ruimte is dat. De burgemeesterskamer bood uitzicht op de vierschaar. Om daar het recht te kunnen spreken en te zien hoe het gesproken werd. De rijke decoratie van de beelden is indrukwekkend. Je ziet het niet vaak in Nederland dat de beeldenrijkdom het van de soberheid wint. Zelfs de Burgerzaal is bescheiden. Hier is dat het geval. Een indrukwekkende zaal en een indrukwekkend gebouw.

Ontzettend mooi dat ik het een keer van binnen heb kunnen zien. En daar leer ik ook van mijn dochter. Hoe ze vertelt over Heracles die de leeuw verslaat en de kop over zich heen trekt. We staan bij een plafondschildering waar we het zien.

Lees verder: De Duif »

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Ronde Maaskamer – Dagje Dordrecht (5)

De ronde Maaskamer in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven van Dordrecht is wel het meest overweldigend. Onbetwist is dit de pronkkamer van het huis en een uiterst verstandige beslissing geweest van een latere bewoner om het prachtige uitzicht vanaf deze mooie plek in Dordrecht optimaal te benutten.

Doris gaat heerlijk op de vloer zitten en kijkt zo aandachtig naar het wisselende uitzicht. Al die langsvarende binnenvaartschepen en in de hemel de voortdurende veranderingen van de wolkenhemel, geven deze plek een continue stroom van beweging en beleving.

Het hartelijke ontvangst en de buitengewoon sfeervolle inrichting van het huis doen de rest. Je voelt je welkom en het huis voelt ontzettend goed aan. Ergens ben je geneigd om te wensen dat je er langer mag blijven en misschien lekker in bed kan kruipen om er te overnachten.

Zo verlaten we Dordrecht weer. Zeker, we hadden nog een paar andere musea willen bezoeken, waaronder het Dordrechts Museum of het Hof van Nederland waar de kiem ligt van het hedendaagse Nederland. Allemaal dingen waar we langsgelopen zijn.

Gelukkig hebben we wel aandacht voor de kiem van de familie De Wit. Hier in Dordrecht bestierden de De Witten jarenlang de stad. De 2 zonen van Jacob, Johannes en Cornelis hebben het land vanuit Den Haag geregeerd, tot ze in 1672 noodlottig ten einde kwamen door het gepeupel. Een standbeeld midden in de binnenstad doet aan deze 2 broers herinneren.

Daarmee is Dordrecht meer dan interessant voor een dagje weg. Eigenlijk kun je er zo meerdere daagjes doorbrengen. Buiten het feit dat bijvoorbeeld in de Grote of Onze Lievevrouwekerk een buitengewoon puik orgel staat en een toporganist speelt. Een weekendje Dordrecht zal daarmee zeker geen straf zijn.

Schilderijen van Kuipers – Dagje Dordrecht (4)

Het andere dat in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven buitengewoon de aandacht trekt, zijn de schilderijen van de Dordtse schilder Cornelis Kuipers, kunst gemaakt aan het eind van de 18e eeuw. De schilderijenverzameling is per ongeluk ontstaan omdat in het huis 2 haardstukken van zijn hand zijn.

De laatste familie die dit huis bewoonde, besloot hierop meer werk van hem te verzamelen. Ze hebben een aantal indrukwekkende schilderijen bij elkaar gekregen, waarvan de 2 bloemstillevens in de voorkamer rechts wel het mooiste zijn.

De fijnschilderkunst beheerst Kuipers tot in de kleinste details. De verzameling kleine dieren, spinnen, wespen en zelfs de doodshoofdvlinder, zijn uiterst precies uitgevoerd. Erg indrukwekkende schilderijen die in de kamer voor hangen. Ook in dit veel kleinere huis, is er een mooie gang die het huis in midden deelt. Achterin buigt hij af naar de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer.

Dit huis kenmerkt zich vooral door de prachtige, heldere kleuren. Het geeft de bezoeker een heel prettig gevoel. Ook in combinatie met het heldere licht die de rivier in het huis lijkt te geven.

Op de eerste etage is ruimte voor een tentoonstelling. Bij ons bezoek is dat een uitgebreide expositie over tabak. De hartelijke conservator die de voorwerpen nog aan het rangschikken is, de mensen die de voorwerpen in bruikleen hebben gegeven, hadden nog verbeterpunten, vertelt over de snuifdoosjesverzameling van Napoleon.

De Franse dictator zou er bekend om hebben gestaan dat als iemand hem een snuifje aanbood, het doosje adequaat in zijn zak te steken. En daar durft natuurlijk niemand iets van te zeggen. Ook zie ik nog een paar indrukwekkende tabakspotten. Ik herinner mij dat ik ook ooit eentje heb gehad.

Verder veel pijpen, waaronder een aantal Goudse en andere soorten pijpen die in de 18e en 19e eeuw populair waren. Een interessante expositie, waarbij het mij vooral verwondert hoe snel het tabak uit ons dagelijkse leven verdwijnt.

Lees morgen het laatste deel van Dagje Dordrecht: Ronde Maaskamer

Patriciërshuis – Dagje Dordrecht (3)

Als we weer buiten staan, wil ik graag nog even naar het Havenhoofd lopen voor het uitzicht over de rivier en de driesprong die Dordrecht gemaakt heeft. Het typische Hollandse landschap bereikt hier namelijk wel zijn hoogtepunt. Wat ik niet weet, is dat hier vlakbij een prachtig woonhuis staat dat toegankelijk is voor publiek. Sterker nog: met de Museumkaart kom je erin.

Het wordt gerund door enthousiaste vrijwilligers. Je gaat hier echt op bezoek. Is Huis van Gijn een woonhuis dat sterk museaal is ingericht, compleet met hekjes en draadjes die je tegenhoudt om de hele ruimte te kunnen betreden. Dit woonhuis is een echt avontuur om binnen te wandelen. Je bent hier namelijk gewoon op bezoek.

De naam van het museum aan de Wolwevershaven 9: Het Dordts Patriciërshuis, Museum aan de Maas. Je beklimt hier de entree om bij de voordeur te komen en belt dan aan. Zoals bij een echt woonhuis word je binnengelaten, alsof je bij een kennis langsgaat. De jas wordt keurig opgehangen en je krijgt een rondleiding door het huis.

In tegenstelling tot het Huis van Gijn is dit huis qua stijl ingericht naar de ontstaanstijd van het huis, de 18e eeuw. Het interieur is zoveel mogelijk teruggebracht in deze stijl door de laatste bewoners. De laatste bewoners die leven ook gewoon nog. Sterker nog in een videofilm op zolder vertellen de jonge kinderen hoe zij het ervaren hebben om in zo’n museaal en monumentaal huis te wonen.

Het mooiste onderdeel van het huis: de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer met zicht op het drierivierenpunt van Dordrecht, het drukstbevaarde water van Europa. De Maaskamer is veruit het prachtigste deel van het huis. Zuiver rond van binnen, zelfs de deur en de ramen buigen met de cirkel van de kamer mee.

Het uitzicht vanuit deze kamer op het drierivierenpunt is overweldigend. Waar de Merwede zich splitst in de Oude en de Nieuwe Maas zorgen de wolkenhemel en de vele schepen die langsvaren voor een iedere keer weer ander uitzicht. Prachtig, een kamer om niet snel te vergeten.

Lees morgen het 4e deel van het Dagje Dordrecht: Schilderijen van Kuipers

Huis van Gijn – Dagje Dordrecht (2)

Na het Nationaal Onderwijsmuseum voert de tocht naar de binnenstad van Dordrecht. Een prachtige binnenstad, zo ontdekken we snel. Wij gaan vandaag de huizen in. Op het prachtige havenhoofd, de Nieuwe Haven, zijn 2 oude woonhuizen die voor het publiek toegankelijk zijn.

Het eerste van de familie Van Gijn is aan de Nieuwe Haven 29. Het is een indrukwekkend en groot pand met een grotendeels 19e eeuws interieur. Er zijn wel oudere elementen, maar de toestand is teruggebracht in de situatie van de laatste bewoner die tot 1922 in het huis woonde.

De gang in het midden meet het formaat van een galerij, loopt mooi van voor naar achteren. Dit refereert wel naar de oude koopmanshuizen, die dit huis natuurlijk van origine was. Het interieur is in de loop van de eeuwen meeveranderd met de bewoners van het huis.

Aan weerszijden van deze gang staan veel klokken en bevinden zich achter de deuren diverse vertrekken. De pronkkamer, een ontvangstkamer voor gasten en daarnaast ook een eetkamer en een mooie, intieme tuinkamer. Het is een indrukwekkend pand, met hoge plafonds, rijk gedecoreerd en veel grandeur.

Veel contrast boven met slaapkamers en andere vertrekken. De bibliotheek is erg mooi, net als de imposante goudleerkamer. Alleen zou ik nooit die groene lapjes ophangen om het stof uit de boeken te houden. Verder bevat het gigantische woonhuis op zolder veel vertrekken met een praktisch doel, zoals de waskamers.

De zolder is in vroeger tijden vooral gebruikt voor het mangelen, persen en drogen van de was. Op de opperste zolder vind je een gigantische speelgoedverzameling van treinen, zeilboten en heel veel poppen. De draaimolen springt in het oog, net als het levensechte winkeltje.

Het is wel mooi hoe het Huis van Gijn is ingericht. Echt als een 19e eeuws woonhuis waarin de kamers hun oude, functies hebben behouden. Het aangrenzende huis is gebruikt voor alle museale ruimtes en trappenhuis met lift. Zo blijft het eigenlijke huis al deze rompslomp bespaard.

Lees morgen deel 3 van het Dagje Dordrecht: Het Patriciërshuis