Categoriearchief: kerken

De klokkenluider van de Notre-Dame

In mijn speurtocht naar romans over kathedralen kreeg ik van de schrijver Jan van Aken het advies om De klokkenluider van de Notre-Dame te gaan lezen.

Er bestaat eigenlijk geen beter boek over kathedralen, schreef hij. Hij wees mij op de uitgave van Atheneum waar hij een nawoord voor schreef. Ik keek vreemd op om dit boek te gaan lezen. Mogelijk dat de Disneyfilm mij teveel in de weg staat.

Het lezen van dit boek laat mij wel zien waar Jan zijn inspiratie vandaan haalt als het om zonderlinge figuren gaat. De roman van Victor Hugo zit er boordevol mee.

Het is een indruk bij al die andere indrukken, want ik ben buitengewoon getroffen door deze roman van Victor Hugo. Hoe de beeldvorming van Disney en andere bewerkingen van deze klassieker je in de weg kan staan. Het is namelijk een heuse belevenis om deze roman te lezen.

Het verhaal speelt in 1482 en begint op Driekoningen én het Narrenfeest op 6 januari. Ook in het verhaal staat de kathedraal er al vele jaren.

De verschuiving in perspectief geeft deze roman heel veel spannende momenten. Het verhaal verschuift mee, maar voor mijn idee speelt het vooral rond de 2 personen Quasimodo en Esmeralda. Beide wisselkinderen zullen elkaar uiteindelijk vinden, al is het einde ontluisterend.

Victor Hugo bouwt in zijn roman een mooie spanning op. Het is een indrukwekkend relaas van een onmogelijke liefde en een onbereikbare vrouw. De Notre Dame van Parijs speelt daarbij een essentiële rol. Ze spiegelt vaak de karakters en soms laat ze het tegenovergestelde zien. De zielen in de kerk geven weer hoe de kerk standvastig en zelfverzekerd staat.

De hoofdpersoon Quasimodo kronkelt naar lichaam en geest door de krochten van dit godshuis. De klokkenluider maakt op mensen vrijwel dezelfde ondoordringbare indruk als de kathedraal:

Zo kwam het dat hij langzamerhand, door zich voortdurend in samenhang met de kathedraal te ontwikkelen waar hij in leefde, in sliep en bijna nooit uitkwam en waar hij van uur tot uur de geheimzinnige invloed van onderging, op haar begon te lijken, er zogezegd mee vergroeide, er een wezenlijk onderdeel van ging vormen. (171)

De kathedraal en haar klokkenluider vormen een eenheid. Ze zijn in elkaar versmolten zoals een senioren-echtpaar. Ze zijn zo in elkaar versmolten dat je ze afzonderlijk niet meer herkent.

Daarbij is het verhaal is ook gewoon spannend en meeslepend. Het verhaal van Esmeralda die alle mannenharten sneller doet kloppen. Het is een vrouw die mannen vervoert en tot rare daden in staat stelt. Dat is het verhaal van De klokkenluider van de Notre-Dame waarbij de kerk meer is dan een decor.

Lees het nawoord Jan van Aken

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

Het merk Luther

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat een redelijk onbekende monnik in het Duitse stadje Wittenberg zijn 95 stellingen op de deur van de slotkerk timmerde. Het was Maarten Luther die met deze daad op 31 oktober, de dag voor Allerheiligen, een revolutie in de katholieke kerk bezorgde.

De Schotse hoogleraar Andrew Pettegree moderne geschiedenis is een expert op het gebied van boekdrukkunst. Hij heeft de levensgeschiedenis van Maarten Luther herschreven in het boek Het merk Luther. Hierin beziet hij de Duitse reformator vanuit het nieuwe fenomeen in Europa: de boekdrukkunst.

Hoe is het mogelijk?

Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat een tamelijk onbekende monnik in een kleine stad, tot de bekendste persoon van Duitsland en een groot deel van Europa weet te worden. Dat dankt hij met name aan de boekdrukkunst. Maarten Luther weet op een buitengewoon handige manier deze techniek in te zetten voor de nieuwe beweging waarvan hij de grondlegger is: de Reformatie.

Het verhaal van Andrew Pettegree is heel fascinerend. Juist Wittenberg heeft met zijn nieuwe universiteit en heel slecht georganiseerde drukkers een gering bereik voor Luther. Toch weet hij vanuit deze plek waar hij de rest van zijn leven zal blijven wonen, een grote beweging op te zetten die tot op de dag van vandaag zijn invloed heeft op de maatschappij.

Effectief inzetten boekdrukkunst

Maarten Luther zet in zijn strijd de boekdrukkunst zeer effectief in. Zo bestrijdt hij niet de vele roofdrukken die er van zijn werk uitkomen. Zelfs al zijn ze wat van wat mindere kwaliteit dan hij zou willen. Het helpt bij de verspreiding van zijn opvattingen en dat ziet hij goed in. Het levert hem een grote bekendheid op.

Andrew Pettegree: Het merk Luther. Hoe een monnik vanuit het niets zijn stadje tot het centrum van de boekdrukkunst maakte en zichzelf tot de beroemdste man van Europa – en de Reformatie aanzwengelde. Oorspronkelijke titel: Brand Luther. Nederlandse vertaling Frits van der Waa. Amsterdam/Antwerpen: uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 31644. 432 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Bedelkerk

Kerken bedelen, stelt Bill Bryson in zijn reisboek Een klein eiland. Al bij de entree staan de grote borden klaar die vragen om een vrijwillige bijdrage. Daarna word je als bezoeker regelmatig herinnerd aan:

Alles bij elkaar telde ik negen verschillende collectebussen tussen de entree en de cadeauwinkel – tien als je die voor de votiefkaarsen meetelt. (116)

Hij schrijft dit over de kathedraal in Salisbury, maar het geldt voor heel veel kerken in Engeland, stelt Bill Bryson. Al is hij zich ervan bewust dat de kerken veel geld moeten hebben om overeind te blijven.

£ 8.000 per jaarEen klein eiland.

En gelijk heeft hij, maar tegelijk zet het mij aan het denken over de openstelling van kerken. Ergens verwacht je dat je geen entree hoeft te betalen, maar het instandhouden van al deze monumenten kost verschrikkelijk veel geld.

Sinds ik dit gelezen heb, houd ik hier extra rekening mee als ik een kerk binnenstap en langs zo’n collectebus loop.

Lees morgen het vervolg: Bijzondere vloer

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

2 fietsvijanden bezworen

Bij het fietsen in Nederland zijn er 2 grote vijanden: wind en regen. Deze vakantie is vooral opgegaan aan opruimen, maar eigenlijk heb ik mijn hele vakantie voorgenomen deze zaterdag naar Utrecht te gaan. Op de fiets, als compensatie omdat ik geen fietsvakantie heb gehad.

Het idee een echt orgeldagje. Eerst om 13 uur het concert in de Nicolaikerk van Toon Hagen en daarna naar de Domkerk voor een concert van Geerten Liefting. Het leukste zou het zijn om op de fiets te gaan.

Daarom volg ik al de hele week wat de voorspellingen zijn. Niet zo gunstig. Die hele fietsrit dreigt zo in het water te vallen. Niet gelijk in paniek raken, is mijn ervaring. Het valt soms zo erg mee dat er uiteindelijk niks valt.

Hoe dichter de dag nadert, hoe meer het ernaar uitziet dat er veel regen zal vallen. Met donderdag in het achterhoofd, kan dit niet goed gaan. Daarom besluit ik de avond voor vertrek maar niet op de fiets te gaan. Bovendien zal het ook nog flink koud worden.

Maar als ik dan ’s ochtends met de honden loop, bedenk ik mij dat het doodzonde is om niet op de fiets te gaan. Wat een heerlijk weer is het. Nu moet ik wel opschieten. Ik moet uiterlijk 10 uur vertrekken. Snel boterhammen smeren, waterflessen mee en gaan met die banaan.

Zo rij ik om 10 uur weg. Donkere wolken boven Almere Poort waar ook een heel klein spatje uit valt. Ik zie een paar druppels op mijn shirtje. Dat is alles. De wolken zijn vandaag vooral mooi om naar te kijken. Net als de vele wolkenformaties die ik onderweg tegenkom. Teveel om allemaal op de foto te zetten.

Overal veel zon, heel soms een wolk voor de zon. Maar het is meer een spel tussen de zon en het dikke wolkendek. Ik geniet van de route die ik neem, over de Bussumerheide. Sommige paden heb ik niet eerder gereden. Zoals het bruggetje over de A27 in de richting van Maartensdijk en zo via Groenekan naar Utrecht.

Lees het vervolg: Slechts 1 vijand hoeven bezweren…

Cd met onbekende improvisaties

Na het horen van Bert Matter bij de presentatie van zijn gerestaureerde orgel in 1996, kreeg ik niet snel genoeg van hem. Het wakkerde mijn bewondering voor hem nog meer aan Verschillende improvisatieconcerten woonde ik bij zoals in Alkmaar en Zutphen. Zo woonde ik in 2000 een heel bijzonder concert in Leiden bij waarbij Vocaal Ensemble Ceramon muziek uit de Moderne devotie zong, afgewisseld door improvisaties van Bert Matter.

In een steeds donkerder wordende Leidse Pieterskerk presenteerde de mystiek zich. Prachtige verstilde improvisaties op de buitengewoon inspirerende liederen. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Het Hagerbeerorgel transformeerde van een klassiek Hollands kerkorgel in een modern instrument. De middentoonstemming versterkte het effect alleen maar. Er waren niet zoveel toehoorders. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Ik zal het nooit meer vergeten.

Nieuwe cd met improvisaties

Op het verjaardagsfeestje van Bert Matter op 29 april, werd het beloofd: een nieuwe cd met zijn improvisaties van de jaren ’70 tot en met ’90. Ik verwachtte een selectie uit het archief van Jean van Cleef. Het was even wachten tot de cd uitkwam en het bleek om radio-opnames te gaan. Allemaal radio-opnames die ik niet kende van KRO en EO.

En wat voor een improvisaties! Overweldigend. De eerste 3 improvisaties op gregoriaanse liederen zijn voor de restauratie opgenomen, aan het begin van de jaren ’80. De periode dat de minimal net was geïntroduceerd in de orgelmuziek door Jan Welmers.

Oude en doffe klank

De improvisaties laten het instrument heel treffend horen, in de opening de oude en doffe klank van de prestant. Je krijgt het idee dat je een viool hoort spelen. Het klinkt heel authentiek en je beleeft het moment dat de muziek wordt gemaakt. Het gevoel dat je bij iets bijzonders aanwezig bent.

De 2e improvisatie op het Offertorium: ‘Reges Tharis’ krijgt een mooie lading door de springende fluiten en het tongwerk als zangstem. De akkoorden die uiteindelijk in de begeleiding komen te liggen zijn uitermate herkenbaar en vallen helemaal in het Matter-idioom. De laatste noot, waarbij fluit en tongwerk letterlijk tegen elkaar aanschuren is buitengewoon mooi. Een effect dat het uitschakelen van de tremulant creëert.

Dat gevoel heb ik persoonlijk wat minder met de Valerius-liederen. Improvisaties helemaal in de stijl van Bert Matter, maar de liederen spreken mij wat minder aan. Niet dat het niet mooi is om naar te luisteren. Bert Matter weet ook hier zijn Zutphense Baederorgel volledig tot zijn recht te laten komen. Het zijn hier echter de Valerius-liederen die mij een beetje afleiden.

Bestel de cd voor € 14,95

Lees morgen het vervolg van deze cd-bespreking: Improvisaties van Bert Matter

Bert Matter, de improvisator

Ik weet nog goed dat ik de eerste compositie van Bert Matter hoorde. Het was bij een radioconcert van Margreet C. de Jong. Ze speelde de Partita over Gezang 148 ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’. Vooral de variatie met de ritmische baslijn en ingetogen uitkomende stem is mij bijgebleven. Ik had nooit zoiets gehoord. Simpel van eenvoud, maar het raakt je.

Ik kende Bert Matter wel. Hij vertolkte de muziek van Bach buitengewoon goed. In de jaren ’80 draaide mijn vader thuis zijn uitvoering van de 18 koralen grijs. 2 casettebandjes opgenomen door Jean van Cleef. Een live opname in de Walburgis lang voor de restauratie. Ik heb ze later overgenomen en op cd gebrand. Na de restauratie voerde Bert Matter ze nog eens uit op het Baderorgel. Baeder was veranderd in Bader en meer dan dat: het instrument had een betoverende en poëtische klank gekregen.

Improvisatiekunstenaar Bert Matter

Later maakte ik kennis met de improvisatiekunst van Bert Matter. Eigenlijk heel laat pas. Ik had in die tijd les van een leerling van Bert Matter, Jan van Laar. Ik reisde heel Nederland door en ging alle kerken langs. Albert de Klerk, Louis Toebosch, Bram Beekman en Leo van Doeselaar. Ik miste de Zutphense organist omdat zijn orgel gerestaureerd werd. Pas bij de ingebruikname in 1996 mocht ik bij de officiële overdracht van het orgel op vrijdagmiddag zijn.

Daar demonstreerde Bert Matter zijn orgel aan de hand van psalm 116. Een mix van klassieke met moderne improvisatie. Zoals hij de Prestant 16 voet van het pedaal demonstreerde in een 2-stemmige improvisatie. Ik vergeet het niet snel meer. De kalmte van zijn spel en vooral de afwisseling in alle variaties. Elke variatie een nieuwe belevenis. En wat voor een orgel natuurlijk! ’s Avonds maakte ik kennis met zijn begeleidingskunst. Ik kwam thuis met cassettebandjes met zijn improvisaties en psalmbegeleiding. Wat raakte ik geïnspireerd.

Middeleeuwse gezangen

In die periode kocht ik elke nieuwe cd die er in die tijd van zijn orgel verscheen. De 18 koralen van Bach verschenen op een prachtige dubbelcd, maar ook cd’s met zijn improvisaties op Gregoriaanse liederen en middeleeuwse gezangen uit de IJsselstreek. De laatste overigens opgenomen op zijn orgel kort voor de restauratie. Het is de laatste cd van het orgel voor de restauratie.

Dat geldt niet voor zijn improvisaties op liederen van Hildegard von Bingen. Wat een inspirerende gezangen zijn dat. De improvisaties van Bert Matter zijn dat minstens ook zo. De improvisaties op de psalmencd zijn overweldigend. Psalm 100 en psalm 2. Zo mooi heb ik ze nooit gehoord. De begeleiding van psalm 23 is eveneens de indrukwekkendste die ik ken. Hoe de prestant donker en mystiek boven de zingende gemeente zweeft.

Lees morgen mijn vervolgbijdrage over de nieuwe cd van Bert Matter die onlangs verschenen is: Cd met onbekende improvisaties