Categoriearchief: kantoor

Melville

Een leuk ontdekking is het boekje De klerk Bartleby van Herman Melville. De Amerikaanse schrijver is vooral bekend van Moby Dick, een roman die tijdens zijn leven absoluut niet werd gewaardeerd. Het is nu het enige boek dat we van hem kennen. De rest is ondergesneeuwd.

De middelmatige werken van Melville zijn tijdens zijn leven ongekend populair. Als hij met Moby Dick voor de verdieping en een geheel eigen stijl kiest, wordt hem dat niet in dank afgenomen. Herman Melville trekt zich deze kritiek heel erg aan. Het brengt hem tot waanzin. Zo laat hij het schrijven los, verkoopt de boerderij en gaat in New York aan de slag als inspecteur bij de douane.

Het verhaal De klerk Bartleby past helemaal in deze lijn. Het is een prachtig verhaal over een hoofd van de griffiers, een functie die door een grondwetswijziging niet meer bestaat in de staat New York. De sfeer op zijn kantoor is grimmig. De medewerkers bezitten allemaal hun positieve kanten, maar hebben vooral hun onhebbelijkheden. Het uitzicht op een blinde muur en aan de andere kant een luchtkoker, brengen hier weinig verandering in.

Als door de grote werkdruk toch iemand nodig is, neemt de verteller Bartleby aan. Hij weet niet veel van deze man, maar hij neemt hem aan na een paar woorden betreffende zijn kwalificaties. Aanvankelijk werkt deze man ijverig, maar geleidelijk aan weigert hij steeds meer opdrachten. Hij doet dit met de opmerking: ‘Liever niet.’

‘Liever niet,’ echode ik, terwijl ik hogelijk opgewonden opstond en de kamer in één stap doorkruiste. ‘Wat bedoel je daarmee? Is het je in je bol geslagen? Ik wil dat je me helpt dit vel papier te collationeren – pak aan’, en ik wierp het hem toe. (25)

De situatie wordt steeds erger en uiteindelijk zit de klerk Bartleby werkeloos voor zich uit te staren. De verteller weet zich hier geen houding tegenover aan te meten. Zo lijkt het of de klerk achter het scherm op kantoor woont. De verteller is radeloos. Hij verhuist er zelfs zijn hele onderneming voor, maar het mag niet baten. De klerk Bartleby blijft hem achtervolgen.

Hiermee is De klerk Bartleby een heerlijk absurdistisch verhaal dat je radeloos maakt. De klerk is passief en weigert alles te doen onder het motto: ‘Liever niet’. Het maakt je als lezer net zo radeloos als de verteller. Tegelijk roept de klerk medelijden bij je op. Daarmee ga je helemaal mee met de verteller, die Bartleby tegemoet probeert te komen. Terwijl deze alleen maar verder wegzinkt. Het lijkt daarmee een onafwendbaar lot waarop de man en uiteindelijk ook zijn baas afstevent.

Een heerlijk verhaal om te lezen, waarbij mij ook zo aanspreekt dat het op een kantoor speelt. Misschien is dat wel het grootste feest der herkenning in dit verhaal. Het zou zo kunnen gebeuren op het werk…

Herman Melville: De klerk Bartleby, Een verhaal van Wall Street. Oorspronkelijke titel: Bartleby, the Scrivener. A Story of Wall Street. Vertaling en nawoord: Rosalien van Witsen. Illustraties: Charlotte Schrameijer. Amsterdam: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2016. ISBN: 978 9025 3041 95. 96 pagina’s. Prijs: € 7,99. Bestel

Pauze bij de bushalte – #plog

image

Het heerlijke winterzonnetje lokt me naar buiten in de pauze. Al is er in het Westelijk havengebied van Amsterdam niet veel te beleven. Of juist heel veel. Ik weet het nog niet zo goed. De wind staat de verkeerde kant op en waait de geur van olie en de rookpluim uit de steenkoolcentrale rechtstreeks naar je toe.

image

Voor mij geen reden om binnen te blijven en ik volg de afgeschermde snelweg op weg naar de havens. Ik wil weleens rondstruinen langs de kade onder de kranen door die ik vanuit de trein zie. Het is te ver weg. Wel loop ik voorbij het opstelterrein van de treinen. De sporen verderop verraden dat er af en toe overheen gereden wordt.

image

Ik zie enkel een boot staan, klaar om te worden afgelakt of een andere beurt te krijgen. Twee mannen staan bij een loods een sigaretje te roken. Verder is er weinig bedrijvigheid bij het grote schip. In het water verwordt zo immens ding tot een klein plankje vlot. Een vrachtwagen passeert me met op de oplegger twee grote heftrucks. Hij rijdt in de richting van de snelweg waarover het verkeer ondanks het geluidscherm duidelijk hoorbaar voortraast.

image

Als excuus staan tegen de dijk waar de A10 op ligt, eindeloze rijen boompjes geplant. De dunne sprieten verraden eerder het excuus dan dat ze een goed argument vormen voor een schone omgeving. Het is waarschijnlijk aanplant voor gekapte volwassen exemplaren elders in de stad.

image

De weg waar ik langs loop is leeg. Het voetpad stippelt een mooie route voor de wandelaars. Soms passeert een verdwaalde schim mij. Verderop een groepje kantoorlui die een wandeling in de pauze maken. Voor de rest blijft iedereen zoveel mogelijk binnen of in de auto.

image

Als ik de bushalte passeer en even stop om een foto van de lucht te maken, komt er een stadsbus aangereden. Het oranje lampje knippert als teken dat hij hier gaat stoppen. De bus is verder leeg en ik houd vergeefs mijn armen omhoog. Ik sta hier alleen maar en hoef niet mee.

image

Het bushokje heeft evenveel triestheid over zich heen. Het is de halte Dynamostraat. Aan de zijkant is de elektronica gesloopt. Een paar weerstandjes andere vage inklikbare plastic kastjes waar draadjes uitsteken, zijn duidelijk zichtbaar. De bus is allang uit zicht en als bij toverslag, speelt de zon met de wolken boven de kantoren. Nog een paar stappen en ik kruip weer achter het scherm.

image

Haas op de Zuidas

Bij de wandeling van station naar kantoor trof ik hem weer: de haas van de Zuidas. Hij zat rustig in de moestuintjes die de braakliggende bouwgrond weer wat leven moeten inblazen. Zolang er niet gebouwd wordt, verbouwen vrijwilligers daar groenten. Tussen de groententunnels en veldjes met bijzondere kruiden zat de haas.

Van de winter tijdens de vorst betrapte ik hem op zijn bestaan. Nu mocht ik hem weer zien. Hij zat even en op het moment dat mijn fototoestel klaar stond om te schieten, nam hij het hazenpad. Zo verdween hij via een paadje tussen 2 groententunnels. Even later zag ik hem weghollen met hoge snelheid over het grasveld tussen moestuinen en kantoren. De jungle van de stad in.

Donkere regen

image

Ineens sta je daar in het donker. Soms – zoals vorige week – maak ik nog net het krieken mee. Maar als het echt onstuimig is zoals deze ochtend, is alles donker. Ik staar de diepte in. Aan het einde van de tunnel klappen forensen hun paraplu op. De wind slaat de regen op het bolle scherm. Veel helpt het niet. Overal kruipt het vocht tussen.

De jassen gaan wat verder dicht en de pas wordt wat sneller. Zonde, zo merk ik. Als het mooi weer is, lopen mensen traag en kijken om zich heen. Ze maken de mooiste foto’s en kussen de schoonheid innig. Ze laven zich aan alles als een dorstige. Nu gedragen ze zich als volgevreten wolven. Ze zien niks, alleen een einddoel. Het kantoor.

image

Ik stop en kijk. De regen slaat woest om zich heen. De plassen maken schaduwen en de wind drukt in mijn paraplu. Eigenlijk is dit heel mooi. Alleen kunnen fototoestellen niet tegen regen. Het zijn net mensen. Ze zien alleen de schoonheid bij mooi weer. En gelijk hebben ze.

Als ik het verkeer wil fotograferen grijpt een windvlaag mij en schudt mijn mobieltje in mijn hand. Alleen maar beweging. De auto’s door de plassen veranderen in schimmen in de duisternis.

5 kinderen in 1 maand

image

De najaarszon schijnt alsof het een zomerdag is. De lunchpauze trekt al het kantoorpersoneel uit de kantoren. Ze flaneren door de straten van Amsterdam Zuid die direct aan het kantoorpark grenzen. Het verbaast mij hoeveel heren nog keurig in het jasje met dasje lopen.

Een groepje van 3 heren komen mij tegemoet. Ze hebben de singel net gehad. Nu trekken ze een rechte lijn naar het kantoor. Het einde van de pauze nadert. De mannen zijn van mijn leeftijd. De ene aardappel zit nog dieper verstopt in de keel dan de ander. Het ene pak ziet net iets netter uit dan het andere. Maar iemand als ik ziet het verschil niet.

Het lijkt of ze even stil zijn geweest. ‘Dus’, hoor ik de roodharige jongen tegen de 2 andere mannen zeggen. Het gesprek was even vastgelopen, maar de smeerolie begint te druppelen. ‘Dus Andries krijgt ook een kind.’ Zijn taal klinkt zeer geaffecteerd. Alsof iemand de taal loeihard op zijn donder geeft.

De leren hakken klinken dof in deze heerlijke najaarszon. De blonde jongen trekt zijn dasje recht. Hij nadert kantoor. ‘Dat is wel heftig’, zegt de stropdas met het donkere haar. Zijn taal heeft dezelfde zweepslag gehad als dat van zijn blonde korpsgenoot.

‘Inderdaad’, roept de blonde. En ik kan het verschil niet meer horen tussen de 3 mannen. ‘5 kinderen in 1 maand’, eindigt de roodharige als hekkensluiter. ‘Dat is wel heftig zeg.’ De automatische deuren gaan open en de mannen worden opgeslokt door hun werk.

A room with a view

En hoe is het uitzicht? De vraag is me nog niet gesteld, daarom ben ik hem nu maar voor. Keek bij mijn vorige baantjes altijd uit op een spoorbaan, deze moet ik dit keer ontberen. Hoewel hij maar net uit het zicht is. Ik kan immers naar het station lopen. Bovendien heet de straat waar ik werk Het spoor. Een betere werkplek kan ik mij als treinliefhebber niet wensen. Vandaag scheen daar nog eens een heerlijke zon bovenop die een lange schaduw van het kantoorgebouw maakte.
Mijn bureau is nog niet echt spannend. Wie weet komen er binnenkort vissen en bijzondere plantensoorten.