Categoriearchief: literatuurwetenschap

Moraal van het verhaal – Anna Karenina herlezen (8)

In veel grote Russische romans krijg je een sterk christelijk moraal aan het eind van het verhaal over je heen. Iets soortgelijks zie je bij Dostojevski ook gebeuren bijvoorbeeld bij Misdaad en straf, maar hier bij Tolstoi merk je het ook. Het laatste deel, een heus coda, lijkt ook een sterk moraal mee te willen geven. De moraal van het verhaal.

Het probeert een hoopvol en glorieus einde te geven aan de ellende die vooraf is beschreven. Terwijl de lezer helemaal uit het veld geslagen is aan het einde van het 7e deel. In zijn hoofd, tenminste in het mijne, is dat ook het einde van de roman Anna Karenina.

In plaats daarvan komt in het 8e deel nog heel veel voorbij. Niet echt dingen die bijdragen aan het verhaal, maar zeer zeker wel dingen die de moeite van het lezen waard zijn. Zo staan er enkele interessante gedachten.

Bijvoorbeeld over opvoeding. Als de kinderen van Dolly een beker met frambozen koken boven een kaarsvlam of een fontein van melk maken. Hun moeder straft ze onmiddelijk, terwijl Ljovin daar wel gedachten bij heeft. Waarom zouden ze hiervoor gestraft moeten worden. Ze hebben immers proefondervindelijk met iets kennisgemaakt van de wereld. Gewoon voor de grap en om te ontkomen aan de saaiheid van het bestaan.

‘Doen wij niet hetzelfde, doe ik niet hetzelfde’, dacht Ljovin. ‘wanneer ik de krachten van de natuur en de betekenis van het menselijke leven met de ratio probeer te verklaren?’ Was een filosofische theorie, welke dan ook, niet op diezelfde leest geschoeid: een rare, onnatuurlijke gedachtegang construeren waar men niet méér uit kon halen dan de kennis die men allang bezat en die onmisbaar was voor het leven? (987)

Het brengt Ljovin bij de kerk en de Heiland. Het is een mooie gedachtegang van het personage. Hij legt een link met het spel van de kinderen en zijn denkspel in het hoofd. Een treffende vergelijking waarbij het verhaal symbool staat voor de conclusie.

Iets probeert de verteller ook te bewerkstelligen met de roman. Zeker door dit einde zo te construeren. Alleen lijkt het verhaal van Anna Karenina boven het moraal van het einde uit te stijgen. Het is een verhaal van alle tijden geworden doordat hier de keuze voor de liefde zo sterk naar boven drijft.

Mocht de verteller mogelijk een heel andere intentie hebben met dit werk, het komt op de hedendaagse lezer heel mooi over. Als de bevrijding van een vrouw die vastzit in conventie, traditie en toneelspel. Ze worstelt zich los en kiest voor de liefde, hoeveel dat haar ook kost.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

Biografie van een schavuit – boeken

De biografie over het leven van Jacob van Lennep. Dat het een schavuit was, wist ik wel. Befaamd is de uitgave van de Brieven van de Schoolmeester aan hem. Wat een belevenis is deze uitgave van Marita Mathijsen uit 1977. Ze verbaast minstens zo met deze biografie over het leven van de rijksadvocaat, schrijver en dichter.

Helaas zijn de brieven van Jacob van Lennep aan de Schoolmeester niet bewaard gebleven, maar ik denk dat ze minstens zo mooi zijn. Van Lennep laat zich niet zomaar ondersneeuwen in de literaire lawine van de schrijver Gerrit van der Linde. Wat zou de biografie hiermee verrijkt zijn, maar Van Lenneps sporen zijn zorgvuldig gewist.

Dat is ook het moeilijke voor Marita Mathijsen. Het is op veel punten gissen en raden wat er gebeurd is. Dat is ook de dubbele moraal van de 19e eeuw. Elke getrouwde man heeft naast zijn vrouw een maîtresse of gaat naar de hoeren, maar naar buiten toe, zie je hier weinig van.

Toch doet ze aantal interessante ontdekkingen. Zo komt ze achter een onwettig kind dat Jacob van Lennep verwekt terwijl hij nog student is. Het is een boeiend verhaal dat veel verderop in zijn leven een vervolg krijgt. Hij zal zijn dochter erkennen en voorziet moeder ook in haar onderhoud.

Fatale vrouwen

De avonturen met vrouwen zijn nogal eens fataal, zo ontdekt Marita Mathijsen. Het is het verhaal van een affaire met een aanbidster, Doortje Ringeling. Ze willen naar Engeland vluchten, de bagage is al ingescheept voor Engeland en het liefdespaar overnacht in Rotterdam. Zijn vader David Jacob is zijn zoon achterna gereisd om verdere escalatie te voorkomen:

 En toen gebeurde er iets wat heel typerend is voor de vader en voor de moraal van de negentiende eeuw, en eigenlijk ook heel ontroerend. Eén nacht gunde David Jacob zijn zoon en de geliefde. Eén nacht om in elkaars armen te verzinken, volledig op te kunnen gaan in een grenzeloos bestaan. Na de coïtus, wanneer immers iedereen een beetje triest pleegt te zijn, zou hij hem aanspreken. (244)

Inderdaad spreekt de vader hem aan. De zoon krijgt berouw en keert huiswaarts, zonder de laarzen aan die hij bij het verlaten van de slaapkamer vergeten was aan te trekken. En zo zit hij die middag weer thuis met zijn gezin aan tafel alsof er helemaal niks gebeurd is.

Doorgehaalde teksten

Dat Marita Mathijsen dit verhaal heeft kunnen oprakelen, komt doordat het in het dagboek van een politicus is terechtgekomen. Deze hoorde het via een bekende van de vader. In brieven aan zijn vriend Aart Veder, rept Jacob wel over zijn verliefdheid. Tussen alle doorgehaalde teksten weet Marita Mathijsen wel wat te ontcijferen. Al staan er in het citaat herhaaldelijk cursiveringen met [onleesbaar].

Het is een mooie biografie die Marita Mathijsen heeft samengesteld uit het rijk gedocumenteerde leven van Jacob van Lennep. Je kunt niet anders verwachten van zo’n schavuit en schelm. Marita Mathijsen plaatst elk hoofdstuk heel mooi in context. Ze heeft het leven van Van Lennep opgedeeld in tijdvakken van rond de 10 jaar. Dat levert 6 delen op. Hierin verwijst ze vaak naar de nationale en internationale situatie. Zoals in het deel waarin ze spreekt over de Belgische opstand.

Muiterij

De muiterij die uiteindelijk uitmondt in de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden uit het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Volgens hedendaagse historici had Willem I met daadkrachtiger optreden waarschijnlijk de crisis hebben kunnen doorstaan. Hij had hier voldoende aanhang voor, maar in plaats daarvan heeft hij eerst de boel teveel laten sudderen en niet geluisterd naar de noodroep.

Marita Mathijsen concludeert ook dat Jacob van Lennep het zeker met de hedendaagse historici eens zou zijn geweest:

 Hij meende dat Willem I er in 1830 geen idee van had dat er in Brussel een vulkaan op het punt stond uit te barsten. De eruptie had voorkomen kunnen worden met onmiddellijk daadkrachtig optreden. In het begin was de aanhang van de opstandelingen nog niet groot. (200)

Voor Jacob van Lennep was de opstand in België een mooie aanleiding voor het schrijven van een toneelstuk. Het kreeg de naam Het dorp aan de grenzen. Het speelde de spot met de Belgen. Mede door dit toneelstuk maakte de Belgenmop furore. De klucht van Jacob van Lennep werd een gigantisch succes.

Ferdinand Huyck

De uitvoerige besprekingen van Marita Mathijsen over de romans van Jacob van Lennep spreken mij persoonlijk erg aan. Zo schrijft ze op een aanstekelijke manier over de populaire roman Ferdinand Huyck. Het boek speelt weliswaar in de 18e eeuw, maar is veel meer een Bildungsroman.

Jacob van Lennep kent de pruikentijd goed uit de verhalen in zijn familie, maar het verhaal zelf is veel meer een verhaal waarin de hoofdpersoon zich ontwikkeld tot wie hij nu is. Hij laat hierin de vooroordelen over geloof achter zich en sluit avonturen af.

Klaasje Zevenster

Voor mij blijft de treffendste beschrijving van de roman Klaasje Zevenster dat een schokkend verhaal is. Het speelt in een hoerenkast. Iets dat met de negentiende eeuwse moraal echt onacceptabel is. Hij krijgt daar na publicatie ook veel rumoer over. Het tekent de schijnheiligheid van de negentiende eeuw. Zoals wanneer Marita Mathijsen de recensie van Busken Huet citeert.

In de genoemde recensie kraakt hij het boek helemaal af, waarna de biografe een brief aanhaalt van de recensent aan een bekende. Hierin schrijft de zuurpruim dat hij hartelijk gelachen heeft om de roman van Jacob van Lennep. Het zou zo een schandaaltje uit onze tijd kunnen zijn. Veel hedendaagse recensenten doen niet onder voor Busken Huet.

Het nodigt uit om deze roman ook eens ter hand te nemen. Ergens rond 2002 was er een scenariowedstrijd waarbij Marita Mathijsen het boek aanbeval om te bewerken tot een televisieserie. Er is een winnaar geweest voor het script, maar het boek is jammergenoeg nooit bewerkt tot een serie. Het zou zeker de moeite waard zijn als dit nog eens gebeurt.

Wat als…

Al lezend vraag ik mij af wat er gebeurd zou zijn als Marita Mathijsen een vollediger beeld van Jacob van Lennep zou hebben gekregen. Als het biografische materiaal wat completer was geweest. Niet die doorgehaalde dagboeken of kwijtgeraakte brieven. De ontbrekende puzzelstukken maken het namelijk wel lastig om een compleet beeld te vormen.

Soms laat Marita Mathijsen wel iets zien van de suggesties die ze doet. Ze deelt haar twijfels en vermoedens regelmatig met de lezer. In mijn ogen geeft dat niet altijd een eerlijk beeld. Net als de worsteling om rode lijnen in het verhaal te vinden. Terecht merkt Marita Mathijsen op dat dit de biograaf ook in de weg kan staan, maar het ontbreken ervan in haar biografie over het leven van Jacob van Lennep maakt het wel lastig voor het verhaal.

Ze weet de 3 lijnen die ze vindt niet mooi met elkaar te verbinden. Dat is jammer, omdat het het verhaal zoveel sterker had gemaakt. Het is niet anders en het hoort onvermijdelijk bij de worsteling van de biografie met het leven dat hij probeert te kneden en vormen tot een verhaal.

Marita Mathijssen: Jacob van Lennep: Een bezielde schavuit. Amsterdam: uitgeverij Balans, 2018. ISBN: 978 94 6003 8501. 592 pagina’s.
Prijs: € 39,99. Bestel

Nobel streven, een ridderverhaal

Onwaarschijnlijk maar waar. Dat is het verhaal van de ridder Jan van Brederode. De Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrom vertelt in zijn nieuwste boek Nobel streven het verhaal van deze bijzondere middeleeuwse edele. Jan van Brederodes leven is heldhaftig, tragisch en dynamisch. Voldoende stof voor een uitermate innemende biografie over deze man.

Met het boek Nobel streven keert de Utrechtse hoogleraar terug naar bekend terrein. Bij zijn doorbraak in 1987 met Het woord van eer over literatuur aan het Hollandse hof, moet hij zijn gestuit op het bijzondere levensverhaal van Jan van Brederode.

Dappere ridder Jan van Brederode

Een dappere ridder die wel een heel eigenaardige levensloop kent. In zijn nieuwste publicatie Nobel streven, gaat Frits van Oostrom dieper in op het leven van deze bijzondere man.

De achterflap geeft al een duidelijke samenvatting van deze ridder uit Holland. Meerdere malen neemt hij het op in een oorlog tegen Friesland. Hij gaat op pelgrimage naar Ierland om daar het helse vagevuur van Sint Pancratius te ervaren. Teruggekomen belandt hij in het klooster, het huwelijk wordt ontbonden en zijn vrouw gaat ook in het klooster. Een kartuizerklooster, een strenge orde. Misschien wel de zwaarste kloosterorde. Waarbij je altijd zwijgt, nooit vlees eet en vegetarisch. Bovendien wordt je nacht gebroken door een uur lange nachtmis.

In het klooster vertaalt hij de religieuze tekst Des coninx summe, een indrukwekkende titel. Als hij later zijn kans ziet om de erfenis van zijn vrouw te kunnen incasseren, verlaat hij het klooster. Met geweld haalt hij zijn vrouw ook op. Het mondt uit op een mislukking, waarna hij later opduikt op het slagveld bij de beroemde Slag bij Azincourt. Als huurling, opmerkelijk voor een ridder, maar als je het boek van Frits van Oostrom leest, zul je merken dat het helemaal niet zo opmerkelijk is.

Nobel streven geeft een inkijk in een indrukwekkend verhaal waar Frits van Oostrom wel raad mee weet. Hij begint met met heerlijke zinnen waarmee hij de achtergrond van Jan van Brederode kenmerkt, zoals: ‘Jans grootvader Dirk was een geweldenaar.’ Om daarna de heldenfeiten van Dirk van Brederode te vertellen. Jans vader en broer zijn iets minder gewelddadig. Al is het in een tijd waarin het land verdeeld wordt door de Hoekse en Kabeljauwse twisten, moeilijk om geen wapen in de hand te nemen.

20e eeuwse verbazing

Bij dit alles weet Frits van Oostrom prachtig te spelen met de 20e eeuwse verbazing die sommige aspecten uit de ridderlijke maatschappij bij je oproepen. Zoals het huwelijk tussen Willem van Brederode en Margriet van der Merwede. Willem was 23 jaar oud toen dit huwelijk bezegeld werd. Margriet niet ouder dan 3:

[H]et moet zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd. (132)

Het huwelijk is in de middeleeuwen vooral een verbintenis tussen families en niet zozeer een ceremonie die de liefde bezegeld. Een peuter die trouwt, is zelfs in de middeleeuwen een beetje te gortig. Maar Van Oostrom zal er nog een aantal keren naar verwijzen. Bijvoorbeeld als hij de lezer een blikje gunt in de toekomst:

Margriet van der Merwede en Stein, als schatrijke peuter bij de Brederodes ingetrouwd, zou als volwassenen vrouw bemerken dat er van haar erfdeel nog maar weinig over was. (219)

Het familiefortuin verdampt. Dat is ook het probleem tussen het huwelijk van Jan en Johanna van Abcoude. De vader van de bruid weet uit de overeenkomst het maximale te halen voor zijn familie. Het huwelijk is eigenlijk boven Jan van Brederodes stand. Hij kan het eigenlijk niet betalen en steekt zijn familie in de schulden.

Als er dan ook nog eens geen kinderen komen, besluit Jan van Brederode naar Ierland af te reizen om in een grot het vagevuur mee te maken.

Op bedevaart

Jan van Brederode maakt een bedevaartreis naar Ierland in de hoop dat er kinderen komen. Zijn huwelijk is kinderloos en hij hoopt met deze reis hiermee het tij te keren. Hiervoor betreedt hij de grot waar Sint Patricius het vagevuur heeft doorstaan. Hij moet een nacht lang in het aardedonker van de kleine ruimte zitten.

Dat je langzaam maar zeker en ongetwijfeld ook door bepaalde schimmels op de rotsen gaat hallucineren is niet zo heel vreemd. De nacht in de grot van Sint Patricius moet voor sommige pelgrims een bijna-doodervaring hebben opgeleverd. Of zoals Van Oostrom het schrijft:

Ze kunnen een nacht hebben geleefd in hun persoonlijke Jeroen Bosch, bij wijze van ‘augmented reality’. (86)

Heerlijke verhalen die Frits van Oostrom heel treffend typeert en aan het papier toevertrouwd. Verbindingen leggend met onze tijd en de belevingswereld van de literatuur.

Kloosterbestaan

Het huwelijk blijft kinderloos. Mogelijk biedt het kloosterbestaan een uitweg om onder de gigantische gages aan zijn schoonvader te komen. Jan verlaat bij het overlijden van zijn schoonvader, weer even snel het klooster. Hij ruikt zijn kans, maar is kansloos. Hij probeert alles, met en zonder hulp:

Tenzij uiteraard… zijn kloostergelofte van eertijds ongeldig was geweest. Precies deze kaart blijkt Jan nu te zijn gaan spelen. Ongetwijfeld zijn ook hier juristen aan te pas gekomen om dit geitenpaadje in het vonnis van 14 april 1409 te wijzen. (205)

Als een hedendaagse burger probeert hij de mazen in de wet te vinden om toch zijn gelijk te behalen. Het blijkt een kansloze exercitie. Temeer omdat zich zelfs de kanselier van de Notre Dame in Parijs zich over de kwestie buigt en zijn oordeel velt. Al zou je heel veel geitenpaadjes uit het complexe betoog kunnen ontwaren, Jean Gerson is duidelijk. Eens een gelofte gedaan is altijd een gelofte gedaan.

De daden van Jan van Brederode krijgen wel een heel ander perspectief in het verhaal van Frits van Oostrom. Dat Jan bijvoorbeeld zijn vrouw uit het klooster probeert te ontvoeren, is hier heel duidelijk een wanhoopsdaad. En de voormalige ridder mag er voor bloeden. Hij komt in het gevang en zijn vrouw overlijdt een jaar later. Aan hartzeer, zo beweren de bronnen.

Het einde bij de beroemde Slag bij Azincourt, waar Engeland met een minderheid het veel grotere Franse leger verslaat, plaatst Frits van Oostrom weer zo mooi in context. Binnen het literaire kader van het toneelstuk Henry V van Shakespeare. Een mooie vermenging van het verhaal zoals de geschiedschrijvers het hebben opgesteld en hoe mensen als Jan van Brederode het beleefd hebben.

Feit en fictie

In de biografie over het leven van Jan van Brederode zitten onherroepelijk leemtes. Gaten van periodes waar we niet het fijne van weten. Daarom verwijst Frits van Oostrom aan het einde van zijn biografie naar literaire verwerkingen. Hij verwijst dat van het laatste gedeelte van het leven van Jan van Brederode onbewust een roman geschreven is.

Hij verwijst naar andere geleerden die boeiende romans hebben geschreven. Zo is De naam van de roos van Umberto Eco het resultaat van jarenlang onderzoek. Umberto Eco merkte dat hij in zijn wetenschappelijke werk sommige verhalen niet kon vertellen omdat het aan bewijs ontbrak. Daarvoor leent de literatuur zich bij uitstek. En zeker de roman. Zo verwerkte Umberto allerlei middeleeuwse bevindingen en ideeën in zijn bestseller. Fabuleren op de plekken waar je niet kunt argumenteren.

Eco’s De naam van de roos (1980), bij verschijning bescheiden uitgebracht als ‘een boek voor fijnproevers, voor bedachtzame genieters’, verkocht inmiddels wereldwijd 50 miljoen exemplaren – en dat voor een roman over een veertiende-eeuws klooster. (314)

Inderdaad lenen de middeleeuwen zich prima voor een roman, zeker als er een portie misdaad en een meesterbrein is om de moorden op te lossen. Een andere roman waar Van Oostrom naar verwijst en die mij waanzinnig nieuwsgierig maakt is een roman over het leven van Dante. Marco Santagata, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Pisa, schreef naast een biografie over het leven van de Italiaanse schrijver, ook een roman. Het werk heet Als verliefde vrouw (Come donna innamorata), over een intellectueel die hoon opwekt omdat hij een stom klerkenbaantje accepteert om grootste literatuur te kunnen schrijven.

Literatuurwetenschapper of romanschrijver?

Frits van Oostrom haalt hier terecht het probleem van de literatuurwetenschapper aan ten opzicht van de romanschrijver. De wetenschapper moet zich houden aan de feiten en kan alleen met hulp van argumenten overtuigen. De roman biedt een heel andere kant de ruimte. Ze geeft ruimte aan het gevoel, waar de wetenschapper zich niet kan en durft te wagen. Het leven van Jan van Brederode is voor een romanschrijver bij uitstek een geschikt onderwerp:

Niet alleen wat er gebeurde, maar ook hoe het voelde. Oftewel: een waargebeurde roman. (320)

Al moet ik zeggen dat Frits van Oostrom zich soms ook waagt aan een inschatting hoe iemand zich gevoeld moet hebben. Het leven van Jan van Brederode leent zich hier uitstekend voor. Waarom neemt hij bepaalde beslissingen en is het inderdaad zo grillig als het soms overkomt. Dat vraagt aan een andere component van iemand om een beslissing te nemen, namelijk: het gevoel.

Familiewapen familie Van BrederodeDaarmee laat Frits van Oostrom in mijn overtuiging zien dat hij zich best eens zou mogen wagen aan een roman over het leven van zijn gebiografeerde held. Het belooft een mix te worden met een hoog Couperus-gehalte, met erg interessante familie-intriges. Allemaal ingrediënten waar hij zich best eens aan mag wagen. En dat het een bestseller wordt, staat wat mij betreft vast. De biografie Nobel streven is al een boek dat je in 1 adem uitleest. Als het geromantiseerd wordt, is nog meer een feest om te lezen.

Frits van Oostrom: Nobel streven, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Amsterdam: Prometheus, 2017. ISBN: 978 9044 6346 79. Prijs: € 25,99. 400 pagina’s.Bestel

Kijk voor meer achtergrondinformatie op: nobelstreven.nl

Veelstemmigheid

De Russische literatuurwetenschapper Bakhtin noemt het heteroglossia in de roman, veelstemmigheid. Ik was helemaal vol van deze literatuurwetenschapper tijdens mijn studie Algemene Literatuurwetenschap in Leiden. In zijn roman Het valse seizoen speelt Christiaan Weijts met deze theorie.

Hij heeft de roman letterlijk opgebouwd uit 3 vertellers die elkaar brieven schrijven. De verhalen staan in de basis op zichzelf, maar soms kruisen de verhalen elkaar. Als bij een muziekstuk, zo gaan de stemmen met elkaar op of fungeert de ene stem als contrapunt voor de andere.

Dit is gedaan door de paragrafen in de hoofdstukken af te wisselen met de symbolen voor 3 sleutels zoals ze gebruikt worden in de muziek. Het is de g-sleutel (vioolsleutel), f-sleutel (bassleutel) en de c-sleutel. De eerste 2 sleutels worden bijna altijd gebruikt in de muziek. De c-sleutel is iets zeldzamer. Deze stem is dan ook bestemd voor Nadège. Zij laat zich wat minder goed in een sleutel passen.

Aanvankelijk lopen de verhalen nog best uiteen. Als lezer zoek je de verwantschap tussen de verhalen en de stemmen. Later gaat het veel meer in elkaar op. De bijzondere verhalen van het stel Camiel en Nadège krijgen daarmee een mooie aanvulling in het verhaal van de componist Pablo Sleedoorn.

Daarmee heeft Christiaan Weijts op een toegankelijke manier de literaire theorie van Michael Bakhtin verwerkt in zijn roman. De stemmen klinken zoals in de moderne roman, maar het is geen kakofonie. Juist de 3 aparte stemmen, maken deze roman tot een evenwichtig ensemble van 3 muzikanten.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Klieder jij in boeken? #50books vraag 43

img_20161021_100423.jpgVoor de blogleesclub Een perfecte dag voor literatuur lazen wij vorige week bespraken wij Hoe lees ik? van Lidewijde Paris. In de inleiding van haar boek vertelt ze hoe zij leest:

Als ik lees, heb ik altijd een potlood bij de hand. Ik zet dus puntjes en strepen, smileys en m’s. Ik maak stambomen, schrijf namen van personages bovenin, noteer voorin of welke bladzijden ik mooie citaten heb gevonden of een verklaring voor een titel. Alles wat mij opvalt tijdens het lezen is meestal wel ergens in die aantekeningen te vinden. Het ziet er niet uit en niemand wil ooit een boek van mij lenen, maar voor mij is het handig. Ik zie het als een spel dat ik met de schrijver en het boek speel. Of zij spelen met mij. (17)

Voor leesblogger Peter is dit een feest der herkenning. In zijn blogpost Hoe leest zij over het boek van Lidewijde Paris laat hij een bladzijde zien uit een boek dat hij leest. Het is een slagveld aan lijnen, cirkels en opmerkingen. Zo leest hij.

Ik ben wat voorzichtiger. Voor mij blijft het hooguit beperkt tot wat streepjes in de kantlijn. Ik schrijf vooral op een los stukje papier. Bij het schrijven over het boek zoek ik die passages op. Soms begin ik weer het boek te lezen, op zoek naar fragmenten die ik graag wil citeren. Niet altijd ideaal, maar het kliederen in mijn boeken, vind ik een ergere zonde.

Dat brengt mij bij de boekenvraag vandaag:
Klieder jij in je boeken?

Maak je aantekeningen in de kantlijn, onderstreep je fragmenten, omcirkel je de belangrijke woorden of schrijf je opmerkingen over personages bovenin? Noteer je elk idee of gedachte die je hebt bij de tekst? Of laat je alles mooi schoon?

Ik ben heel benieuwd naar jullie verhalen.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De ademhaling van de roman

img_20161010_205425.jpgInteressant bij de uitgave van Umberto Eco’s roman De naam van de roos die ik bezit, zijn een paar postscriptums achter het eigenlijke verhaal. Hierin geeft de schrijver enkele toelichtingen over zijn boek.

Vanuit de literatuurwetenschap is het eigenlijk ‘not done’ om de auteur over zijn boek te laten spreken. Het veroorzaakt eigenlijk alleen maar verwarring. Vooral omdat de schrijver altijd zal proberen om zijn bedoeling er dik op te leggen. Wat hij eigenlijk had willen schrijven is natuurlijk helemaal niet zo interessant ten opzichte van wat hij geschreven heeft.

In het geval van De naam van de roos neemt Umberto Eco een leuke positie in. Hij vindt namelijk dat een auteur niet moet interpreteren en dat hij die betekenistoekenning graag aan zijn lezers overlaat. Toch geeft hij een aantal interessante leessuggesties.

Hij begint bijvoorbeeld met de opmerking van zijn uitgever dat het boek 100 pagina’s te lang zou zijn. Er zou teveel inleiding zijn. De eerste 100 bladzijden zijn taai om door te komen. Zou hij ze niet beter kunnen schrappen?

Ik twijfelde geen moment, dat weigerde ik, want, zo beweerde ik, als iemand de abdij wilde binnengaan en er zeven dagen wilde leven, moest hij er het ritme van accepteren. Dus de eerste honderd bladzijden hadden de functie van boetedoening, een initiatie, en wie daar geen zin in heeft, jammer, die blijft maar aan de voet van de heuvel. (545)

Daarna vergelijkt Eco het lezen van een roman als het maken van een bergtocht:

[J]e moet leren op een bepaalde manier te ademen en met een bepaalde pas te lopen en met een bepaalde pas te lopen, anders kun je meteen niet meer verder. (545)

Een prachtige vergelijking, waarbij hij de poëzie haalt. Ook poëzie vraagt om een bepaalde leeshouding. Soms kom je er heel snel in, maar vaak is het moeilijker. Ook moet je niet alles willen interpreteren en gewoon laten gaan. De voordracht is bij poëzie immens belangrijk. Het is de ademhaling van de tekst.

Daarbij komt Eco tenslotte tot een verhandeling over de ademhaling van de roman. Die ligt niet zozeer in zinnen, alswel in de grotere brokken van de hoofdstukken en delen. Voor De naam van de roos geldt dit ook. Het is een kwestie van versnellen en vertragen.

Umberto Eco haalt als voorbeeld de scene aan waarin Adson de liefde bedrijft. Het vertelritme van Eco van deze liefdescene komt overeen met het tikken van de vingers op het toetsenbord. Alsof het een trom is waarop de verteller de liefdesgeschiedenis vertelt.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel