Categoriearchief: kloosterkerk

Hoe facebook je kan raken

Kan facebook je raken? Zeker. Het overkomt me zeker een paar keer per week. Daarmee behoort het social network tot uitingen als het boek, een concert of een film. Laat ik eens een voorbeeld geven: de muziek van Arvo Pärt.

De organist Kees van Eersel vertelde een paar dagen geleden op facebook hoe hij zijn vingers stukspeelde op een orgelstuk van Arvo Pärt. De dominee van de Haagse Kloosterkerk vroeg of hij het stuk Mein Weg hat Gipfel und Wellentäler wilde spelen in de dienst van 2 oktober.

Een verzoek dat duidt op een goede muzikale smaak. Al klaagde Kees van Eersel over de korte tijd die hij had zich het stuk eigen te maken. Want het is zeker niet makkelijk. De snelle dalende en stijgende tremolo’s en het hoge tempo vragen om veel aandacht en oefening.

Ik kende de compositie niet en zocht op youtube naar een uitvoering. Het pakte me gelijk.  Misschien zorgen de foto’s van de Alpen en de eenzame bergklimmer voor de juiste sfeer. Het idee van de mens op de toppen en dalen van het leven, begreep ik. Je kunt niet voortdurend op de top blijven staan, want dan zie je niet dat je op de top staat. Zo zorgde de ogenschijnlijk nietszeggende opmerking van Kees van Eersel voor een mooie ervaring.

Overigens speurde ik gelijk verder naar werk van Arvo Pärt. Jaren terug kon ik al die commotie over de muziek van deze Estse componist niet begrijpen. De uitvoering van Pari intervallo op het derde festival Min of meer minimal, haalde me over meer van hem te beluisteren. Zo heb ik nu weer zijn Spiegel im Spiegel beluistert. Een indrukwekkende compositie voor piano en viool die een sfeer van melancholie en weemoed oproept. Ronduit prachtig en treffend. Wat mij betreft kan die zo mee in de dienst van de kloosterkerk.

Stralend concert van Jan Hage op zijn orgel in de Haagse Kloosterkerk

Toehoorders luisteren naar het concert van Jan Hage in de Kloosterkerk

De forse Fantasie en fuga in g, het koraalvoorspel Allein Gott in der Hoh’ sei Ehr’ en tenslotte een improvisatie op dezelfde koraalmelodie. Al zag ik zelf meer overeenkomst tussen het openingsstuk en de improvisatie. Dat kwam door het improvisatorisch karakter in de uitvoering Bach en de monumentaliteit van de improvisatie. Jan Hage heeft vanmiddag in de Haagse Kloosterkerk de oren alle hoeken en gaten van orgel en kerk laten horen. Want wat is het orgel van Marcussen mooi en wat speelt Jan Hage gedreven en vakkundig. Ik was in elk geval onder de indruk.

Improvisatorische interpretatie
De grote fantasie en fuga in g, BWV 542, foutloos spelen is haast onmogelijk. Jan Hage gaf echter in zijn spel een improvisatorische interpretatie. Hierdoor ging een stukje van de accuratesse verloren,
maar daar kreeg je enorm veel enthousiasme voor terug. Het begon al met het openingsakkoord dat als een paukenslag in de kerk viel. Vanaf dat moment greep Jan Hage de toehoorder bij de kladden. De Fantasie is een akkoordenspel waarbij de spanning tot het uiterste wordt opgevoerd. De dissonanten hebben een essentiële functie in deze spanning. Ze klonken in het neobarokke plenum van het orgel van de Kloosterkerk overweldigend.

Ritmisch vernuft
De Fuga barst van de energie, terugkerende motieven, ritmisch vernuft en snelheid. Jan Hage gebruikte de Fuga om de kracht en vooral de grenzeloze verscheidenheid van het orgel te demonstreren. Hij weet natuurlijk ook wel hoe hij moet registreren. Zo liet hij de sesquialter van het rugwerk werkelijk blinken bij het koraalvoorspel van Bach. Zeker in combinatie met de plek die je als toehoorder hebt, haaks op het orgel. Dat zorgt ervoor dat je het instrument van Marcussen in het ene oor direct hoort en in het andere indirect. Het leverde voor mij een intense beleving van de helderheid van dit register op. Het klinkt zilverachtig en eerlijk, alsof een engeltje in je oor blaast.

Toetje
Het toetje van dit 3-gangenmenu dat Jan Hage opdiste voor zijn publiek was overweldigend. Hij demonstreerde niet alleen zijn kunde, maar ook zijn kennis van het instrument. Het thema dat hij koos, Allein Gott in der Höh’ sei Ehr’ kon ik niet zo snel uit dit muzikale vuurwerk halen. Maar het enthousiasme en de
vrolijke ritmes toonden dat een orgel meer is dan een contrapunctisch en stijf instrument. Het plezier in het improviseren spatte van het orgel. En daar houd ik van, als op iedere hoek van de muzikale weg een nieuwe verrassing staat en je alle hoeken en gaten van instrument en ruimte te horen krijgt. Het einde zou bij menig organist in een bombastische orgie eindigen. Bij Jan Hage gebeurde dit niet. Ergens klonk het einde als een verrassing. Alsof om de hoek nog een rij tonen staat die je nog een mep na geeft.

En dat alles in het halfuurtje van de lunchpauze.

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik te wijzen op het jubileumconcert van de Stichting Kunstcentrum Kloosterkerk op zaterdag 4 september om 16.00 uur. Kijk voor meer info op http://www.kunstcentrum-kloosterkerk.nl/.

De regen kleurt concert Ines Maidre in Haagse Kloosterkerk

Het goot voor en tijdens het concert van Ines Maidre op het orgel van de Kloosterkerk in Den Haag. De regen moest ik trotseren om bij de Kloosterkerk te komen. Dezelfde regen kleurde het concert. Terwijl de organiste uit het Noorse Bergen speelde, kletterde de regen op het dak en joegen de windvlagen de regendruppels ook nog eens tegen de ramen. Het gaf het concert een extra jus. Maidre is niet alleen een organiste van formaat, ze bespeelde het Marcussen-orgel met flair en respect.

Zeker, haar achtergrond met leermeesters als Hans Fagius speelt ongetwijfeld een rol bij het prachtige recital dat ze vanmiddag in Den Haag gaf. Het concert is voor Ines Maidre onderdeel van een toer door Europa en Nederland deze zomer. Zo speelde ze laatst nog ib Tholen en zal ze overmorgen een concert geven in Vlissingen.

In Den Haag speelde ze organiste die van origine Estlandse is en tegenwoordig les geeft aan de Grieg academie in het Noorse Bergen, werken van Boehm, Sweelinck, Sueda, Buxtehudem Slogedal en Bach. Maidre begon het concert een beetje aarzelend. Misschien werd ze in verwarring gebracht door de enigszins ontstemde tongwerken. Ongetwijfeld veroorzaakt door het weer. De Preludium en Fuga in C kwam er daardoor niet uit zoals het zou moeten, maar nog buitengewoon acceptabel.

Snel hersteld
Gelukkig herstelde ze zich snel, de Fantasie in a van Sweelinck klonk erg mooi, met de sexquialter van het rugwerk als sterke uitkomende stem en de prestant van het hoofdwerk als echo. De Pastorale van Peeter Suda leverde een ingetogen bijdrage aan het concert. Dan blijkt ook dat ondermeer de diepe tonen van de Subbas in het pedaal heel mooi, bijna romantisch zou ik haast zeggen door de kerkgewelven klonk. In combinatie met het gure weer buiten, maakte het een bijna mystieke sfeer los.

Toporgel
Want wat is het orgel van de Kloosterkerk een toporgel! Daarvan wist Ines Maidre me zeker te overtuigen. Zeker ook toen ze de Ciacona in c van Buxtehude speelde. Muziek die past bij dit neobarokke instrument. Muziek die Maidre speelde zoals het moet: met veel registratiewisselingen en tempowisselingen. Het klonk op het orgel van de Kloosterkerk krachtig, stoer en ingetogen tegelijk.

Variaties
Bij de variaties op het Noorse volkslied ‘A hvor salig skal det blive’ greep Ines Maidre opnieuw de kans om het Marcussen-orgel uit 1966 ten volle te demonstreren. Zeker de delen met de fluiten en de nabootsing van de ‘langeleik’, een Noors nationaal instrument, klonken erg overtuigend. Daarmee liet Ines Maidre horen dat het orgel in de Kloosterkerk zich goed leent voor moderne orgelmuziek. Het motief van het zoals Slogedal dat opzet bij het vierde deel, Langeleik, zet door in het vreugdelied aan het eind. De opbouw was ijzersterk en Ines Maidre wist de finale met veel kracht en bravoure over te brengen.

Registratiewisselingen
Het sluitstuk van het concert, Bachs Praludium en fuga in D BWV 532, speelde de Estlandse met bijna evenveel registratiewisselingen als Buxtehudes Ciacona. Ze beheerste het instrument tot in de puntjes. Ook de registraties waarbij het plenum met de mooie tongwerken goed benut wordt. De wisselingen bijvoorbeeld met een korte solo op de regaal van het borstwerk zorgden voor veel variatie en verrassingen.

Prachtinstrument en prachtinstrumentaliste
Ines Maidre wist goed dat ze een prachtinstrument bespeelde en benutte de mogelijkheden van het orgel ten volle. Daarmee zorgde ze dat het concert het hap snap niveau flink oversteeg. Het verdient veel lof, want ik ging weg met een prachtige indruk van orgel en organiste. Een prima samenspel van instrument en instrumentaliste. En buitengekomen was het zelfs weer droog.

Het suizen van de orgelwind in Haagse Kloosterkerk

Het suizen van wind, oorverdovende bulderen van de storm en luide trommelen van de orkaan. Het orgelwerk Pneeo van Daan Manneke heeft dit alles in zich. De bezoekers van het pauzeconcert hoorden het vanmiddag in de Haagse Kloosterkerk. Organist was Rien Balkenende uit Middelburg. Zo’n concert van 30 minuten geeft een mooie invulling van de middagpauze.

Aan mijn neus voorbij

Tot vandaag gingen de concerten om 12.45 altijd aan mijn neus voorbij. Zonde, zo merkte ik vorige week toen ik de kerk binnenkwam toen het concert net voorbij was. Daarom zette ik het in mijn agenda. De Zeeuw Rien Balkenende uit Middelburg gaf een concert met 3 Engelse componisten en de Nederlandse contemporaine componist Daan Manneke. Het stuk van de laatste vormde het klapstuk van het concert. Pneeo hoor je niet zo vaak, maar het buit de mogelijkheden van het orgel wel uit.

Herbert Howells

De concertgever opende met Een Psalm-prelude van Herbert Howells over psalm 33. Echte Engelse kathedraalmuziek die ook in de ruimte van de Kloosterkerk prachtig klinkt. De tongwerken versmelten ook heel fraai met het plenum waardoor het tutti overweldigend klinkt, maar niet
overdonderend. Wat Howells vooral sterk maakt zijn de stevige akkoorden en disharmonien die vervolgens heel mooi oplossen in oorstrelende akkoorden. Het blijft echter wel een uitvoering op een neobarok-instrument waardoor het brede van Howells niet altijd even sterk overkomt.

Idyllisch en romantisch

Hetzelfde geldt voor de Chorale-prelude on Rockinham van Hubert/Parry. Dit stuk klonk heel idyllisch en romantisch, waarbij fluiten en prestanten een heel mooie combinatie vormden. Zeker ook omdat de cantus firmus zo sterk klonk, verfraaid met een fluit waarmee Rien Balkenende de bovenstem speelde. Voor de indirecte versmelting met de ruimte zoals dit in de Engelse kathedralen wel gebeurt, is het Marcussen-orgel veel te direct. Dergelijke effecten zijn bijna niet te realiseren op een orgel die op 1 plek staat en niet zoals in Engeland over meerdere plaatsen in de kerk verspreid staat opgesteld.

Moeite met Ligeti

De meeste moeite had ik eigenlijk met de Eerste etude voor orgel van Ligeti. Dit werk bevatte voornamelijk harmonien die langzaam ontstonden door de registertrekkers traag open te trekken. Een interessante opgave voor een registrant, maar iets te los en experimenteel voor de toehoorder. Een duidelijke boodschap klonk er niet in door. Het was meer het effect om het effect. Grappig en losjes, dat wel. Aan het gegrinnik in de kerk te horen hadden sommige toehoorders hier wel moeite mee.

Zwaar

Ze zouden het zwaar krijgen bij het laatste stuk: Pneeo van Daan Manneke. Het is een monumentaal stuk van een componist die de mogelijkheden en de traditie van het orgel goed kent. Daan Manneke een geboren Zeeuw, net als Rien Balkenende, speelt in dit stuk met lucht, dynamiek en zoekt de grenzen van het instrument op. Zeker als je weet dat Manneke zich liet inspireren door een windorgel dat op de dijk bij Vlissingen staat. De pijpen waarlangs de wind scheert leveren telkens weer nieuwe geluiden en klankcombinaties op. Manneke heeft dit fraai weten om te zetten in dit bij tijd en wijle zelfs bombastische solowerk voor een pijporgel.

Orgelwind

Het orgel dankt zijn geluid aan dezelfde wind. Door hiermee te spelen levert dat verrassende effecten op. Juist dit experimentele draagt het stuk Pneeo. Rien Balkenende wist dit erg goed over te brengen. Zo goed zelfs dat de giechelende Amerikaanse toeristes voor mij stil werden. De fluctuaties van de windmotor van het orgel waren soms goed te horen. De tongwerken kwamen heel sterk tot uitdrukking en ik ontdekte dat het Marcussen-orgel in de Kloosterkerk echt een mooi instrument is. Het leent zich uitstekend voor dergelijke contemporaine uitbarstingen.

Weer buiten

Ik stond een halfuurtje later weer buiten. De bus vloog bijna uit de bocht, de tramwielen schuurden de hoek om en een auto zocht een gaatje tussen het andere verkeer. Wat is het dan lekker om in je pauze je oren te onderwerpen aan een kakofonie van orgelklanken en klankkleuren. Rien Balkenende slaagde er goed in om deze mix van luchtigheid, humor en zwaarte op zijn publiek over te brengen.

Volgend concert

Het volgende concert is op 21 juli met Henk G. van Putten uit Kapelle. Ik werk jammergenoeg niet op de dag. Ik probeer het concert op 4 augustus wel mee te maken. Dan speelt Ines Maidre uit het Noorse Bergen. Dit belooft wel een langer programma te worden, op haar website staat een aantal werken die samen zeker wel een uur in beslag nemen.

Kijk voor meer informatie over de lunchpauzeconcerten in de Haagse Kloosterkerk op www.kunstcentrum-kloosterkerk.nl

De kat en de Jacobuskerk

Als je midden in het centrum van Den Haag werkt, leer je in de pauze de binnenstad kennen. Vlak achter de Lange Voorhout en de Kloosterkerk, loopt de Parkstraat. In de Parkstraat trekt de neogotische toren van de Sint Jacobuskerk. Een bouwwerk van Pierre Cuypers.

De toren (bovenste 2 geledingen) van de Sint Jacobus van een grotere afstand gezien


Aanvankelijk vond ik het een lelijke toren, de onderbouw is mooi en trekt goed in het oog, maar dan volgen 2 veel te korte geledingen. De middelste lijkt in elkaar geperst en de laatste geleding onder de enorm hoge torenspits is zeshoekig van vorm. Toen ik er een paar weken terug vlak langs liep, bedacht ik dat de 2 geledingen te dicht op elkaar zitten. Je zou verwachten dat ze veel hoger zouden zijn. Nu komen ze enigszins gedrongen over op de toeschouwer.

Verder perspectief
Toch klopt die eerste indruk niet, heb ik ontdekt. Zeker vanuit een verder standpunt gezien, breken de 2 relatief korte geledingen de lengte enorm en wekken zelfs de indruk dat de toren hoger lijkt dan ze is. Bovendien bevat de toren allerlei speelse neogotische elementen, onmogelijke deurtjes, raampjes en dakkappeltjes. Een lust om bij te fantaseren.

De achterkant, gezien vanaf de Willemstraat (over het muurtje)

De kerk is verder van buiten een feest voor het oog. Ik ben vanmiddag in de pauze maar eens rond het gebouw gelopen. Zeker ook de achterkant van neogotische bouwwerken, vind ik heel leuk om te zien. Het is bijna nooit het belangrijkste gezichtpunt van de kerk, alle aandacht wordt opgeeist door de facade aan de voorzijde van de kerk, vaak in combinatie met een indrukwekkende toren.

Achterkant
De achterkant van de Jacobuskerk in Den Haag, aan de Willemstraat wordt niet weggenomen door een huizenrij. Alleen een hoge stenen muur begrenst de achterzijde van het godshuis. Een klein speels torentje zit tegen het koor aangebouwd, maar dat hoort niet bij de kerk, maar bij een kapel die er vlak achter gebouwd is. Vervolgens is aan de straatkant een huis gebouwd, waar in vroeger tijden flink wat priesters hebben gezeten en nu waarschijnlijk een oudere pastoor een eenzaam leven slijt.

Het huis dat aan de kerk grenst aan de Willemstraat

Ik stond zo te kijken naar de neogotische schoonheid. Het bruine baksteen, de goedkope oplossingen die soms bedacht zijn, zeker op plekken waar het oog moeilijk bij komt. Tegelijkertijd is het alles gemaakt met een enorme dosis creativiteit. In het rustige straatje liep een jong rood katertje in mijn richting. Hij drentelde traag in mijn richting. Stond eventjes naast mij stil en gaf kopjes tegen mijn been. Het dier probeerde mijn aandacht te trekken, liet zich even strelen, maar liep weer van mij weg, in de richting van de deur van een huis. Ik volgde niet snel genoeg en hij liep weer terug van de deur naar mij en liet zich weer aaien. Hij wilde naar binnen, maar ik beschikte niet over de sleutel.

De zijkant van het huis (links en het torentje bij de kapel)

Wensenwereld
Even wenste ik mij een kat te zijn. Over het hoge muurtje te springen en dan de neogotiek in te balanceren, over de dakgoten en dan het dak op, voorzichtig in de richting van de dakruiter. Maar hij droomde daar niet van, wilde gewoon naar binnen, wat eten en even een tukkie doen. Zo leeft ieder in zijn eigen wensenwereld.