Categoriearchief: kunst

Sirenen, Een liefdesverhaal – lezen

Het verhaal van zijn grote liefde. Dat is de laatste roman van Jan Cremer. Het is het 2e in de serie Odyssee met de titel Sirenen en gaat over zijn liefde voor het latere fotomodel Loesje Hamel.

Als ze elkaar tegenkomen tijdens de donkere winterse dagen van 1959 in het uitgaansleven van Amsterdam, zijn ze allebei nog niet bekend. Dat zal een paar jaar later helemaal veranderen. Jan Cremer zet de wereld op stelten met zijn boek en schilderijen. Loesje Hamel zingt met Ramses Shaffy en Liesbeth List de Shaffy Cantate.

Voelbare spanning

De spanning die er tussen de 2 heerst, is overal voelbaar in het boek van Jan Cremer. Want je leest in de tekst duidelijk dat hij spijt heeft van zijn keuzes. Hij heeft haar laten schieten voor zijn grote andere ideaal: het zwerversbestaan.

Terecht merkt de verteller op dat hij een aantal keer voor haar had kunnen kiezen, maar dat niet doet. Hij heeft aan zijn motor gesleuteld en gaat met zijn maat Barry op reis naar het zuiden. Voor een week of 4, hooguit anderhalve maand. De paar weken worden 2 jaar.

Als hij terugkomt in Amsterdam, ontdekt hij dat Loesje getrouwd is. En zo ontstaat een verhaal van aantrekken en afstoten. De 2 kunnen niet zonder elkaar, maar zodra Jan Cremer moet kiezen voor de liefde, slaat de angst hem om het hart. Hij doet wat hij dan altijd doet: vluchten.

Smachtende Penelope

Daarmee is Sirenen het 2e deel van de Odyssee een verhaal van Penelope die smachtend op haar man Odysseus wacht. Hij komt nooit en Loesje heeft wel wat minder geduld dan Penelope. Ook laat Jan Cremer zien wat voor een ongelooflijke lul hij is. Hij laat haar op een aantal cruciale momenten gewoon barsten.

Het is een bijzonder openhartige houding waarmee de verteller Jan Cremer zijn eigen verleden te lijf gaat. Hij verheft zich zeker tot de held van het verhaal en is zeker de schelm die hij in zijn andere werk ook is. En ook geldt: Loesje is de liefde van zijn leven, maar hij wil zich niet nu aan haar binden. Samen zijn met Loesje is vooral iets voor later. Het nu is reizen en de schelm uithangen.

De sirenen van Jan Cremer

Van vrouw naar vrouw hoppen

De verteller hopt van vrouw naar vrouw, van model naar model en begaat regelmatig ook een stommiteit. Zoals het moment dat hij trouwt met Hester. Hij doet het voor de kinderen die met dit huwelijk niet steeds van gastouder naar gastouder hoeven te gaan. Het zijn niet eens allemaal zijn eigen kinderen. Het is de grootste fout die hij van zijn leven maakt. Hij haalt met dit huwelijk een lange schuld op de hals.

Het huwelijk met H. is vooral het laatste zetje voor Loes om geen contact meer met hem te hebben. Ze negeert hem zelfs op straat als hij haar in nachtelijk Amsterdam tegen het lijf loopt. Het is daarmee een verhaal van de verloren liefde, waarbij Jan Cremer veel kansen laat liggen.

De heftigheid van deze relatie doet mij denken aan een heel intense relatie die ik in mijn studententijd had. Ook hier het falen, waarmee het verhaal des te pijnlijker wordt. Zoveel herkenning dat je je echt afvraagt of zoiets echt goed kan gaan of dat het allemaal te vurig is zodat je je alleen maar aan elkaar verbrandt.

Bindingsangst

Verder is Sirenen een mooi verhaal van een man die terugblikt op zijn bijzondere liefde voor Loesje. Je gelooft zeker in de oprechtheid, maar tegelijkertijd voel je de angst bij de verteller. De angst zich aan haar te binden en daarmee ook een deel van zijn vrijheid in te leveren.
Die keuze voor de vrijheid, maakt ook dat de relatie tussen Jan en Loesje niet slaagt. Voor mijn gevoel is vooral Loesje hier de grote verliezer. Zij wordt een aantal keer echt door de verteller in de steek gelaten. En met deze ode aan haar, lijkt Jan Cremer dat goed te willen maken.

Jan Cremer: De sirenen. Odyssee deel 2. Amsterdam: De Bezige Bij, 2018. ISBN: 9789023443582. Prijs: 20,99. 304 pagina’s. Bestel

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

De slinger van Foucault

Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Gedachten versus gevoelens

Denken en voelen. Deze 2 elementen staan centraal in de roman Narziss en Goldmund van Hermann Hesse. Het mooiste komt dit naar voren als Narziss en Goldmund bij elkaar zijn aan het einde van de roman. Goldmund vraag aan Narziss hoe het met Rebekka is.

Het gesprek komt op de Jodenvervolging en of iemand als Narziss dit tegen zou houden. Goldmund denkt aan de vervolgingen van Joden en de gruwelen van de pest. Dan corrigeert Narziss hem, zeker hij heeft gelijk…

Maar op één punt maak je een grote vergissing: je denkt dat wat je zoëven onder woorden bracht gedachten zijn. Maar dat zijn het niet, het zijn gevoelens! Het zijn de gevoelens van iemand, die wordt beziggehouden door de gruwelijke kanten van het bestaan. (234)

Daar staat tegenover dat deze gedachten snel verdwenen zijn als je op je paardje door de wereld rijdt. De vlucht uit deze naargeestige wereld. De pest en Jodenvervolging zorgen er bij Goldmund niet voor om niet zijn eigen gang te gaan. Hij steekt zijn hoofd in het zand!

Al zijn er meer manier om uit de gruwelen te treden. De kunst vervult zo’n rol bijvoorbeeld. Het heeft van Goldmund een kunstenaar gemaakt, terwijl Narziss in zijn geestelijke wereld weinig aandacht heeft gehad voor de aardse dingen. Goldmund loopt ervan over.

Herman Hesse weet in zijn roman op een mooie manier deze 2 werelden bij elkaar te brengen. Het maakt Narziss en Goldmund tot een verhaal dat wonderlijk mooi in balans is door dit fraaie contrast.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99.Bestel

Kastanjeboom

Het begin van de roman Narziss en Goldmund spreekt zo mooi tot de verbeelding. Het opent met de kastanjeboom bij de poort van het klooster in Mariabronn.

De opening van de roman is magistraal, zinnen om van te genieten en die je uitdagen om het verhaal te gaan lezen. Sterker nog: ze verleiden je en trekken je het verhaal in. Het is een verschrikkelijk mooie (en vooral lange) zin zoals je die maar weinig tegenkomt. Een eerste zin om nooit te vergeten:

Voor de poort van het klooster Mariabronn, met haar op tweelingzuiltjes rustende ronde boog, vlak bij de weg, stond een kastanjeboom. een vereenzaamde zoon van het Zuiden, onheuglijk lang geleden meegebracht van een pelgrimstocht naar Rome, een kastanje van een edel soort, noest van stam; hartelijk breidde zijn kruin haar rondingen uit boven de weg, ademde met ruime longen in de wind, liet in het voorjaar, als alles groen was, als zelfs de notebomen in de kloostertuin reeds getooid waren met prille, rossige blaadjes, nog geruime tijd op haar bladeren wachten, deed vervolgens, ongeveer in de periode dat de nachten het korst zijn, vanuit de balderbundels de matte, witgroene stralen opbloeien van haar zonderlinge bloesem, die zulk een suggestieve, zulk een tegelijk drukkende en pikante geur verspreidden, en liet in oktober, nog nadat fruit- en wijnoogst achter de rug waren, in de herfstwind uit haar geleidelijk geel wordende bladerkroon de stekelige vruchten vallen, die niet ieder jaar rijp werden, waar de jongens uit het klooster elkaar om in de haren zaten, en die door de uit Frans-Zwitserland afkomstige subprior Gregor op zijn kamer in het haardvuur gepoft werden. (5)

Een heel lange zin, maar heel erg mooi. De verteller heeft het hier over een tamme kastanje, waarvan je de kastanjes kunt opeten. De ‘onedele’ paardenkastanje krijgt namelijk veel eerder bladeren en prachtige bloemen. De bloemen in de vorm van heuse kaarsen, rustend op een bladerbed van toorsen. Sorry, ik merk dat de beeldende schrijfstijl van Hesse mij aansteekt.

In het fragment verwoordt de verteller wel de hele thematiek van de roman. Het plaatst natuur tegenover cultuur, zinnelijkheid tegenover het geestelijke, maar ook het aardse tegenover het hemelse.

Zo trekt de verteller je het verhaal in om nooit meer te vergeten. De boom komt overigens nog een keer terug als Goldmund terugkeert in het klooster Mariabronn:

Met een teder gebaar raakte Goldmund de stam aan, en bukte zich naar een van de stukgesprongen, stekelige schillen, die, bruin en uitgedroogd, op de grond lagen. (239)

Een mooi spel van de verteller met het onderwerp van de roman, waarbij de kastanje symbool staat voor het verleden van Goldmund. De kastanje die verderop nog terugkomt om te verwijzen naar de loop van de tijd. Het haalt op een aantrekkelijke manier de lezer weer bij de les.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Ronde Maaskamer – Dagje Dordrecht (5)

De ronde Maaskamer in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven van Dordrecht is wel het meest overweldigend. Onbetwist is dit de pronkkamer van het huis en een uiterst verstandige beslissing geweest van een latere bewoner om het prachtige uitzicht vanaf deze mooie plek in Dordrecht optimaal te benutten.

Doris gaat heerlijk op de vloer zitten en kijkt zo aandachtig naar het wisselende uitzicht. Al die langsvarende binnenvaartschepen en in de hemel de voortdurende veranderingen van de wolkenhemel, geven deze plek een continue stroom van beweging en beleving.

Het hartelijke ontvangst en de buitengewoon sfeervolle inrichting van het huis doen de rest. Je voelt je welkom en het huis voelt ontzettend goed aan. Ergens ben je geneigd om te wensen dat je er langer mag blijven en misschien lekker in bed kan kruipen om er te overnachten.

Zo verlaten we Dordrecht weer. Zeker, we hadden nog een paar andere musea willen bezoeken, waaronder het Dordrechts Museum of het Hof van Nederland waar de kiem ligt van het hedendaagse Nederland. Allemaal dingen waar we langsgelopen zijn.

Gelukkig hebben we wel aandacht voor de kiem van de familie De Wit. Hier in Dordrecht bestierden de De Witten jarenlang de stad. De 2 zonen van Jacob, Johannes en Cornelis hebben het land vanuit Den Haag geregeerd, tot ze in 1672 noodlottig ten einde kwamen door het gepeupel. Een standbeeld midden in de binnenstad doet aan deze 2 broers herinneren.

Daarmee is Dordrecht meer dan interessant voor een dagje weg. Eigenlijk kun je er zo meerdere daagjes doorbrengen. Buiten het feit dat bijvoorbeeld in de Grote of Onze Lievevrouwekerk een buitengewoon puik orgel staat en een toporganist speelt. Een weekendje Dordrecht zal daarmee zeker geen straf zijn.

Hoog Catharijne – Op zoek naar Maria (8, Slot)

Misschien is de grootste anticlimax van een bezoek aan het Utrechtse Catharijneconvent wel in het andere gebouwencomplex dat naar de heilige martelares Catharina van Alexandrië is vernoemd: Hoog Catharijne.

Wij lopen terug door de overdekte winkelstraat die we binnengaan waar het kantoor van mijn vader vroeger zat. We lopen de lange glazen overkapping door. Op de vloer liggen dadels, platgetrapt door de voorbijgangers.

Een duif scheert rakelings langs ons. De vaste bewoners van dit winkelparadijs scharrelen hun maaltje bij elkaar. De vogel landt bij de visboer en pikt met zijn snavel zijn lunch op.

De bibliotheek hier is een mooi initiatief. Je kunt hier je boeken achterlaten en gratis nieuwe meenemen, voorzien van een sticker. Ik kan mij nauwelijks bedwingen. Deze boeken wil ik meenemen, zo mooi zijn ze.

Dan nemen we een ijsje bij de grote frietbar voor we de stationshal binnenlopen. Een kinderijsje voor 95 cent met spikkels. De jongen die ze gemaakt heeft, heeft om het hoorntje een papiertje gedaan om het smeltende ijs op te vangen. Maar bij ons verdwijnen ze eerder naar binnen.

Van de mystiek en het religieuze gevoel dat je zou verwachten bij de naam Catharina, zie je hier niet veel terug. Best jammer dat dit in onze tijd zo weinig ruimte heeft. Mystiek in het leven brengt ook heel veel mooie dingen. Dat heb ik wel geleerd bij deze boeiende tentoonstelling over Maria.

Op zoek naar Maria

Dit is de 8e en laatste blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Kitscherig – Op zoek naar Maria (7)

De kitscherige Maria in de tuin. Ze draagt een zwaailicht op haar hoofd en houdt een bloemenperkje in haar hand vast. Het licht knippert, is een oud zeebaken in de Waal geweest. Het zal de schippers hebben misleid…

De film die wat verderop te zien is, komt wat minder goed aan. Het is het Renaissancebeeld van Maria en een andere vrouw (Elisabeth?). De film duurt eigenlijk 45 seconden, maar is vertraagd afgespeeld en duurt dan 10 minuten.

De beelden zijn treffend vanwege de opwaaiende jurken en de bewegingen van de vrouwen waarmee ze iets krijgen van de schilderijen uit de Renaissance. Niet dat het mij zo raakt als bijvoorbeeld de maagd van Elisabet Stienstra, maar het imponeert genoeg.

Net als de laatste zaal. Een Maria met een grote ketting eraan, een rozenkrans, het refereert naar de vele Mariabeeldjes die aan vrouwenkettingen hangen. Het is een installatie van Maria Roosen.

In dezelfde zaal hangen als afsluiting allerlei varianten van Maria uit andere culturen. Bijna elke cultuur blijkt een oermoeder, een Maria, in zich te bergen. Het levert mooie beelden op, heuse iconen, want dat is Maria vooral: een icoon.

De Afrikaanse, Indiase, Chinese en vele andere. Het plaatst Maria in een breed perspectief. Het helpt ook om op een andere manier naar religie en vooral de verering van Maria te kijken.

Het heeft ook iets bespottelijks. Neem bijvoorbeeld de zaal waarin allemaal biechtstoeltjes in een rij staan. Je mag er niet op knielen! Maria en het kind Jezus zie je in deze lange gang in alle mogelijke varianten voorbij komen. Van kitsch tot überkitsch. Het kan niet op.

De enorme galerij aan foto’s aan de andere kant van de wand demonstreert dat Maria nog altijd onderdeel uitmaakt van onze cultuur. Maria in alle varianten, van moeder tot seksbom. Ik zie ze voorbij komen: de Batman-variant, de Barbie-variant of eentje met Kermit de Kikker bij Maria op schoot. Allemaal verwijzingen naar de icoon die Maria is.

Maria is in ieders hoofd de verpersoonlijking van de oermoeder. Hoe je er ook over denkt. De expositie in het Catharijneconvent laat zien dat je er niet omheen kunt: ze zit bij ons allemaal in ons hoofd. Een heus icoon.

Op zoek naar Maria

Dit is de 7e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen het slotdeel: (8) Hoog Catharijne

Virgin of Mercy – Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig