Categoriearchief: kraaien

Kraaiennest

image

De vogels krijgen de kriebels. Vanaf mijn werkplek zie ik een koppeltje kraaien druk de takjes en twijgjes van de bomen voor het raam weghalen. Heel behendig pakt de kraai een takje en draait het rondjes om het los van de tak te trekken.

Het ziet er schattig uit. De zware kraai balanceert op het smalle takje. Hij lijkt elk moment naar beneden te storten op het plekje waar normaal de meesjes zitten.

Ze verzamelen nestmateriaal en vliegen af en aan naar de boom iets verderop bij het water. Ze gaan er niet rechtstreeks op af, maar met een boogje. Een eindje over de plas. Zo misleiden ze eventuele vijanden en houden ze op een afstandje.

Wat later een harde klap op het raam. Het lijkt wel of er een vogel tegen het raam vliegt. Ik kijk op en zie de kraai voor het raam staan. Hij wil naar binnen. Blijkbaar ligt er best aantrekkelijk nestmateriaal op de vensterbank.

Verstopte dakgoot

image

Ergens in de zomer begon het: bij een hoosbui overstroomde de dakgoot. Eerst dachten we nog dat het aan de hoosbui lag, maar later overstroomde hij ook als het een normale bui was. Dagen na de regenbui was de dakgoot gevuld met water.

Misschien zit het bovenin, dachten we. Uit het raam hangend, trok ik met een bezem langs het verbindingspunt tussen dakgoot en afvoer. Het water klotste over de rand van de goot heen. Er gebeurde weinig. Alleen stroomde het water royaal langs de afvoerpijp naar beneden. Aan het eind van de dag was de goot leeg.

Bij elke regenbui kletterde het water de 7 meter uit de dakgoot naar beneden. Op de hoek het ergste. Daar stroomde een heuse waterstraal naar beneden. Midden in de verse grond van het moestuintje in aanleg. De grond klonterde binnen een week samen tot een amorfe massa.

De kauwtjes lieten zich afschrikken door het kanaal voor hun huis. Ik zag ze met een plons het water induiken en in de holte onder het dak verdwijnen. Die kwamen vrijwel dagelijks met een nat pak thuis.

Misschien moet je het vuil er bovenin uithalen, zei Inge. Ik zette de trap dapper neer en zou die klus wel even klaren. De trap haalde de dakgoot niet. Ik probeerde een dappere poging maar ontdekte ergens halverwege dat de goot wel erg hoog was. Ik liep langs het raam van de eerste verdieping. Het was nog een hele weg. En hoe kon ik ooit in die dakgoot kijken als ik op de bovenste trede stond. Ik droop weer af naar beneden.

Nog een poging een dag en een regenbui later, kwam ik een paar tredes hoger. Maar het was nog altijd niet hoog genoeg. Het werd tijd voor rigide maatregelen. ‘Straks moet de hele boel uitgegraven worden’, zei ik. Ik zag de bui al hangen.

Een kennis zou wel even kijken en er iets opleggen zodat de bladeren niet meer in de afvoer zouden komen. Hij kwam niet, maar de overstromingen bleven en werden zelfs iedere keer sterker. Met een aardige bui, hoosde de goot over en viel een flinke plons water recht naar beneden. De verse grond van de moestuin spatte op. Zo sterk dat de muur onderop helemaal zwart zag.

Dat kon echt niet. We moesten maar een ander middel inzetten en op zoek naar een loodgieter die voor ons wilde kijken. Ik kreeg rode dollartekens in mijn ogen. Dat zou geld gaan kosten. Een eigen huis levert meer ellende op dan voordeel, dacht ik. De hypotheek drukt zwaar op de maandelijkse lasten. En het levert weinig op. Bovendien mag je bij elk wissewasje mannetjes bellen in de hoop dat zij het voor een acceptabel bedrag oplossen.

Inge ging aan de slag, belde het ene bedrijf na het andere. Niemand kon een prijsindicatie geven – we moeten het zien voor we iets kunnen zeggen –, tot iemand uit Amstelveen het wel voor 130 euro wilde doen. Na afloop contant betalen. Die middag was nog wel een gaatje.

Ze had het geld net gehaald en het busje stond al in de straat. Helemaal geen ladder of afvoerdekseltje. ‘Mevrouw het heeft helemaal geen zin om zo’n ding te installeren. Dan kunt u elk jaar bladeren uit de dakgoot scheppen.’ Hij keek met afgrijzen naar boven en pakte ee n boor. Hij draaide een gat in de afvoer, hengelde er wat troep uit. ‘Mevrouw pas op’, riep hij nog. Waarna het water uit het kleine gaatje spoot zoals bij een brandweerspuit. Het hele stukje stoep voor het huis lag onder water. Tot aan de drempel van de voordeur stond het.

Daarna wurmde de loodgieter een ontstopper door het gaatje in de afvoer. In de bocht van de afvoer had zich een enorme massa bladeren en ander vuil verzameld. Hij moest er flink voor duwen en trekken om het eruit te krijgen. ‘Ik denk dat ik erdoor ben’, zei hij. Daarna liet hij een gieter water leeglopen in het boorgaatje. Het liep weg.

Hij incasseerde de 130 euro en gaf zijn garantie. Als de goot nog steeds verstopt zit, komen ze terug. En verdween van het werkje. Een halfuurtje was hij bezig geweest. Ik had het er niet zelf voor kunnen doen. Hoeveel tijd zou ik er niet mee bezig zijn geweest? Daar wil ik even niet aan denken.

Broodzakje

De donkere kop drukt de snavel in het plastic zakje. Vervolgens maakt hij zich los van het zakje en hakt flink in het plastic. Beducht van alles wat voorbij komt. Ik fiets langs. Zie hem druk in de weer. ‘Zo jij hebt mazzel’ , mompel ik. Het kauwtje vliegt op van zijn prooi. Ik weet niet of het van mij komt of van de bus die met hoge snelheid voorbij raast.

Als ik even later terugfiets omdat ik het zakje met kraai dolgraag op de foto wil hebben, zit een ekster op het zakje. Zijn klauwen grijpen in het plastic. Hij hakt wat kalmer. Met minder driftige bewegingen dan het kauwtje. Ook hij vliegt op als ik te dicht bij hem kom. Zo ligt het zakje daar eenzaam.

Een meeuw vliegt voorbij en kijkt of de kust veilig is. Een rode spitsbus rijdt over de brug en de meeuw ziet weinig kans. Het zakje boterhammen is duidelijk verloren door een fietser die over de bus reed. Uit de rugzak gevallen of op een andere manier kwijtgeraakt. Een kraai heeft een plekje gevonden in de boom bij de brug. Ik weet dat hij toeslaat als ik weg ben.

Konijnenbout


De konijntjes schieten weg als ik bij het Muiderstrand kom aanlopen. Soms zitten er hele jonge bij. Ze huppelen vlak langs mijn voeten de bosjes in. Kleine gaatjes tussen het lage struikgewas vertellen de verstopplekjes. Als ik voorbij ben, springen ze even snel weer op het fietspad.

De honden zijn de blauwalg ontvlucht. De baasjes eveneens. Soms fietst een wielrenner voorbij. Verder gebeurt hier weinig. Zeker als de lucht dreigend zijn donkere vuist opsteekt in de vorm van een grijze wolk.

Ik ren verder. In de bosjes zitten een paar kraaien. Hun spitse snavels verraden dat het echt kraaien zijn en niet hun kleinere neefjes, de kauw. 1 kraai hakt flink op de grond, trekt iets omhoog en beweegt zijn snavel snel om het naar binnen te werken. Het ziet eruit als vlees.

Hij vliegt op als ik wel heel dichtbij kom en kijkt me met een spijtige blik aan. Hier was iets moois aan de gang. Ik kijk in het gras, vlak voor een kleine opening in het lage struikgewas. Hier ligt een klein konijntje half opgepeuzeld.

Het vlees blinkt vers. Het oogt alsof het zojuist panklaar is gemaakt door de slager en in de toonbank is gelegd. Alleen het prijskaartje ontbreekt. En de vacht bovenin de verse konijnenbout verraadt dat het een zojuist veroverd konijntje is. De spieren van de been worden juist opgepeuzeld door de kraaien.

De kraai die van een afstandje toekeek, ziet nu genoeg kans. Ik ben ver genoeg voorbij de plek des onheils om toe te slaan. Hij vliegt op de malse konijnenbout en begint even enthousiast op het vlees te hakken. Tot een luide kraaienschreeuw hier een einde aan maakt. De door mij verjaagde kraai, grijpt zijn maaltje weer terug en geeft zijn soortgenoot een flinke haal.

Zo gaat dat met lekkere maaltjes. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

Idylle van koppeltje houtduiven in regen

De regen maakt triest. Vanuit het raam van mijn studeerkamer kijk ik al een uurtje uit op een koppeltje houtduiven. Ze wiegen rustig op en neer op de dikke tak van de boom voor het raam. De bladeren van de boom zouden ze moeten beschermen tegen de regen. Ik betwijfel of dat inderdaad zo is.

Ik kijk aandachtig hoe de 2 daar zitten. Tegen elkaar gedrukt deinen ze mee op de wind. Soms wiegt de tak vervaarlijk op en neer. Dan balanceren de grote lichamen op de tak. Ik zie hoe de staart wat naar beneden zakt. Zo herstelt het evenwicht zich snel daar op die tak op een meter of 10 boven het water van de gracht.

Als de regen wat vermindert, begint een duif zijn veren wat op te schikken. Af en toe dwarrelt een donsveertje naar beneden. De wind pakt het veertje snel op en trekt het de gracht in. De andere duif krijgt ook het idee de veren te schikken. En zo zitten ze daar met z’ n tweeën de veren te schikken.

Ik weet ook niet wat het is, maar ineens zijn ze weg. Terwijl ik opkijk van het computerscherm zie ik de 2 niet meer zitten. Een kauwtje landt op de tak die beweegt op het ritme van de wind. Het dier gaat zitten op de plek van de 2. De poten grijpen de gladde aanslag rond de tak.

Terwijl hij zo voor zich uit staart, hervat de regen weer zijn val. Inderdaad, regen maakt triest en haalt zelfs de laatste idylle uit de boom.

Kauw en kauwtje

Uit het raam kijk ik en zie hoe een zwarte merel in het gras voor de gracht iets te eten heeft gevonden. Een kauw ziet het dier blijkbaar eten en duikt erop af. De merel maakt plaats voor de meerdere en kijkt lijdzaam toe hoe de kauw zijn maaltijd in 1 hap wegslikt.

De kauw vliegt recht omhoog en geeft een gil. De iets lichtere kop kijkt opzij en een ander kauwtje komt eraan gevlogen. Ze landen vrijwel gelijktijdig op de tak die ongeveer even hoog is als ik sta. Ik zie hoe de donkere kauw de grijze variant te eten geeft. Het kleinere kauwtje slikt het eten snel weg, slaat zijn vleugels wijd uit alsof hij een aalscholver is en wappert met zijn vleugels.

De kop oogt inderdaad jonger dan de andere kauw. De veertjes donzen nog omhoog, de nek ziet kwiek en breekbaar tegelijk uit. De oudere kauw kijkt treurig naar beneden. De jongere kijkt met precies dezelfde houding. Het nekje een beetje krom. De snelle hap is gegeten.

Vader veegt zijn snavel aan de tak af en doet hetzelfde aan de andere kant van de tak met de andere kant van de snavel. De jongeling volgt het voorbeeld en veegt met precies dezelfde 2 halen de snavel af.

Vader pikt haastig in de donsveren op de borst. Ik zie de zoon kijken en als een aap het gedrag van de ouder imiteren. Ook hij schikt haastig zijn verenpak. De stropdas recht, klaar voor het bezoek. Als de ouder een hoge krijs gilt, kijkt de zoon op uit zijn arbeid.

Vader vliegt op, iets omhoog en scheert dan in een duik over het water van de gracht. Als hij op het diepste punt is, trekt hij op en vliegt tot de daknok van de huizenrij aan de overkant. De zoon volgt bijna synchroon. Hij scheert het water over en trekt net zo vlotjes omhoog tot de nok van het dak. Daar kirren ze even gezellig met elkaar.