Categoriearchief: licht

Zonnelamp

image

Een lamp in de vorm van een zon. Ze had al een nachtlampje in de vorm van een ster. Bij het bezoek aan de Ikea koos ze de zon uit als nieuwe plafoniere. Nodig omdat de lamp uit haar babykamer nog altijd in haar kamer hing. Een flinke hoeveelheid stof was op het blauwe stof gaan zitten. De nieuwe meubels zorgden ervoor dat de lamp steeds meer uit de toon viel en uiteindelijk zelfs een vreemde eend in de bijt werd.

image

Zodoende moest er een waardige vervanger komen. Een heuse lamp voor een meisjeskamer. Het werd de Smila Sol van de Ikea. Een enorm ding met een diameter van 70 centimeter. De zonnestralen maken het tot een vrolijke lamp.

Vandaag werd het tijd om de lamp te monteren aan het plafond. Ik bestudeerde de gebruiksaanwijzing aandachtig. Voor het eerst kwam ik er niet echt uit. Het karton waarin het verpakt zat, liet moeilijk los. Ook wilde de binnenkant niet goed uit elkaar. Dan slaat het ongeduld toe en kost het nog meer moeite.

image

Daarna probeerde ik het ding op te hangen. Dat moet bij zo’n lamp allemaal boven je macht. Zo stond ik op het trapje en wilde hem bevestigen aan het ophangpunt. Een heel gehannes met losmaken en vastdraaien. Maar het lukte. Zelfs de kap kreeg ik erop.

En zo schijnt nu de zon in Doris’ kamer. Ze denkt er zelf bij aan haar overleden oma. ‘Die noemde mij altijd oma’s zonnetje.’ Dat zonnetje hangt nu in haar eigen kamer.

Achterlichtje

image

De avond valt. De straatverlichting knipt aan. Ik tuur een zonsondergang op het scherm van mijn mobieltje. Over het bruggetje rijdt een gezin. Moeder met een heel klein kind voorop. Een vader die naast zijn zoon fietst. En een dochter die een meter of wat voor de rest rijdt.

‘Wat kijk je nou naar achteren’, hoor ik de vader zeggen. Ze fietsen mijn richting uit. ‘Ik wil weten of mijn achterlichtje het doet’, zegt het meisje. ‘Die doet het’, roept moeder. Het meisje slingert. De fiets is veel te groot voor haar. Net nieuw, gekocht op de groei. Ze kijkt weer achterom. Haar fiets schiet over het fietspad van links naar rechts als een dronkenman die terugkomt van de vrijdagmiddagborrel.

De rest haalt haar langzaam in. Haar moeder rijdt al vlak naast haar. Het kind op het zitje aan het stuur, begint te kraaien in de richting van haar grote zus. Ik zie hoe ze mijn raam voorbij rijden. Een knalrood lampje gaat voorbij. Het is het achterlichtje van het meisje. De rest rijdt met een donker achterste de avondschemering in.

tl-lamp boven bureau

Een nieuwe tl-buis hangt boven het bureau in de oude armatuur

Ongezellig noemen veel mensen het licht van de tl-lamp. Het licht is natuurlijk van dat koude, witte licht. En het duurt altijd eventjes voordat het licht op volle sterkte is.

Het meest hinderlijk is als de tl-buis aan het einde van zijn leven komt, dan gaat hij knipperen. De buis wekt daarmee het vermoeden dat hij gaat ontbranden, maar het blijft bij een poging. Als toeschouwer hoop je dat hij spoedig doorbreekt en licht gaat geven. Het tegendeel gebeurt echter. Hij blijft knipperen. Zo lang tot hij het helemaal niet meer doet. En dat kan verschrikkelijk lang duren.

Als kind was ik erg onder de indruk van het licht van de tl-buis. Bij mijn neven hing een moderne, ronde tl-buishouder waarin de hele kamer in een zee van licht baadde. Ik verlangde naar hetzelfde licht. Toen mijn broer en ik een nieuw stapelbed kregen, kwam er ook zo’n moderne lamp. Niet een rode, zoals bij mijn neven, maar een bruine.

De tl-lamp boven het bureau geeft ruim voldoende licht

Het ding ging mee bij de verhuizing en ik mocht hem in mijn kamer ophangen. Bij het schilderen van de kamer een paar jaar later, werd de lamp ook wit geschilderd. Later kocht er een kleinere versie bij die boven mijn tekentafel kwam te hangen. Wat was ik blij met die nieuwe lamp. Ik schakelde hem naar believen aan of uit.

Deze kleine tl-buis volgde mij naar Leiden, Almelo en Almere. Altijd ging hij mee en kreeg hij een mooi plekje boven een bureau. Zo kon ik tenminste goed werken onder het heldere licht van de tl-lamp. De lamp flikkerde altijd eventjes als hij aanging, maar een paar minuten als het licht op volle sterkte brandde, genoot ik van het licht. Lezen, schrijven en typen. Alles kon dankzij het licht van mijn tl-buis.

De geest gegeven

Een kleine 2 weken geleden gaf het ding opeens de geest. Hij bleef onophoudelijk knipperen. Ik probeerde het nog eens, door na een kwartier de schakelaar aan en uit te zetten. De lamp bleef knipperen. Er bleef niks anders opzitten dan het licht uit te zetten met de schakelaar waar ik vroeger zo trots op was.

Er moest een nieuwe lamp in. Ik leefde met het idee dat die dingen hartstikke duur zijn om te vervangen. Gisteravond wilde ik hem al vervangen. Ik zie namelijk geen steek bij het sfeerlicht van het schemerlampje op mijn bureau. Ik fietste om 19.00 uur naar de Gamma, maar trof een dichte winkel aan. Ik leef altijd in de veronderstelling dat die doe-het-zelf-paleizen op zaterdagavond gewoon open zijn. Het is al een paar keer voorgekomen dat ik zo voor een dichte deur stond.

Nog een keertje

Daarom ben ik vandaag nog een keertje die richting uit gefietst. Samen met Doris die het hele eind op haar eigen fiets gereden heeft. Daar zag ik dat de prijzen helemaal niet zo hoog liggen als ik veronderstelde. Zeker er zijn hele dure armaturen, maar gelukkig ook goedkopere. Ik kocht een nieuwe lamp zelfs met een kleine korting. Daarnaast kocht ik een nieuwe armatuur – eveneens afgeprijsd – om ergens anders in mijn studeerkamer op te kunnen hangen.

Thuisgekomen heb ik de lamp gelijk in de oude armatuur gehangen. Het licht knipperde en bleef dit keer branden. Op de doos van de lamp stond de belofte dat de nieuwe lamp 15.000 uur zal branden, ofwel genoeg voor 15 jaar. De oude lamp heeft dat ruimschoots gehaald. Het nieuwe licht is wel anders dan het oude, niet meer zo wit, maar met een lichte sfeertint. Kortom, de tijd van het ongezellige licht is voorbij.

Van blauw naar grijs naar wit

De zonsondergang met bewolking hoeft helemaal niet saai te zijn. De wolken trokken vanavond met een flinke wind voorbij. Achter de wolken schijnt de zon, laat deze foto zien. Door het wolkendek toont de zon alleen maar zijn licht. En het licht lijkt te veranderen in allerlei blauwtinten.

Als de zon dan aan het vertrekken is, dan verandert de hemel in allerlei grijstinten. Het licht kan er bijna niet meer doordringen. Nog even en het is helemaal donker. Dan is het verschil in licht nauwelijks te zien.

Op de bon

Kwart voor zeven, de duisternis slokt de fietser zonder licht op. Alleen het trappen verraadt zijn komst. De stilte slaat om zich heen. Het station Muziekwijk wacht aan het eind van het fietspad.

Dan versperren twee agenten zijn pad. ‘Halt, politie. U rijdt zonder licht. Daarvoor krijgt u een bekeuring.’ Dat had hij op dit vroege tijdstip niet verwacht. Het licht doet het niet, daarom brandt het niet. ‘Heeft u uw legitimatiebewijs bij u?’ Hij laat zijn NS-abonnement zien. ‘Uw rijbewijs of zo?’ Hij speurt naar zijn rijbewijs en vindt het pasje achter het treinabonnement.

Hij vraagt of hij de fiets alvast mag wegzetten, want hij wil de trein halen en laat zijn rijbewijs bij hem achter. Als hij terugkomt, zegt de agent: ‘Ik kan u nog veel vertellen over hoe u uw verlichting moet voeren, maar u bent daarin denk ik niet geïnteresseerd.’ De trein lijkt in aantocht, toch vraagt hij naar de bekende weg. ‘Mag ik ook van die losse lampjes bevestigen?’ ‘Ja, voor vier euro bij de ANWB-winkel.’ Ondertussen passeren twee fietsers zonder licht.

Het gele papiertje vertegenwoordigt een waarde van 35 euro voor rijden zonder licht. Bij het merk fiets staat een streepje en bij de kleur staat de onlogische combinatie ‘grijs/bruin’, gezien in de duisternis, want het is een groene fiets. Een waarschuwing kon er niet vanaf.

De wolken slapen

Vanuit de hoogte werpt hij zijn schijn naar beneden. Het licht zuigt de mist naar zich toe. De schijnwerper maakt alles lichter en drukt de duisternis weg. Alleen is er niks te zien. Alles verdwijnt in het licht en duwt een deken van wolken om zich heen.
‘De wolken slapen’, zei Doris vanmorgen toen ik haar naar de peuterspeelzaal bracht. Ik voelde me nog slaperig genoeg om het met haar eens te zijn.