Categoriearchief: letterkunde

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Geëxcommuniceerden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 3

Dante en Vergilius zijn op weg naar de louteringsberg. Tot zijn schrik ziet Dante dat alleen hij een schaduw voor zich uit heeft als de zon hen van achteren beschijnt. Vergilius legt uit dat zijn ziel geen schaduw heeft, zijn lichaam ligt in Napels nadat het uit Brindisi is weggehaald.

Dan komen ze aan onderaan de berg. De helling is zo steil dat het onmogelijk is deze te beklimmen. De verteller zegt dat de steilste rotsen tussen Lerici en La Turbie hiermee in vergelijking zo makkelijk te beklimmen zijn als de treden van een trap.

Ze zoeken naar een plek waar de berg beter te beklimmen is. En daar doemt opeens een grote groep zielen op. De verteller vergelijkt het met een kudde schapen waarbij de eerste rij zich losmaakt van de rest en aarzelend op hen afstapt:

Gelijk de lamren uit de schaapskooi dringen,
Bij twee of drie, terwijl weêr andren toeven,
Die schuchter oog en neus naar de aarde houden,

En ’t volgend nadoet wat het eerste doet,
Of ’t op den rug springt, zoo het soms zich ophoudt, –
’t Onnoozel, vredig dier van niets bewust! –

Zóó zag ‘k de voorsten zich ter komst bewegen
Van deze schare, toen alreeds gelukkig,
Met zedig aanschijn en verheven gang. (vs 79 – 87, Kok)

Een prachtige vergelijking. De zielen deinzen weer terug op het moment dat ze zien dat Dante een schaduw heeft. Het werpt letterlijk een schaduw op hun ontmoeting. Gelukkig breekt de Romeinse dichter Vergilius het ijs en merkt meteen op dat Dante een levende ziel is. Koning Manfred maakt zich los van de groep en vraagt Dante om bij terugkeer aan Manfreds dochter de waarheid over hem te vertellen.

Dan volgt het verhaal van koning Manfred. Hij heeft de hoop dat hij met hulp van het gebed van alle levende mensen dat hij eenmaal de louteringsberg mag beklimmen. De pauselijke banvloek is te overwinnen, is zijn overtuiging. Al duurt het mogelijk meer dan 30 keer de tijd dat hij halsstarrig is geweest in de zonde.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863/1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Voetnoten en eindnoten – #50books antwoorden vraag 19

image

Voetnoten noemt Arnon Grunberg zijn dagelijkse stukjes op de voorpagina van de Volkskrant. Hij heeft deze korte overpeinzingen al uitgegeven in een paar verzamelbundels. Ik heb zijn eerste stukjes nog wel gevolgd, maar ergens ben ik afgehaakt. Zeker in het begin ging het Grunberg nog niet goed af om iets over de actualiteit te vertellen en te vinden in 140 woorden.

Nu zijn de stukjes af en toe ware parels. Een zijsprong uit de actualiteit. Even stappen uit de hectiek van alledag. Ik moest eraan denken bij het stellen van de boekenvraag over voetnoten in teksten. Hij kwam binnen via Niek, die eveneens meedoet met het beantwoorden van de vraag. Een voetnoot hoef je niet te lezen, maar soms is het even een heerlijke zijsprong uit het verhaal. Niet direct ter zake doende, maar de informatie is te interessant om niet te lezen.

Onderaan de pagina

In haar eerste bijdrage aan #50books schrijft Lalagè dat ze voetnoten onderaan de pagina het handigste vindt. Als de tekst achter de nummertjes helemaal achterin het boek verdwijnt, wordt het een stuk lastiger lezen. Je moet dan steeds naar achteren bladeren om de notitie te kunnen lezen. Dat kost meer moeite en daarnaast haalt het je uit het verhaal.

Bij het lezen van de vraag moest Lalagè meteen denken aan Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao waar in de voetnoten delen uit de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek staan. Het grote voordeel is volgens de boekblogger dat de noten onderaan de pagina staan. Dat haalt je niet heel erg uit het verhaal. Bovendien zijn de voetnoten best interessant om te lezen.

Echte voetnoten

Ook blogger Ali wijst op het verschil tussen de noot onderaan de pagina, de ‘echte’ voetnoot, en de noot helemaal achterin het boek, de eindnoot. Ze vraagt zich af waarom de tekst zonodig in een voetnoot of eindnoot moet. Kan de tekst uit de voetnoot niet gewoon in de lopende tekst van het verhaal?

Een goede vraag, waarbij ik ook vaak tijdens mijn studie merkte dat sommige voetnoten heel erg interessante informatie bevatte. Wat mij daarbij altijd opviel, was dat gedachte in de noot niet altijd even goed wetenschappelijk te staven was. Waarschijnlijk wilde de wetenschapper zich niet branden aan de bewering en hield hem daarom in de voetnoot.

Voetnoot leidt tot meer vragen

Ze merkt daarom terecht op dat sommige voetnoten tot meer vragen en daarmee ook tot interessantere boeken leidt. Dat moet Martha missen, want ze leest geen voetnoten. In haar blog over de voetnoot schrijft ze dat voetnoten alleen maar afleiden. De boekenvraag levert voor haar wel een nieuwe vraag op: hoeveel schrijvers zijn er niet gereduceerd tot voetnoot?

Veel schrijvers die ze noemt, worden nauwelijks gelezen. Of het heel erg is, weet ik niet. Daarvoor in de plaats zijn vaak weer veel andere boeken verschenen die zeker ook de moeite van het lezen waard zijn. Zo’n oude voetnoot-lezer kan soms heel verrassende effecten opleveren. Dat ervoer ik vorige zomer bij het lezen van Jacob van Lenneps roman Ferdinand Huyck.

Irritante noten

Blogger Niek vindt alle soorten noten irritant. Ze heeft gemakshalve alle noten op 1 hoop gegooid, dus ook eindnoten en noten die aan het eind van elk hoofdstuk staan. Ze halen je uit het lezen van de tekst en hebben geen enkele functie. Dan liever geen noot of de informatie uit de voetnoot verwerken in de tekst.

Ze maakt 1 grote uitzondering, dat zijn de Schijfwereld-boeken van Terry Pratchett. In deze boeken steekt de verteller juist de draak met voetnoten. Ze lopen soms pagina’s door en Pratchett creëert soms zelfs voetnoten in een voetnoot en daar weer een voetnoot binnen. Ze zijn volgens haar onderdeel van het verhaal en daarom kan ze er zo van genieten. Misschien dat Niek daarom zo’n hekel heeft aan ‘gewone’ voetnoten. Ze weet hoe leuk ze kunnen zijn.

Verschil in voetnoot

Ook voor Fokke is er een verschil in noot. Voor hem is de voetnoot onderaan de bladzijde waarin de verwijzing wordt gemaakt, de meest ideale plek. Een eindnoot haalt je toch teveel uit de tekst en daarvoor heb je een tweede bladwijzer nodig. Hij vindt in de voetnoten soms de informatie die hem weer extra aan het denken zet. Of een geweldige vondst zoals in de brief van Du Perron Mayer. Hierin vraagt Du Perron om een boek te bestellen, maar wel zonder voetnoten onderaan de pagina. Als er iets erg is, dan is dit het wel:

Van alle akeligheden is dàt voor mij wel het ergste.

Uitgerekend op deze pagina staat er een voetnoot onderaan de pagina. Een heerlijke vondst waarbij de editeur geen rekening houdt met de ergernissen van de brievenschrijver. Wat bij mij meteen de vraag oproept of het misschien een mode is: de voetnoot of de eindnoot en de ergernis aan 1 van de 2. Zoals Du Perron zich ergerde aan voetnoten, zo ergeren de bloggers op de boekenvraag zich aan eindnoten.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Hellepoort: Divina Commedia: Hel: Canto 3

image

Het derde Canto van Dantes Divinia Commedia opent met het opschrift dat boven de poort staat die het lyrisch ik en de dichter Vergilius ingaan. Het Italiaans weet het indringend te verwoorden:

Per me si va nella città dolente;
Per me si va nell’ eterno dolore;
Per me si va tra la perduta gente. (Canto III, vs 1-3)

Ze stappen in de hel, met een verschrikkelijk bovenschrift. Je hoeft geen Italiaans te kennen om hier de poëtische kracht te lezen. De kracht van de herhaling, maar ook het spel met de taal:

Door mij gaat ge in de droeve stad der smarten.
Door mij gaat ge in het lijden zonder einde.
Door mij gaat ge in de wereld der verdoemden. (Canto III, vs 1-3, Kops)

Dat het er verschrikkelijk moet zijn, is Dante zich heel goed bewust. Zijn begeleider adviseert hem om dat gevoel naast zich neer te leggen. Of zoals Vergilius het zegt:

‘Hier moet men elke angst van zich afzetten, en elke lafheid dient hier dood te zijn.’ (Canto 3, 14/15, Van Dooren)

Ze zijn aangekomen in de voorhel, de plek waar de slappelingen zich bevinden. De slappelingen die zelfs te slap zijn om een plek in de ‘echte’ hel te verdienen. Daarom mogen ze hier hun straf uitzingen. Ze moeten achter een anoniem vaandel aanlopen. Het is een straf die ze daarmee nog slapper maakt dan ze al zijn.

Ze lopen verder naar de doodsrivier Acheron. Hier steekt het mythische figuur Charon de zielen over naar het dodenrijk. Als Charon de enige levende ziel Dante ziet staan, stuurt hij hem weg.

Gelukkig steekt Vergilius daar een stokje voor en haalt de veerman van de dood over om hen allebei mee te nemen. Charon gaat overstag. De doden komen in beweging met Dante en Vergilius:

Gelijk, als ’t najaar door de takken vaart,
Vast één voor één de dorre blâren vallen,
Tot heel hun dos te hoop ligt tegen de aard’:

Zóó Adams schuldig kroost. Zij springen allen
en één voor één, in ’t wachtend vaartuig neer,
Als vooglen waar zij ’t fluitje hooren schallen.
(Canto 3, vs. 112-117, Ten Kate)

Ze varen over het schimmenmeer naar de andere werkelijkheid, de eerste kring van de hel.

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertalingen zijn van F. van Dooren (Amsterdam, 1987), Kops (3 delen, Utrecht 1929-1930) en van Ten Kate. Ten Kate vertaalde alleen het eerste deel van de Goddelijke komedie in 1876, uitgegeven in Leiden.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

10 boeken die je zeker gelezen moet hebben – #50books

image

Het vragen van een lijst met de 10 must-reads aan de volgers van #50books, verplicht mijzelf tot het maken van hetzelfde lijstje. Welke boeken hebben mij gevormd en kan ik iedereen aanraden om te gaan lezen?

Het zijn boeken die aansluiten bij mijn liefde voor lezen, het verhaal, treinen, muziek en ook het normale leven. Het zijn boeken die ik zo weer zou pakken om te gaan herlezen. Boeken die mij de mooie kant van het leven laten zien:

1. Hotz: Mannen spelen, vrouwen winnen

In deze autobiografische bundel staan allemaal schitterende jeugdherinneringen, al ben ik ook heel erg onder de indruk van De voetnoot, de enige novelle die Hotz schreef

2. Belcampo: De wondere wereld, de keuze uit zijn werk

Met ondermeer het prachtige verhaal van Bach in Groningen. Een spel met de geschiedschrijving die zijn weerga niet kent.

3. Jack Kerouac: On the Road, vertaald als Onderweg

Een roman van een jonge generatie die zich nergens druk over maakt en het leven viert. In mijn studententijd verafschuwde ik dit boek, maar nu geniet ik ervan als ik het lees. De energie en het lef spreken mij aan.

4. Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel

Een prachtige treinreis die Paul Theroux maakt. Hij ontvlucht zijn slechte huwelijk en gaat op reis. Een prachtig verhaal dat mijn ogen opende voor de moderne reisliteratuur.

5. Dostojevski: Misdaad en straf

Ik las het boek tijdens mijn studie in 1 dag en 1 nacht uit. Wat een sensatie. Het is 1 van de heftigste leeservaringen geweest die ik heb gehad. Zo heftig dat ik het boek nooit meer durf te lezen uit angst dat het dan alleen maar kan tegenvallen.

6. Franz Wilhelm Junghuhn: Terugreis van Java naar Europa

Een openhartig reisverslag van mijn lievelingsnatuuronderzoeker: Franz Wilhelm Junghuhn. Ik heb van de heruitgave van dit werk mijn afstudeerscriptie gemaakt.

7. Maarten ’t Hart: De dorstige minnaar en andere verhalen

Prachtige verhalenbundel met het verhaal van de oom die harmoniums verkoopt. Het beklemmende gereformeerde milieu en de schoonheid van de muziek zijn mooi en lelijk tegelijk.

8. Gerrit Komrij: Horen, zien en zwijgen

Gerrit Komrij op zijn best. Wat een humor. Het is lachen, gieren en brullen. Genieten hoe hij de televisie van eind jaren 1970 op de hak neemt.

9. Jan Wolkers: De walgvogel

Die magistrale opening, het lijkt of je het bijbelboek Jesaja openslaat. Die taal, het is mijn taal en ik kan genieten van de humor die eruit spreekt. Daarbij weet Wolkers heel treffend de politionele acties te verwerken in een boek alsof hij het zelf heeft meegemaakt.

10. Tonke Dragt: Torenhoog mijlenbreed

Het is niet het boek dat ik in mijn jeugd las, maar pas laatst mijn dochter Doris heb voorgelezen. Nooit geweten dat ik science fiction ooit mooi zou vinden, maar ik ben echt van de planeet Venus gaan houden.

Lees de andere reacties

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.