Categoriearchief: kinderen

Anticonceptie – Anna Karenina herlezen (6 – deel 2)

Een stuk in het verhaal van deel 6 valt wel heel sterk op. Het gedeelte over de anticonceptie. Anna Karenina meent dat ze geen kinderen meer zal krijgen. Het staat er in mijn ogen nogal raadselachtig met de vele puntjes. De enige plek in de Anna Karenina. Voor de 19e eeuwse lezer, zou het onomwonden duidelijk zijn.

Vele puntjes

Zeker met de vele puntjes erbij, waarbij je als lezer niet te weten komt wat Anna aan haar schoonzusje vertelt. Het doet de schellen van de ogen van Dolly vallen. Het heeft grote betekenis voor haar, haar wereldbeeld verandert er zelfs door:

Opeens begreep ze hoe het kwam dat er zoveel gezinnen waren met maar een of twee kinderen. Deze openbaring riep een afgrond van gedachten, overwegingen en tegenstrijdige emoties bij haar op, waardoor ze niets kon zeggen en Anna alleen maar aan kon staren, met grote ogen, verbijsterd. (787)

De oplossing is dus veel eenvoudiger dan zij tot nog toe altijd dacht. Het bezoek aan Anna grijpt Dolly om nog iets anders aan. Het brengt haar bij haar eigen huwelijk, waarnaar de eerste zin van deze roman verwijst. Dat van een ongelukkig gezin dat op zijn eigen manier ongelukkig is.

Tij keren?

Dolly ziet eigenlijk geen kans om het tij te keren. Haar man Stiva Oblonski gaat nog steeds vreemd. Niet meer met het meisje waarmee ze hem betrapte, maar weer met een ander meisje. De lezer was er even getuige van bij de boer tijdens het jachtpartijtje met Ljovin.

Als de mannen terugkomen van de jacht, staat er de veelzeggende zin, dat het jammer is dat vrouwen zoiets genoeglijks wordt onthouden als de jacht. En al het andere, denk je er als lezer van deze tijd onmiddellijk bij.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

Kinderkunst

Een leuk inkijkje geeft het Rijksmuseum Twenthe in de speciale ruimte voor kinderen. Hier kunnen kinderen zelf kunst maken van klei. Het concept is eenvoudig maar door de grote hoeveelheid voorbeelden, kun je als bezoeker heel erg genieten van de concrete objecten.

Zeker ook omdat ze allemaal heel klein en behapbaar zijn. Ze geven een inkijkje in de creatieve kindergeest. En levert mooie beeldjes op. Ze staan tentoongesteld op de enorme stellage tegen de wand. De grote hoeveelheid beeldjes maakt het tot een heuse belevenis.

Natuurlijk maakt 1 drol meerdere drollen. Werken met klei is ook erg verleidelijk om dit te doen. Ik kan het me nog goed herinneren dat de bruine klei, zacht en glad dat bij je wakkermaakt. En er zijn heel wat kinderen op het idee gekomen. Zo zijn er enkele toiletten ontstaan in de wand.

Ook veel poppetjes en dieren. Ik zie enkele slangen, mooi uitgewerkt. Of een molentje, met een beetje mollige wieken. Bij kinderen weet je nooit of het bewust is gedaan of door onhandigheid. Het geeft de beelden iets onschuldigs. Ik geniet ervan. Ook omdat de klei zo helder en kleurrijk is.

Zo’n ruimte in het museum geeft kunst gemaakt door kinderen een extra dimensie. Dat komt ook omdat je in een museum als bezoeker anders kijkt. Daarmee maak je iets op het oog heel onschuldigs nog rijker aan betekenis.

Dagje Ouwehand (5) – Dierentuin in oorlogstijd

image

Op het lange pad van het Berenbos weer naar de reguliere dierentuin lees ik op een bord over het dierenpark in oorlogstijd. De dierentuin ligt vlak achter een belangrijk strategisch punt van de Grebbelinie. Bij een invasie zouden de dieren moeten worden afgemaakt door de militairen.

De eigenaar van het dierenpark, Cor Ouwehand, wilde het echter zelf doen. Hij schoot alle dieren neer, tot hij bij de ijsberen kwam en de moeder met 2 pasgeboren jongen zag. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen de dieren neer te schieten. Daarom liet hij ze in leven en hoopte dat ze het zouden overleven. Ze overleefden het.

image

Met de snelheid waarmee wij lopen, kan ik het hele verhaal niet nalezen en blijf tot ik het ‘s avonds thuis opzoek in onzekerheid over het lot van de moederijsbeer met de 2 jongen. Ik kijk nog een keer naar de moederijsbeer met de 2 jongen die nu in het park leven. Ze liggen er heerlijk tevreden te slapen.

We lopen door het grote verblijf van de gorilla’s. De vorige keer dat we hier waren, was dit verblijf er nog niet. Nu timmeren kinderen op de ramen. Al staat er nog zo groot bij op bordjes dat het niet mag. Ik moet lachen als ik een gorilla zie zitten met zijn rug naar het publiek toe. Hij heeft duidelijk geen zin in de aandacht van het publiek.

image

In de overdekte gang zien we de witte tijgers zitten. Hutjemutje staan de mensen op elkaar gepakt om een glimp van de reuzenkatten te zien. Als er eentje geeuwt zie ik hoe groot zijn tanden zijn. Om nog te zwijgen over de enorme klauwen waarmee hij zijn prooien vangt.

Kinderwagen

image

Ik kijk uit het raam en zie tot mijn verbazing een kinderwagen bij het fietspad staan. Een vrij nieuw exemplaar. In elk geval hipper dan de kinderwagen waar ik achter liep als jonge vader.

Bovenop het liggedeelte ligt een plastic tas met een vage inhoud. Je kunt niet zo goed zien of er nog iets onder ligt. Een kind? Je moet er niet aan denken. Een passant loopt langs de kinderwagen maar kijkt er verder niet in. Het lijkt ook of er inderdaad geen leven in zit.

Maar je hoort van die rare verhalen. Van een kind dat ergens in een ondergrondse container wordt gevonden of andere eigenaardige manieren van jonge ouders om hun kroost aan de wereld toe te vertrouwen.

image

Mijn burgerplicht lokt mij naar buiten. Ik ga maar met de honden, loop langs de kinderwagen. Geen verdachte bewegingen, geen geluid. Onder de plastic tas zit niks en in de plastic tas zelf zie ik een snoer en ander afval zitten.

Geen kind. Gelukkig.

Ik vertel het aan Inge die begint te lachen. ‘Ik zag hem vanmiddag al staan en ben er even langsgelopen. Ook omdat ik een kind hoorde huilen. Ik keek, maar zag niks. Het gehuil kwam ergens anders vandaan.’

Zo zijn de hele dag al mensen wezen kijken in de kinderwagen. En allemaal dachten ze aan die vreselijke verhalen, keken in de wagen en vonden slechts een afvalzak.

Geen kind. Gelukkig.

Stelen?

image

Als Jantje in het kindergedicht van Van Alphen pruimen ziet hangen, als eieren zo groot. Is hij zich niet bewust van bezit. De pruimen zien er lekker uit en hij wil ze opeten. Niemand zal het zien, denkt hij. Die ene pruim minder ziet toch niemand in de grote hoeveelheid pruimen die daar hangt.

Jantje wordt betrapt en krijgt een flinke reprimande van zijn vader. Wat hij doet is stelen. Vraag gewoon aan de eigenaar of je er eentje mag hebben. Dan heb je helemaal wettig in je bezit.

Hoe zit dat met de merels die mijn rode bessen stelen, vroeg ik mij laatst af. Zijn zij ook aan het stelen? Terwijl ze zich helemaal niet bewust zijn van bezit. Net als alle andere dieren. Ze vinden toevallig zo’n bessenstruik en nemen het ervan. Die struik staat daar en biedt de lekkerste vruchten. Waarom doorvliegen?

Als je je er niet bewust van bent dat je aan het stelen bent, steel je toch eigenlijk niet. Zeker ook omdat mensen een heel andere beleving van bezit hebben dan dieren. Dieren zien hun kroost als hun bezit, dat verdedigen ze met hand en tand. Alle maatregelen om hun nest te beschermen, doen ze tot behoud van hun gezin.

De natuur brengt allerlei vruchten en andere eetbare dingen voort. In feite mag je die als wandelaar gewoon meenemen. Al behoort het bos in eigenlijke zin niet tot mijn eigendom. Zo zullen de merels de bessenstruik in mijn achtertuin ook zien: als iets dat de natuur ze geeft. Zij plukken daar de vruchten van. Dat het mijn vruchten zijn, ziet de merel niet.

In de bijbel illustreert Jezus in zijn Bergrede de zorgeloosheid van de vogels. Hij ziet deze dieren als voorbeeld om onbezorgd door het leven te gaan en met de dag te leven. Ze scharrelen op een heel andere manier hun kostje bij elkaar. Ze pakken wat ze tegenkomen en bekommeren zich niet over de eigenaar van het kostje dat ze vinden.

Kijk eens naar de vogels in de lucht. Ze werken niet op het land en bewaren geen graan in een schuur. Jullie Vader in de hemel geeft ze te eten. En jullie zijn veel belangrijker dan de vogels. (Math. 6: 26)

Dat ze eigenlijk stelen, vergeet de zoon van God te melden in zijn voorbeeld. De vogels gaan namelijk vaak regelrecht in tegen het andere gebod: niet stelen. In het gedicht van Van Alphen is de moraal niet te stelen belangrijker dan de zorgeloze houding waarmee Jantje eigenlijk wil meenemen wat hij tegenkomt.

Daarom bewonder ik stiekem de merels. Ze nemen de bessen mee en dat sta ik oogluikend toe. Hoe heerlijk ik die bessen zelf ook vind in de jam. De familie Getelink heeft het zwaar genoeg in deze wereld vol eksters, kauwtjes, katten en andere bedreigingen.

De uitvoering

image

Best spannend, de grote eindproductie van de theaterschool. Ze heeft het hele jaar aan deze grote einduitvoering gewerkt. Het speelt op een onbewoond eiland waar een groep kinderen als schipbreukeling strandt.

Ze heeft veel geoefend. Daar kan het niet aan liggen. Ik heb om heel eerlijk te zijn, er niet zoveel acht op geslagen. Daarom is het best spannend om nu ineens in het theater van Corrosia Stad te zitten.

image

Het is klein en daarmee best een beetje intiem. Buiten op de plein bij het Stadhuis en de bibliotheek worden de kraampjes voor de vrijmarkt van Koningsdag ingericht. Mannen in hesjes lopen streng rond. De mensen die hun spullen willen verkopen, mogen dat nog niet.

Wij wachten tot aanvangstijd bij de deur van het theater van de oude bibliotheek. De grote ruimte beneden biedt kunstenaars nu gelegenheid om hun spullen te exposeren. Het grote cultuurgebouw oogt een beetje kaal, maar het theatertje is heel mooi ontdekken we wat later.

image

We vinden een prachtig plekje op de voorste rij. De donkere gordijnen achter het toneel bewegen. Een stukje van het decor valt naar beneden. Gelukkig duurt het wachten niet te lang. De muziek klinkt en de spelers komen het toneel op.

Ze spelen met veel energie. Als de eerste zenuwen bedwongen zijn, kunnen we de spelers beter verstaan en zien we het plezier in het spelen naar boven komen. Doris speelt met de energie die we van haar gewend zijn. Ze mag als eerste overeind komen nadat ze zijn aangespoeld.

image

En ze speelt een heldenrol. Ik voel me heel trots, zie haar af en toe kijken naar ons. We zitten ook zo dicht op het toneel, dat we bijna onderdeel van het spel zijn. Haar tekst is duidelijk te verstaan, soms zelfs een beetje te luid. Maar ze blijft rustig, speelt met heel veel expressie. Ontzettend mooi.

Als ze een stukje tekst kwijt is bij het zingen, is ze een beetje teleurgesteld. Maar ze herpakt zich en speelt verder de sterren van de hemel. De groep kinderen wordt gevonden en gered van het eiland. Zelfs het meisje dat achterblijft vindt haar geluk.

image

Op de markt halen ze nog een visje. Alles staat al klaar voor Koningsdag. Het springkussen, de frietkraam, een beddenkoning en een kar vol aardbeien. We rijden tevreden naar huis van een uitvoering waar ze bijna een jaar aan gewerkt heeft. Haar ouders net zo trots als zijzelf.