Categoriearchief: kinderboerderij

Dartelende lammetjes

lammetje in wei bij eksternestIk stuitte gisteren vlakbij huis op de lammetjes van het Eksternest. De jonge schapen waren helemaal opgelaten. Ze renden door de wei, sprongen en dartelden. Heerlijk die vrolijkheid en dat genieten. Onbekommerd en ook ongegeneerd.

eksternest-lammetjes

De oudere schapen zagen het weemoedig aan en stuurden de hongerige monden op zoek naar melk gewoon weg. Alles is nieuw voor de lammetjes. Ze proeven alles. Het gras, de verse schapenpoep en kleine blaadjes of takjes. Ook genieten ze van die kleine dingen als de wind en de zon.

lammetje bij eksternest almere

Ik heb er even heerlijk naar staan kijken. Die ongecompliceerde houding en dat onbevangene roept zelfs een beetje jaloezie op. Niet denken aan morgen, maar genieten van het nu. En zo stapte ik met de lente in de benen weer verder op de fiets voor de laatste meters naar huis.

Noppende pony’s

Jan Voerman sr. laat geregeld noppende paarden zien op zijn schilderijen. De dieren staan dan naast elkaar, de nekken in elkaar verstrengeld. Ik schreef er al eens over. Op zoek naar de betekenis van het woord noppen.

Vanmorgen bij het lopen met de honden, in de vochtige morgen zag ik ineens de pony’s van de kinderboerderij. In de ochtenschemering, onder de lindebomen, bij het hek, naast elkaar, de nekken verstrengeld.

Zachtjes hoorde ik de kaken snelle beetjes maken in de nek van de ander. Het was een heel rustgevend tafereel zo in de morgen. Ik wilde het niet verstoren met de honden en bleef op een afstandje staan.

Gewoon genieten hoe die dieren staan te noppen. Het had iets intiems, alsof ik een verliefd stelletje betrapte. Zoals laatst bij een fietstocht langs Muiderberg, waar een stelletje verscholen lag achter een hoge graspol. Poedelnaakt.

Ik kon Jan Voerman begrijpen. Dat intieme moment vastleggen waarin je helemaal opgaat in je omgeving en er zelfs even niet meer bent. De noppende paarden in de ochtendnevel en verder niks.

Kool en Kunekune-biggetjes

Biggetjes van het Kunekune-varken

Ze groeien als kool, de kunekune-biggetjes op de kinderboerderij. Ik zag ze zondag weer even bij een bezoekje aan het Den Uylpark. Heerlijk wroeten de biggetjes in het stro. Precies het gedrag van hun moeder immiterend. De eerste schattigheid is er al bijna af. Ze krijgen de uitstraling van een groot varken met een klein lijf. Dat nog wel.

Moeder houdt al geen rekening meer met ze. Als ze een poot neerzet, moeten ze daar gewoon niet staan. Zonder pardon duwt ze haar kroost aan de kant als ze teveel in de weg staan. De 2 maanden oude dieren veranderen van zuigelingen in kleine zelfstandigen.

Plotseling komt de big in ze los. Eentje duwt speels tegen het lijf van zijn zusje. Die zet het op een krijsen en holt het hok rond. De rest komt ook in beweging. Lekker dollen. De 6 biggetjes rennen wild door het hok. Ze zijn even gek. De gekke 5 minuten.

Dan is moeder het zat. Met een luid geknor brengt ze haar kroost tot bedaren. Hier en daar deelt ze een behendige tik met haar neus uit. Wie denkt dat varkens lomp en log zijn, moet deze bewegelijkheid en behendigheid zien. Stoppen jongens, knort moeder. Als de boel weer tot bedaren is, gaan de snoeten weer het stro in. Op zoek naar het eten dat nog ergens verstopt ligt.

Kip en ei

We lopen het futuristische gebouw van de kinderboerderij uit. Via de konijnen naar de kippen. Ze tuurt door het raampje van het nachtverblijf. ‘Kijk, daar ligt een ei’, zegt ze. ‘Ik ga het vertellen aan de boerin.’ Ik vind het prima.

Ze is alweer verdwenen, de blokkendoos in op zoek naar de beheerder. De varkens wroeten in het hooi. Ze duwen de strootjes omhoog. De neuzen schuren over de betonnen ondergrond. Genoegzaam bootsen de kleine varkens het gedrag van moeder na.

De boerin is gevonden. ‘De kippen hebben een eitje gelegd’, vertelt ze. ‘O’, antwoordt de medewerkster. ‘Dan moeten we het maar even ophalen.’ We lopen weer naar buiten naar het hok van de kippen. De sleutel in het slot, de deur open. ‘Pak het maar.’ Ze klimt over de stok. Restjes poep liggen op het hout.

De legkastjes staan achter de stok. Het ei ligt er imposant en opvallend tegen het houten schotje. Ze pakt het grote ei. Het past nauwelijks in haar hand. ‘Ach, doet u maar een doosje eieren’, zeg ik en geef haar het benodigde geld. ‘Ik ga het even halen’, zegt de beheerder. ‘Dan komt jouw ei erbij’, zegt ze. Doris kijkt trots naar het enorme ei in haar hand. ‘Dan gaan we dit ei koken en mag ik het eten.’

Brutale ekster pikt verlegen veulen #wot

Het verlegen ponyveulen lag in de wei. Om hem heen sprongen brutale eksters. De sprong van de zwart-witte vogels leek op de sprong van een astronaut op de maan. Ze gaven zich een zetje met de poten en landden een halve meter verderop zachtjes in het gras.

Soms landden ze op de rug van het veulentje. Dan verdween de puntige snavel in de vacht van het dier. Het veulen lag er. Het leeg zich te schamen voor de brutale eksters. Soms trilde zijn huid van de kriebel. De ekster hielp hem van die vervelende beestjes in zijn vacht af. Maar hij vroeg zich af of deze vogels dit wel mochten doen van hem.

Er vormde zich een zwerm van die zwart-witte vogels rond het veulen. Ze sprongen afwisselend op het dier. De nek was erg favoriet, net als de liezen. Daar wisten de vogels die niet op het dier stonden gretig gebruik van te maken. Ze pikten gretig in de vacht van het dier.

Toen was het ponyveulen over zijn verlegenheid heen. Genoeg, basta. Het jonge dier hees zich overeind. Ze schaamde zich bijna van deze daad. Een ekster die net op de rug stond wankelde en viel naar beneden. Zijn vleugels fladderden op nog voor hij de grond raakte.

De anderen schrokken en alles verdween in de boom naast de wei. Genoeg brutaliteit. Het veulen liep naar zijn ouders wat verderop. Verlost van die ellendige vlooien en zijn verlegenheid overwonnen.

Varkensgeluk

Ze zijn dan ouder, ze drentelen nog altijd om mij heen. Vandaag mochten we even naar buiten en daar liep de menigte al onder mij door. Sabbelend aan mijn tepels. Ik kan geen stap verzetten of daar zijn ze. Ik onderga het allemaal gelaten. Het hoort erbij. Dat weet ik.

Het roept vertedering op. De aanblik van het kleine grut. Niet elk varken heeft 6 van die schavuiten om zich heen ravotten. Ze rennen voor je uit, om je heen en onder je door. Zo op die korte pootjes lijkt het nog sneller te gaan dan het eigenlijk gaat. Ik laat me er niet door afleiden en trek mijn eigen plan.

Soms dwaalt er eentje af. Daar kan ik niet tegen. Dan knor ik net zo lang tot ze weer mijn richting uitlopen. Een hoge knor van ver is voor mij niet genoeg. Ze moeten echt komen. En anders dan word ik kwaad. Dat weten ze ook.

Als ik dan zo genoegzaam in het gras dwaal met mijn neus. Af en toe iets eetbaars omhoog trek uit het hoge gras. En lekker rond mij knor. Dan merk ik dat ik ergens geniet van het moederschap. De aandacht, de aaien en het geknabbel aan mijn tepels. Als de zomer mij nog trakteert op een extra zonnestraal op mijn rug. Dan voel ik mij best gelukkig.