Categoriearchief: ijsselmeer

Biezenburcht – #fietsvakantie

Als je zoveel indrukwekkends gezien hebt bij de zandverstuiving, dan valt de rit langs Harderwijk tegen. Het begint bij de brug over de A28. Het verkeer raast onder je door. Het vraagt een aardige klim. Bij het afdalen moet je weer heel snel remmen omdat je moet oversteken.

Dan de tunnel door op weg naar Flevoland. Het laatste deel van de reis, maar wel bijna de helft van het totaal aantal kilometers dat we afleggen. Ook niet het mooiste stukje Harderwijk. Je kunt je dan niet voorstellen hoe indrukwekkend deze stad was voor bezoekers varend vanaf de Zuiderzee.

Komend vanaf de dijk naderen we het Fort, de Biezenburcht. Het ligt op de grens van de Knardijk en de Zeewolderdijk aan. De Knardijk maakt hier de buiging en wordt een binnendijk.

Tot Zuidelijk Flevoland erbij kwam in 1968 was de Knardijk helemaal een buitendijk. Tegen de dijk aan ligt het natuurgebied Harderbroek. Hier vliegen eindeloos veel meeuwen en visdieven. De laatste is bijna niet te onderscheiden van de meeuw, alleen aan de ranke vleugels zie ik het verschil met de kokmeeuw.

Hier is het uitzicht heel mooi. Je kijkt zo in de richting van Harderwijk zoals de schippers eeuwenlang de stad zagen liggen vanaf de binnenzee. Nu rijden de auto’s je in hoge snelheid tegemoet vanaf de dijk. Het blijft een vreemd idee.

We kijken nog een keer naar beneden waar de snackbar gehuisvest is, eten aan de kant van de Knardijk nog een krentenbol en gaan dan over de mooiste dijk van Flevoland omhoog naar de Oostvaardersplassen.

Fietsvakantie 2016

In augustus 2016 maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Almere 30 jaar

20140928_211716Al zolang Almere bestaat, kent de stad zijn jubilea. Elke paar jaar wordt aangegrepen een nieuw jubileum te vieren. Mij staat het 25-jarig bestaan van Almere nog helder voor de geest in 2001. Het was het jaar waarin ik de avondvullende documentaire over Almere zag. Paradijs in de Polder, een documentaire waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Hij ontbreekt tot mijn eigen verbazing in het Stadsarchief van Almere.

Het zien van deze documentaire versterkte mijn gedachte dat ik Almere als woonplaats helemaal niet zo gek zou vinden. Waarom zou geluk moeten afhangen van een niet te bereiken bestaan aan een Amsterdamse gracht, als dezelfde staat van geluk bereikt kan worden aan een gracht in Almere? Het is natuurlijk wel een staat van geluk, niet status.

Ik verhuisde in 2006 naar Almere. In het jaar dat ik die eerdere droom werkelijkheid zag worden, werd Almere 30 jaar. Het was het jaar dat het Stadshart opgeleverd werd en de koningin haar verjaardag in Almere vierde. Het was ook het jaar waarin een torentje in het Stadshart zorgde voor landelijke ophef en vertraging van het openingsfeestje.

Sinds die tijd verzamel ik boekjes die met Almere te maken heb. Als ik ze voor een leuke prijs tegenkom, schaf ik ze aan en lees ik met veel belangstelling over de geschiedenis van Almere. Ik zou zelfs meehelpen aan een boek over de openbare gebouwen in Almere met een gedicht van mij over het uitkijktorentje dat bij het Weerwater staat. Helaas ging dat niet door.

Ik dacht eerst dat het om hetzelfde boek als het boek van Frits Huis ging. Maar dat is een ander boek. Het boek van Frits Huis, oud-journalist en tegenwoordig wethouder en bekend als panellid bij de Rijdende Rechter, verscheen dit jaar en kreeg de titel: Almere 30 jaar in verbinding met haar inwoners. Helaas kreeg ik het boek niet aangeboden om het te bespreken op mijn blog, maar ik vond het te leen bij de bibliotheek.

Natuurlijk hebben we allang het dertigjarig bestaan van Almere gevierd, maar het boek staat stil bij de totstandkoming van de Gemeente Almere in 1984. Op 2 januari 1984 veranderde het bestuur van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders met een landdrost in een gemeente, zoals de rest van Nederland wordt bestuurd. Met aan het hoofd een gemeenteraad, een door het volk gekozen raad.

Wordt vervolgd…

Omzwervingen: Twee bruggen (4)

imageDe grote Stichtse brug over. Het is een stevigere klim dan die brug een kilometer of twintig terug. Hier rijden ook tractors in volle vaart voorbij. Het is uitkijken, maar als je boven staat wordt je zo beloond met een mooi uitzicht. Al kun je de brug verderop niet zien. Onder mij trekt een speedboot snel door het water. Een baan en hoge golf laat hij achter zich.

Ik neem de trap naar beneden. Al moet ik de dalende fiets tegenhouden. Het scheelt een flink eind rijden. En al hoef je niet te trappen, ik heb het gevoel zo veel sneller beneden te zijn. Op de dijk maak ik nog een paar foto’s. Het licht is ineens heel fel en de verte verdwijnt in de glinstering. Het lijkt opeens of de overkant gehuld is in een dun heiig laagje mist.

imageDe verrekijker blijft in de tas. Ik ga verder fietsen. De wind in de rug, zie ik aan de windmolens die achter de brug staan. Het voelt heerlijk, de wind in de rug en de zon half van voren. Het water kleurt zilverachtig en al is er achter niet veel te zien, het is prachtig. Een plezierjacht vaart gelijk met mij op. Ik trap lekker door en zoek de plekken waar ik net fietste.

Ik ga de rest van de dijk af beslis ik. Eigenlijk is de wind hier bijna altijd tegen. Daarom maak ik gebruik van de kans om door te rijden. Drie vliegtuigen vliegen over het Gooimeer. Ik hoor de propellers ronken. Het zijn drie historische vliegtuigen. Twee spitsfires en een groter vliegtuig. Ze vieren al vliegend de bevrijding. De vliegtuigen slaan af over Huizen in de richting van Hilversum.

imageDit is het vierde verhaal in een serie van vijf over mijn fietsrit gemaakt op Bevrijdingsdag

Lees deel 5

Lees eerst deel 1

Omzwervingen: gemekker

image

Ik fiets langs de oude Zuiderzeedijk in de richting van Naarden. Over de weg dwars door de polder rijden twee vrouwen mij tegemoet. Ik weet niet of ik die weg nu ook moet nemen en rijd al twijfelend rechtdoor over de weg die ik altijd rijd als ik een rondje Gooimeer doe.

Terwijl ik zo half achterom kijk, vraag mij af of ik daarmee een flinke hap van mijn route zou afsnijden. Maar ik rijd gewoon door in de richting van de vesting. Op de dijk staan schapen. Ze grazen. De lammetjes liggen lekker in het gras en kijken om zich heen. Zij hebben duidelijk de schaapjes op het droge. Soms klinkt er gemekker van een lammetje, geantwoord met het blaten van een groter schaap.

Een lammetje kijkt heel wijs voor zich uit. Zijn flaporen wijzen breed naar opzij. De wind blaast over het eigenwijze bolletje. Hij staart met een blik voor zich uit alsof hij alles van de wereld begrijpt. Ik denk aan het fragment dat ik laatst las van een schrijver. Hij vertelde dat elk lammetje zijn eigen mekker had, waarna slechts één ouder schaap antwoordde.

Hij vermoedde dat het de moeder van het lammetje was dat communiceerde met haar jong. Schapen blaten niet onnodig, concludeerde de schrijver aan het eind van het stuk. Veel geblaat en weinig wol gaat niet op voor schapen.

Ik vraag mij al fietsend af welke schrijver dat nu ook alweer opgeschreven heeft. Het was een heel vermakelijk stukje, maar ik heb geen idee wie dat nu beweerde. Ik denk dat het een bevinding is uit het dikke Natuurdagboek van Nescio, maar het kan net zo goed van een ander zijn.

En dan weet ik gelijk dat ik thuis op zoek zal gaan naar het fragment, eindeloos speuren en het niet zal vinden.

Inderdaad, ontdek ik verderop. Ik zou een stuk hebben afgesneden van de route. Maar dan had ik dat eigenwijze lammetje nooit gezien en niet gedacht aan het interessante fragment dat ik niet zal vinden.

Omzwervingen: Met Jacques richting Amsterdam

20140412_175809Niet zo lang geleden vond ik het boek Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse. Het boek bevat een vijftal beschrijvingen van wandelingen en fietstochten. Het eindigt met een indrukwekkende vaartocht over de Zuiderzee. De beschrijvingen bevatten uitvoerige tochten. Een wandeling van Amsterdam naar Huizen heen en weer op één dag is heel normaal.

Ik kreeg gelijk het idee om Jacques P. Thijsse te gaan volgen. Het boek verscheen precies honderd jaar geleden en ik wilde eens op zoek gaan naar de plekken die Thijsse noemt in zijn boek. Ook wilde ik weten of de afbeeldingen nog terug te vinden waren in de werkelijkheid.

Daarom combineerde ik laatst een afspraak in Amsterdam met een fietsrit naar de hoofdstad. Het viel eigenlijk best tegen de afstand en ternauwernood bereikte ik de plaats van bestemming op het afgesproken tijdstip. Misschien kwam het ook door de afleiding die ik onderweg had.

muiderberg oude kerk

Ik fietste langs het oude Zuiderzeestrand bij Muiderberg, zakte af naar het water van het IJsselmeer. Het kabbelde tevreden tegen het houten afschot. Ik zag hoe het oude Kerkje aan Zee nu tussen de bomen verstopt ligt en probeerde de kustlijn van weleer op de foto te zetten.

De binnenzee van weleer ligt er nu kalmer bij dan toe. Al schijnt het dat het nog altijd flink tekeer kan gaan op het IJsselmeer. De dreiging voor het omringende land is wel verdwenen. De recreatie wint hierdoor terrein. Al eist de economie ook veel ruimte op in de vorm van energiecentrales en snelwegen. Het laatste vraagt in de omgeving tussen Naarden, Almere en Amsterdam veel ruimte voor de verbreding van de A1, A9 en A6.

Het grote verschil tussen toen en nu zijn de bomen die nu overal weelderig groeien. Het zoute en zilte water van toen verhinderde dat waarschijnlijk. De ruimte valt nu goeddeels weg in het groen. Het kerkje bij Muiderberg ligt helemaal verscholen in het groen.

Het witte dijkhuisje uit het boek is door de bomen eromheen helemaal onttrokken aan het zicht. Met moeite lukte het mij dit huisje dat tussen Muiderberg en Muiden aan de oude Zuiderzeedijk ligt op de camera te krijgen.

dijkhuisje bij muiderberg

Verderop grijpt de bebouwing in. Het Muiderslot vanaf het gezichtspunt in het boek, is nu nauwelijks te vinden. Vanaf de oude dijk, tegen de haven aan, staan hoge loodsen voor de reparatie van plezierjachten. Het Muiderslot valt helemaal weg achter deze schutting van bebouwing.

muiderslot

Terecht merkt Thijsse op dat de Zuiderzeekant een verwaarloosde kant is van Amsterdam. Honderd jaar later is daar weinig aan veranderd. Wat eens de mooie kant van de stad was, waar de schepen voeren van en naar de Oost, liggen nu verwaarloosde fabrieksloodsen, gammele bruggen en een tot park omgetoverde vuilstortplaats.

Gelukkig is er ook meer ruimte voor natuur, al schuren natuur en economie soms rakelings langs elkaar heen. Zoals bij de uitgebreide energiecentrale of bij de uitbreiding van de snelweg. Dan is het lastig plekjes te vinden waar geen verkeer rijdt.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse, eerste druk in 1914. De hier weergegeven afbeeldingen zijn gemaakt door Edzard Koning.

Zuiderzee knippen en plakken

wpid-2014-02-17-15.52.42.jpg.jpegBij het struinen door kringloopwinkels stuitte ik op een uitgave van Jac. P. Thijsses plaatjesalbum Langs de Zuiderzee. Het is een heruitgave uit 1984 van het Verkade-album dat oorspronkelijk in 1914 verscheen. Dat is nu precies honderd jaar geleden.
image

De plaatjes zaten er los bij. In de eerste heruitgaves leverde de uitgever de plaatjes op een apart vel. Zo kon de koper weer terug in de tijd van de albums en kon zelf de plaatjes uitknippen en inplakken. Het was geen succes. Lezers plakten de plaatjes niet in. Daarom zijn de laatste heruitgaven facsimile-uitgaves met plaatjes en al.
image

Dat de meegeleverde plaatjes geen succes waren, bewijst het exemplaar dat ik vond in de kringloop van Diemen. ‘Voor vader, opa’ staat voorin de herdruk van het boek. ‘Op z’n 61ste verjaardag 25.10.1984′. Opa is nooit aan het uitknippen en inplakken van de plaatjes toegekomen. Ze zitten er in los supplement bij, op vellen met 12 plaatjes per vel, bijeengehouden door een nietje.
image

Nu ben ik ze aan het inplakken omdat dit mooier staat en ook omdat ik graag het boek met de plaatjes erbij wil lezen. Zo snijd ik plaatje voor plaatje uit en plak ze met fotolijm in het boek. Een mooier gezicht en straks kan ik genieten van de tekst van Jac. P. Thijsse en de illustraties van onder andere Jan Voerman jr.