Categoriearchief: kuikens

Zo moeder, zo dochter

Moeders en dochters lijken op elkaar. Dan zie je ze samen door de winkelstraat lopen. Lekker shoppen. Allebei een halve Hema-worst in de hand. Aan de worstloze hand bengelt een bundel plastic tasjes. De logo’s van merken op de tasjes vragen aandacht. Moeder zwiert met hippe merken, dochter minder hip. Of andersom.

Altijd komt er iets meligs uit de tasjes. Iets waar ze verschrikkelijk om moesten lachen. Ze hoeven er maar aan te denken of ze beginnen weer te giechelen. Ze etaleren dat uitgebreid aan het (mannelijk) gezelschap thuis. De meligheid van het dagje winkelen komt even in de huiskamer. Een rare beha, een vreemde sok of een uitdagend blaadje met een plaatje van een even uitdagende man.

Als het tevoorschijn komt is het allemaal net wat minder grappig dan eerder die dag. Ze lachen de teleurstelling weg. De mannelijke toeschouwers trekken een glimlach op de mond. Of ze merken droog op dat het inderdaad grappig is.

De moeder en de dochter die ik aantref op weg naar het werk, lijken eveneens op elkaar. Geen Hema-worsten en een beetje shoppen. Ze zitten samen op het platje in het slootje bij de Boelelaan. Vorige week lukte het dochter nog niet bij mam te kruipen. Nu tuurt ze net zo trots om zich heen uit als haar moeder.

Ze schikt de veren, net als moeder. Haar snavel drukt in het kuikendons. Haar broertje heeft het er niet zo op en zwemt op korte afstand van het platje. De zwemvliezen trappelen in het borrelende water. Dan kijkt hij op en drukt zijn snavel in het dons. Een familietrekje.

Bij het voorbijgaan de volgende dag, zit een reiger op het platje. De kop tegen het lijf gedrukt, alsof er geen nek bestaat. Het geeft de blik iets chagrijnigs. Het water borrelt net zo enthousiast onder het platje vandaan. Maar het enthousiasme van eerst is verdwenen. Zou hij? Nee, het kan niet. Daar zijn ze echt te groot voor.

Het laat me niet los. Tot ik op de terugwag naar huis, ze weer zie zitten. Moeder en dochter. De zoon dobbert vlakbij en laat zijn snavel door het water glijden. Gelukkig.

Oppasmoeder

In de sloot langs de Boelelaan leeft een moedereend met 2 kuikens. Ik zie de dieren nu al enige tijd ronddobberen als ik er naar en van mijn werk voorbijloop. Sinds een tijdje ligt in de sloot een afwateringsponton. Het ding drijft op het water. Het afgevoerde water borrelt er onderuit.

Vaak zit moedereend als een heuse moeder overste op de uitkijk op het ponton. Dan tuurt ze over het water, schudt haar staartje heen en weer en snatert trots over het water van de sloot. De hoge flat aan de andere kant van de Boelelaan echoot de snater even trots terug. Onderwijl scharrelen haar 2 kuikens rond de ponton.

Ze is niet van het platje af te krijgen. Elke dag tref ik haar daar aan. Ze is gek op het ding. Terwijl ik haar zo aan het werk zie, schiet een gedachte binnen. De jonge dieren zitten er zo rustig te eten. Voor voedsel zijn ze niet meer van haar afhankelijk. Hoogstens om de graze weiden te vinden. Maar in deze sloot zit dat wel snor.

Moeder eigenlijk niet veel meer is dan een oppas. Haar aanwezigheid houdt de roofdieren op een afstand, maar van een wezenlijke opvoeding is geen sprake. Ze drijft daar op dat ponton en snatert eens wat. Niet dat die kleine diertjes zich daar iets van aantrekken. Het is eerder een bevestiging. Zij gaan hun eigen weg, dicht bij moeder die niet veel meer is dan een oppas.

Jonge merel

Met afgrijzen en bewondering zag ik een tijdje terug hoe Jan Wolkers een jonge merel grootbracht. Hij zei zoveel jonge vogels te hebben opgevoed dat ze hem zonder problemen met z’n allen naar de hemel kunnen vliegen. Ik vroeg me af hoe je zoveel merels bij elkaar kunt vinden. Ik had nog nooit een mereljong kunnen redden uit de klauwen van ekster of kat. Tot ik gisteravond ineens een hoog gegil uit het nest in onze voortuin hoorde komen.

Het was mij zonneklaar: de kat had beet. Eindelijk, al dagen loerde hij op het nest. Herhaaldelijk hebben wij hem weggestuurd, maar hij bleef geobsedeerd door het nest van de merels. Ik ontdekte het nest laatst. Het viel mij op dat er veel activiteit was in het bosje bij ons voorraam.

Toen ik een paar dagen later een deel van de plantenweelde inkortte vloog een angstige merel mij in de haren. Hier zat dus een nest. Een paar dagen geleden zag ik de hongere monden en hoorde het piepen van de jongen.

Tot gisteravond. We wilden net naar bed gaan. Het hoge gegil kwam boven alles uit. Ik holde naar buiten en zag een jonge merel weghippen. Inge ving het diertje even later. We zochten een krat om hem in te laten overnachten en legden er een handdoek overheen. Inge speurde op internet wat je zo’n diertje moet geven.

Ik ging naar buiten om te zoeken naar andere overlevenden. Voor mijn voeten schoot nog een jong weg. Hij dook in de bosjes en ik heb hem tot mijn grote spijt niet meer gezien. Lang ben ik de bosjes afgegaan en scheen bij met een zaklampje. Het slachtoffer heb ik niet kunnen achterhalen.

Inge haalde ondertussen kattenvoer bij de buren. Daarna voerde ze het beestje. Ze kunnen grootworden op kattenvoer, alleen blijft het verstandig de vogelbescherming in te schakelen. De jonge merel vraagt namelijk best veel zorg en dat is lastig te combineren als je allebei overdag werkt.

Vanmorgen was ik aan de beurt en mocht de vogel voeren. Het ging er snel in. Het bekje bleef maar opengaan. De happen kattenvoer vlogen achter elkaar door de opengesperde snavel. Zo’n diertje maakt nog een flink kabaal binnen. Een parkiet kan daar nog veel van leren.

Zo voelde ik mij even een Jan Wolkers, die zachtfluitend een mereljong voert met natte stukjes brood, wormpjes en een half vergane aardbei. De hoeveelheid jongen die ik mocht redden uit de klauwen van de buurtkatten en grijpgrage snavels van eksters en kauwtjes, is met één een beetje magertjes. Maar je weet nooit wat je nog vindt in een mensenleven.

Het eendje

Op Eerste Pinksterdag zag ik moedereend met liefst 6 kuiken om zich heen dobberen. De kleintjes waren net uit het ei gekropen, zo fijngebouwd en zacht zagen ze eruit. Gisteren bij het lopen over de gracht met de honden, zwom moedereend met slechts 1 nakomeling achter zich aan.

De verklaring van deze reductie in 5 dagen tijd, liet niet lang op zich wachten. Wat verderop in de gracht gooide iemand brood voor de eendjes in het water. Moedereend zag het, vloog op en liet haar jong in de steek. Het diertje piepte hoog en trappelde als in een versneld tekenfilmpje met de pootjes in een schietvaart vooruit.

Het mocht niet deren. Moeder genoot 100 meter verderop van de broodkruimels terwijl haar kleine naar haar zocht. Ondertussen vloog een kluw kokmeeuwen over het water. Het waren niet de gevaarlijksten weliswaar, maar gevaarlijk genoeg voor het prille leven. Het dier schoot nog altijd vooruit als een speedboot en liet een smal spoor na in het water.

De meeuwen hoorden het gepiep en keken aandachtig over het water. Ze kregen het lekkere hapje in de gaten. Het zwom in hun snavel. Niet het water liep in de mond, maar het eten zelf peddelde erin. Ze vormden zich tot een heuse aanvalsformatie en trokken vlak over het water. De poten raakten bijna het wateroppervlak, de snavel scheerde als een schorpioen vooruit.

Het eendje verdween uit mijn zicht toen de meeuw overvloog. Waar het dier was, geen idee. De vogel had hem niet. Ik speurde over het water en zag het kuiken iets verderop bij de waterplanten weer opduiken. Hij was zijn vijand te slim af geweest door onder water te duiken. Hij peddelde opnieuw heel snel met de pootjes. Het diertje vloog piepend en pijlsnel in de richting van zijn moeder. Volgegeten en opgelucht zwom het herenigde gezin verder.

Wachten op de volle dis

bij het nest van de meerkoet
De reiger wacht op de rijke voorjaarsdis

Voor de reiger toont het voorjaar zich als een volle dis. Overal ligt het eten voor het oprapen. Je hoeft er maar even op te wachten en het is daar. Hij staat aandachtig bij het nest van de meerkoetjes. De eieren zijn uitgebroed. Het nest oogt leeg. Wat niet is, kan komen, denkt de reiger. Hij hoeft alleen maar te wachten.

kuikens meerkoet
Jonge meerkoeten worden door ouders gevoerd

Wat verderop drijft het gezin meerkoet. Uitgebroed dobberen de kuikens op het water. Vader en moeder trekken het ene kleinood na het andere uit het water. Gretig happen de jongen toe. Bij het nest wacht de onaangename verrassing op het gezin. De dis zwemt volgevreten terug. Nog even geduld.

Eitjes op barsten

image
Eieren van de meerkoet bij de Hortus van de VU

De eitjes in het nestje bij de Hortus van de VU staan op barsten. Elk moment kunnen de kleine meerkoeten eruit komen. Ik liep er vandaag weer even voorbij in de middagpauze. Ook nu wisselde het verse echtpaar van dienst. Het leek alsof mijn pauze erop was afgestemd. Dit keer kregen ik en de camera op mijn telefoon het volle uitzicht op de eitjes.

meerkoetkuikentje
Jong meerkoetje in nest bij Hortus VU

Wat verderop zag ik het vervolg. Om het hoekje, een eindje het water in stak een ander nest mooi boven de waterspiegel. In dit nest zaten 2 meerkoetkuikens. De dapperste durfde al zelfs het taluud te nemen voor een duik in het water. Zijn moeder drukte hem weer netjes terug voor hij het water bereikte.

En zo ontstaan gezinnetjes in het slootje naast de Hortus. Het voorjaar kruipt, piept en dobbert overal rond. Wat heb ik naar dit moment uitgezien.