Categoriearchief: letterkunde

Vakjes, hokjes en sterretjes – #50books

image

Een groot misverstand is dat literatuur niet spannend mag zijn. Het tegendeel is juist waar, vind ik. Literatuur mag heel spannend zijn. Het hoeft niet een eindeloos geneuzel te zijn over diepere onderwerpen. De lezer mag best benieuwd zijn naar de volgende bladzijde.

Ik ken best wel wat romans die gewoon spannend zijn. Een boek als Oliver Twist laat zien dat een forse roman van Dickens ook gewoon spannend is. Slaugterhouse five van Kurt Vonnegut vermengt op een intrigerende wijze science fiction met de waanzin van oorlog. Jan van Aken laat zien dat historische romans als De afvallige of De valse dageraad soms tegen de fantasy aanschurken. Of laatst nog de roman De man die de taal van de slangen sprak van Andrus Kivirähks. Allemaal boeken die literair zijn, maar zeker ook invloeden hebben gehad uit bepaalde genres.

Het stripverhaal of de film dragen zeker ook bij aan de literatuur. Bepaalde filmeffecten kregen een plek in boeken. Lezers van nu zullen bepaalde verplaatsingen van hoofdpersonen veel sneller in de gaten hebben, dan lezers een eeuw geleden ervoeren. Het is dus zeker zo dat literatuur beïnvloed wordt door allerlei uitingen in de omgeving.

De invloed van de computer en het internet op de literatuur is eveneens heel sterk. Was het een tijd mode om heel dikke boeken te schrijven, nu worden de boeken steeds dunner en bevatten soms nauwelijks een clou. De rol van de betekenistoekenning verschuift en lijkt soms meer bij de lezer komen te liggen. Een aantal jaren geleden vergeleek jury van een literaire prijs de verschenen romans van dat jaar met IKEA-kasten die de lezer zelf in elkaar zou mogen zetten.

Daarom denk ik zeker dat genres vervagen. Zeker de literatuur laat zich meer en meer beïnvloeden door wat er met andere boeken gebeurt. Soms zelfs veel te sterk. Maar het verschil zit hem vooral in de boekhandelaren en de recensenten die boeken graag in hokjes, vakjes en sterren indelen.

Een boek wordt dan bestempeld als ‘young adult’ of ‘science fiction’. Omdat het dan een ander publiek zou aantrekken waardoor het boek beter verkoopt. Terwijl het zou moeten draaien om het onderwerp en niet om het label dat een boek gekregen heeft.

#50books

Dit is antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Dagboeken van Jan Wolkers

image

Ineens zie ik ze staan in de rij met boeken in de uitverkoop: de dagboeken van Jan Wolkers. Welgeteld 3 boeken die ik nog niet heb, maar waar ik wel gek op ben. De dagboeken uit 1967, 1970 en 1975. De boeken bevatten zijn dagelijkse aantekeningen, soms geschreven in een telegramstijl, andere keren wat uitvoeriger als een verhaal of anecdote.

Zo beland ik onbewust in het oeuvre van Jan Wolkers. Als ik het dagboek uit 1967 lees, kom ik in de wereld van Horrible tango een verhaal over een bijzondere vriendschap. Het verhaal over het ontstaan is in dit Dagboek terug te vinden. De lengte en uitvoerigheid van de anekdote vertellen dat Jan Wolkers het gaat gebruiken voor een verhaal.

De overige aantekeningen in het Dagboek 1967 liegen er niet om. Wolkers is druk met het maken van een kunstwerk voor de PTT in Den Haag. Daarnaast vervult hij zijn dagen met het schrijven van verhalen. De vertaling van Een roos van vlees in het Engels vraagt een andere aandacht van hem.

Zo geniet ik weer helemaal van de wereld van Jan Wolkers. De natuur is belangrijk, net als verweer en verval. Het leven en seks zijn andere belangrijke componenten waarover Jan Wolkers schrijft. Deze aspecten komen allemaal terug.

Zelfs de moppen die hij in zijn dagboek schrijft, komen later in de boeken weer terug. Daarmee betreed je met het lezen van de Dagboeken van Jan Wolkers weer helemaal in de wereld van deze schrijver en kunstenaar.

Heel Nederland leest – #50books

image

Van de week heel mijn verzameling met gratis boeken van de bibliotheek opgezocht en verder aangevuld. Ik bleek het boekje van Harry Mulisch nog niet in mijn bezit te hebben. En voor het overzicht moet ik dat natuurlijk wel hebben.

De eerste jaren heb ik niet echt meegedaan met de landelijke leesclub Nederland leest. Het is begonnen met Frank Martinus Arions roman Dubbelspel, gevolgd door klassiekers van Theo Thijssen en Hella Haasse.

Vanaf Oeroeg haal ik de boekjes op bij de bibliotheek. Ze worden wel elk jaar dunner en gelukkig is vanaf Willem Frederik Hermans’ De donkere kamer van Damokles de lelijke vormgeving met grote letters op het kaft losgelaten. Het kaft van Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans is zelfs best mooi.

Ik ben niet met Oeroeg gaan meedoen met de Nationale leesclub, maar sinds Remco Camperts Het leven is vurrukkulluk doe ik elk jaar mee. En herlees de klassiekers van weleer. Het is best leuk om mij weer te laten meenemen door de boeken die ik heel vaak al vroeger eens las.

Ook schrijf ik jaarlijks een bijdrage voor het Zuid-Afrikaanse Litnet over deze maand waarin een boek centraal staat uit de Nederlandse literatuur. Of de nationale leesclub bijdraagt aan het leesgedrag, weet ik niet. Er zal vooral een groep benaderd worden die toch al leest.

Ik geloof ook niet dat je een initiatief als dit daarop moet beoordelen. Het is gewoon leuk dat je een boekje krijgt en dat je weet dat een paar duizend andere mensen het met je zullen meelezen.

Al vind ik het zelf een beetje overdreven om je zover te laten meevoeren dat je lezen combineert met eten. Maar als iemand daar plezier mee heeft, ben ik de laatste die dat plezier wil vergallen.

Meer informatie over Nederland leest

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Nederland leest – #50books

image

Speciaal voor de actie Nederland leest fiets ik naar de bibliotheek. De gracht is gehuld in een laagje mist. Verder weg van het water is het best helder. Ik haal de zondagsrijders in op weg naar de Nieuwe bibliotheek.

In de bibliotheek, tegenover de balies zit Aaf Brandt Cortius op een hoge stoel, microfoon onder haar neus. Vanmiddag heb ik haar nog omgestoten. Een hoge stapel boeken viel in mijn studeerkamer om en zij lag ineens bovenop met het ABC van het moderne levenNRC Next schreef en het stukje moest beginnen met een zin. ‘Ik stuurde altijd 10 zinnen mee, dan kon de redactie daar een keuze uit maken.’

Het verhaal gaat over zwanen, een moederzwaan en kleine zwaantjes die niet het water uit kunnen. Ze belt de zwanendeskundige van Almere – ‘Ja, de gemeente Almere heeft een zwanendeskundige’ – die vertelt wat ze moet doen. Ze voelt zich een reddende engel.

Het gekeuvel op de hoge stoel krijgt een vervolg, maar de rij waarin ik sta is zover naar de balie geschoven dat ik vooraan sta. Het boekje dat bij de actie hoort. Daar ben ik voor gekomen. Op de dozen die op de tafel achter de balie staan, staat met grote letters ‘Niet verstrekken voor 1 november.’

Nu krijg ik het boekje met de paarse voorkant mee. Korte verhalen, maar liefst 40 verzameld door dé korte verhalenschrijver van Nederland: A.L. Snijders. Ik wist niet dat dit het thema was van deze 10e editie. Maar ik ben blij en loop tevreden de bibliotheek uit.

Het kabbelend beekje van Aaf Brandt Cortius klotst rustig verder door de microfoon. Ik laat de bladzijden al lopend door mijn vingers ritselen en ruik die typische geur van de boekjes van Nederland leest tot mij doordringen.

Meer informatie over Nederland leest

#50books

Dit is het antwoord op vraag 39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Brieven naar huis – #50books

image

Rob Nieuwenhuis, nestor van de Indisch-Nederlandse letterkunde stelt in zijn boek Oost-Indische spiegel dat de Indische roman voortkomt uit de brieven naar huis. Daar moet ik meteen denken bij het lezen van Peters vraag.

De briefroman is inderdaad een beetje achterhaalt. Soms kruipen er mailtjes of andere digitale uitingen in romans, maar het draait nu vooral om het verhaal. De brief speelt sowieso een steeds minder grote rol. Ik las afgelopen zomer Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep. In deze roman komt regelmatig een krabbel voorbij.

De brievenboeken waar ik echt van houdt, zijn de brieven van Willem Walraven. Wat een prachtige stijl heeft deze man. Hij schrijft vanuit Nederlands-Indië naar zijn familie in Nederland. Het zijn ontroerende verhalen die lezen alsof het een roman is. De brieven bevestigen de stelling van Rob Nieuwenhuys dat de Indisch-Nederlandse literatuur haar oorsprong heeft in de brief naar huis.

De brieven van Du Perron en Ter Braak zijn zeker ook de moeite van het lezen waard. Ze geven een mooie inkijk in een bijzondere vriendschap, al vraag ik mij soms af of de brieven niet geschreven zijn om gelezen te worden door anderen. Dat vraag ik me ook weleens af bij zeer zorgvuldig geconstrueerde dagboeken. Daar lijkt de schrijver zich bewust te zijn dat hij later weleens gelezen kan worden. Hetzelfde geldt voor de brievenboeken die ik ken.

Het mooiste brieven in een boek, zijn de Brieven van de Schoolmeester, uitgegeven door Marita Mathijssen. Deze brieven geven een prachtig inkijkje in de 19e eeuw. Ze zijn allemaal geschreven door de dichter die bekend staat als De schoolmeester.

Achter de Schoolmeester gaat de schrijver Gerrit van de Linde (1808-1858) schuil. In zijn studententijd moest hij acuut verhuizen naar Engeland, waar hij een kostschool. De gedichten die hij in zijn studententijd schreef, publiceerde Jacob van Lennep later in een dichtbundeltje dat misschien wel het bekendste dichtbundeltje uit de 19e eeuw is, naast de gedichten van Piet Paaltjens.

Dit soort brieven lijken inderdaad niet meer geschreven te worden. Maar ik ben ervan overtuigd dat er wel een nieuwe vorm gevonden zal worden om dit soort juweeltjes naar buiten te brengen. Egodocumenten blijven bestaan. Is het niet in de vorm van een brief, dan wel in de vorm van een e-mail of Whats’app.

Alleen hobbelt de literatuur altijd een eindje achter de techniek aan. Het wachten is op de verborgen mailtjes van schrijvers, waarin net zoveel onthuld wordt als in een mooie, ouderwetse brief.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 40 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Dubbel gekregen Albert Camus – #50books

image

De hoofdpersoon in Thomas Verbogts roman Als de winter voorbij is zegt dat hij van 2 mensen een boek van Camus heeft gekregen: zijn vader en Julie Prinsen, die hij in het eerste jaar van zijn studie Nederlands ontmoet.

Het eerste boek waar de ik-verteller over spreekt is het dikke essay De mythe van Sisyfus. Hij krijgt het van zijn vader, die het 20 jaar eerder had gekocht. Zijn vader trekt het uit de boekenkast en geeft het hem.

Het boek over de mythe van Sisyfus staat symbool voor een indrukwekkend college dat ik kreeg van Mathias Prangel. Het essay behandelt de zin van het leven door 1 van de meest pregnante onderwerpen aan te kaarten: de zelfmoord.

Het college was er 1 van het soort dat je daarna nooit meer vergeet. Zo indrukwekkend vertelde Mathias Prangel in een mooi vervlochten en heel persoonlijk verhaal waarom dit boek van Camus hem zo gevat hij. Het was het verhaal van een jongen uit Berlijn die ternauwernood aan de goede kant van de muur terecht was gekomen en dit boek vond. Hij had op tijd de S-Bahn genomen naar West-Berlijn.

Kippenvel.

Het andere boek dat de verteller Van Verbogts roman noemt is La peste, een boek dat de verteller krijgt van zijn medestudente Nederlands, Julie Prinsen. De verteller koppelt dit boek met een belevenis die hij met het meisje heeft.

Hij verontschuldigt zich tegenover haar. Zij vindt dat hij zich niet hoeft te verontschuldigen. Hij is niet overal de schuld van, zoals hij zelf vindt.

Julie zegt het die ochtend, waarop de kou ijl door de straten van Nijmegen waaide, zo ernstig dat ze zich in me vestigde. Het is van die ernst die met geloof te maken heeft – er zijn een paar dingen die je heel erg moet geloven, dingen die je moet leren geloven. (68)

Een boek dat een herinnering in zich draagt van het moment waarop je het gekregen hebt. Ik heb niet zoveel van dat soort boeken. De paar boeken die wel herinneringen wel in zich dragen koestert ik.

Het speelt bij mij vaker een rol waar ik het tegenkwam of waar ik het las. De verteller van Thomas Verbogts roman lijkt meer een relatie te hebben met de gever en het boek dat hij kreeg.

Thomas Verbogt: Als de winter voorbij is. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 978 90 468 1932 6. Prijs: € 19,95. 224 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.