Categoriearchief: hond

Zere rug – Sientje (60)

Daar stonden we met een teckel van wie de rug dubbel gevouwen was. 10 uur ‘s avonds, de avond voor Pinksteren. Inge ging naar de buurvrouw om te overleggen. Ze kwam even later binnen. Ze had een EHBO-diploma. Misschien kon ze met haar mensenkennis ook Sientje helpen. Bovendien was ze zelf ook een dierenliefhebber met 2 honden. Ze wist hier mogelijk wel raad mee.

‘Die is echt door de rug gegaan. Of in elk geval heeft ze een flinke smak gemaakt’, concludeerde ook zij snel. ‘We moeten naar een dierenarts’, zei Inge. Het was een uitermate ongunstig moment. Precies op de avond voor Pinksteren zaten wij met een gewonde hond. Ik hoorde het geld al uit mijn portemonnee vallen. De munten rinkelden op de tegels rond de caravan. Het papiergeld waaide weg en wapperde in de richting van de bomen achter onze caravan. Dat zou heel veel geld gaan kosten. En over de afloop zouden we in het ongewisse blijven.

Dienstdoende dierenarts

Inge belde naar onze oude dierenarts in Almelo. Het antwoordapparaat verwees naar de dienstdoende dierenarts in Wierden. Dat was een flinke trip vanuit Delden. Ik zou in de caravan bij Doris blijven. Zij lag heerlijk te slapen terwijl ons hondje gewond was. De buurvrouw zou met Inge naar de dierenarts gaan. Ze wikkelde Sientje in een lekker deken zodat de rug lekker warm zou blijven. Sientje keek nog altijd even uitdrukkingsloos. Ze kon geen poot verzetten leek het. Al had ik haar op de bank op de poten gezet en een stukje laten lopen. Ze zette een paar stapjes en ging gelijk weer liggen.

De buurvrouw had haar op schoot genomen. Ik nam nog even goed afscheid van Sientje. ‘Als ze lijdt, geef dan maar een spuitje’, zei ik erbij tegen Inge. Ik voelde de tranen opwellen. Ons hondje. Het was voorbij. Ik kon niet bij haar sterven zijn. Ze vertrokken. De partytent aan het eind van het veld ging open om de auto door te laten. Dwars door de groep mensen reden Inge, de buurvrouw en Sientje weg.

Stramme houding

De klok kroop steeds verder omhoog. De rit was lang, begreep ik wel. Ik kon mij nergens op concentreren. Wat voelde dit walgelijk zeg. Onze hond was door de rug gegaan. De stramme houding van de laatste winter lag waarschijnlijk ook in deze rugklachten. Nu was ze helemaal door haar rug gegaan. Op Inge rustte nu de zware taak om de beslissing te nemen over het leven van ons hondje. Nu reden ze daar ver weg. Ons hondje was misschien al dood. Misschien waren ze alweer op de terugweg. Hoe zou Doris morgen reageren als ze bij het ontbijt hoorde dat ons hondje er niet meer was.

Ze heeft een mooi leven gehad bij ons, dacht ik. De momenten in de afgelopen 7 jaar dat ze bij ons was, liet ik in gedachten voorbijgaan. Ik liep onrustig heen en weer door de caravan. Ik probeerde wat te lezen uit een boekje, het lukt niet. Ik pakte een schriftje om wat dingen op te schrijven. Het lukte niet. Ik kon alleen maar huilen van verdriet om mijn hondje.

Vertrouwen

Hoe konden we zo stom zijn om haar te roepen. Ze wilde zelf niet. Maar ik wilde haar stoer laten doen. Misschien had ze het niet kunnen zien, waardoor ze verkeerd terechtkwam. In alle vertrouwen was ze gesprongen. Vertrouwend op mijn stem. Baasje zegt dat het kan, dus het zal wel goedkomen. Ik zie niks, maar ik kom wel goed terecht. Alles komt op zijn pootjes terecht.

Ze kwam verkeerd terecht. Ik hoorde haar rug weer kraken. Daar ging hij, de kostbare, lange teckelrug. Ik zag het moment eindeloos voor mijn oog afspelen. In het halfduister, overmoedig door het gesprek met de buurman. Daar ging ze, met al haar onzekerheid maar in het vertrouwen van de goede afloop. Een goede afloop die een slechte afloop werd. Ze zou het met de dood moeten bekopen.

Hoe verlossend was het SMS’je iets naar twaalven. Ze waren anderhalf uur weg. Sientje leefde nog en ze gingen nu weg uit Wierden, terug naar de caravan met ons lieve teckeltje.

Lees het vervolg: Hernia of ‘herni-nee’ »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Verkeerd terechtkomen – Sientje (59)

Hoe lang zou Sientje nog bij ons blijven? Het werd meer en meer de vraag. Ze werd ouder en strammer. In de wintermaanden bij een flinke koude liep ze met stramme benen rond. Vooral de rug bood veel verzet. Het trappetje voor het huis kwam ze niet meer op.

Een fiere sprong vanuit de voorzijde van de caravan naar beneden wilde ze liever ook niet meer maken. De kit tussen de uitklapbare deuren had ik weggeplukt, waardoor bij mooi weer de deuren aan de voorzijde van de caravan openden. Het kostte wel wat moeite, je moest de deurpost iets omhoog duwen omdat het hout sterk op de deuren rustte.

Vochtproblemen

De slechte afwatering zorgde voor vochtproblemen in de caravan. Ik durfde het plafond er niet uit te halen. Omdat – zoals een kennis het noemde – ‘overal wel een probleem zat.’ Als je iets losmaakte, toonde zich ergens anders een nieuw probleem. Als je het dicht liet zitten, dan zou het buiten beeld blijven. De kennis had een klein jaartje later een heel weekend meegeholpen. Hij wist de elektriciteit weer op te kalefateren. We hadden weer stroom in de aanbouw (voortent).

Sientje vond het vooral buiten de caravan erg lekker. Ze struinde dan rond, likte aan het oude barbecuerooster en snuffelde elk stukje van ons terrein af. Als ze de kans kreeg – vooral buiten het seizoen mocht dat – dan mocht ze op het grote grasveld voor de caravan hollen. Ze rende op haar oude leeftijd een aardig vaartje en verbaasde menigeen met haar fitte conditie. Al verried de conditie zich na een paar rondjes hollen, dan plofte ze hijgend naast je neer.

Opgehouden plas

Tegen de vorst maakten we een overjasje dat ze droeg als we met haar een rondje liepen. Soms vergaten we het of duurde het bevestigen te lang. De blaas van Sientje was zwak waardoor ze de opgehouden plas moeilijk kon blijven ophouden als het moment van uitlaten in de buurt kwam. Het gefriemel met het jasje zorgde vaak voor iets teveel wachttijd. Daarom liet ik haar bij vorst ook zonder bescherming uit. Dan ging de plas voor. Bij langere ritten probeerde ik de rugbedekking wel te plaatsen.

Thuis liepen we niet meer voor om omdat het trapje voor het huis problemen gaf. Kon ze zonder enige moeite op de bank springen, het trapje voor het huis gaf problemen. Wat de reden hiervan was, wist ik niet. Misschien de koude, misschien het inschatten van de afstanden. Het kon natuurlijk ook iets zijn dat niks met haar rug te maken had. Ze had er dan een tijdje last van, maar later verdween het plotseling en sprong ze omhoog en omlaag of er niks aan de hand was.

Zaterdagavond voor Pinksteren

Met Pinksteren, we hadden de caravan nog geen jaar, gingen we lekker naar Delden. De zaterdagavond voor Pinksteren was een buurman druk een partytent aan het opbouwen op het grote grasveld. We zouden dadelijk een glaasje mee komen drinken in de tent. We waren in gesprek met een andere buurman. Sientje stond in de opening bij de openslaande deuren. Onder de hoge opstap stond een aluminium trapje. Dat trapje zou later bij de inbraak in onze caravan worden meegenomen.

Ze stond er te aarzelen. De zon was net ondergegaan. Het werd donker en ook wat kouder. Terwijl Sientje daar stond te aarzelen riep ik haar. Ze bleef aarzelen. We riepen haar samen. Ze nam een aanloop en sprong in het donker. Ze landde en ik hoorde: ‘krak. Daar gaat haar rug, dacht ik. Zeker ook omdat ze helemaal roerloos bleef zitten. ‘Ja, dat is haar rug’, zei Inge. Ik tilde haar voorzichtig op. Ze bleef helemaal roerloos en staarde uitdrukkingsloos voor zich uit. Die moest verschrikkelijke pijn hebben, ging door mij heen.

Wat nu? Het moment dat ze een keer door de rug ging, konden we verwachten. Maar nu het echt zover was, schrok ik. Die moet straks een spuitje. Ik vreesde het ergste.

Lees het vervolg: Zere rug »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Knalgele stacaravan – Sientje (58)

Bij het kamperen op Westerholt, liepen we ‘s avonds met Sientje over de camping. Bij al die stacaravans sloeg de fantasie snel op hol. Doris lag al te slapen en wij liepen een rondje met het hondje. We deden meteen uitgebreid studie van het arsenaal dat er zoal stond aan stacaravans.

Indrukwekkend geel

Een ongekende hoeveelheid en verscheidenheid aan stacaravans stond er. In alle soorten en maten, maar ook in alle vormen van kwaliteit en onderhoud. Aan het eind van een veld, helemaal aan de andere kant dan waar onze tent stond, stond een indrukwekkend gele caravan.

De knalgele caravan stak in vol ornaat uit boven het maaiveld. Zo in de avondzon zag hij er nog imposanter uit. Groot en oppermachtig stond hij daar. ‘Als we zoiets zouden kunnen hebben’, fluisterde ik. ‘Dan zijn wij de gelukkigste mensen op aarde.’

Een paar weken later zagen we uitgerekend deze caravan op marktplaats staan. Geen prijs erbij. Maar we belden voor meer informatie. Inge vroeg wat hij ervoor wilde hebben. Het was een jonge knul uit de omgeving van Staphorst. Hij woonde bij zijn schoonouders, die streng-christelijk waren. Hij deed heel stoer en zei erbij dat hij echt geen verstand had van verkopen.

We spraken een week later af en vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij antwoordde vaag. ‘Ik kan niet verkopen, heb er geen verstand van, maar ik denk dat ik wel 2.500 euro ervoor wil hebben.’ We zouden eerst komen kijken voordat we akkoord gingen.

Likje verf en kozijnen stoppen

‘Dat is geen geld’, zei Inge nadat ze had opgehangen. De jongen had verteld dat er wel wat moest gebeuren. De ramen moeten een likje verf hebben en sommige kozijnen moeten gestopt worden omdat ze een beetje verrot zijn. Het viel allemaal best mee. Als ik een beetje handig was, zou het allemaal wel lukken. We beseften dat het niet de hoofdprijs was en we spraken af vooral niet verliefd te worden.

We kwamen binnen in de oase van rommel. Het terrein rond de caravan was ontzettend groot en stond boordevol met bijgebouwen. Achter de caravan was een ruimte aangebouwd met een groot stapelbed. Het onderste bed was een tweepersoonsbed. Achterin stond een klein houten schuurtje in de vorm van een blokhut. Ook dat was helemaal geschikt gemaakt voor beslaping. De jongen vertelde dat hij de caravan had overgenomen van zijn ouders. Hij kwam uit een gezin van 9 kinderen.

Caravan volgestouwd met bedden

In de blokhut stonden ook nog eens twee stapelbedden. Alle andere kamers in de caravan werden gevuld met bedden. Het hoogtepunt stond wel achterin de caravan (waarachter de aanbouw stond). Daar stond een groot tweepersoonsbed en een flinke wastafel onder het raam. Wat een ruimte. We waren helemaal onder de indruk.

Dat hij wat trilde, eigenlijk heel scheef stond en het hout van de kozijnen wel wat verrotter was dan ‘een enkel plekje’, zagen we niet. Voor de vorm dongen we nog een deel van de prijs af, maar voor 2.000 euro was hij van ons. Of we al het eerste deel wilden betalen. Dat hielden we af. ‘We betalen bij de overdracht.’ Het leek hem niet te lukken. Ook omdat Barend met vakantie was, maar uiteindelijk werden we de trotse eigenaars van een stacaravan. De herfstvakantie brak aan. We konden nu eens flink uitpakken.

Kluswoede

Dezelfde kluswoede als bij ons huis kreeg weer vat op ons. Het huis was nauwelijks klaar. In de winter ervoor had ik mijn bibliotheek ingericht en mijn studeerkamer gemaakt op zolder. De trap naar zolder moest nog helemaal worden aangepakt. Grote repen losgetrokken behang hingen over het trapgat.

Maar we waren verliefd. Of zoals de jongen zei: ‘Ik zie je al helemaal aan de slag gaan om die caravan aan te pakken.’ Zijn woorden riepen afschuw bij mij op. Ik dacht terug aan de makelaar die ons huis verkocht. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Ik verkoop geen huis, ik verkoop emotie.’ Het was een bouwval waarvan je echt moest huilen. De bouwval was half klaar en ik stond al tot mijn oksels in het volgende project: een grote bouwval ver van huis.

Alles verrot

We zouden het allemaal wel voor elkaar krijgen. We schakelen vrienden in, misschien wil de man van een kennis wel helpen. Het waren allemaal dingen die ons overreden vooral die caravan te kopen. Ons laatste zakcentje verdween zo in een project dat een grotere bodemloze put was, dan ons huis. Ik dacht niet na en trapte erin. We hadden een caravan. En wat voor één.

Na één nachtje slapen, zagen we dat er wel iets meer aan de hand was. Het licht in de voortent (of hoe noem je zo’n compleet afgetimmerde ruimte) deed het niet. Net als dat een deel van de caravan geen stroom had. Bijna alle kozijnen waren verrot. Net als dat de vloer in een hoekje van de caravan wel heel erg golfde als je erop stond.

Het bleek een diep verrot vloerdeel te zijn dat helemaal verpulverde als je er met een hamer op tikte. Of het slaapvertrek achter, waarvan de deurdrempel compleet opgegeten was door wormpjes. De deur kreeg je niet meer dicht. De complete gevel van het schuurtje bewoog als je de deur opentrok. Het zweefde een eindje boven de grond en hing meer aan het dak dan dat het ergens anders aan verankerd zat.

Alles, maar dan ook alles, was verrot. Terwijl Inge druk aan het gordijnen naaien was van oude spijkerstof, probeerde ik zoveel mogelijk de ergste achterstand weg te werken. Zonder stroom, met eindeloze lengten verlengsnoeren, begon een operatie. Een enorm project om het ergste aan te pakken. Ik wist niet waar ik moest beginnen.

Ik moest weer naar mijn werk. Terwijl Inge er een groot deel van de week zat, ging ik alleen terug naar Almere. Haar moeder zou haar komen helpen, maar ze weigerde naar huis te gaan. ‘Ik laat je niet achter op deze compleet uitgestorven camping. Straks gebeurt er iets’, zei ze. Ze bleef liggen op de bank, sliep slecht en wilde de volgende dag naar huis. Inge en Doris gingen mee. ‘Eindelijk in mijn eigen bed’, zei mijn schoonmoeder terwijl Inge probeerde te gaan slapen op het logeerbed.

Lees het vervolg: Verkeerd terechtkomen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Weglopen – Sientje (56)

Met een huis in een rustige buurt en een klein kind in de buurt kon het zomaar gebeuren: dan stond de poort open. Ook sloot de oude poort niet goed. De nieuwe bleef regelmatig openstaan. Vervelend, want de teckel wist dan te ontsnappen.

Meestal zagen we haar dan even later lopen op het veldje achter het huis. Ze struinde dan heerlijk rond. De neus over de grond, af en toe wat etened wat ze vond. Vanuit de tuin was ze al snuffelend de poort uitgelopen en liep in een rustig gangetje over het veldje. Als je haar riep, kwam ze. Soms deed ze net of ze niks hoorde en liep gewoon verder.

Serieus kwijt

Een paar keer waren we haar ook serieus kwijt. Ze was helemaal verdwenen. Ik vond het niet zo geruststellend aangezien er ook auto’s rijden achter. De weg liep weliswaar dood in de hofjes, maar ze konden er best hard rijden. Een buurjongen vond het heel leuk om met gierende banden aan te komen of weg te rijden. Dat ging niet met de subtiliteit gepaard waarmee je kinderlevens en dierenlevens behoudt.

De auto van de buurjongen stond er meertijds van het jaar met schrammen en deuken. De ergste keer was het voertuig zelfs de hele voorkant kwijtgeraakt. Het liet zich raden waar die zich zou bevinden. Een dag later was de auto verdwenen om nooit meer terug te keren. De auto had de strijd zichtbaar verloren. Gelukkig maar.

Als Sientje verdween, ging ik zoeken. Zo vond ik haar regelmatig tussen de garageboxen al snuffelend. Eigenlijk heb ik haar toen niet op een tuinbezoek kunnen betrappen. Al leek het mij heel logisch dat dit gebeurde. Ook haalde ik haar een keer van het andere pleintje, dat een meter of 200 van ons veldje verwijderd was, achter de huizenblokken die haaks op ons huis stond. Ook vond ik haar een keer aan het Haarlemplein. Daarvoor waren wat gevaarlijkere acties nodig geweest, zoals het oversteken van een druk fietspad.

Gewoon op ontdekkingsreis

Het was totaal onschuldig dat ze verdween. Gewoon lekker rondstruinen. Op ontdekkingsreis. Niet veel meer. Ze nam het op die ontdekkingsreizen wel van. Uitvoerig verdween alles wat etenswaardig was in de keel. Ze liep elke vierkante centimeter grond af. Op zoek naar vogeltjesvoer, nootjes die gevallen waren of ander lekkers. Aan hondenpoep gaf ze zich niet over, maar verder ging er alles in. Ook dingen waarvan wij dachten dat ze niet te eten waren.

Ik heb haar ook eens niet gevonden bij het zoeken. Dan was helemaal van de aardbodem weggevaagd. Ik fietste dan rond op zoek naar Sientje. De eerste keer was ik helemaal in paniek. ‘Ach, die komt zo wel weer’, zei Inge. ‘Maar de auto’s dan?’ vroeg ik. ‘Ach, dat merken we dan wel weer.’

Ze had ook gelijk. Het had weinig zin je druk te maken. Ze was weg en waarschijnlijk zou ze wel weer terugkomen. Dat gebeurde dan ook. Een klein uurtje later liep ze gewoon de tuin weer in. In het ergste geval bleef ze een uur of drie weg. We waren toen best wel in paniek. Tot mijn verbazing zag ik haar even later weer achter op het pleintje lopen. Ik riep haar en ze liep vrolijk naar me toe.

In het laatste levensjaar, de tijd dat het geheugen het een beetje liet afweten, verdween ze steeds vaker. We vonden haar dan altijd wel weer. Ze keek je dan verdwaasd aan en liep rustig met je mee. Het uitlaten was in het laatste jaar niet veel meer dan een gang naar het pleintje achter, behoefte doen en terug.

Steeds vaker weg

Je moest altijd wel opletten. Ze kon namelijk ineens in totale ontreddering wegrennen. Ik moest haar dan uit de tuin van de buurvrouw halen, waarin ze in paniek naartoe was gerend. Het was niet handig meer om haar los te laten. Het bracht haar alleen maar in verwarring.

Een avond. Een meisje belde aan. Inge was druk met eten koken. Het meisje bracht Sientje terug. Om het halsbandje stonden onze adresgegevens. ‘Nou bedankt hoor’, zei Inge. Druk met andere dingen. We hadden niet eens in de gaten gehad dat ons teckeltje hem gesmeerd was. Het meisje keek haar teleurgesteld aan in de hoop een klein fooitje als bedankje te krijgen. Het ontmoedigde haar niet, want ze heeft haar later nog eens bij ons thuisgebracht. Een dementerend hond gaat ook dwalen.

Op een rennen zetten

Eens bij een logeerpartijtje bij mijn ouders, liet ik haar even snel uit. Misschien handig om haar even los te laten, dacht ik. Ik had haar opgepakt en buiten de poort losgelaten. Ze liep eerst de brandgang in bij mijn ouders achter. Ik riep haar. Ze luisterde niet, maar zette het op een rennen.

In totale paniek holde ze langs mij heen en schoot over het voetpad langs de drukke weg. Het was al donker op die winteravond. Ik rende achter haar aan en riep haar. Het hielp niet, ze ging er juist harder van lopen. Ze kende de weg daar niet, dus ik vreesde dat als ze echt wist te ontkomen, ze zou verdwalen.

Even plotseling als ze was gaan rennen, stopte ze ook. Ze dook ineen. Totaal ontredderd. Ik kon haar makkelijk vastpakken en tilde haar op om haar in mijn armen weer terug naar huis te brengen. Ze rilde van angst en keek mij verbijsterd aan.

Het werkt niet meer, dacht ik. We kunnen niet meer logeren met haar. De onbekende omgeving maakt haar verward. Toch zou het nog een halfjaar duren voordat we de echte beslissing namen.

Lees het vervolg: Weer kamperen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Autorijden – Sientje (55)

Sientje had niets tegen autorijden. Onze huidige teckels Saartje en Teuntje hebben weinig met een autoritje. Ze krijsen en willen er zo gauw mogelijk uit. Sientje kon er zelfs van genieten. Ze liet de wind in de haren wapperen als een raampje openstond en ging er lekker bij liggen. Daarbij pakte ze ook elke gelegenheid om te knuffelen met de bestuurder.

Dat gebeurde zeker op vakantie als de auto achterin helemaal afgeladen was en de bench binnen bereik van de bestuurder viel. Dan kreeg je een onverwachte lik of zag ineens een hondensnuit in de achteruitkijkspiegel op je afkomen.

Achteruitrijden

Alleen achteruitrijden was wat minder geslaagd met Sientje achterin. Dat ontdekten we op de eerste vakantie toen we de camping niet konden vinden en een aardig eind achteruit moesten rijden omdat we daar niet konden keren.

Op vakantie gaf het meeste plezier. Zeker als de achterraampjes opengingen en een windje de auto binnenwoei. Sientje hield dan haar neus in de lucht en snoof de geuren van het onbekende gebied waar we doorheen reden. Dan genoot ze zichtbaar. Als het warm was, verkoelde het briesje ook, wat dubbel zoveel plezier gaf. De vakantie begon en eindigde altijd op een leuke manier.

Genieten van autorijden

Ook bij andere ritten, genoot ze. Misschien kwam het door de eerste rit waarbij ik naast haar was gaan zitten. Ze kroop elke kilometer dichter tegen me aan. Heel haar lijf drukte tegen me aan toen we Almelo inreden. Ze zocht duidelijk toenadering. Het bracht ons samen. Dat zou wel helemaal goedkomen, dacht ik. Onzeker als ik was, want ik voelde me ergens ook besodemieterd door de verkoper.

Later vond ze het ook heerlijk om met andere mensen achterin te zitten. Als we mijn schoonmoeder meenamen van Almelo naar Almere, zat ze gezellig tussen haar en Doris in. Mijn schoonmoeder die niks met honden had, vond het erg gezellig. Ze liet Sientje zelfs haar pepermuntje aflikken, waarna ze het zelf in haar mond nam. Iets waar ik zelfs als hondenliefhebber van walg.

Smurrie

Op vakantie kwamen we een keer in de buurt van een visvijver. We zochten naar een camping die onvindbaar leek. Niks te vinden. Sientje vond het ergens wel heerlijk. Ze rolde uitgebreid in het gras en wilde helemaal niet mee. We moesten haar meetrekken achter ons aan. Bij de auto aangekomen, viel ons op dat er iets vies op haar rug zat. Langs haar zij zat een smurrie die verschrikkelijk stonk.

‘Dat nemen we zo niet mee’, zei Inge. Maar er was helemaal niks om de hond mee schoon te kunnen maken. Dit stinkende geval konden we echt niet mee in de auto nemen. De stank hield het midden tussen een lijklucht en de dampen uit een gierput. Wat moesten we? We hadden niks in de buurt om haar schoon te kunnen maken. Tot Inge er ineens aan dacht dat er nog een flesje handenzeep moest liggen in het handschoenenkastje. Zeep zonder water. We smeerden het over de plekken waar het zo verschrikkelijk stonk en zetten Sientje in de auto.

Lijklucht

Nog dagen stonk de auto naar de lijklucht die Sien in haar vacht had zitten. Wat het nu geweest is, konden we niet meer achterhalen. Maar het stonk meer dan een uur in de wind, het meurde nog lang na. Zeker ook omdat het vakantie was en het onmogelijk was om de boel te verschonen. Zo stapten we met afkeer in de auto, terwijl Sientje zich genoegzaam neervlijde in de geur die ze daar zo mooi had neergelegd.

Lees het vervolg: Weglopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Familiebanden – Sientje (54)

Benieuwd naar de familie van Sientje struinden we het internet af. Er was nog niet zoveel, al werkten veel fokkers aan een website en kende de teckelvereniging een bescheiden site. Zo speurden we met de stamboom in de hand naar de moeder en vader van Sientje. Haar moeder was onvindbaar. Net als dat de fokker waar Sientje vandaan kwam, weinig sporen op internet achterliet.

Met wat speuren vonden we wel de vader van Sientje: Digger. Een imposante reu met een groot pistool en bijbehorend klokkenspel onder zijn buik. De foto showde de hond in vol ornaat; weinig bleef verhuld. De reu was nog altijd beschikbaar voor dekking. Het bracht ons steeds verder naar andere sites van andere nestjes en stambomen die op internet beschikbaar waren. Zo vulden we onze avonden met surfen op internet naar de familie van Sientje.

Foto op de wc

We bewaarden de foto op de computer en printten hem uit. De foto kreeg een waardig plekje op de wc, bij het keuringsrapport van de familiedag. Sommige mensen keken verbaasd naar de foto. Wat deed deze teckel op deze plek. De vader van Sientje schreven we eronder. Het is goed om de familiebanden hoog te houden. Het was het enige tastbare stukje familiegeschiedenis van onze hond. En dat was natuurlijk heel wat meer dan menig vuilnisbakkenras.

Van de hond uit mijn jeugd, Blekkie, kenden we geen enkel familielid. Geen broer of zus. Zelfs niet de moeder. Ze was een keeshondje wisten we, maar meer niet. We vermoedden dat er een Groenendaler in zat. Op een vakantie kwam hij naast het hok van een Groenerdaler in de kennel waar hij vandaan kwam. De gelijkenis was wel heel erg groot, ontdekten we. Alleen het formaat en de krulstaart verrieden dat er een keeshond in zat.

Even niet opgelet

De moeder van Blekkie was in een vakantie loops geworden en had de zwangerschap in de kennel opgelopen. Even niet opgelet, dat een reu bij een loopse teef was gestopt. Daarom hielp de kenneleigenaar mee om de hondjes te verkopen. Na die vakantie leefden wij in de veronderstelling dat Blekkie zijn vader had ontmoet. Maar met zekerheid konden niemand er iets van zeggen. Het was meer een leuk idee voor ons dan dat het Blekkies leven wezenlijk veranderde.

Met Sientje hadden we dus al veel meer geluk, we wisten haar vader te achterhalen via internet en waren er reuze trots op. Dat hoort natuurlijk ook wel een beetje bij een echt hondenras waar het om ouders en afstamming draait.

Saartjes vader

Het internet van nu maakt alles nog eens veel makkelijker. Van onze teckels Saartje en Teuntje kennen we de ouders. Zelfs Saartjes vader mocht ik op Texel zien. En wat leek ze op haar vader!Op internet circuleren er meerdere foto’s van hun voorouders. Zelfs de stambomen zijn openbaar te raadplegen. Het geluk van toen is in veelvoud aanwezig.

Of het de honden zelf iets kan schelen? Niks, natuurlijk. Zij zien gewoon een andere hond en helemaal niet hun vader of hun moeder. Ze grommen ertegen en ze krijgen een blaf terug. Niet iets van ‘maar ik ben je vader hoor, beetje respect.’ Gewoon alsof het elke andere hond is die je tegenkomt.

Koketteren met familie

Daar kunnen mensen een voorbeeld aan nemen. Wij koketteren met familiebanden, zitten noodgedwongen met kerst bij elkaar. Aan psychologische begeleiding geen gebrek om het leed dat de opvoeding en de latere band met de familie heeft losgemaakt. Honden vergeten bij wie ze horen. Zij zijn wie ze zijn en hun ouders hebben ze al op jonge leeftijd verlaten. Geen gezeur.

Lees het vervolg: Autorijden »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief