Categoriearchief: man bijt hond

Weer een halfjaar tegenaan

image

De regen heeft een grote plas op het grasveld gemaakt. De eenden en meeuwen uit de buurt drijven erin alsof het hun privé-vijver is. In het midden van de groep ‘drijfsijzen’ staat een kauwtje.

Hij neemt een flinke duik in het water en schudt zijn veren in het nat. Zo plonst hij het regenwater in rond. Weer een duik en weer schudt de donkere vogel het water alle kanten op.

Dan komt hij overeind en wappert uitvoerig zijn vleugels droog. De eenden kijken met mededogen naar de donkere vogel. Dan laat hij zich nog een keer in het water zakken en komt tevreden en genoegzaam omhoog.

Ik zie hem denken. ‘Zo we kunnen er weer een halfjaar tegenaan.’ Precies die woorden die Frans van Man bijt hond ook zegt als hij na het poedelen uit de rivier de Moezel stapt. Hij is samen met zijn neef ‘Lytse Frans’ op Duitslandreis.

Dan fladdert de donkere kauw op uit de regenpoel en vliegt naar een paaltje dat tegenover het fietspad ligt, naast het echte water, maar daarin kan hij niet staan.

De meeuwen staan met hun hoge poten in de poel en staren de vogel na. Gewend aan elke dag nat. Daarvoor zijn het ook ‘drijfsijzen’.

Klarenbeek

Klarenbeek, voor mij is het niet veel meer dan een stationnetje midden in een weiland. Ik stond er op een dag in mei, ergens in 2000 stil in treintje dat van Apeldoorn naar Zutphen reed.

Ik zag vandaag Klarenbeek langskomen in een item van Man bijt hond. Nu geen station, maar een geitje dat op sterven lag. Het dier kon niet meer overeind komen en mekkerde heel triest. Ik dacht één ding bij het zien van het dier dat meer dood dan levend was: als het dier zwanger is en aan Q-koorts leidt, dan mogen de anderen gelijk mee naar het mortuarium.

En ik dacht aan het gedicht dat ik in 2000 schreef over mijn ervaring op het station van Klarenbeek. Ik zocht het even op en eigenlijk kan het best nog gepubliceerd worden. Het komt uit een tijd dat ik geïnspireerd op het voorbeeld van Gerrit Komrij een jaar eerder, wekelijks een gedicht schreef en de wrange vrucht naar een vijftigtal mensen per e-mail verstuurde. De inspiratiebron zat ook bij de lijst en hij merkte eens op dat het aardige niemendalletjes waren. Een groter compliment kun je niet krijgen.

Klarenbeek

Van Apeldoorn naar Zutphen, de stoptrein
Stopt bij de halte die Klarenbeek heet
Voordien had ik van dit plaatsje geen weet
Het perron provisorisch langs de lijn

Vanuit het groen komt onzichtbaar geblaat
Door de boomruis ruikt een barbequegril
Het kroos in de sloot ontsluit -ietwat stil-
Zo, dat ‘t moeder en haar kleintjes doorlaat.

Laat mij daar de lokroep van geluk horen
Het gebrom van de dieselmotor lijkt
Te verdampen om niet teveel te storen.

Mijn hoofd steek ik nog verder het raam uit
Overal waait geluk totdat het wijkt
Voor die hinderlijke conducteursfluit.

Leiden, 9 mei 2000

Er zijn mensen die vinden dat het ‘gedicht van de week’ moet terugkomen, maar na het lezen van dit gebeuren, vind ik het nog steeds een zeer goede beslissing dat ik er destijds mee gestopt ben.

Wat vindt Harry Mulisch

Fidel Castro is vandaag officieel afgetreden. Wat vindt Harry Mulisch daarvan? Man bijt hond liet dit nieuws liggen, dus trok ik vanmiddag de stoute schoenen aan en ben hem gaan opzoeken. Toevallig was hij thuis in zijn riante woning aan het Leidseplein.
Hendrik-Jan: ‘Meneer Mulisch, vandaag is Fidel Castro officieel afgetreden. Bijna vijftig jaar zwaaide hij de dictatorische scepter over Cuba. Wat vindt u van dit nieuws?’
Mulisch: ‘Ach, het doet met niet zoveel. Vijftig jaar is lang.’
Hendrik-Jan: ‘Maar u bent een fervent aanhanger van deze regeringsleider geweest. U ging zelfs in de jaren ’70 naar Cuba.’
Harry: ‘Ja, wat ik daarvan vind, kunt u in mijn boeken lezen.’
Hendrik-Jan: ‘Zoals in De ontdekking van de hemel. U laat er zelfs een omvangrijke passage op het eiland spelen. U heeft zich weleens euforisch over hem uitgelaten.’
Harry: ‘Dan moet u wel mijn boek aanhalen, nu haalt u er iets bij uit het boek van Elsbeht Etty.’
Hendrik-Jan: ‘Sorry, ik heb dat boek laatst gelezen en De ontdekking ligt bij mij ergens op zolder in een doos.’
Harry: ‘Meneer de journalist, doe u werk eens behoorlijk. Het is echt niet zo dat De ontdekking van de hemel onverkrijgbaar is. Het is moeilijker om aan het boek van Etty te komen, dan aan mijn boek.’
Hendrik-Jan: ‘Excuses, meneer Mulisch, mijn oprechte verontschuldigingen, maar wat vindt u nu van het nieuws dat Fidel Castro is afgetreden.’
Harry: ‘Kijk, er zijn schrijvers die zonder ziek te worden de tachtig halen, er zijn staatslieden en pausen die er wat meer moeite mee hebben. Wat Fidel en ik gemeen hebben is dat wel allebei tot onze dood ons werk willen blijven doen. Hem is dat niet gelukt en mij tot op heden ook nog niet, maar ik kan wel door schrijven en hij niet door regeren. Uiteindelijk zijn er ook genoeg schrijvers die tachtig werden, maar die evenmin een letter op papier kregen. Ik ben vitaal genoeg en aan inspiratie ontbreekt het niet.’
Hendrik-Jan: ‘Maar wat vindt u nu dat uw grote vriend is afgetreden.’
Harry: ‘Zoals u weet, kunt u in mijn werk lezen wat ik van Castro vindt. Daar is geen televisiecamera voor nodig. Bovendien vijftig jaar is een lange tijd, dus een mening groeit mee met de baard van meneer Castro..’
Hendrik-Jan: ‘Maar,’
Harry: ‘ Genoeg, genoeg. Basta. Ik heb genoeg tijd verspild aan dit item. Dat u het niet voorbereid, is u kwalijk te nemen. We wisten al anderhalf jaar dat meneer Castro vroeg of laat afscheid zou nemen. Bovendien heeft mijn tachtigste verjaardag genoeg tijd van mij gevreten. Het leek mij eens tijd om te gaan schrijven wat ik van Castro vindt. Wist u dat ik al langer schrijf, dan hij regeert. Dan ziet u eens wie belangrijker is. Tot ziens meneer De Wit. Dag.’

Manfred en Hilmar gestopt

Best wel een schrik vanavond: Manfred en Hilmar stoppen bij Man bijt hond. Ik genoot van de broers uit het Utrechtse Kanaleneiland. Ik had nog maar net een artikeltje over de twee broers geschreven.
De uitzending van vanavond liet niet veel zien van een afscheid. Ik vermoed dat de broers er geen zin meer in hadden. Natuurlijk zijn ze niet een onuitputtelijke bron voor onderwerpen voor televisie. Manfred loopt wekelijks rond op Schiphol en Hilmar kijkt dagelijks zijn favoriete Duitse soapserie Julia – Wege zum Glück. Waar het precies over gaat, weet hij ook niet, maar hij kijkt wel iedere dag.
Het is verschrikkelijk jammer dat de heren niet meer te zien zijn op televisie. De chaos in hun flat en het verschil tussen de twee broers, genoeg inspiratie voor een spannende serie. Ze maken toch iedere dag weer iets nieuws mee en is het nieuw voor hun, dan is het wel nieuw voor mij.

Manfred en Hilmar

Wat de IJzeren Heinen niet hadden, hebben Manfred en Hilmar wel. Sinds vorige week portretteert Man bijt hond dagelijks de twee broers uit het Utrechtse kanaleneiland. Ze zijn echt geweldig en heel excentriek.
Manfred praat met een Duits accent, hij is Duits van origine. Hilmar spreekt zuiver Utrechts. Ze hebben dezelfde moeder, maar hun verschijning verschilt wezenlijk van elkaar.
De inrichting van de flat schertst mijn grootste verbazing. Vol ontzag zie ik hoe stapels kranten aan weerszijden van Hilmar liggen tegen de rugleuning van de bank. Hoe de stapels zo prachtig blijven liggen, is mij een raadsel. Dan is het computerscherm dat op tafel staat in een wak van stapels papier. Onbereikbaar door de bergen papier ervoor.
Dan is Manfred een groot liefhebber van vliegtuigen. Iedere week brengt hij in de nacht van zaterdag op zondag een bezoek aan Schiphol om te werken. Hij begroet alle grondstewardessen en geeft de dames een uitdraai van de telex met het weer van de komende week.
Vandaag ging Hilmar boodschappen doen en keerde huiswaarts met meerdere kantenklaar maaltijden van de Albert Heijn. Prachtig hoe hij onderweg een gratis bakkie doet. Thuisgekomen wordt aan Manfred gevraagd waarom hij nooit boodschappen doet. ‘Ik heb daar de tijd niet voor’, zegt hij. Hilmar ontbreekt hem: ‘Daar heeft hij het geduld niet voor.’

Dini Kantini

Ze is een soort van moeder voor de voetballers van SV Deurne. De kantinejuffrouw van de voetbalclub uit Noord-Brabant. De struise deerne uit Deurne hing aan de biertap van de voetbalkantine. ‘Ze noemen me moeder, tante Dien, of Dini Kantini’, zei ze voor de camera van Man bijt hond.
Het programma van het kleine nieuws bezocht de voetbalclub omdat de Brabanders het vanavond opnemen tegen Feyenoord. De amateurs ontmoeten de Rotterdammers in een bekerwedstrijd. Wat er gaat gebeuren als ze vanavond winnen, vroeg de verslaggever. ‘Ja’, zei Dini. ‘Van dat-um’ en ze hield de tap vast met een glimlach.
Haar lievelingsvoetballer was Ronald Joosten. ‘Iedereen is gek op hem, want hij komt echt uit Deurne’, gaf ze als motivatie. Er waren zelfs petjes te koop met de tekst: ‘Ronald Joosten, wie kent hem niet’.
Ik stel me zo voor om het op een shirt af te drukken en daarmee dan rond te lopen. ‘Wie is Ronald Joosten?’ krijg ik dan als vraag toegeworpen. En dan zou ik heel vinnig antwoorden: ‘Tja, ik zou het ook niet weten’.