Categoriearchief: letterkunde

Butsmannetjes – Anna Karenina herlezen (7)

Het verblijf in Moskou zit Ljovin op de nerven. Hij wordt helemaal gek van de stad en verlangt naar het platteland. Het is dat zijn schoonmoeder erop aangedrongen heeft. Ze vindt dat haar zwangere dochter hoe dan ook goede zorg nodig heeft als ze moet bevallen. Dat kan niet op het platteland.

Butsmannetjes in de adelsclub

Dat neemt niet weg dat de muren op Ljovin afkomen. Zeker hij maakt een tripje naar zijn oude studiegenoot en professor Katavasov. Daarbij doet hij ook de sociëteit aan, de adelsclub. Hier ontmoet hij de ‘butsmannetjes’. Een verwijzing naar de butsen die appels krijgen als je met ze solt. Zo gaat het ook met de mannen die maar vaak genoeg naar de sociëteit gaan.

Zo is er een man, die zichzelf geen butsmannetje noemt, maar anderen wel:

‘Op een keer komt hij bij de club en vraagt de portier, Vasili, je weet wel, die dikke, altijd in voor een kwinkslag. Goed, hij vraagt dus aan Vasili wie er allemaal binnen zitten, en of er nog butsmannetjes zijn. “U bent de derde,” krijgt hij te horen. Ja, jongen, zo gaat dat.’ (856)

Ljovin ontdekt dat het eigenlijk niet uitmaakt dat hij al jaren niet meer naar de club is geweest. Er is weinig veranderd. Hij is in heel korte tijd weer helemaal bij en het lijkt wel of hij nooit is weggeweest.

Anna Karenina maakt indruk

Na de borrel wordt hij wat losser en bezoekt hij zelfs Anna. Ze is immers de zus van Oblinksi met wie hij haar bezoekt. Ljovin heeft haar nog nooit eerder ontmoet. Het maakt grote indruk op hem. Hier weet de verteller heel mooi een parallel te maken met het schilderij van Anna dat in de gang hangt en de geportretteerde die even later verschijnt.

De verteller merkt op over het schilderij:

Het enige waaruit bleek dat ze niet leefde was haar schoonheid, die te groot was voor het leven. (861)

Maar als hij Anna Karenina in het echt ziet:

Ljovin zag in het gedempte licht van het kabinet dezelfde vrouw als van het schilderij, […], in een andere houding en met een andere gezichtsuitdrukking, maar van dezelfde schoonheid als de kunstenaar op het linnen had weten te vangen. In levende lijve was ze misschien minder oogverblindend, maar daarvoor in de plaats oefende ze een aantrekkingskracht uit die ze op het schilderij niet bezat. (861)

Het echt boven de kunst, waarbij de kunst misschien dingen verfraait, maar waarbij ze in werkelijkheid veel meer aantrekkingskracht bezit dan er ooit in het schilderij te vatten is. Een schitterende parallel heeft de verteller hier gebracht in het verhaal. Echt genieten.

Overtuigen

De verteller volgt daarna Oblinski die de man van Anna Karenina probeert te overtuigen dat hij van haar scheiden moet. Hij weigert, blijft koppig en eigenwijs een scheiding afwijzen. Waarom zou hij het doen. Het grootste offer voor de liefde dat Anna geeft, is dat ze haar zoon niet meer te zien krijgt. De laatste stiekeme ontmoeting heeft de jongen lange tijd van streek gemaakt.

Het brengt ook een wig in de relatie met Vronski. Anna is veeleisend, wil hem helemaal, maar dat lijkt niet te lukken. Vronski heeft niet alle aandacht voor haar en dat brengt Anna in onzekerheid. Het geeft het verhaal de tragische wending, waarbij ze de controle over zichzelf verliest. Het offer dat ze gegeven heeft voor de liefde, is zo groot geweest. De schande die over haar gevallen is, maakt haar nog verder kapot. Het verscheurt haar, waarbij er maar 1 uitweg is.

Vertwijfeling

De verteller weet die vertwijfeling treffend in beeld te brengen. Hij sleurt je als lezer mee in de innerlijke strijd die Anna voert. Je slingert met haar mee, waardoor je meevoelt met hoe haar keuze deze mooie vrouw uiteindelijk verscheurt.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

Terug naar de adel – Anna Karenina (4)

In het 4e deel van Anna Karenina keren we terug naar de adellijke kringen in Sint Petersburg en Moskou. Als Oblinski in Moskou Karenin tegenkomt, wil zijn zwager het liefste wegduiken. Tot overmaat van ramp krijgt hij een uitnodiging voor een etentje bij de Oblinski’s.

Wie er ook is? Heel toevallig. Ljovin. Hij hoort dat Kitty er is. Sinds het blauwtje heeft hij haar niet meer gezien. Het wordt een bijzondere ontmoeting, waarbij de kille relatie tussen de 2 ontdooit. Er is weer een doorbraak.

Ze had iets schrikachtigs, iets schuws, en haar verlegenheid maakte haar nog aantrekkelijker. Ze zag hem meteen toen hij binnenkwam. Ze had op hem zitten wachten. (480)

De roman krijgt in dit deel ook zijn dramatische wending aan de kant van de Karenins. Een scheiding van het echtpaar dreigt. Als Anna Karenina tot overmaat van ramp op het kraambed bevangen wordt door de kraamkoorts. Ze roept haar beide mannen op om te komen, omdat ze verwacht het niet lang meer te zullen maken. Daar treffen de 2 elkaar aan.

Een indrukwekkend scene speelt zich hier voor de lezer af. Karenin verwacht niet dat zijn vrouw hem om vergiffenis vraagt voor haar gedrag. Ik weet het ook niet, verzucht ze onder de hoge koortsen, er is een Anna die van je houdt en een Anna die je haat. Vergeef mijn gedrag.

Binnen in Karenin ging alles steeds heviger tekeer, tot hij een toestand bereikt had dat er geen verzet meer mogelijk was: ineens voelde hij dat zijn innerlijke strijd in werkelijkheid een zegenrijke zielsbeleving was waaruit hij een nieuw, nooit eerder ervaren geluk putte. Hij dacht helemaal niet aan het christelijke gebod dat hij zich zijn hele leven voor ogen had gehouden, om je vijanden te vergeven en lief te hebben, maar het vreugdevolle besef dat het juist dat was wat hij deed – zijn vijanden vergeven en liefhebben – overstroomde zijn hart. (515-6)

Het is een aangrijpende scene die ook op Vronski indruk maakt. Karenin vergeeft hem, terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Een teken van zwakte waar hij iets later al spijt van heeft.

En terwijl de jonge tortelduifjes rond elkaar tortelen, spat het huwelijk van Anna en haar man uit elkaar als een zeepbel. Een contrastrijk hoofdstuk waarbij de verteller mooi speelt met de emoties die hier rondschieten. Soms heel letterlijk zoals in het schampschot dat Vronski op zichzelf lost. Andere keren wat minder opzichtig, maar voor de lezer zegt dat vaak genoeg.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Literair avondje met Lamoer

Ik hik er de hele dag tegenaan: wel of niet naar Haarlem. Een literair avondje waarvoor ik ben uitgenodigd, maar ik twijfel. De opsmuk, de poeha. In de tijd dat je daar zit en moeten luisteren naar verhalen, kun je gewoon een boek lezen.

Als je leest, kun je zelf kiezen of je dat wel wilt lezen wat je leest. Dan sla je het gewoon over als je er geen zin hebt. Hier kun je niet swipen. Hier gaat het onverminderd door en je kunt niet weg. Maar ik ben speciaal uitgenodigd, sta op de gastenlijst. Een reminder 2 dagen voor de bewuste avond, heeft me weer op scherp gezet. Wel of niet

Natuurlijk rij ik veel te laat weg. Dat hoort bij die afspraken waar ik de hele dag tegenaan hik. Het is uiteindelijk iets voor 7 uur als ik wegrijd. Al op de Waterlandseweg begint op de radio het nieuws van 19 uur, met Jeroen Tjepkema. Bedankt Jeroen, hoor ik als ik de snelweg oprijd. Om 20 uur begint het avondje. De deur is dan een halfuur open.

Knooppunten

De hele route 100 kilometer per uur rijden. Werkzaamheden, krappe bochten en vooral heel veel knooppunten. Ze zijn niet te tellen, maar wat een hoeveelheid knooppunten. Sommige met leukere namen dan anderen. Raasdorp, Badhoevedorp en Holendrecht. Veel namen hebben de associatie met files, lange rijen wachtenden auto’s. Ik laat mij voortrazen in de stroom, zonder stoppen. Al wil iedereen iets anders bij het invoegen. De stad komt ik snel in.

Ik parkeer mijn auto in een wijk tegen de binnenstad. Parkeren is daar gratis. Het is niet de moeite waard om vol te moeten betalen op een steenworp afstand van de bijeenkomst. Het zou me wel heel veel moeite schelen. Wel bijzonder dat de avond begint te vallen. Ik vertrek vrijwel met licht en kom uiteindelijk in het donker aan bij het Patronaat.

Wandelen met Google Maps

Nog een aardig weg om daar te komen. Volgens Google Maps doe ik er meer dan 20 minuten over. Ik zou aankomen om 20.03 uur. Maar dat kan niet, dat is te laat. Ik houd mijn mobiel in de hand, vlieg door het wijkje. Loop toch weer anders dan Google vindt en duik via de Steenstraat onder het spoor door. Sla bij de Parkstraat linksaf, want dat moet toch. Dan wijst de stem van Google mij de hele weg de andere kant op. Jeetje, omkeren maar.

De stem van Google tempert. Eigenlijk vindt de vrouwenstem dat ik moet afslaan om bij de Koningsgracht te komen. Geen zin in. Als ik uiteindelijk afsla om achterop de Markt te komen, zeurt Google weer. Afslaan al die steegjes door om dan – hijg, hijg – half rennend, half snelwandelend bij de Zijlsingel uit te komen. Bruggetje over en dan ga ik schuin de drukke staat over. Patronaat op de gevel. Het is nu echt donker.

Waar is de ingang?

Zoeken naar de ingang. Het is al 20 uur. Een grote rij staat buiten. 3 deuren, welke deur moet ik in vredesnaam nemen? Geen idee, ik ren naar een ingang waar weinig mensen staan. ‘Lamoer? Dan moet u bij het café zijn.’ Bij het café vraagt de portier naar kaartjes. Ik sta op de gastenlijst. ‘Dan moet u bij de kassa zijn?’ zegt hij. Weer terugrennen naar de man waar ik zojuist was. Ik sta op de lijst. Valt weer mee en krijg een vrijkaartje van hem mee.

Weer terug naar het café. Daar mag ik erin door de portier. Een hele onderneming om er te komen. Waar moet ik nu heen? Geen idee. Een slanke dame in een blauw-groene jumpsuit met allerlei gekleurde streepjes knikt mij enthousiast toe. Lange blonde haren. Maar dat is toch niet Esther Gerritsen, bedenk ik mij snel. Je nodigt de schrijver van het boekenweekgeschenk van een paar jaar terug uit voor een avond in de boekenweek. Dat is natuurlijk een stuk makkelijker en goedkoper.

Stoeltje vooraan

Als ik bij de stoeltjes vooraan bij het podium kom, schuift een dame al opzij om mij door te laten. Het plekje naast haar is vrij. Ik zie allemaal oudere dames, kort krulletjeshaar, grijs en brillen. Niet allemaal op de neus, sommige in het haar of bengelend aan een touwtje zodat ze tegen de hals tikken of schuin vallen op de borsten.

Muziek gaat aan, hard, licht gaat uit. Het begint. Een vlotte kerel met krulletjes presenteert. Hij vertelt snel het boekennieuws. Over een nieuwe verfilming van Appie Baantjer, waarvan we de trailer mogen zien. Het zou de vroege Appie zijn, jaren ’80, de krakersrellen en hoe de onderwereld steeds meer grip krijgt op de wallen waar hij op de Warmoestraat zit.

Er klopt veel niet, waarom nemen ze het dan op in het oude politiebureau te Leiden, een geliefde filmlocatie, in de serie Coverstory fungeerde het gebouw als krantenredactie. Wel een spannende trailer, het grote scherm geeft je zelfs een beetje een bioscoop-ervaring. Maar ik ben snel overdonderd als het om een filmscherm gaat. Weinig gewend.

De moeder, de vrouw

Een presentatie van de boekenverkoper De Vries uit Haarlem. Met 3 boeken in de hand over het boekenweekthema, De moeder, de vrouw, prijst hij vooral het boekje met verhalen en gedichten van Annie M.G. Schmidt aan. ‘Koop het, want het is vooral de moeite waard.’ En gelukkig, hij heeft een pinautomaat bij zich, net als een boekenweekgeschenk voor iedereen. Dus allemaal snel naar het tafeltje van de boekhandel De Vries.

De eerste echte presentatie is van de kunstcriticus Wieteke van Zeil over haar boek Goed kijken begint met negeren. Ze presenteeert de kunst van het kijken naar kunst. Waar moet je op letten? Ze neemt je mee door de zalen in het museum en laat je zien hoe je meer uit een schilderij haalt. Begin vooral met te kijken, negeer het bordje naast het schilderij, laat je niet informeren door de audiotour, maar kijk!

Kijken begint met negeren

Aan de hand van inspirerende voorbeelden laat ze zien wat je dan allemaal ziet. Gewoon door te kijken en zelf te duiden wat je eigenlijk ziet. Niets is wat het lijkt. Het is veel meer. Zo kan zelfs een uit papier gesneden kunstwerk veel leuke grappen opleveren. Ze laat zien hoe een spinnetje (weliswaar met 12 poten) aan de boom, verwijst naar een aan het spinnenwiel spinnende Eva ernaast. Zelfs de kat erbij is aan het spinnen. Heerlijk om zo samen met deze kunstcriticus te leren hoeveel meer je uit je museumbezoek kunt halen. En echt, dat is heel veel.

Boekenweekgeschenkauteur

De hoofdact van de avond is het gesprek met oud-boekenweekgeschenkauteur Esther Gerritsen. Het is ongeveer het jaar geweest dat ik stopte met het lezen van het boekenweekgeschenk. Misschien een jaar te vroeg? Altijd teleurgesteld door dit dunne boekje dat overal en nergens over gaat. Bijna elk boekenweekgeschenk bladerde ik in een kleine 2 uur door, maar ik vond hier nooit een verhaal dat mij echt is bijgebleven. Misschien zijn Biesheuvel en Zwagerman hierin als enige geslaagd.

De laatste las ik nooit, maar ik denk dat het een prachtig verhaal is. Net als dat ik het boekenweekgeschenk van F. Springer vooral veel vond lijken op een andere roman én een verhaal van hem. Het mag vooral niet teveel een zelfgeschreven kopie zijn. Ik gebruik het boekenweekgeschenk vooral als een kleinood waarmee je de wippende tafelpoot kunt laten uitwippen en natuurlijk waarmee je die laatste zondag van de boekenweek gratis kunt reizen in de trein.

Esther Gerritsen, dat is toch die vrouw die zo gek op misdadigers is, zei Inge kort voor ik wegreed. Ik had geen idee, maar bij de presentatie van de 3 boeken die haar inspireren blijkt dit beeld inderdaad heel erg te kloppen. Want Esther Gerritsen heeft nogal een uitzonderlijke voorkeur voor bijzondere boeken. Zal ik hier haar favorieten verklappen? Zou wel een beetje flauw zijn. Al die mensen die er geweest zijn om haar 3 favoriete boeken te horen en dachten met een geheim naar huis te zijn gegaan. En dan nu liggen hier haar voorkeuren gewoon op straat. Dat kan toch niet.

Favorieten van Esther Gerritsen

Ik heb zin om ze verklappen omdat ik vind dat ze de moeite van het delen waard zijn. Esther Gerritsen heeft me namelijk best enthousiast gemaakt. Het maakt dus eigenlijk de misdadiger in je los. Of zou het allemaal meevallen. Daar komt i dan.

  1. Arnhild Lauveng: Morgen ben ik een leeuw
    Het verhaal wat er zich allemaal afspeelt in het hoofd van een schizofreen. De schrijfster zelf is schizofreen geweest in haar jonge jaren en vertelt hoe je er ook van kunt genezen. De remedie: heel veel liefde en heel veel geduld.
  2. James Gilligan: Violence
    Esther Gerritsen snapt eigenlijk niet waarom dit boek niet is vertaald. Of eigenlijk snapt ze het wel. Het is het verhaal waartoe mensen met een zieke geest in staat zijn. Alle soorten van criminelen, seriemoordenaars, zedendelinquenten komen voorbij in dit boek. Een must voor iedereen die iets zou willen proberen te begrijpen wat er in de hoofden van deze mensen afspeelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een seriemoordenaar die alle mensen die hij vermoorde, onthoofde. De hoofden begroef hij in de tuin van zijn moeder onder haar raam. Zijn moeder wilde dat er mensen naar haar opkeken. Al deze killers doen het vanuit een gevoel van gekwetstheid. Ze voelen dat ze dit moeten doen.
  3. The Ted Bundy Tapes, Conversations with a Killer – geen boek, maar een docuserie op Netflix
    Wie is Ted Bundy? Hoe durft de interviewer dat te vragen, maar er zijn misschien mensen in de zaal die niet weten wie hij is, verontschuldigt hij zich. Ted Bundy is een seriemoordenaar die allemaal vrouwen vermoorde. Hij liep dan rond met een mutella en vroeg aan een vrouw of ze hem wilde helpen iets uit zijn bestelbusje te halen. Dan duwde hij haar zo naar binnen en vermoorde haar.

Vrij abrupt eindigt het interview. Hier lijkt het format van snelheid iets te strikt te worden opgevolgd. Het verrast zelfs Esther Gerritsen. ‘Is het nou al voorbij?’ vraagt ze opgelucht en verbaasd tegelijk. De keuzes van Esther Gerritsen zijn natuurlijk erg leuk. Net als haar verhaal hoe het boekenweekgeschenk is ontstaan. ‘Het verbaasde mij dat ik zoveel vertrouwen kreeg. Ze bellen je in maart dat het in november af moet zijn. En ze zitten je verder niet achter de vodden.’

Eshter Gerritsen staat voor de 4e keer op de short list voor de Libris Literatuurprijs. Net als dat ze nu hoopt toch eens de Libris literatuurprijs te winnen. ‘Tommy Wierenga is 3 keer genomineerd, ik nu 4 keer. Zoals hij het zei: “De vorige keren heeft jury zich vergist ten nadele van mij, nu heeft ze zich vergist ten voordele van mij.”‘ Welkom in de grabbelton die Libris Literatuurprijs heet. En ik had mijn favoriet al. Zeker als de genomineerde boeken nog een keer langskomen bij het nieuws.

Popkwis

De laatste gast doet een soort popkwis. Heel leuk, ook een vrouw. De vrouwen overheersen vanavond en dat mag best wel een keer. Het is de dame in het kleurrijke streepjespakje, Yaël Vinckx. De popdame uit Leiden is helemaal vol van Willem, Willem Venema. Volgens haar de man die iedereen kent, zonder hem te kennen. Ze schreef een boek over hem met de naam Volgens Willem.

Yaël Vinckx wisselt haar presentatie af met vragen naar welk nummer de DJ draait. Ze wordt geholpen aan de draaitafel. Een afwisselende presentatie levert het op. Waarbij de anekdotes het leukste zijn. Zo vertelt ze over de eerste editie van Lowlands, die al om 20 uur sloot, waarna er vanzelfsprekend rellen uitbraken.

Ze alarmeerden niet de politie, maar besloten de ergste raddraaiers eruit te pikken, waarna ze de volgende morgen naar Friesland werden gebracht. Ze waren getapt en vastgebonden met handen en voeten. In een gehucht werden ze uit het busje gezet, maar het zou ze veel moeite kosten thuis te komen. Alleen hun voeten waren losgemaakt, de handen zaten nog vast.

Nazit

Heerlijke verhalen, waarna de nazit aanbreekt. Het leukste gedeelte van de avond natuurlijk. Ik raak nog in gesprek met Femke die mij heeft uitgenodigd. De 3 organisatoren zijn alle 3 werkzaam in het boekenvak. Zo vertel ik honderduit over mijn boeken en het ontspullen waaraan ik en mijn gezin zich hebben overgegeven. Heerlijk om met wat minder spullen te leven. Mijn boeken koop ik daarmee bijna niet, ik leen veel bij de bieb en krijg soms een recensie-exemplaar toegestuurd.

Ik ben blij dat ik geweest ben, want zo blijf ik ook in contact met de wereld om de boeken heen. Al vind ik het heerlijk om lekker met een boek in een hoek te kruipen. Zo rij ik door het donker weer naar huis. Best een lange weg, zo merk ik. Sukkelend met 100 kilometer per uur over al die knooppunten, zie ik weer de bouwwerken die binnenkort opengaan. Blij dat ik weer thuis ben als ik de Vuursteenhof oprijd.

Brandende voeten

Bij het uittrekken van mijn schoenen brandt mijn voorvoet van onderen. De wandeling door de stad is waarschijnlijk iets te fanatiek geweest. Het hollen om er op tijd te zijn, de haastige spoed die zelden goed is. Maar het is wel een prachtige avond geweest, bedenk ik mij als ik in bed lig en de dag probeer te werken.

En dan het uitwerken van het verslag. Net als bij het hele dag aanhikken tegen gaan of niet gaan, hik ik nu tegen dit stukje aan. Ik heb het beloofd, maar zou het ook het stukje zijn dat ik zou willen schrijven. Ik zoek naar de vorm voor mijn blog, vertel ik Femke, 1 van de organisatoren.

Het komt zo moeilijk los. Lijkt teveel op wat ik altijd doe. Zoeken naar nieuwe vormen en vooral doen wat ik zelf ook leuk vind. Het is bijna onmogelijk. Een hele lap tekst. En als je tot hier gekomen bent: dan is mijn missie geslaagd.

Tot de volgende Lamoer op 25 mei: Bookstoreday!

Nobel streven, een ridderverhaal

Onwaarschijnlijk maar waar. Dat is het verhaal van de ridder Jan van Brederode. De Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrom vertelt in zijn nieuwste boek Nobel streven het verhaal van deze bijzondere middeleeuwse edele. Jan van Brederodes leven is heldhaftig, tragisch en dynamisch. Voldoende stof voor een uitermate innemende biografie over deze man.

Met het boek Nobel streven keert de Utrechtse hoogleraar terug naar bekend terrein. Bij zijn doorbraak in 1987 met Het woord van eer over literatuur aan het Hollandse hof, moet hij zijn gestuit op het bijzondere levensverhaal van Jan van Brederode.

Dappere ridder Jan van Brederode

Een dappere ridder die wel een heel eigenaardige levensloop kent. In zijn nieuwste publicatie Nobel streven, gaat Frits van Oostrom dieper in op het leven van deze bijzondere man.

De achterflap geeft al een duidelijke samenvatting van deze ridder uit Holland. Meerdere malen neemt hij het op in een oorlog tegen Friesland. Hij gaat op pelgrimage naar Ierland om daar het helse vagevuur van Sint Pancratius te ervaren. Teruggekomen belandt hij in het klooster, het huwelijk wordt ontbonden en zijn vrouw gaat ook in het klooster. Een kartuizerklooster, een strenge orde. Misschien wel de zwaarste kloosterorde. Waarbij je altijd zwijgt, nooit vlees eet en vegetarisch. Bovendien wordt je nacht gebroken door een uur lange nachtmis.

In het klooster vertaalt hij de religieuze tekst Des coninx summe, een indrukwekkende titel. Als hij later zijn kans ziet om de erfenis van zijn vrouw te kunnen incasseren, verlaat hij het klooster. Met geweld haalt hij zijn vrouw ook op. Het mondt uit op een mislukking, waarna hij later opduikt op het slagveld bij de beroemde Slag bij Azincourt. Als huurling, opmerkelijk voor een ridder, maar als je het boek van Frits van Oostrom leest, zul je merken dat het helemaal niet zo opmerkelijk is.

Nobel streven geeft een inkijk in een indrukwekkend verhaal waar Frits van Oostrom wel raad mee weet. Hij begint met met heerlijke zinnen waarmee hij de achtergrond van Jan van Brederode kenmerkt, zoals: ‘Jans grootvader Dirk was een geweldenaar.’ Om daarna de heldenfeiten van Dirk van Brederode te vertellen. Jans vader en broer zijn iets minder gewelddadig. Al is het in een tijd waarin het land verdeeld wordt door de Hoekse en Kabeljauwse twisten, moeilijk om geen wapen in de hand te nemen.

20e eeuwse verbazing

Bij dit alles weet Frits van Oostrom prachtig te spelen met de 20e eeuwse verbazing die sommige aspecten uit de ridderlijke maatschappij bij je oproepen. Zoals het huwelijk tussen Willem van Brederode en Margriet van der Merwede. Willem was 23 jaar oud toen dit huwelijk bezegeld werd. Margriet niet ouder dan 3:

[H]et moet zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd. (132)

Het huwelijk is in de middeleeuwen vooral een verbintenis tussen families en niet zozeer een ceremonie die de liefde bezegeld. Een peuter die trouwt, is zelfs in de middeleeuwen een beetje te gortig. Maar Van Oostrom zal er nog een aantal keren naar verwijzen. Bijvoorbeeld als hij de lezer een blikje gunt in de toekomst:

Margriet van der Merwede en Stein, als schatrijke peuter bij de Brederodes ingetrouwd, zou als volwassenen vrouw bemerken dat er van haar erfdeel nog maar weinig over was. (219)

Het familiefortuin verdampt. Dat is ook het probleem tussen het huwelijk van Jan en Johanna van Abcoude. De vader van de bruid weet uit de overeenkomst het maximale te halen voor zijn familie. Het huwelijk is eigenlijk boven Jan van Brederodes stand. Hij kan het eigenlijk niet betalen en steekt zijn familie in de schulden.

Als er dan ook nog eens geen kinderen komen, besluit Jan van Brederode naar Ierland af te reizen om in een grot het vagevuur mee te maken.

Op bedevaart

Jan van Brederode maakt een bedevaartreis naar Ierland in de hoop dat er kinderen komen. Zijn huwelijk is kinderloos en hij hoopt met deze reis hiermee het tij te keren. Hiervoor betreedt hij de grot waar Sint Patricius het vagevuur heeft doorstaan. Hij moet een nacht lang in het aardedonker van de kleine ruimte zitten.

Dat je langzaam maar zeker en ongetwijfeld ook door bepaalde schimmels op de rotsen gaat hallucineren is niet zo heel vreemd. De nacht in de grot van Sint Patricius moet voor sommige pelgrims een bijna-doodervaring hebben opgeleverd. Of zoals Van Oostrom het schrijft:

Ze kunnen een nacht hebben geleefd in hun persoonlijke Jeroen Bosch, bij wijze van ‘augmented reality’. (86)

Heerlijke verhalen die Frits van Oostrom heel treffend typeert en aan het papier toevertrouwd. Verbindingen leggend met onze tijd en de belevingswereld van de literatuur.

Kloosterbestaan

Het huwelijk blijft kinderloos. Mogelijk biedt het kloosterbestaan een uitweg om onder de gigantische gages aan zijn schoonvader te komen. Jan verlaat bij het overlijden van zijn schoonvader, weer even snel het klooster. Hij ruikt zijn kans, maar is kansloos. Hij probeert alles, met en zonder hulp:

Tenzij uiteraard… zijn kloostergelofte van eertijds ongeldig was geweest. Precies deze kaart blijkt Jan nu te zijn gaan spelen. Ongetwijfeld zijn ook hier juristen aan te pas gekomen om dit geitenpaadje in het vonnis van 14 april 1409 te wijzen. (205)

Als een hedendaagse burger probeert hij de mazen in de wet te vinden om toch zijn gelijk te behalen. Het blijkt een kansloze exercitie. Temeer omdat zich zelfs de kanselier van de Notre Dame in Parijs zich over de kwestie buigt en zijn oordeel velt. Al zou je heel veel geitenpaadjes uit het complexe betoog kunnen ontwaren, Jean Gerson is duidelijk. Eens een gelofte gedaan is altijd een gelofte gedaan.

De daden van Jan van Brederode krijgen wel een heel ander perspectief in het verhaal van Frits van Oostrom. Dat Jan bijvoorbeeld zijn vrouw uit het klooster probeert te ontvoeren, is hier heel duidelijk een wanhoopsdaad. En de voormalige ridder mag er voor bloeden. Hij komt in het gevang en zijn vrouw overlijdt een jaar later. Aan hartzeer, zo beweren de bronnen.

Het einde bij de beroemde Slag bij Azincourt, waar Engeland met een minderheid het veel grotere Franse leger verslaat, plaatst Frits van Oostrom weer zo mooi in context. Binnen het literaire kader van het toneelstuk Henry V van Shakespeare. Een mooie vermenging van het verhaal zoals de geschiedschrijvers het hebben opgesteld en hoe mensen als Jan van Brederode het beleefd hebben.

Feit en fictie

In de biografie over het leven van Jan van Brederode zitten onherroepelijk leemtes. Gaten van periodes waar we niet het fijne van weten. Daarom verwijst Frits van Oostrom aan het einde van zijn biografie naar literaire verwerkingen. Hij verwijst dat van het laatste gedeelte van het leven van Jan van Brederode onbewust een roman geschreven is.

Hij verwijst naar andere geleerden die boeiende romans hebben geschreven. Zo is De naam van de roos van Umberto Eco het resultaat van jarenlang onderzoek. Umberto Eco merkte dat hij in zijn wetenschappelijke werk sommige verhalen niet kon vertellen omdat het aan bewijs ontbrak. Daarvoor leent de literatuur zich bij uitstek. En zeker de roman. Zo verwerkte Umberto allerlei middeleeuwse bevindingen en ideeën in zijn bestseller. Fabuleren op de plekken waar je niet kunt argumenteren.

Eco’s De naam van de roos (1980), bij verschijning bescheiden uitgebracht als ‘een boek voor fijnproevers, voor bedachtzame genieters’, verkocht inmiddels wereldwijd 50 miljoen exemplaren – en dat voor een roman over een veertiende-eeuws klooster. (314)

Inderdaad lenen de middeleeuwen zich prima voor een roman, zeker als er een portie misdaad en een meesterbrein is om de moorden op te lossen. Een andere roman waar Van Oostrom naar verwijst en die mij waanzinnig nieuwsgierig maakt is een roman over het leven van Dante. Marco Santagata, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Pisa, schreef naast een biografie over het leven van de Italiaanse schrijver, ook een roman. Het werk heet Als verliefde vrouw (Come donna innamorata), over een intellectueel die hoon opwekt omdat hij een stom klerkenbaantje accepteert om grootste literatuur te kunnen schrijven.

Literatuurwetenschapper of romanschrijver?

Frits van Oostrom haalt hier terecht het probleem van de literatuurwetenschapper aan ten opzicht van de romanschrijver. De wetenschapper moet zich houden aan de feiten en kan alleen met hulp van argumenten overtuigen. De roman biedt een heel andere kant de ruimte. Ze geeft ruimte aan het gevoel, waar de wetenschapper zich niet kan en durft te wagen. Het leven van Jan van Brederode is voor een romanschrijver bij uitstek een geschikt onderwerp:

Niet alleen wat er gebeurde, maar ook hoe het voelde. Oftewel: een waargebeurde roman. (320)

Al moet ik zeggen dat Frits van Oostrom zich soms ook waagt aan een inschatting hoe iemand zich gevoeld moet hebben. Het leven van Jan van Brederode leent zich hier uitstekend voor. Waarom neemt hij bepaalde beslissingen en is het inderdaad zo grillig als het soms overkomt. Dat vraagt aan een andere component van iemand om een beslissing te nemen, namelijk: het gevoel.

Familiewapen familie Van BrederodeDaarmee laat Frits van Oostrom in mijn overtuiging zien dat hij zich best eens zou mogen wagen aan een roman over het leven van zijn gebiografeerde held. Het belooft een mix te worden met een hoog Couperus-gehalte, met erg interessante familie-intriges. Allemaal ingrediënten waar hij zich best eens aan mag wagen. En dat het een bestseller wordt, staat wat mij betreft vast. De biografie Nobel streven is al een boek dat je in 1 adem uitleest. Als het geromantiseerd wordt, is nog meer een feest om te lezen.

Frits van Oostrom: Nobel streven, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Amsterdam: Prometheus, 2017. ISBN: 978 9044 6346 79. Prijs: € 25,99. 400 pagina’s.Bestel

Kijk voor meer achtergrondinformatie op: nobelstreven.nl

Geur van ambrozijn: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 24b

Forese geeft Dante gelijk in zijn opmerking dat hij voorlopig nog niet tot de dode zielen wil horen die hier rondlopen. In dit deel van het hiernamaals is de tijd kostbaar, vertelt de overleden Florentijn aan Dante.

Dan schiet hij weg zoals een ruiter te paard die uit een groep ruiters schiet om vooraan te komen staan. Terwijl de ruiter meer en meer uit het zicht van Dante verdwijnt, ziet de dichter opeens een reusachtige boom staan. Het is een afstammeling van de boom van kennis van goed en kwaad uit het aardse paradijs.

De verteller Dante maakt gelijk gebruik om even te wijzen op de verhalen rond gulzigaards. Hij haalt hier 2 verschillende verhalen aan rond dit onderwerp waarbij de gulzigheid regelrecht ook tot ondergang leidt.

Dante, Statius en Vergilius passeren de boom zo ver mogelijk van zich af en drukken zich hiervoor tegen de bergwand aan de binnenste wand van deze omgang. Als ze weer wat meer ruimte krijgen, dan is een prachtige mystieke ervaring. Een engel verspert hem de weg:

En evenals de Meilucht, zwaar beladen
met zoete geur van bloemen en van kruiden,
stil aanzweeft en de dageraad verkondigt,
zo zweefde er langs mijn voorhoofd zachte koelte
en ook het lichte beven van een vleugel,
die mij de geur van ambrozijn deed ruiken. (vs 145 – 150; vert. Christinus Kops)

De P van de gulzigheid heeft de engel van Dantes voorhoofd gehaald. De uitspraak die de engel dan doet, verwijst naar de honger naar gerechtigheid. Een mooie verwijzing naar de Bergrede van Jezus, waarbij de gulzigheid definitief de das om wordt gedaan.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dichter in Genua

Als het schip Titanic in de haven van Genua aanmeert, legt de verteller van de roman Het valse seizoen een leuke link met de werkelijkheid. 1 van de 3 personages, de componist Pablo Sleedoorn gaat van het schip af en bezoekt meteen een beroemde Nederlandse dichter.

Het is natuurlijk Ilja Leonard Pfeiffer die vorig jaar zijn imposante brievenboek over Genua uitbracht. En in 2014 met de roman La Superba over zijn geliefde Italiaanse stad nog de Libris literatuurprijs won.

Ik heb met Pablo een ommetje gemaakt en een bordje pasta gegeten op het Piazza delle Erbe waar we gezelschap kregen van een dikke langharige dichter uit Nederland die Pablo vroeger gekend had en die hier bleek te wonen.
‘Ah, kijk eens aan!’ klonk de bronzen basstem vanonder een luifel. ‘Pablo Sleedoorn… Wat een genoegen om jou hier te zien.’ (368)

Voor Camiel roept Genua herinneringen op aan de film over Paganini. Hij speelt hierin de vingerzettingen die de actueur Paolo Masterelli niet machtig is.

In de smalle stegen bij de haven rook het afwisselend naar voedsel, urine en schoonmaakmiddelen. (367)

De sfeer van de roman en het brievenboek van Ilja Leonard Pfeiffer ademt dit fragment slechts gedeeltelijk. Je proeft hier wel de fascinatie van de Nederlandse dichter voor deze rauwe stad. Dit is niet het Italië dat de meeste mensen kennen, merkt de verteller op. De steegjes in deze stad hebben dezelfde atmosfeer als de stegen rond de Amsterdamse Zeedijk.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Geëxcommuniceerden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 3

Dante en Vergilius zijn op weg naar de louteringsberg. Tot zijn schrik ziet Dante dat alleen hij een schaduw voor zich uit heeft als de zon hen van achteren beschijnt. Vergilius legt uit dat zijn ziel geen schaduw heeft, zijn lichaam ligt in Napels nadat het uit Brindisi is weggehaald.

Dan komen ze aan onderaan de berg. De helling is zo steil dat het onmogelijk is deze te beklimmen. De verteller zegt dat de steilste rotsen tussen Lerici en La Turbie hiermee in vergelijking zo makkelijk te beklimmen zijn als de treden van een trap.

Ze zoeken naar een plek waar de berg beter te beklimmen is. En daar doemt opeens een grote groep zielen op. De verteller vergelijkt het met een kudde schapen waarbij de eerste rij zich losmaakt van de rest en aarzelend op hen afstapt:

Gelijk de lamren uit de schaapskooi dringen,
Bij twee of drie, terwijl weêr andren toeven,
Die schuchter oog en neus naar de aarde houden,

En ’t volgend nadoet wat het eerste doet,
Of ’t op den rug springt, zoo het soms zich ophoudt, –
’t Onnoozel, vredig dier van niets bewust! –

Zóó zag ‘k de voorsten zich ter komst bewegen
Van deze schare, toen alreeds gelukkig,
Met zedig aanschijn en verheven gang. (vs 79 – 87, Kok)

Een prachtige vergelijking. De zielen deinzen weer terug op het moment dat ze zien dat Dante een schaduw heeft. Het werpt letterlijk een schaduw op hun ontmoeting. Gelukkig breekt de Romeinse dichter Vergilius het ijs en merkt meteen op dat Dante een levende ziel is. Koning Manfred maakt zich los van de groep en vraagt Dante om bij terugkeer aan Manfreds dochter de waarheid over hem te vertellen.

Dan volgt het verhaal van koning Manfred. Hij heeft de hoop dat hij met hulp van het gebed van alle levende mensen dat hij eenmaal de louteringsberg mag beklimmen. De pauselijke banvloek is te overwinnen, is zijn overtuiging. Al duurt het mogelijk meer dan 30 keer de tijd dat hij halsstarrig is geweest in de zonde.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863/1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Voetnoten en eindnoten – #50books antwoorden vraag 19

image

Voetnoten noemt Arnon Grunberg zijn dagelijkse stukjes op de voorpagina van de Volkskrant. Hij heeft deze korte overpeinzingen al uitgegeven in een paar verzamelbundels. Ik heb zijn eerste stukjes nog wel gevolgd, maar ergens ben ik afgehaakt. Zeker in het begin ging het Grunberg nog niet goed af om iets over de actualiteit te vertellen en te vinden in 140 woorden.

Nu zijn de stukjes af en toe ware parels. Een zijsprong uit de actualiteit. Even stappen uit de hectiek van alledag. Ik moest eraan denken bij het stellen van de boekenvraag over voetnoten in teksten. Hij kwam binnen via Niek, die eveneens meedoet met het beantwoorden van de vraag. Een voetnoot hoef je niet te lezen, maar soms is het even een heerlijke zijsprong uit het verhaal. Niet direct ter zake doende, maar de informatie is te interessant om niet te lezen.

Onderaan de pagina

In haar eerste bijdrage aan #50books schrijft Lalagè dat ze voetnoten onderaan de pagina het handigste vindt. Als de tekst achter de nummertjes helemaal achterin het boek verdwijnt, wordt het een stuk lastiger lezen. Je moet dan steeds naar achteren bladeren om de notitie te kunnen lezen. Dat kost meer moeite en daarnaast haalt het je uit het verhaal.

Bij het lezen van de vraag moest Lalagè meteen denken aan Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao waar in de voetnoten delen uit de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek staan. Het grote voordeel is volgens de boekblogger dat de noten onderaan de pagina staan. Dat haalt je niet heel erg uit het verhaal. Bovendien zijn de voetnoten best interessant om te lezen.

Echte voetnoten

Ook blogger Ali wijst op het verschil tussen de noot onderaan de pagina, de ‘echte’ voetnoot, en de noot helemaal achterin het boek, de eindnoot. Ze vraagt zich af waarom de tekst zonodig in een voetnoot of eindnoot moet. Kan de tekst uit de voetnoot niet gewoon in de lopende tekst van het verhaal?

Een goede vraag, waarbij ik ook vaak tijdens mijn studie merkte dat sommige voetnoten heel erg interessante informatie bevatte. Wat mij daarbij altijd opviel, was dat gedachte in de noot niet altijd even goed wetenschappelijk te staven was. Waarschijnlijk wilde de wetenschapper zich niet branden aan de bewering en hield hem daarom in de voetnoot.

Voetnoot leidt tot meer vragen

Ze merkt daarom terecht op dat sommige voetnoten tot meer vragen en daarmee ook tot interessantere boeken leidt. Dat moet Martha missen, want ze leest geen voetnoten. In haar blog over de voetnoot schrijft ze dat voetnoten alleen maar afleiden. De boekenvraag levert voor haar wel een nieuwe vraag op: hoeveel schrijvers zijn er niet gereduceerd tot voetnoot?

Veel schrijvers die ze noemt, worden nauwelijks gelezen. Of het heel erg is, weet ik niet. Daarvoor in de plaats zijn vaak weer veel andere boeken verschenen die zeker ook de moeite van het lezen waard zijn. Zo’n oude voetnoot-lezer kan soms heel verrassende effecten opleveren. Dat ervoer ik vorige zomer bij het lezen van Jacob van Lenneps roman Ferdinand Huyck.

Irritante noten

Blogger Niek vindt alle soorten noten irritant. Ze heeft gemakshalve alle noten op 1 hoop gegooid, dus ook eindnoten en noten die aan het eind van elk hoofdstuk staan. Ze halen je uit het lezen van de tekst en hebben geen enkele functie. Dan liever geen noot of de informatie uit de voetnoot verwerken in de tekst.

Ze maakt 1 grote uitzondering, dat zijn de Schijfwereld-boeken van Terry Pratchett. In deze boeken steekt de verteller juist de draak met voetnoten. Ze lopen soms pagina’s door en Pratchett creëert soms zelfs voetnoten in een voetnoot en daar weer een voetnoot binnen. Ze zijn volgens haar onderdeel van het verhaal en daarom kan ze er zo van genieten. Misschien dat Niek daarom zo’n hekel heeft aan ‘gewone’ voetnoten. Ze weet hoe leuk ze kunnen zijn.

Verschil in voetnoot

Ook voor Fokke is er een verschil in noot. Voor hem is de voetnoot onderaan de bladzijde waarin de verwijzing wordt gemaakt, de meest ideale plek. Een eindnoot haalt je toch teveel uit de tekst en daarvoor heb je een tweede bladwijzer nodig. Hij vindt in de voetnoten soms de informatie die hem weer extra aan het denken zet. Of een geweldige vondst zoals in de brief van Du Perron Mayer. Hierin vraagt Du Perron om een boek te bestellen, maar wel zonder voetnoten onderaan de pagina. Als er iets erg is, dan is dit het wel:

Van alle akeligheden is dàt voor mij wel het ergste.

Uitgerekend op deze pagina staat er een voetnoot onderaan de pagina. Een heerlijke vondst waarbij de editeur geen rekening houdt met de ergernissen van de brievenschrijver. Wat bij mij meteen de vraag oproept of het misschien een mode is: de voetnoot of de eindnoot en de ergernis aan 1 van de 2. Zoals Du Perron zich ergerde aan voetnoten, zo ergeren de bloggers op de boekenvraag zich aan eindnoten.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel