Categoriearchief: de walgvogel

Onontsloten – #50books

image

Boeken die zich onmiddellijk prijsgeven bij het lezen zijn na de eerste lezing niet meer interessant. De kracht ligt juist in het boek dat eindeloos herlezen kan worden en steeds nieuwe inzichten geeft. Soms is het de stijl die treft. Een andere keer zie je weer iets nieuws in het verhaal.

Hetzelfde onbegrip leidt ook tot de geheimzinnigheid die je bijvoorbeeld heel sterk voelt bij het lezen van gedichten. Je snapt het niet helemaal, maar er zit iets onder dat je wilt vatten. Soms houdt het je zo goed vast dat het je nooit meer loslaat en je regelmatig kan herlezen.

Ik heb dat zeker ook met boeken. Een boek als On the Road van Jack Kerouac bijvoorbeeld. Toen ik het als twintiger voor het eerst las, vond ik het verschrikkelijk. Het veelvuldige gebruik van drank, drugs en het wanstaltige gedrag van de personages. Ze ergerden mij. Twee jaar terug las ik het boek weer. Het greep mij ineens bij de kladden. Ik las meer boeken van Jack Kerouac, maar voelde niet meer wat ik die keer onderging bij het lezen van On the Road.

Het staat weer op het verlanglijstje om binnenkort weer eens op te pakken. Het is een boek als een roes en ik snap veel delen van het boek niet, maar de geheimzinnigheid trekt. Net als veel boeken van Jan Wolkers die eindeloos de moeite waard blijven. De walgvogel bijvoorbeeld blijft elke keer weer trekken. Ik lees hem bijna elk jaar. Of De kus dat een mooi verhaal is die elke keer wat nieuws laat zien.

Overigens ben ik het niet met Oek de Jong eens wanneer hij zegt dat die ervaring alleen bij het lezen is. Ik voel dikwijls dezelfde innige verbondenheid met een muziekstuk of bij een film. Die kan ik ook eindeloos opnieuw beluisteren of bekijken en daar hoor of zie ik ook steeds iets nieuws in. Hetzelfde merk ik bij bepaalde schilderijen of beelden.

Kunst grijpt je steeds weer bij de kladden en krijgt je op een nieuwe manier in zijn greep. Dat geldt zeker voor schilderijen als de broers Jan en Hubert van Eyck met hun ‘Lam Gods’ of Lucas van Leyden met ‘Het Laatste oordeel’. De verenging die Oek de Jong maakt alsof dit het onderscheidende is van literatuur ten opzichte van de andere kunst, geldt zeker niet voor mij.

Dit is het eerste antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Voorlezen – #50books

Voorlezen is heerlijk om te doen, maar het is ook heerlijk voorgelezen te worden. Vooral kinderen worden veel voorgelezen, maar als een verhaal goed voorgelezen wordt, kan dat een volwassene eveneens ontroeren.

Zo raakte ik getroffen door een fragment bij Zomergasten waarbij Jan Wolkers voorleest uit De Walgvogel. De taal verandert bij het voorlezen. Je hoort duidelijk waar hij de inspiratie vandaan heeft gehaald: je hoort de taal van Jesaja en Jeremia. Het is geen proza meer dat je hoort, maar poëzie.

Het voorlezen van gedichten – dat dan ineens voordragen heet – geeft dezelfde ervaring. De klanken krijgen een nieuwe betekenis. Lucebert is een dichter die werkelijk prachtig kon voordragen. Het gedicht ‘Het laatste avondmaal’ is overdonderend in zijn voordracht. Het werkt inspirerend om zo naar de gedichten van hem te luisteren.

Misschien helpt het mee om de gedichten op wolkenhemel toegankelijker te maken door ook een paar voor te dragen. Al vind ik zelf dat ik niet mooi kan voordragen. Ik vind het leuk om voor te lezen of een gedicht hardop te lezen, maar ik vind niet dat ik het heel mooi kan doen.

De verhalen van Dickens komen helemaal tot leven als ze voorgedragen worden. Echt genieten om te luisteren naar ‘The Great Winglebury Duel’ uit Sketches by Boz. Ik ben nog op zoek naar de hele voordracht van Roy Macready. De voordracht brengt het verhaal helemaal tot leven. Zo wil ik wel luisteren naar een verhaal.

Voorlezen hoort bij de opvoeding. Het mooiste moment bij het voorlezen dat ik meemaakte als ouder, was dat het boek van schoot wisselde. Ik las haar niet meer voor, maar zij las mij voor uit Jip en Janneke.

Of het verhaal dat ze laatst op school voorlas uit Meester Jaap. Ik was ontzettend trots en liet af en toe een traan los van ontroering. En voor mij heeft zij nog steeds gewonnen!

Dit is het antwoord op vraag 42 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Bijhouden wat ik gelezen heb – #50books

image
Welke boeken moet ik nog lezen?

Hoe hou je bij wat je gelezen hebt? Dat is vandaag de 26e vraag van Petepels blogproject #50books. Mijn antwoord: niet. Ik hou geen lijstjes bij met de vermelding welke boeken ik gelezen heb. Ook hou ik geen lijst bij met welke boeken ik nog zou moeten lezen.

Mijn boekenkast vertelt het meeste. Ik haal er zo de boeken uit die ik gelezen heb. Het zijn er waarschijnlijk niet zoveel of ik heb gewoon een feilloos geheugen. Het is mij nog niet overkomen dat ik een boek las dat ik eerder las, zonder het te weten.

Ik lees regelmatig boeken nog eens. Dat doe ik heel bewust. Omdat ze zo mooi zijn. Zo heb ik de Walgvogel van Jan Wolkers een keer of 3 gelezen. Of De oude Patagonië-expres van Paul Theroux. Net als Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch. Of Het huis van de Moskee van Kader Abdolah. De avonden van Gerard Reve moet ik zeker een keer of vijf hebben gelezen. Een andere ‘herlezer’ is het energieke boek On the road (Onderweg) van Jack Kerouac.

Stuk voor stuk boeken die erom vragen meerdere keren gelezen te worden. Helemaal geen straf nog eens een ‘oud’ boek uit de kast te halen. Het laat je zien dat ze de moeite van het lezen waard zijn. En dan lees je hem gewoon nog een keer. En als je een boek leest dat je al eerder las, zonder het te weten, dan is het de vorige keer niet zo blijven hangen.

En natuurlijk zijn er die boeken waar je al vaak aan begonnen bent, maar die je maar niet uit krijgt. Vaak valt het moment van afhaken op dezelfde plaats in het boek. Een hoofdstuk waarin je steeds vastloopt. Of een passage die je er maar niet doorkrijgt. Misschien moet je die boeken gewoon aan de kant leggen en nooit meer proberen te lezen.

Dan zijn er nog de boeken die ik heb, maar waarbij ik steeds vertwijfeld afvraag of ik ze heb. Het overkomt me steeds vaker dat ik met een boek van de kringloopwinkel thuiskom dat ik al heb. Die boeken vragen wel om een lijstje. Het kan niet zo zijn dat je steeds dezelfde boeken aanschaft. Maar het gaat dan om boeken die ik nog nooit gelezen heb. Van boeken die ik gelezen heb, weet ik feilloos welke ik heb. Soms koop ik zo’n boek. Maar bijna altijd heb ik het al.

De walgvogel

De lezing die ik Mansfeld zal opvoeren, bevat een passage uit Wolkers’ De walgvogel. Mijn Junghuhn-vriendin Renate Sternagel buigt zich nu over de tekst om er een begrijpelijk verhaal van te maken voor het Duitse gehoor. Bovendien is zij als Duitse veel beter op de hoogte van de wetmatigheden die lezingen in het Duits vragen. De eerste vraag die ik terugkreeg, ging over De walgvogel van Wolkers. ‘Walg’ is toch ‘Ekel’ schreef ze. Ik was even vergeten dat Duitsers Jan Wolkers minder goed kennen dan een Nederlands gehoor.

De walgvogel bij Jan Wolkers heeft niet zo direct van doen met de Dodo, die bekend staat als de Walgvogel. De dodo staat meer symbool voor de houding van de Nederlanders ten opzichte van de kolonie. De hoofdpersoon vertelt over de dodo’s als zijn vriendje, de Indische Harry Sarno, een boek van hem leent:

Toen hij De Scheepsjongens van Bontekoe van me gelezen had en we het erover hadden hoe schandelijk het was dat die Hollandse zeelui al die dodo’s of walgvogels met stokken hadden doodgeslagen om op te vreten, tot ze allemaal uitgeroeid en helemaal uitgestorven waren, zei hij dat zijn vader het helemaal niet goed had gevonden dat hij zo’n boek las want dat je op iedere bladzij kon lezen dat die Hollanders nergens eerbied voor hadden. (29)

Bij het naspeuren naar een Duitse vertaling van De walgvogel zag ik dat het boek helaas niet in het Duits is vertaald. Net zo min in het Engels of Oekraïns. Turks fruit is daarentegen veel populairder en klinkt ook even herkenbaar in de vertalingen: Turkisk konfekt (Zweden), Türkische Früchte, Turkish delight, Les délices de Turquie en Turska slast (Joegoslavië). Zelfs in het Fries kunnen de oortjes rood worden bij het lezen van Turks swiet. De walgvogel heeft enkel een Zweedse vertaling met als titel Dronten.

Ik zou er bijna voor gaan pleiten dat het werk van Wolkers meer bevat dan alleen Turks fruit. Wat mij betreft is De walgvogel een toppertje. Het eerste hoofdstuk getiteld ‘Koloniale waren’ behoort tot de mooiste hoofdstukken van de Nederlandse literatuur.

Overigens weten ook veel Nederlanders de herkomst van de titel van Wolkers roman niet. Zo vond ik het volgende in het boekverslag van ene ‘Flesjewater’ op scholieren.com:

Titelverklaring: Ik kon dit nergens op internet vinden. Ik denk dat misschien de ik-persoon van zichzelf walgt, dat hij iemand heeft vermoord. Al lijkt me dat wel erg voor de handliggend.

Links
Kijk voor de vertaallijstjes op: antiqbook.info en op nlpvf.nl

Artisjokken en oom Hendrik die te vroeg sterft

Bij het opbergen van De walgvogel, gisteravond stuitte ik op Jan Wolkers Dagboek 1974. Dat jaar wordt grotendeels beheerst door het schrijven van de roman die ik net uit had. Ik bladerde er wat doorheen en ontdekte weer even dat het boek even een blik werpt in de keuken van de schrijver.

Zo doet Wolkers gedegen onderzoek, hij bezoekt de kazernes in Nijmegen, bekijkt nog eens goed de dia’s die hij bij zijn bezoek aan Indonesië in 1970 heeft gemaakt van de Tangkuban Prahu (door Wolkers gespeld als Tangkaban Parahu) of laat de directeur van het filmmuseum zoeken naar de film Bathing Beauty. Hij moet de film zien, beseft Wolkers op 29 juli als hij begonnen is aan het hoofdstuk dat de titel van de film draagt:

Als ik aan de situatie dat de hoofdpersoon Lien in de bioscoop ontmoet merk ik, wat ik van tevoren al heb bedacht, dat ik toch echt die film met Esther Williams moet zien voor ik dat stuk goed kan schrijven. (133)

De film ligt niet in het museum, maar is bij Maarten van Rooyen thuis, die net een filmpje over Bathing Beauty aan het maken is. Als Wolkers die avond de film bij Van Rooyen kan zien, is hij verder geholpen en schrijft de volgende dag verder aan het hoofdstuk.

Wolkers onderzoekt de dingen die hij in de roman beweert. Zo wil hij weten of er speciale Indische gouden tientjes zijn geweest die 22 karaats waren. Een typische vraag waar nu google voor geraadpleegd zou worden. Wolkers schroomt niet om bij de gouden tientjes specialist Drijfhout in Amsterdam te informeren.

Wolkers schrijft snel, dagelijks verlaten meerdere pagina’s Walgvogel zijn atelier, vaak is het een heel hoofdstuk dat hij in een dag schrijft. De volgende dag werkt hij dan het geschrevene uit op de typemachine.

Dan is er nog het gedoe rond het manuscript als hij delen laat lezen aan de Vlaamse uitgeefster Angèle Manteau (1911-2008). Pagina 81 is verdwenen en Wolkers ruikt ‘die speciale geur van een fotokopieerapparaat te ruiken’. Hij is woest en belt haar op. Ze belt later terug dat heel toevallig de pagina onder een krant lag, toen ze even op haar kamer terugkwam voordat ze naar het station ging. Natuurlijk gelooft Wolkers het verhaal niet.

Ik zou het iedere lezer van De walgvogel willen aanraden om naast deze indrukwekkende roman ook even het Dagboek 1974 te lezen. Zo ontdek je dat Wolkers worstelt met de tijd in de roman. Hij herschrijft bijvoorbeeld diverse hoofdstukken met oom Hendrik erin. Zijn sterven liep in de tijd veel te veel vooruit. Het kost Wolkers moeite, zo schrijft hij op 8 augustus, maar het resultaat mag er wezen. Dat terwijl in zijn tuin de eerste artisjok bloeit.

Wolkers' Walgvogel

Wolkers’ De walgvogel had ik ergens in mijn middelbare schooltijd gelezen, het prijkte waarschijnlijk op een lijst. Na de aanschaf van de dikke pil De vroege werken in 2005, verkocht ik mijn exemplaar op de Almelose boekenmarkt.

Twee weken terug heb ik weer een exemplaar gekocht, omdat de omslag zo mooi is. De groene letters van de titel kleuren je met walging en de binnenkant van de omslag is net zo jaren zeventig groen als de plastic televisietoestellen toen waren, al gaf het beeld van deze toestellen zwart-wit.

De vroege werken zijn te zwaar om mee te nemen en de eerste druk is veel beter hanteerbaar. Ik werd gestimuleerd het boek te herlezen door het fragment van Wolkers dat Trudy Dehue liet zien bij de Zomergasten van 9 augustus. De schrijver leest hier het eerste hoofdstuk voor, waar hij een mooi taalspel opvoert, boordevol met stilistische verwijzingen naar bijbelboeken als Jesaja. De hoofdpersoon slaat met de klewang het hoofd van Colijn op een verkiezingsaffice stuk. Wat dan volgt heb ik hier in huis de laatste drie weken vaak geciteerd:

Gerechtigheid is geschied. De wreker naast God. Petroleum zijt ge en tot petroleum zult ge wederkeren. Wie met de klewang slaat zal door de klewang vergaan. (10)

Woede kan som mooie literatuur opleveren. Een week later stond het boek weer in mijn boekenkast. Ik had hem gekocht met een bundel latere romans die ik per vergissing ook op de Almelose boekenmarkt had verkocht. Ik leefde destijds in de veronderstelling dat deze boeken tot het vroege werk behoorden.

De herlezing bevestigde mijn leesplezier van weleer. Wat een verrukkelijk boek om te lezen is De walgvogel. Al bestaat de helft van de roman uit het verhaal dat al in Kort Amerikaans is opgevoerd, het verhaal van de oorlog en de oom die in huis woonde. Deze aspecten zijn ook meegenomen bij de verfilming van Terug naar Oegstgeest.

De walgvogel hoort bij mijn weten samen met Hermans’ Ik heb altijd gelijk tot de weinige romans in de Nederlandse letterkunde die over de politionele acties in Indonesië handelen. In beide romans wordt een negatieve houding aangenomen over de militaire acties van de Nederlanders, waarbij veel slachtoffers vielen. Saillant detail is dat beide schrijvers nooit meegevochten hebben in 1947 en 1948 bij de politionele acties.

Natuurlijk bevat het boek veel scènes met de broek naar beneden, maar ergens lees ik ook veel liefde en tederheid. Zo is de hoofdpersoon tot alles bereid om de liefde van zijn leven, Lien, te krijgen:

[D]at Lien de ware was. Altijd gebleven. Dat ik voor haar me mijn hele leven op een kantoortje zou willen afbeulen. Als ik haar maar iedere keer thuis zou vinden na het werk. Dat ik alles af zou willen zweren om met haar een gezin te hebben. (350)

Dat noem ik nou onvoorwaardelijk liefde.