Categoriearchief: herinnering

Klein Dochteren – IM A.L. Snijders – #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

Mijn moment – Tiny house farm

Wat was mijn moment in 2018? Jeetje wat een heftig jaar is het geweest! En wat veel momenten hebben we gehad. Na bijna 2 jaar voorbereidingen, was het mooiste moment 4 augustus. De dag waarop we verhuisden.

Warm weer

Dagenlang heel warm weer. We hadden heel weinig kunnen doen. Overdag veel te heet, maar als je dan ’s avonds grote klussen gaat oppakken, stuiter je de hele nacht door in je bed. In de week voor de verhuizing heb ik het hek achter gemaakt om de honden binnen te houden. Met die hitte en alle deuren open, wel een noodzaak. Het kost veel energie.

En dan de verhuizing. Wat een belevenis. Samen met 2 jongens uit Syrië. Ik heb ervan genoten, maar ook best veel angst gezweet. Hoe de wasmachine naar beneden ging, was een kwestie van heel veel geluk. Het ging maar net goed. En de overplaatsing van alle spullen – veel meer dan verwacht, zelfs als je kleiner gaat wonen – kostte heel veel zweet. Drijfnatte shirtjes.

Zeecontainer

We hebben veel dingen in de zeecontainer voor het huis gestopt. Die zou in de weken erna langzaam worden leeggehaald. Zo hielden we in huis de ruimte vrij. Wel dezelfde dag de bedden gebouwd zodat we allemaal lekker konden slapen. En alles een beetje neergezet zodat het huisje al meteen een beetje vertrouwd voelt.

En dan heerlijk je bedje in na alle inspanningen. Met het spannendste: hoe reageren de honden? We herinnerden ons een vakantie op Texel waarbij Teuntje de hele nacht jankte. Zou ze dat hier ook gaan doen?

Jodelende teckels

Het begon inderdaad met janken, maar we ontdekten heel snel het trucje: een handdoek over het lichtgedeelte. Zo bleef het na even jodelen, de rest van de nacht heel rustig. Pas bij het opstaan, begonnen ze te janken. En dan mag het…

Wat bijzonder om zo de eerste nacht op het nieuwe stekkie door te brengen. Wat een belevenis. We hadden nooit verwacht dat wij als eerste bewoners van de Vuursteenhof onze intrek in ons kleine huisje zouden nemen.

Een teckel die niet blaft? – Sientje (10)

‘Heb jij Sientje al eens horen blaffen?’ vroeg ik aan Inge. We hadden onze teckel Sientje nog maar een paar dagen. Ze sjokte al een aardig pootje door het huis. Het werd steeds meer haar domein, maar ze had nog nooit een blaf laten horen. Zou ze wel kunnen blaffen?

Nee, Inge had ook niks gehoord. Het dier was muisstil. Ze at keurig de brokken op. Van de ene op de andere dag waren we op ander voer overgegaan. Volgens de dierenwinkel was het prima voer voor die prijs. De stank van Fokker Plus konden we niet verdragen. Dit nieuwe – uiteraard duurdere – voer weerde meteen de ergste hondengeurtjes uit ons huis.

Kan ze wel blaffen

‘Zou ze wel blaffen?’ vroeg Inge. Ik had geen idee. We leefden alweer een tijdje met het dier en we vertelden langzaam iedereen over onze aankoop. We werden met grote ogen aangekeken. Het was een grote stap, vond iedereen. In het huwelijksbootje stappen was een kleinere. Een collega had mij met medelijden aangekeken. ‘Man’, had hij verbaasd uitgeroepen. ‘De volgende stap is een kind.’

Ik zag het niet zo. En als het wel zo was, vond ik het eigenlijk helemaal niet zo erg. Ik had alweer gewerkt en was naar Leiden vertrokken voor een paar dagen. Het ontbreken van de hond, vond ik meteen al een gemis. Sientje was ook van mij. Voor de helft. Ik had 100 euro van de 200 betaald. Het bezoek aan de dierenarts was ook keurig door de helft gegaan. We waren zelfs een kasboek gaan bijhouden.

Op woensdagmiddag was Inge met het dier naar het Nijreesbos gegaan. Ze was er een stukje het bos ingelopen. Sientje achter haar aan. Het dier was dit soort zware tochten helemaal niet gewend. Keurig volgde ze. Zwijgend en hijgend. Het dier liep netjes om de modderplas midden op het pad heen. Op de terugweg, kwamen een paar tegenliggers tegemoet. Sientje was bekaf en stapte zonder nadenken in de diepe modderpoel. De pootjes zogen zich vast en er klonk een zoenend geluid van een hond die zich losmaakte uit de modder.

Vieze teckel

Inge nam een heel vieze teckel mee naar huis. De hele kofferbak van de auto was een modderbende geworden. Thuisgekomen had ze de hond – tegen het advies van de dierenarts in – onder de douche gedaan. De douche zou veel te veel stress geven en die had Sientje nu even genoeg. Sientje had geschud en probeerde de warme straal te voorkomen. Geen grotere verandering dan van een hok in de schuur naar een mand in de warme huiskamer. De modderactie had ons wel vooruit geholpen: Van de muffe strolucht en vieze walm waren we vanaf dat moment verlost. Geholpen door het veel betere voer.

Ik begroette een paar dagen later weer helemaal blij mijn 2 dames. Sientje had ook gekwispeld, maar bleef verder muisstil. Een paar dagen later kwam de eerste visite langs. Een vriendin van Inge bracht even een bezoekje om het nieuwe hondje te zien. Ze had haar eigen hond maar even niet meegenomen.

Ze kwam binnen, hing haar jas op en kwam de kamer in. De hond rook onwennig aan haar. Sientje wist er zogezegd weinig raad mee. Totdat Ingeborg wilde vertrekken. Ze liep naar de gang om haar jas aan te trekken. Sientje stormde op haar af en begon te blaffen. Ze wilde het duidelijk niet. Wij riepen verbaasd en blij: ‘Ze blaft, ze blaft.’

Blaffen met de jas aan

Inderdaad blafte ze. Vanaf dat moment werd de jas voor Sien het signaal om te gaan blaffen. Iemand die binnenkwam met de jas aan, moest deze zo snel mogelijk uittrekken. Niet aanhouden. Mijn schoonmoeder moest er al snel aan geloven. Ze hield haar jas aan bij binnenkomst. Moeder wipte even langs en wilde dan ook weer zo gaan. Maar dat mocht niet. Jas uit, anders kalmeerde ze niet. Daarom kreeg ze een hap – per ongeluk – tussen het blaffen door. Sientje schrok er zelf ook van.

De blaf ontwikkelde zich tot een apparaat dat gelijk afging met de deurbel of het vertrek van bezoek. Blaffen was vooral uit angst. Angst voor het onbekende. Wat zou er ging gebeuren? Ze wist niet wat mens en dier gingen doen.

En op bezoek bij mijn ouders kon ze de bel van van de hangklok niet verdragen. Bij elke tingel om het halve uur en het aantal uren getingeld om het hele uur, blafte ze woest om zich heen. Die klok, dat mocht niet. Een bezoek aan mijn ouders werd zo elk halfuur opgeluisterd met een fraai staaltje blaffen.

Rothond

Zo kende mijn oma Sientje. Een keffertje noemde ze de hond. Ze kon het dier niet uitstaan. Totdat Sientje een keer bij wijze van hoge uitzondering bij mijn ouders op de bank mocht. Ze lag daar heerlijk te kroelen naast oma. Vanaf die dag veranderde de ‘rothond’ in een ‘lief beest’.

Lees het vervolg: Oorlog om de bank »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Te koop: zeer lieve teckel – Sientje (3)

Een week later op zaterdag. Ik had de avond ervoor tot laat gewerkt. Met de eerste trein was ik de volgende morgen vertrokken naar Almelo. Ze haalde me van het station op. Op weg naar huis haalden we meteen de boodschappen. We namen ook een krantje mee. Een Twentsche Courant Tubantia. Dé krant van Twente. Zo kon ik kijken naar personeelsadvertenties voor een baantje in de buurt.

Alvast solliciteren voor als ik binnenkort afgestudeerd was. Het zou niet lang meer duren. Ik was al beland in het laatste deel van de afstudeerscriptie. Het was dan wel handig als ik aan de slag kon. Ik had net een baan in de dak- en thuislozenzorg in Leiden en beloofd zeker een jaar te blijven. Maar de verliefdheid kriebelde aangenaam. Beloftes vergeet je dan snel… Maar ik wilde wel een baan hebben daar in het verre oosten. En die lagen niet voor het oprapen.

We zaten op de bank. Boodschappen in de koelkast. Ik opende de krant en ging de advertenties af. Ze zochten een heftruckchauffeur, een puntlasser en een administrateur. Geen beroepen die aansloten bij mijn studie Nederlands. Daarom dwaalde mijn blik naar het lemma ‘dieren’.

Zeer lieve teckel

Mijn oog viel stil bij een tekst die wel aansloot bij onze verlangens: ‘Gezocht goed tehuis voor zeer lieve teckel.’ Er stond een telefoonnummer bij en de prijs: 100 euro. Dat was in Goor, zag Inge aan het netnummer. ‘Zullen we bellen voor meer informatie?’ We keken elkaar aan. De vlinders fladderden tussen ons in. Ja dat wilden wij! En 100 euro was niet veel voor een teckel. Een koopje.

Het was de derde zaterdag van januari 2002. Op nieuwjaarsdag waren we naar het pinautomaat bij de Plus supermarkt gegaan. Daar pinden we onze eerste euro’s. ‘Hoeveel zullen we pinnen?’ vroeg ik. ‘Laten we maar 100 euro pinnen’, zei ze. We kregen allemaal nieuwe briefjes in onze handen, want de banken gaven die eerste dagen veel klein geld. Die avond bij het nieuws verscheen minister Zalm met een brede grijns op zijn gezicht. Om middernacht had hij het eerst de eurobriefjes uit de flappentap gehaald.

Niet over 1 nacht ijs

Maar we wilden niet over 1 nacht ijs bij de aankoop van een hondje. Daarom probeerden we een lijstje met vragen te formuleren. Want je moet wel wat meer weten dan hoe oud het dier is. Ook waarom hij weg moet en of er problemen speelden. Je moest niet zomaar een hond in huis nemen. Als het een rasteckel was, vroegen ze niet veel voor deze teckel. We zochten naar vragen en schreven ze op een briefje. Inge belde.

Ze sprak met de fokker van ruwhaar teckels. Hij woonde in het centrum van Goor. Openlijk vertelde de fokker over deze niet-opgevoede hond. Ze is niet zindelijk. Ze is niet in huis opgegroeid. Ik heb haar gebruikt om mee te fokken. Ze is uit de showlijn. Een ruwhaar, standaard teckel, wildkleur. Je krijgt er de stamboom bij. Hij wilde 100 euro hebben voor het hondje. En ja, het was een ontzettend lieve hond. We konden gerust langskomen om haar te zien?

Kijken is kopen

Inge keek me aan. Als we zouden gaan kijken, waren we overstag. Dat wist ik uit ervaring. Zo waren wij thuis ook onze hond Blekkie gekomen. Maar ik knikte. Over 2 uurtjes zouden we komen. Eerst lunchen. Tot die tijd konden we goed nadenken over de hond. Inge legde de hoorn op de haak van de telefoon. We trilden van opwinding. Het was zover besefte ik. Kijken is bij een hond kopen. Ik kende Inge net en we kochten samen een hondje: een ruwhaar teckel.

Lees het volgende deel: Roze bril »

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Bert Matter, de improvisator

Ik weet nog goed dat ik de eerste compositie van Bert Matter hoorde. Het was bij een radioconcert van Margreet C. de Jong. Ze speelde de Partita over Gezang 148 ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’. Vooral de variatie met de ritmische baslijn en ingetogen uitkomende stem is mij bijgebleven. Ik had nooit zoiets gehoord. Simpel van eenvoud, maar het raakt je.

Ik kende Bert Matter wel. Hij vertolkte de muziek van Bach buitengewoon goed. In de jaren ’80 draaide mijn vader thuis zijn uitvoering van de 18 koralen grijs. 2 casettebandjes opgenomen door Jean van Cleef. Een live opname in de Walburgis lang voor de restauratie. Ik heb ze later overgenomen en op cd gebrand. Na de restauratie voerde Bert Matter ze nog eens uit op het Baderorgel. Baeder was veranderd in Bader en meer dan dat: het instrument had een betoverende en poëtische klank gekregen.

Improvisatiekunstenaar Bert Matter

Later maakte ik kennis met de improvisatiekunst van Bert Matter. Eigenlijk heel laat pas. Ik had in die tijd les van een leerling van Bert Matter, Jan van Laar. Ik reisde heel Nederland door en ging alle kerken langs. Albert de Klerk, Louis Toebosch, Bram Beekman en Leo van Doeselaar. Ik miste de Zutphense organist omdat zijn orgel gerestaureerd werd. Pas bij de ingebruikname in 1996 mocht ik bij de officiële overdracht van het orgel op vrijdagmiddag zijn.

Daar demonstreerde Bert Matter zijn orgel aan de hand van psalm 116. Een mix van klassieke met moderne improvisatie. Zoals hij de Prestant 16 voet van het pedaal demonstreerde in een 2-stemmige improvisatie. Ik vergeet het niet snel meer. De kalmte van zijn spel en vooral de afwisseling in alle variaties. Elke variatie een nieuwe belevenis. En wat voor een orgel natuurlijk! ’s Avonds maakte ik kennis met zijn begeleidingskunst. Ik kwam thuis met cassettebandjes met zijn improvisaties en psalmbegeleiding. Wat raakte ik geïnspireerd.

Middeleeuwse gezangen

In die periode kocht ik elke nieuwe cd die er in die tijd van zijn orgel verscheen. De 18 koralen van Bach verschenen op een prachtige dubbelcd, maar ook cd’s met zijn improvisaties op Gregoriaanse liederen en middeleeuwse gezangen uit de IJsselstreek. De laatste overigens opgenomen op zijn orgel kort voor de restauratie. Het is de laatste cd van het orgel voor de restauratie.

Dat geldt niet voor zijn improvisaties op liederen van Hildegard von Bingen. Wat een inspirerende gezangen zijn dat. De improvisaties van Bert Matter zijn dat minstens ook zo. De improvisaties op de psalmencd zijn overweldigend. Psalm 100 en psalm 2. Zo mooi heb ik ze nooit gehoord. De begeleiding van psalm 23 is eveneens de indrukwekkendste die ik ken. Hoe de prestant donker en mystiek boven de zingende gemeente zweeft.

Lees morgen mijn vervolgbijdrage over de nieuwe cd van Bert Matter die onlangs verschenen is: Cd met onbekende improvisaties