Categoriearchief: interview

Oosterwold in belangstelling – Tiny House Farm

De aandacht voor ons huisje én Almere Oosterwold blijft mij verbazen. In het weekend rijden de auto’s in colonne achter elkaar aan. Stapvoets, raampjes open en dan maar turen naar alle huizen. We noemen ze de Oosterwold-toerist.

Soms stoppen ze even. Dan stappen ze uit en turen naar een open veld. Ze wijzen. Altijd wijzen ze naar de verte. Van iets dat er nog niet is, maar dat er nog komen gaat. Ze dromen van plannen die zeker nog een paar keer zullen veranderen.

Dagjesmensen

Maar dat zijn de dagjesmensen. De bezoekers die even een ochtendje de auto in stappen en dan rondtoeren. Via mijn blog krijg ik ook allerlei vragen. Soms zijn het studenten die een project doen en dan heel benieuwd zijn naar de experimentele wijk Oosterwold.

Andere keren zijn het verzoeken om mee te werken aan een televisieprogramma of om een rondleiding te geven. Heel leuk allemaal. Zeker ook omdat we heel trots zijn op ons huis en de wijk waarin we wonen. We vertellen graag over ons bijzondere project. Hoe het de grenzen van ons eigen kunnen vroeg, maar ook hoe we het toch hebben weten te redden.

BBC London

Vorige week was een drukke week wat bezoek en Oosterwold betreft. Maandag kwam BBC London langs voor een reportage over Oosterwold. Een mooi interview, maar ook heel pittig met mijn hakkelengels. Ze kwamen met z’n 2-en, cameraman en interviewer. Heel professioneel en vooral ontzettend snel ging het allemaal. Heerlijk op de bank gekletst over ons roze huis.

Vrijdag mocht ik een rondleiding geven voor het bijzondere symposium We make the city, geïnitieerd door de gemeente. Het was een heel divers gezelschap van mensen met interesse voor stedenbouw en architectuur, een verdwaalde Engelse journalist en mensen die binnenkort gaan wonen in Oosterwold. Erg leuk bij dit alles was dat ik de rondleiding mocht doen samen met iemand van het Waterschap Zuiderzeeland. Dat is meteen voor mij ook weer leerzaam.

Oosterwold Ontkiemt

Zaterdag de prachtige markt Oosterwold Ontkiemt. Een mooi initiatief waarbij bewoners en allerlei organisaties zich presenteren aan het publiek. Mensen die willen kennismaken met de wijk, krijgen zo een treffend beeld van het reilen en zeilen in Oosterwold. Als bewoner doe je juist weer heel inspiratie op voor de tuin en hoe je duurzamer kunt leven. En natuurlijk ga je naar huis met een paar plantjes.

Een dag later kregen we bezoek van een oude jeugdvriendin van Inge. Ze werkt momenteel hard aan een boek over duurzaam leven. Het wordt een heel bijzonder boek waarin ons verhaal ook een plekje krijgt. Heel bijzonder om zo met elkaar in gesprek te zijn. Wij stonden daar juist weer stil bij het verhaal hoe we op deze manier van leven zijn gekomen.

Veel kanten

Veel vragen en antwoorden zijn hetzelfde, al merk ik ook dat je zelf steeds een ander accent legt. Het verhaal verschilt daarmee telkens weer een beetje en dat laat zien dat het iets is dat je van veel kanten kunt bekijken. Al die verschillende vormen van tijdschriftartikel, scriptie, televisieprogramma tot een plekje in het groter verhaal van een boek. Het is erg leuk om te zien hoe iedereen naar je huisje kijkt.

En heel vaak maken we dan ook een rondje door de tuin. Veel verbazing en ook verontwaardiging over de hoeveelheid – en soorten – distels die er groeien. Maar ook veel bewondering voor de manier waarop wij met het land omgaan. Ik hoop echt dat onze tuin ook nieuwe bewoners inspireert dat je niet meteen je hele tuin op orde hoeft te hebben, maar gewoon stukje voor stukje kunt opbouwen.

Wat voor een vragen krijgen wij?

Welke vragen stellen journalisten aan ons? Een paar voorbeelden:

  • Waarom een roze huisje?
  • Heb je heel veel weg moeten doen?
  • Wat heb je ingeleverd?
  • Hoeveel heeft het gekost?
  • Is het niet klein met z’n 3-en?
  • Heb je wel tijd voor die gigantische moestuin?
  • Lukt het om duurzaam te leven?
  • Jullie moeten alles samen met de buren doen, krijg je geen ruzie?

Graag wil ik een blogje maken met antwoorden op dit soort vragen. Heb je zelf aanvullingen op deze vragen of een heel andere vraag die wilt stellen. Zet deze onder in de opmerkingen bij deze blog. Wie weet geef ik er wel een antwoord op…

Iedereen verlicht – Tiny House Farm

Vind ik mijzelf verlicht? Is het komen wonen in Oosterwold iets dat ons heeft verlicht? Ik vind het allemaal wel meevallen, nuchter als ik ben. Maar het televisieprogramma Iedereen verlicht van de NTR denkt er anders over.

In dit televisieprogramma trekt Narsingh Balwantsingh door Nederland in een tuktuk. Hij is op zoek naar geluk. Waar mensen iets anders doen dan de rest. Tegen de maalstroom ingaan en die op een andere manier hun levensdraai zoeken en vooral die draai ook vinden.

Ons verhaal vertellen

Een tijdje terug benaderde een redacteur van dit programma ons. We maakten een afspraak. Ze vroeg of we ook wilden informeren of andere mensen van de Vuursteenhof interesse hadden. Een medebewoner van ons hofje wilde ook wel zijn verhaal komen vertellen. Voor we er erg in hadden, zaten we bij ons aan de tafel te praten over ons geluk en onze idealen.

Op de mooiste én warmste dag van februari komt hij er inderdaad aangereden in zijn tuktuk. ’s Morgens zijn de opnames geweest bij onze medebewoner van het hofje. Nu rijdt de kleurrijke taxi ons erf op. We begroeten hem terwijl wij op de oprit staan. Daarna mag ik alleen met hem het huis in en laat ik zien hoe wij wonen.

Filmploeg in huis

Een bijzondere ervaring om een hele filmploeg in huis te hebben. Naast de redacteur is er een cameravrouw en een geluidsman bij ons. Aan mijn shirt zit een microfoon in de vorm van een pluisje geplakt. Het neemt alles op. En zo sta ik even later alleen met Narsingh in de woonkamer. Om ons heen de hele ploeg. Ik vertel over de boeken, het verzamelen en alle spullen die we hebben weggedaan.

Inge zit buiten met de teckels. De camaravrouw is bang dat ze over ze zal vallen. De honden dringen zich ook best wel een beetje aan haar op. Narsingh moet er ook niet zoveel van hebben. Ze zijn wel heel enthousiast en springen steeds tegen zijn knieën op.

Overnieuw en we duiken daarna de slaapkamer in, waar ik mijn harmonium laat zien en er iets op ga spelen. Zeker, Narsingh kent ook harmoniums. Hij heeft er zelfs een paar thuis staan. Hij maakt er ook muziek op; het instrument maakt deel uit van de Indiase Bollywood muziek. Elke groep heeft het in het instrumentarium staan. Heel anders dan mijn pedaalharmonium. Verlegen als ik ben, weet ik niet meer dan een paar noten uit het grote instrument te krijgen.

Over elkaar heen buitelen

De cameravrouw is niet zo enthousiast over de scene. De slaapkamer is veel te klein. We buitelen over elkaar heen in het beeld. Bovendien is het er veel te donker. Zo blijft het bij de korte scene. Weer terug in de kamer moeten we weer allemaal dingen uitzoeken. We pakken weer even oude vragen terug, vanuit een ander standpunt gezien. Dat moet als er slechts 1 camera is.

Dan mag Doris. Ik heb de overgang gemaakt, door aan te bieden dat Narsingh wel even mag kijken in de kamer van Doris. Ik ga naar buiten en het is de beurt aan onze dochter. Om de honden rustig te krijgen, loop ik een rondje over de Vuursteenhof. Ook bekijk ik nog even de tuk tuk. Hij ziet er best leuk uit. De vrolijke kleuren sluiten mooi aan bij ons roze huisje.

Interview tussen fruitbomen

Als Doris klaar is, mag Inge aan de slag in de tuin. Zij krijgt het interview tussen de fruitbomen. Ze slaat voor de camera wat groenbemesters plat. De dorre stronken steken wel heel schril boven ons landje uit. Ze kan er meteen het verhaal bij vertellen hoe wij het aanpakken, met permacultuur en zo. Ik ben heel benieuwd wat ze zegt. Ik zie het vanuit de woonkamer aan. Meteen even gelegenheid om wat dingetjes voor mijn werk tussendoor te doen.

Voor het laatste stukje film, nemen we eerst in huis nog wat op. Ik mag een kopje thee zetten. Een beetje minder vanzelfsprekend, minder volgens rolpatronen. Al zet ik hier in huis flink wat koppen thee. Voor de televisiecamera maak ik geen uitzondering. Toch nog een paar keer overnieuw. De snelheid waarmee ik werk, gaat echt te snel voor de camera. Dan doe ik het nog een keer. Ongewoon traag. Zo traag werk ik nooit.

In zonnetje zitten

Als afsluiting mogen we voor het huis lekker in het zonnetje gaan zitten. Op het bankje dat ik van achter heb gehaald. Het voorjaarszonnetje schijnt heerlijk op ons huisje. De tuk tuk ervoor en dan gaan we nog heerlijk napraten. Evalueren hoe het leven is in ons roze huisje. We genieten van de zon en van elkaar. Ik hoop zo dat je dit geluk door de zenuwen van de opname heen kunt zien.

Zo zijn we vol in beeld in het item van Iedereen verlicht. En wat hebben ze ervan gemaakt: op een prachtige manier krijgt onze manier van leven aandacht. Missie geslaagd.

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Welk schrijversinterview vergeet je nooit? – #50books vraag 47

img_20161120_092632.jpgHet programma DWDD begint meer en meer een boekenprogramma te worden en minder het accent op televisie te leggen zoals in de beginjaren. Zo waren er afgelopen maandag 2 schrijvers in de uitzending en werden de biografie over Boudewijn Büch gepresenteerd en de biografie van wielrenner Thomas Dekker.

Interessant in deze discussies was de vraag: wat is waarheid. Beroepsfantast en schrijver Boudewijn Büch tegenover de wielrenner die eindelijk eens de waarheid wil vertellen. De cruciale rol van Frits Barend in dit geheel die tekeer gaat over de kleedkamergeheimen die de wielrenner Thomas Dekker verklapt, maar milder is in de teleurstelling van vrienden als ze erachter komen dat Boudewijn Büch zijn vrienden voorloog.

Ik kijk eigenlijk nooit naar boekenprogramma’s op televisie. Het stimuleert mij niet om een boek te gaan lezen. Al krijg ik van sommige fragmenten met schrijvers nooit genoeg. Dan draait het er vooral om als ze beginnen voor te lezen. Maarten Biesheuvels Brief aan zijn vader, is werkelijk prachtig. Het geeft dit verhaal extra dimensie als hij het zelf voorleest. Maar over het algemeen boeien mij de verhalen over het hoe en waarom van een boek wat minder.

Hoe zit dat bij jou? Heb jij een schrijversinterview dat je prachtig vindt? Of inspireren interviews op televisie met schrijvers je om een boek te gaan lezen? Je mag de vraag ook uitbreiden tot interviews in kranten of tijdschriften.

De vraag van vandaag is: Welk schrijversinterview heeft blijvend indruk op je gemaakt?

Ik ben benieuwd naar je antwoord.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Schrijftips

image

Bij het interview over zijn nieuwe roman Schuld geeft schrijver Walter van den Berg in De Volkskrant een paar interessante tips. Hij laat vooral zien dat schrijven vooral werken is.

Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdsprongen gebruikt, kun je in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermeer integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt.

Hele goeie tips, die misschien niet bijdragen aan de romantiek van het schrijven, maar wel handzaam zijn als je hulpmiddelen zoekt bij het schrijven. Net als de tip die hij eerder geeft en die hij weer via een bevriend schrijver van Hemingway heeft: schrijf maximaal 500 woorden per dag en stop midden in een scène.

Het haalt natuurlijk wel de romantiek van het schrijven weg. Daarom is de onvoltooide roman De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch niet zo interessant voor doorsnee-lezers, maar wel voor mensen die van schrijven houden. Dat boek geeft bij uitstek een inkijkje in het schrijfproces, met al de bijbehorende geheimen.

Iets soortgelijks zie je in de dichtbundel Boemerang van Gerrit Komrij. Deze dichtbundel laat niet zozeer het proces van het dichten zien, maar wel hoe een dichtbundel wordt samengesteld. Het blijft daarbij uiterst pijnlijk dat de bundel niet door de schrijver is voltooid. Er hadden naar mijn mening nog veel nieuwe en herschreven gedichten een plekje in kunnen krijgen.

Daarom ben ik zo blij met de tips van Walter van den Berg. Ze laten je even meekijken op het computerscherm van de schrijver.

Zoek de 10 verschillen

wpid-2013-07-26-12.17.41.jpgBij kringloopwinkel Wawollie in Goor vond ik vorige week het boek De interviewer en de schrijvers van Ischa Meijer. Het boek biedt een interessante inkijk in de interviews van de schrijver Ischa Meijer met literatoren. Bij thuiskomst las ik gelijk het interview met Godfried Bomans.

In dat interview in 1966 vertelt Godfried Bomans over zijn doorbraak als schrijver. Het boek Erik dat hij als student in Nijmegen schreef, werd een bestseller. Bomans moet terugdenken aan zijn vader:

‘Wat er nou precies gebeurd is weet ik niet. Misschien heeft hij de etalage van een boekwinkel vol zien liggen met Erik… Maar op een dag stopt de Mercedes van mijn vader voor mijn huis in Nijmegen. Ik stond verlamd achter het raam. Ik kon er niet uit. Maar de tiran, de Zeus stapt uit zijn wagen en belt aan. Ik moest open doen. En daar stond hij oog in oog met die debiel. Geen van beiden konden we iets zeggen. Toen zette hij een fles wijn op tafel en vertrok. Er is geen woord gevallen.
De volgende dag belt m’n moeder op om mij te vertellen dat hij gestorven was…’ (14/15)

Een paar dagen later vond ik in de kringloopwinkel van Hilversum een boekje van Godfried Bomans. Het is enkele maanden voor zijn dood verschenen en heet De man met de witte das. Naast een serie bijdragen die Bomans schreef over de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april 1971 bevat het boekje ook een portret van zijn vader – de man met de witte das. Bomans vader was Tweede Kamerlid van 1917 tot 1929 voor de Katholieke Staatspartij.

Het boekje opent met deze herinneringen, gevolgd door de bezoeken aan de verkiezingsbijeenkomsten met de lijsttrekkers van 1971. Alle spelers van de zandbak van de Nederlandse politiek komen voorbij. Het boekje eindigt met een korte bijdrage dat ‘De man met de zwarte das’ heet. Het opent bijna verontschuldigend:

‘Ik voel mij als een schilder die meent een portret voltooid te hebben en op het laatste ogenblik beseft, dat er iets ontbreekt. Hij loopt achteruit en bekijkt het werkstuk. Technisch gezien is het af, en toch, als hij nu zijn atelier verliet zou hij iets wezenlijks hebben verzuimd. Op een bepaalde dag moet mijn vader besloten hebben zijn witte das prijs te geven en zich, als ieder ander christenmens, een zwarte om te doen.’ (121)

Bomans eindigt deze epiloog met het verhaal waarmee het interview van Ischa Meijer eindigt:

‘Er verscheen een tweede boekje, Erik geheten, en ik kon opeens wat eten. Ik woonde op de Pater Brugmanstraat en stond toevallig voor het raam, toen de zwarte Mercedes van mijn vader geluidloos de straat ingleed. Hierin zaten mijn ouders. Mijn moeder bleef zitten, maar mijn vader stapte uit en liep langzaam naar de voordeur, met iets onder zijn arm. Ik had beiden in geen jaren gezien en ging in een hoek van de kamer staan, met mijn rug tegen de muur. Nog hoor ik zijn trage voetstap op de trap en daar verscheen hij op de drempel. We keken elkaar een ogenblik aan. Toen begaf hij zich naar het raam en keek naar buiten. ‘Mooi uitzicht,’ zei hij en draaide zich langzaam om. Ik antwoordde niet. Hij bleef een ogenblik bewegingloos staan en zette toen een fles wijn op tafel. Ik zei nog steeds geen woord. Mijn vader kruiste de handen op de rug en keek strak naar het behang. Zo verliepen enkele seconden. Toen knoopte hij zijn jas dicht en verliet de kamer. Ik hoorde het portier dichtslaan en de auto wegrijden. Enkele dagen later kreeg ik een telegram. Hij was gestorven.’ (127)