Categoriearchief: kleuters

Gewiekst – #WOT

image

‘Meester Hendrik-Jan kunt u mij tillen?’ Ze vraagt het met een heel lief stemmetje, een beetje zachtjes, vleiend. Ik til haar in de auto en maak haar gelijk vast in het stoeltje, want dat kan ze nog niet. Ze is ook net vier.

Elke ochtend rijd ik als vrijwilliger de kinderen van de buitenschoolse opvang waar Inge werkt, naar school. In oktober genoot ik onderweg van de gouden zonnestralen in de vroege ochtend. Nu zwiepen mijn ruitenwissers in de dichte motregen. Het levert wel weer gedichten op.

Een tijdje terug vertelde ik dat het meisje van vier moeite heeft met instappen in de auto. ‘O, maar bij mij stapt ze gewoon in’, zei Inge. ‘Maar bij jou is de instap lager.’ ‘Nee hoor, ook in de auto waarin jij rijdt, stapt ze zelf in.’ Ik voelde mij een beetje voor de gek gehouden. Zeker ook toen ik hoorde dat het vastmaken van de gordel evenmin een probleem was.

De ochtend erop stond ze weer bij de open autodeur te wachten opgetild te worden. ‘Maar ik hoorde dat je dat zelf kunt’, zei ik in een poging haar te leren het zelf te doen. ‘Maar bij u niet’, gaf ze als antwoord en bleef net zo lang wachten tot ik haar erin had getild.

Een jongedame die het goed voor elkaar heeft. Zij behoort tot die groep mensen waarin je al de toekomstige manager in ziet opstaan. Of het meisje dat met gemak een jongen om haar vinger windt. Hij doet alles voor haar. Zo’n galante jongen, attent en actief om het haar zo goed mogelijk naar de zin te maken.

Het lijkt haar al aardig te lukken, gewiekst als ze is.

Overdrijven in de achtbaan

De achtbaan van Speelpark Oud Valkeveen

De buien dreven over maar de wolken bleven druppelen. We waren buiten. Bij het verlaten van de bus regende het al. En ze speelden eerst binnen, tot ze echt naar buiten wilden. Het personeel zuchtte en kreunde. Regen is voor niemand leuk. Zeker bij een schoolreisje.

De kinderen mochten in de vrije val en daarna in de zweefmolen in de vorm van een bij. Ik vroeg een medewerker of het treintje reed. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar u kunt wel in de achtbaan.’

‘De achtbaan’, krijsten de kinderen. De eerste waren al op weg en liepen inmiddels halverwege de vijver in het midden van het park. Ik hobbelde er achteraan. Andere ouders met kleuters liepen achter mij aan. En zo vormden we een heus rijtje mensen op weg naar de achtbaan. Ondertussen druilde de regen haar sombere liedje verder.

Net op het moment dat ik de trap wilde bestijgen, riep de medewerkster stellig dat de attractie ging sluiten. ‘Dat is ook wat’, reageerde ik verongelijkt. ‘Uw collega zei dat we hier terecht konden en nu gaat u dicht. Er komen nog zo’n 20 kinderen aan.’ Ze trok haar beslissing terug en de kinderen stapten in de slurf.

Rails, wagonnetjes en wieltjes. De achtbaan is net zozeer een trein als het andere ding dat traag door het park rijdt. De rest van de kinderen en begeleiders die achter mijn groepje aan liepen, arriveerde. Ze stapten in en de eerste ronde kon gereden worden. ‘Kom er ook bij’, vond een moeder. Ik liet mij niet uitdagen. ‘Nee, dat ding is echt niks voor mij.’

Een andere moeder die over evenveel heldenmoed als ik beschikte, stond naast me. Het treintje was ondertussen gaan rijden. De slurf met het vrolijke wezentje voorop, passeerde ons. Het stalen geraamte van de achtbaan rinkelde. ‘Jij kan ook overdrijven’, zei ze lachend. ’20 kinderen!’ Ik keek in het treintje en telde 8 kinderen. 2 stonden aan de kant. Het aantal was wellicht verdubbeld in mijn woorden, maar ze zaten er toch in. ‘Ach ja’, vergoelijkte ik mijn overdrijven. ‘Ze zitten er toch maar mooi in.’

Het trein zette zijn afdaling in, nam de bocht en kreeg de diepe slinger naar beneden. Kinderen gilden. Ze gilden net zo hard als 20 kinderen. Net als aan het eind van het ritje, waarbij de kinderkelen riepen dat ze nog wel een keertje wilden. Ondertussen speelde de regen het spelletje mee en begon nog harder op de kinderhoofdjes te trommelen.

Zonder kaartje kun je een 5-jarige niet van trein afhalen

Veiligheid in treinen, bussen en op en rond stations is natuurlijk heel belangrijk. Een middel van de NS is om alleen reizigers met kaartje op het perron te laten. Heel leuk gedacht natuurlijk, maar hoe moet het als je iemand komt afhalen?

Gisteren haalde ik mijn 5-jarige dochter op van het station Almere Centrum. Ze was uit logeren geweest en werd door haar opa gebracht. Hij zou in de trein blijven zitten zodat hij gelijk weer terug kon zonder veel tijdverlies. Toen ik omhoog wilde naar het perron werd ik geweerd door een controleur. ‘Meneer mag ik uw kaartje zien?’ vroeg hij. Ik vertelde dat ik geen kaartje had en mijn dochter kwam ophalen.

‘Dan mag ik u niet doorlaten’, zei hij.
Ik vertelde het verhaal. ‘Nee, meneer. Dat kan niet. Regels zijn regels.’ Ik was enigszins verbaasd. Zou dat betekenen dat ik mijn dochter niet bij de trein zelf kon afhalen en dan maar alleen de trap af zou moeten laten gaan? En hoe moest het als ik een ouder iemand kwam ophalen die slecht ter been was, moeite had met uitstappen en die ik dan zou ophalen om hem te helpen bij de moeilijke stap uit de treinwagon?

‘Regels zijn regels’, zei de man. Ik had mazzel en kon mijn treinkaart laten zien waarmee ik altijd naar Amsterdam Zuid reis. Hij grapte nog dat ik op de datum moest letten. Wat hij niet zag dat onder de kaart die tot 28 februari geldig is, de volgende kaart al lag.

Ik laat mij niet verrassen door NS. Zeker, veiligheid is belangrijk. Maar begint veiligheid niet bij menselijkheid?

Koninginnedag en nepjarig

‘Vandaag is de koningin jarig.’ Op het moment dat ik het zei, wist ik dat ik het niet had moeten zeggen. Ik maakte het mijzelf moeilijk met deze uitspraak tegen een vijfjarige kleuter. ‘Waarom is het vandaag dan geen Koninginnedag?’ Als ik het niet gezegd had, was mij deze vraag bespaard gebleven. Het is een van de dingen die niet kloppen in Nederland.

Koninginnedag terwijl de koningin niet jarig is. ‘Dat komt omdat de koningin haar moeder dan jarig is.’ Ik probeerde het verhaal te vertellen. ‘Toen papa net zo oud was als jij was de moeder van de koningin koningin. Op Koninginnedag, haar verjaardag, wilde ze niet meer koningin zijn.’
– ‘Ging ze dood?’
‘Nee, ze zei dat ze niet meer koningin wilde zijn en ze vroeg haar dochter, de prinses, of ze koningin wilde worden. De prinses vond het zo mooi dat ze koningin werd dat ze zei dat we altijd Koninginnedag zouden vieren als haar moeder jarig was. Daarom vieren we Koninginnedag als zij jarig is. Dat is op 30 april.’
– ‘April? Duurt dat nog lang?’
‘Dat duurt nog heel lang. Vlak voor jouw verjaardag is Koninginnedag.’
– ‘Dat is nog heel lang.’
‘Ja.’
– ‘En dan is de koningin nepjarig?’
‘Precies de koningin is vandaag echt jarig en op koninginnedag is ze nepjarig.’
Hoe een kleuter iets lastigs kan reduceren tot iets makkelijks.

Ik zag helemaal de cabaretshow voor mij over Koninginnedag waarbij de standup comedian John Fealey het vreemde fenomeen van Koninginnedag probeert uit te leggen. Compleet met de ‘queen mum’. Te mooi om niet even naar te kijken.

Zonder zijwieltjes

Het meisje fietste voor de man uit. Opa had zichtbaar moeite om zijn fiets in beweging te krijgen. Zijn fiets slingerde bij het opstappen. Zijn kleindochter was al een eind voor hem uit. Ook haar fietsje slingerde.

Losgeschroefd

De zijwieltjes waren er net afgeschroefd. Ze stuurde naar de linkerkant van de weg. ‘Je moet wel naar de rechterkant van de weg’, riep hij. Maar ze was al te ver weg voor hem. Haar oren hoorden niets want haar ogen zagen teveel. Ze stuurde nog meer op links aan. Naderde de trottoirband. ‘Nee, de andere kant.’

Langzaam in beweging

Hij kwam langzaam in beweging en zij reed het kruispunt al tegemoet. Een tegenligger koos zoveel mogelijk de rand van het trottoire. Het meisje fietste nu min of meer in het midden van het fietspad. Soms slingerde het fietsje nog behoorlijk, maar ze herstelde zich netjes en schoof zelfs naar rechts.

Op weg

Opa was net op weg, zij was al voorbij het kruispunt. Ze koos haar eigen weg en wist wel waarheen ze wilde. Hij reed nu even hard als zij, maar er lag een flinke ruimte tussen beide. Hij zocht haar op, terwijl zij steeds verder van hem vandaan kwam. In de richting van het bruggetje. Ik hing tussen grootvader en kleinkind in en versnelde mijn vaart. Ik haalde haar in en sloeg net voor het bruggetje linksaf.

Buisjes

Wat was het een verademing toen ik vanavond thuiskwam. Ze hoorde me binnenkomen. Al een week of vier is Doris zo doof als een kwartel. Door een verkoudheid waren haar oren helemaal dicht gaan zitten. De bij kinderen nog niet volgroeide buis van Eustachius zit dan vol en loopt niet meer leeg. Door het vocht achter het trommelvlies horen ze niks meer.

Vanmorgen op het onchristelijke tijdstip van 7.15 uur mocht Inge zich melden bij het ziekenhuis voor het plaatsen van buisjes. Na het aanmelden en ongeveer anderhalf uur wachten, was ze eindelijk aan de beurt en een halfuurtje later hoorde een wakker kind weer.

Verhaaltjes lezen, televisie kijken en een vraag stellen. Het kan allemaal weer. Ze vroeg vanavond zelfs of de televisie wat zachter mocht, want hij stond zo hard aan.