Categoriearchief: leiden

Silence – Evensong (3)

De Evensong in de Hooglandse kerk is aan volle gang. De 2e lezing. Er volgt zo nog 1. Als ik voorzichtig langs de vlonder wil stappen, loopt Hans Brons, cantor van de Leidse Cantorij, streng naar mij toe. ‘Silence’ slist hij mij toe. Ik ben doodstil, gebaar ik. Juist het voorkomen om te stappen op die vlonder, heeft de rust behouden.

Daarom ga ik wat verder van de mensen in het hoogkoor zitten, in de kooromgang zitten op een bijna lege bank. Aan de andere kant zit iemand met een fototoestel naast zich. Af en toe loopt hij weg om een foto te maken.

De Schriftlezing is voorbij, het orgel begint te spelen en het koor zet in. De Engelse Conductor Huw Williams enthousiasmeert het koor. Ze zingen mooi het Magnificat van Kenneth Leighton. Het orgel klinkt goed. Al zit ik aan de zijlijn en niet gunstig ten opzichte van het ‘Father’ Willis organ uit 1891.

Het zweet van het rennen gutst nog langs mijn lichaam en maakt een grote vlek op mijn borst. Rustig blijven zitten en genieten. De volgende lezing uit Handelingen, gevolgd door het Nunc Dimittis. Brede akkoorden. Hard en zacht vullen de ruimte.

De stemmen klimmen omhoog door de gewelven hoog boven ons. En wat schijnt de zon toch schitterend door de Zuidbeuk. De hoge ramen tegenover mij in het koor van de kerk, doen de rest. De hooggotiek, de tijd van het licht. De immens hoge ramen zorgen ervoor. En gewoon genieten.

Waarom is er dan toch weer altijd die preek. Terwijl de kracht van de klassieke Evensongs schuilt in de muziek, de lezingen en het gebed. Daarom verschuif ik mijn gedachten daar in het schrijven van een paar haiku’s over de muziek en de werking en de gewaarwording over vroeger en over nu:

Preken

Voorheen hoogtepunt
de woorden en de duiding
nu het dieptepunt

of

Licht

Kleurt licht de ruimte
geleiden gewelven wit
in Hooglandse kerk

Sinds het horen van de cd met koormuziek van Herbert Howells ben ik heel enthousiast geworden over Engelse koormuziek. Daarvoor moest ik er niet zoveel van hebben. Misschien teveel associatie met Songs of Praise.

Het spel van hard en zacht, afwisseling van brede akkoorden naar eenstemmige zang. De stemmen meegesleurd door de ruimte. Het moet op 1 of andere manier toch in een kathedraal.

De Hooglandse kerk heeft het allemaal. En als de preek geweest is, volgen Preces en Responses van Philip Radcliffe. Schitterend en indringend zo aan het begin van deze zomeravond eind augustus. Ik geniet in stilte en kijk gelijk naar de indringende rug van Hans Brons.

Lees het vervolg: Ruimtelijke ervaring

Hooglandse kerk – Evensong (2)

Precies 5 uur. Ik moet hollen naar de Hooglandse kerk. Anders ga ik de Choral Evensong nooit halen. En hopen dat de kerk open is. In tempo ren ik onder de Morspoort door. Geen fietspad meer, maar een pad, met een trappetje. Ik zie het allemaal op tijd en spurt van het trappetje in een fraai huppelpasje.

Door de Morsstraat, verder langs de Oude Rijn naar het centrum. Ik weet hetzelfde tempo te blijven hollen. Niet te hard, maar hard genoeg om het vol te houden. De oude route van weleer die ik op mijn oude bruine Gazelle altijd fietste door de stad. Over de voetgangersbrug, langs de De Waag en V&D.

Het antiquariaat dat al jaren te koop staat, waar een scene van Discovery of Heaven is opgenomen. De hele avond van de scene zat ik in het aangrenzende café met de veelzeggende naam Van Engelen. De boekwinkel ziet er sleets uit. De winkelpui is al jaren niet meer geschilderd. Zon en regen hebben hun effect op het hout. Je herkent er bijna niet meer de boekwinkel in uit de film. Verder langs de Nieuwe Rijn, in de richting van de Hooglandse kerk.

Blijft imponerend dat dwarsschip en koor. Hoog boven de huizen uit torent het. Een poging om er een bisdom te huisvesten mislukte in de 14e eeuw. Haarlem won. Het schip van de kerk is daarmee in het midden altijd laag gebleven. Maar desondanks een prachtige kerk.

Ik ben ontzettend blij dat de kerk open is. Schuifel voorzichtig naar binnen. Op de tafel ligt nog precies 1 programmaboekje. Ik loop verder. Er is een Schriftlezing, zo te horen uit een Koningenboek. De profeet Elia komt erin voor. Ik wil bij de groep mensen zitten, niet zover weg in het schip. Het koor staat midden in het koor. Op zijn Engels. In evenwijdige rijen en op krukjes bij gebrek aan de verhogende koorbanken.

Lees het vervolg: Silence

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ‘s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Zeno en de schildpad

image

De eerste keer dat ik met Zeno’s schildpad kennismaakte was bij de lezing die Gerrit Komrij hield voor de Universiteit Leiden. Het was 1999 en Gerrit Komrij was gastschrijver aan de universiteit. Ik volgde helaas niet zijn gastcolleges maar ik bezocht wel zijn openbare colleges in het academiegebouw.

Bij de tweede lezing vertelde hij hoe het werkte met poëzie schrijven. Hij gaf onder de titel ‘Hoe maak je poëzie’ een kijkje in de keuken van de dichter. Vanaf het moment van de inspiratie tot de uiteindelijke tekst die op papier verschijnt.

Uit de borrelende en sissende brei van de innerlijke bodem komt vanzelf een zinnetje omhoog. Daaruit ontstaat het gedicht. Geleidelijk verschijnt het hele gedicht, regel voor regel. Midden in die regels staat het volgende:

Het oud verhaal van Zeno en de slak

De regel staat er volgens de dichter door een muzikaal voetjevrijen met de regels ervoor. Ineens beseft hij dat hier iets niet juist is:

Ik schrik. Het is helemaal niet het verhaal van Zeno en de slak! Het is het verhaal van Zeno en de schildpad! Ik zei u dat een dichter in het beginstadiu, van een gedicht nauwelijks met de betekenis bezig is. Door associatie met het trage ‘op je gemak’ kwam dat langzame ‘slak’ daar, en toevallig rijmden de beide woorden ook nog eens. (42)

Het gedicht valt nu in duigen. Een belangrijke rijmklank verdwijnt plotseling. Zo makkelijk zijn slak en schildpad niet te wisselen aan het einde van een regel. Komrij lost het eenvoudig op door de slak te laten staan en de schildpad met een vraagteken naar de volgende regel te verschuiven. Het accentueert juist de vertwijfeling, merkt hij op en zo maakt de dichter effectief gebruik van zijn misser.

image

Ik moet aan de lezing van Komrij terugdenken bij het lezen van Emma Curvers roman Iedereen kan schilderen. Daar komen de haas en de schildpad voorbij:

Hans wilde de zuivere bedoeling van Rachmaninov en die bleek niet meer te bestaan, of voor Hans alleen benaderbaar te zijn zoals die haas die de schildpad wil inhalen ; hij haalt telkens de helft van de afstand tussen hen in, en komt dichterbij maar bereikt nooit de schildpad. (116)

Nu bega ik een fout. Mijn associatie klopt niet. Het verhaal van de haas en schildpad is van Aesopus en niet van Zeno. Het moraal van de haas en schildpad is een andere dan wat Zeno probeert uit te leggen. Bij Zeno gaan Achilles en de schildpad een wedkamp aan. In dit gedachte-experiment loopt de schildpad altijd voor Achilles. Hier geldt geen moraal, maar een wiskundig probleem.

De lezing van Komrij inspireerde mij tot het schrijven van sonnetten. Ik ging het ook proberen en schreef iedere week een sonnet aan mijn vrienden per e-mail. Onder de abonnees van mijn nieuwsbrief zat zelfs Komrij.

Later schreef ik ook een lezing over het schrijven van poëzie. Deze droeg ik op de studievereniging NNP voor. Vanzelfsprekend kreeg Komrij een exemplaar toegestuurd van het boekje dat ik er later van maakte.

Emma Curvers: Iedereen kan schilderen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN: 978 90 254 43. 208 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Iedereen kan schilderen van Emma Curvers. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Buskruitramp

leiden-na-de-buskruitramp-in-1807In een roman over een ramp in hartje Den Haag, midden in de tramtunnel, kan een andere ramp niet onbesproken blijven: de buskruitramp van Leiden. Christiaan Weijts haalt de ramp in het hart van Leiden aan in zijn roman Euforie:

Op een januari waren er in geboortstad 151 doden gevallen na een explosie aan de Steenschuur. Een schip met bijna achttien ton buskruit aan boord blies alle huizen in de wijde omgeving tegen de vlakte. Tientallen jaren bleef het gebied leeg: de Grote Ruïne. (300)

Op de plek waar het schip aangemeerd lag, is het Van der Werfpark verrezen. Aan de overkant staat het imposante Kamerlingh Onnesgebouw. Het gebouw waarin een paar Nobelprijswinnaars werkten is een paar jaar terug heel mooi gerestaureerd. Iets verderop is de Lodewijkkerk die na de ramp weer mooi is herbouwd en een heel bijzonder orgel herbergt.

Voor Christiaan Weijts is het aanleiding te schrijven over het park waarin de hoofdpersoon Johannes Vermeer zijn jeugdliefde Isa zoent. Voor de verteller is het ingebed in een vergelijking waarin het voorjaar explodeert, ‘in inslagkracht verwant aan de opening van Mahlers Eerste.’

De Leidse ramp keerde vaak terug tijdens mijn studie Nederlands in Leiden. Onze docent Peter van Zonneveld vertelde er al over op de eerste studiedag tijdens de rondleiding door de stad. Hij haalde daarbij de brief van Bilderdijk aan die tussen de puinhopen van zijn huis schreef. De docent negentiende-eeuwse letterkunde glimlachte en keek met guitige ogen over zijn leesbrilletje. ‘Terwijl de maar een paar ruiten gesprongen waren.’

De Leidse buskruitramp is in de negentiende eeuw talloze malen bezongen. Het was een nationale ramp van formaat. De net aangetreden koning Lodewijk Napoleon maakte zich verdienstelijk door naar de rampplek te gaan. Het was de eerste keer dat een vorst in Nederland poolshoogte kwam nemen bij een ramp. Sindsdien bezoekt een vorst altijd een rampplek om met eigen ogen de ramp te zien en het volk te steunen en te troosten.

Een tijdje terug vond ik op een boekenbeurs het boekje Het dichterlijk tafereel der stad Leyden van Willem Bilderdijk. Hierin voorziet de grote dichter een gedicht van Robert Hendrik Arnztenius van commentaar. Hij vult de dichtregels aan en voorziet het ook van veel onzin, zo schrijft Marinus van Hattum die het gedicht in zijn uitgave uitvoerig onder de loep neemt.

Bilderdijk weet een gedicht van 370 regels aan te lengen tot 1260 regels. In de drie bijlages spreekt de meester zelf. Hij gebruikt hier niet minder archaïsch taalgebruik:

Ja, Dichtkunst, kerm en schrei, rijt ingewanden open!
Graaf onmeêdogend om in ‘t siddrend, lillend hart!
Gods Englen schreien hier en staan met bloed bedropen.
De taal is zonder kracht; wy smoren in de smart.

Op die puinhopen in het latere Van der Werfpark, zoent de hoofdpersoon Johannes Vermeer in Christiaan Weijts Euforie met het meisje van zijn dromen: Isa.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.