Categoriearchief: leiden

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

Doctorandus – Sientje (15)

In mijn studentenkamer waren geen huisdieren toegestaan. Ik zou afstuderen op 28 juni 2002. Inge was overgekomen, had hiervoor zelfs vrij gekregen. De hond moest nu een groot deel van de middag in de kamer alleen blijven. We lieten haar in de bench zitten. Dat zou de rust moeten geven. We hoopten dat ze niet zou blaffen.

We lieten Sientje alleen en gingen een prachtige dag tegemoet. De grachten schitterden in de warme zomerzon. Ik droeg het grijze pak dat ik gekregen had voor dit soort gelegenheden. Het was niet strak uitgesneden en flubberde aan alle kanten. Ook gaf de grijze kleur mij iets grimmigs. In combinatie met mijn keurig geschoren uiterlijk begon een mooie dag. Een mijlpaal.

We verzamelden ons in de stad bij het café recht aan de overkant van het academiegebouw. Oma was mee, mijn ouders, broer, zus, een aantal vrienden en enkele collega’s. Later wachten in het academiegebouw zelf. Wat was dit spannend. Verder naar de zaal waar mijn docent mij toesprak. Ik wilde iets verbeteren, maar de hoogleraar greep in. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou tegenspreken. Ik diende te luisteren.

Daarna een borrel in het café in de Doezastraat – tegenover de Mensa – en als bekroning van de dag pannenkoeken eten aan de Beestenmarkt. Ieder op eigen kosten zoals dat bij studenten gaat. Geld om iedereen te trakteren ontbrak. Aan het einde van de borrel kreeg ik van mijn collega’s een enorm boeket bloemen. ‘Maar ik ga de volgende dag met vakantie’, stuntelde ik. ‘Ach dan neem je die toch mee’, grinnikte mijn collega.

Zo kwamen we die avond thuis met een enorm boeket bloemen. Sientje was helemaal blij ons eindelijk weer te treffen. Ik liet haar gelijk uit. Droeg haar eerst de steile trap af naar beneden om haar te trakteren op een mooie wandeling. Een paar maanden eerder hadden Inge en een vriendin voor het raam gekeken en gelachen. Het zag er ook wel heel bespottelijk uit om mij te zien wachten tot de hond uitgepoept was en daarna het geschetene met de poepschep van de straat te scheppen.

Nu zag het er bespottelijk uit hoe een kersverse doctorandus keurig in pak daar zijn teckel uitliet. Een dag voor de vakantie. Morgen zouden we aan kamperen in Limburg. De kortgeleden bij de Makro aangeschafte tent lag al in de auto klaar om meegenomen te worden. De bos bloemen zou de volgende dag naast Sientje geschoven worden. Op de camping in Vaals kreeg het boeket een plekje in de emmer waarin we eigenlijk hoorden te plassen. Naast de tent kwam het boeket te staan. Het zag er niet uit, maar was erg origineel. Wie neemt er nou een bloemetje en een teckel mee op vakantie?

Lees het vervolg: Kamperen met je teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Teckel in studentenhuis mag dat wel? – Sientje (14)

Sientje woonde in Almelo bij Inge. Zij had een huisje met een tuintje. In de tijd dat we Sientje kregen, woonde ik nog in mijn Leidse studentenkamer aan de Lage Rijndijk.

Mijn kamer bevond zich op de eerste etage aan de voorzijde. Ik had de meest in het oog springende kamer van het huis door de iets naar buiten stekende erker. De ramen gingen open met een ingenieus mechaniek van katrollen en gewichten in het kozijn.

Onder mijn kamer bevond zich een grote opslag. In de jaren dat ik er woonde was er in elk geval een kringloopwinkel gehuisvest en later vormde de ruimte het magazijn van een schildersbedrijf. Elke ochtend stegen de terpentine, thinner en andere oplosmiddelen omhoog door de houten vloer. Ik begon de dag zo altijd enigszins bedwelmd en high.

Zachte spons

Inge kwam af en toe logeren in de weekenden dat ik werkte. Speciaal voor die logeerpartijtjes had ik een oud slaapbankje voor 100 gulden bij de kringloopwinkel op de kop getikt. Het was een slecht, versleten ding. Maar met een extra door midden gezaagd oud matras van Inge ging het best. Het sliep heerlijk in de zachte spons die we hadden gemaakt.

Soms ging ik met Inge en Sientje mee terug naar Almelo als de laatste dienst erop zat. Andere keren kwamen vrienden even langswippen. Inge nam bij die bezoeken Sientje mee. Ze kreeg het beest niet alleen de trap op. De steile trap maakte het voor haar onmogelijk om ook nog een hond in de arm te houden. Ze was met haar hoogtevrees veel te veel bezig om omhoog of omlaag te komen.

Daarom droeg ik de hond altijd aan het begin of einde van mijn werk bij de dak- en thuislozen de trap af en op. Gelukkig waren de diensten daar kort genoeg voor. Ik werkte dicht genoeg bij huis voor Sientjes blaas. Ik liep nooit grote rondjes in de buurt. Het was er niet zo hondvriendelijk, over de brug aan de achterzijde van het huis, was een klein stukje industrieterrein met gras. Verder liep ik de Sumatrastraat in, maar daar viel nog minder groens te besnuffelen.

Hoge laarsjes

Een studiegenote van mij kwam een keer op bezoek en droeg hoge laarsjes. Ze stapte de kamer binnen. Sientje ging voor haar staan en blafte zich een ongeluk. Ze hield niet zo van die laarsjes. Zelfs nadat mijn studiegenote ging zitten, bleef Sientje onrustig. Daarom liep ik maar even een rondje met het hondje voor de avondplas. Ik droeg haar onder mijn arm de trap af naar beneden.

Buitengekomen stonden mijn studiegenote en Inge te kijken hoe ik Sientje aan het uitlaten was. Ze moesten erom lachen hoe ik daar stond met die teckel en in mijn vrije hand de poepschep. Het uitlaten van een teckel heeft natuurlijk iets komisch. Zo’n langgerekte hond, kort op de pootjes naast zo’n rechtopgaande mens.

Teckelgang

Teckels hebben altijd een grappig loopje zeker als de tussen stap en draf vooruit komen. Het lijkt misschien het meeste op een tussengang, waarbij de achterpootjes ogenschijnlijk onhandig door de lucht zwaaien.

Sientje kon erg goed sprinten. Ze zette zich dan af met de achterpoten en trok de voorpoten daarna effectief naar achteren. Ze bereikte er hoge snelheden mee waarbij haar oren flapperden in de door de snelheid veroorzaakte wind.

Steile trap

De trap liep steil naar beneden en onderaan waren de treden ook nog eens in een heel onhandige kromming gemaakt. Geen ideale trap om over te lopen. Ik was het niet anders gewend. We wilden Sientje niet leren traplopen en Inge vond het maar een eng ding. De smalle gangen boven waren bedekt met afgesleten linoleum. Sientje struinde daar op momenten dat wij bezig waren in de keuken gewoon rond tussen de kamer voor en het smalle keukentje helemaal achterin het pand.

Om van de keuken in de kamer te komen moest je door de smalle gang naar voren lopen, met een lichte knik het stukje hal pakken tussen toilet en trap en daarna de nis induiken naar de deur van mijn kamer.

Sientje ontdekte al heel snel dat je deze route snel kon pakken. Ze holde door het smalle gangetje, nam de strakke bocht bij het toilet om de nis in te sprinten van mijn kamer. Het dier liep met een noodgang door de gang. Wij waren allebei in de keuken met een pan eten toen we haar vooruit stuurden naar de kamer. We zagen het niet, maar hoorden de nagels krassen op het afgesleten linoleum. Er klonk een enorm gekras, ze wist ternauwernood de kamer te bereiken.

Levensgevaarlijke manoeuvre

Ik besefte pas later dat ze in die bocht een levensgevaarlijke manoeuvre uitvoerde op weg naar mijn studentenkamer. Ze had zo de bocht uit kunnen vliegen en zou zich dan in het trapgat hebben gelanceerd. Met alle verschrikkelijke gevolgen. Zonder twijfel zou ze met haar snelheid en de val 3 meter lager, haar nek en rug hebben gebroken. Je moet er niet aan denken. Je begrijpt wel dat we na die krabbelactie voorzichtiger waren geworden. We lieten Sientje nu alleen onder begeleiding door de gang lopen.

Een andere keer stormde ze na de meer dan 2 uur durende autorit uit Almelo mijn kamer binnen. Ze sprong met een enorme vaart het slaapbankje op en stopte precies op tijd op enkele centimeters van het raam. Ook daar zou een ongelukkige beweging fatale gevolgen hebben gehad. Het dunne enkelglas in het erkertje van mijn kamer zou weinig hebben tegengehouden.

Grootste verhuisbus

Nog geen 11 maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden leren kennen via internet, verhuisde ik naar Almelo. Te gevaarlijk voor een hond was dat studentenkamertje. Bovendien verlangde ik altijd als ik in dat kamertje zat, naar mijn lief en ons schattige hondje in Almelo. Zodoende gebeurde het dat ik een halfjaar na onze eerste gezamenlijke aankoop met de grootste bus die je met een B-rijbewijs mocht besturen naar Almelo verhuisde.

Bij de verhuizing bleef Sientje thuis. Mijn kersverse (oud-)collega Mo hielp met sjouwen en droeg zo mijn enorme Mannborg-harmonium naar beneden. Van die trap waar niet alleen teckels de kans liepen hun rug of nek te breken, maar ook verhuizers. Hij droeg het muziekinstrument manshandig op zijn rechterschouder naar beneden.

Met bewondering en ontzag zag ik hoe zijn rug het instrument droeg en zijn schouder meestuurde. Wat een gewicht en wat een kracht. Beneden mocht ik het ding de verhuiswagen in tillen. Het zware gevaar gevaarte dat ik een paar jaar eerder naar boven had gesjouwd met twee vrienden. Ik had plechtig moeten beloven nooit meer zoiets te kopen en voorlopig niet meer te verhuizen. Maar dit was iets heel anders natuurlijk.

Lees het vervolg Doctorandus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Darko’s lessen

Hoe leuk om een boek te bespreken van een schrijfster die ik ken. Niet alleen als medeblogster voor de leesclub Een Perfecte Dag voor Literatuur, maar ook als medestudente Nederlands en Algemene literatuurwetenschap in Leiden.

Ik herinner mij haar verhalen, literaire analyse van Huizinga’s Herfstij der Middeleeuwen en later haar pakkende blogs. Dat alles liet zien: een schrijver in hart en nieren. Het wachten was op de roman. Die is er nu in de vorm van Darko’s lessen. En wat voor een roman is het!

Alex Boogers

We waren allebei geraakt door de Rotterdamse roman van Alex Booogers over Aaron Bachman in Alleen met de goden, we lazen het bij de leesclub voor boekenbloggers Een perfecte dag voor literatuur. Ze mocht hem later interviewen. Helemaal terecht kreeg hij het eerste exemplaar overhandigd van Michelle van Dijks debuurtroman.

De stijl en thematiek van Michelle van Dijks roman laten namelijk zien dat ze door hem geïnspireerd is. Maar ze heeft wel een heel eigen, pakkende stijl. Wat een boek is het debuut! Ik werd gegrepen door de stijl, de humor en de erotiek. Het bijzondere contrast tussen de verteller en hoofdpersoon tegenover zijn muze, de 15 jaar oudere docente Janna.

Werelden samenvoegen

Michelle weet in haar boek 2 werelden samen te brengen die tegen elkaar schuren, maar elkaar wel opzoeken en heel soms ook vinden. Een indrukwekkend verhaal waarin de hoogopgeleide de lageropgeleide ontmoet. Ze zijn gefascineerd door elkaar, maar laten zich ook weerhouden de ander echt te ontmoeten.

De ik-verteller Darko komt uit Servië en is gevlucht uit zijn vaderland vanwege de oorlog. Eigenlijk is hij met zijn ouders gegaan. In Rotterdam terechtgekomen volgt hij avondonderwijs en probeert zijn Nederlands te halen. Zij maakt zich druk over haar baan of mobieltje als ze dat een minuut kwijt is.

Afgeleid door verleden

Het staat in schril contrast met de leergierige Darko die al Nederlands probeert te leren sinds hij in Nederland is. En dat lukt moeizaam. Hij wordt afgeleid door zijn verleden (en moeder!) en hobbelt van school naar school, zonder een diploma te halen. Daarom is hij aan het begin van de roman verhuizer.

Terwijl hij Nederlands leert, schrijft zijn verhaal aan Janna. Het is een liefdesgeschiedenis die hij aan het papier toevertrouwd. Eigenlijk alleen bedoeld voor zijn liefde: Janna. Zij is zijn docente Nederlands en leest mee. Ze is onder de indruk van zijn verhalen. Ze stimuleert hem om verder te schrijven. Zo leert hij de taal het beste en uiteindelijk overtreft hij zichzelf.

Hij schrijft vooral om niet te vergeten en hij schrijft voor haar:

‘Ja, maar dat is wat ik wil: niets vergeten van hoe ik jou heb ontmoet, van wat er tussen ons gebeurt.’ (42)

Als hij niks meer van haar hoort, blijft hij schrijven. Hij raakt zijn baan kwijt en vindt iets als klusser. Het verandert zijn situatie. Als Janna hem plotseling uitnodigt om iets te gaan drinken, blijkt ze iets anders te willend an hij verwacht.

Zijn verhaal, haar verhaal

Ze wil zijn verhaal. Het geeft een boeiende inkijk hoe Janna eigenlijk in het leven staat. Zo verandert de liefdesgeschiedenis. Waarin een oorlog een rol speelt waar we in Nederland best zwartwit over denken.

Voor mij zijn Darko’s lessen ook boeiende lessen om te lezen. Michelle van Dijk weet op een overtuigende manier 2 werelden tegenover elkaar te zetten en samen te brengen. De verhalen over het verscheurde land Joegoslavië zijn prachtig en maken de hoofdpersoon en eigenlijke verteller alleen maar mooier en zwakken Janna af.

Je snapt niet waarom hij zo achter haar aan blijft lopen. En daar zit meteen de tragiek van het verhaal. Daarmee is Darko’s lessen een boek dat blijft hangen, vraagt om opnieuw te lezen en nieuwsgierig maakt naar nieuw werk van Michelle van Dijk.

Bedankt voor deze prachtige roman Michelle!

Michelle van Dijk: Darko’s lessen. Roman. Rotterdam: Uitgeverij Douane, 2017. ISBN: 978 90 72247 98 8. Prijs: € 17,50. 180 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Darko’s lessen van Michelle van Dijk. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Ruimtelijke ervaring – Evensong (4, slot)

Nu gaat een wereld verder voor mij open. Natuurlijk luister ik weleens naar de vele uitzendingen van Evensongs door het hele land van de BBC. De ervaring van de ruimte, veel mensen die erbij zitten en genieten, helpt mee om de beleving compleet te maken.

Al weet ik zeker dat het anders is als je in een Engelse kathedraal zit. Hier in de Hooglandse kerk is het even Engeland. Al is deze kerk beduidend lichter dan veel Engelse kathedralen.

De muziek van Philip Radcliffe en Sir Edward Elgar doen de rest. Een mooie samenstelling van muziek waarin alle vormen van emoties de ruimte krijgen. Van diep verdrietig tot uiterst vreugdevol en alles wat ertussen zit. Al heerst wel de melancholie op zo’n avond. De beleving van de kerk zorgt voor deze inkeer en moment van bezinning. Daar heb ik geen preek voor nodig.

Bij de afsluitende Organ Voluntary, de gastorganist Martyn Noble bespeelt het Willis organ, dat dit jaar voltooid is. Het is een imposant instrument, met een vol karakter, maakt de Engelse beleving wel compleet. Het is een krachtig instrument, dat een grote klankrijkdom kent.

Het 19e eeuwse karakter is goed behouden gebleven na de vergroting vorig jaar. Al is de afwerking best een beetje potsierlijk, de Oosters aandoende torentjes aan weerszijden van de zijkant, doen een beetje overdreven aan. Het front boven de speeltafel is weer fraai. Net als de gigantische open houten pijpen van de 32 voet.

Bij het teruglopen naar de auto, door het Leiden op een zomeravond, de Haarlemmerstraat, besef ik hoe ik veranderd ben in de loop van de jaren. Op het moment dat ik hier studeerde, moest ik er niks van hebben. Geen kerkdiensten. Zeker ik heb het geprobeerd, maar vond het niet. Teveel gebeurd.

Ik keer toch weer – onbedoeld – terug naar de beleving van vroeger. Al is het anders, rustiger, meer gebalanceerd. Vriendelijker ook. Niet meer dat heftige, maar een moment van bezinning en daarna weer verder. Wilde ik voorheen te vaak in de bezinning blijven steken waardoor het geen bezinning meer was. Nu schudt ik het van mij af en behoud het goede.

Al voel ik mij nog heel sterk verbonden met de student die ik hier in 2002 achterliet. De creativiteit, het schrijven en het vurige verlangen dat hier overal om mij heen was. Nu schijnt alleen de zon en maakt alles van goud. Zo loop ik weer terug naar het heden. Genoeg bezinning. De snelheid van de A4, A10, A1 en A6 brengen mij weer terug naar huis en het nu.

Dit is het slot van een 4-delige blog over de Choral Evensong in de Leidse Hooglandse kerk. Regelmatig zijn deze diensten in de grote stadskerk van Leiden.