Categoriearchief: harry mulisch

Schrijftips

image

Bij het interview over zijn nieuwe roman Schuld geeft schrijver Walter van den Berg in De Volkskrant een paar interessante tips. Hij laat vooral zien dat schrijven vooral werken is.

Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdsprongen gebruikt, kun je in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermeer integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt.

Hele goeie tips, die misschien niet bijdragen aan de romantiek van het schrijven, maar wel handzaam zijn als je hulpmiddelen zoekt bij het schrijven. Net als de tip die hij eerder geeft en die hij weer via een bevriend schrijver van Hemingway heeft: schrijf maximaal 500 woorden per dag en stop midden in een scène.

Het haalt natuurlijk wel de romantiek van het schrijven weg. Daarom is de onvoltooide roman De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch niet zo interessant voor doorsnee-lezers, maar wel voor mensen die van schrijven houden. Dat boek geeft bij uitstek een inkijkje in het schrijfproces, met al de bijbehorende geheimen.

Iets soortgelijks zie je in de dichtbundel Boemerang van Gerrit Komrij. Deze dichtbundel laat niet zozeer het proces van het dichten zien, maar wel hoe een dichtbundel wordt samengesteld. Het blijft daarbij uiterst pijnlijk dat de bundel niet door de schrijver is voltooid. Er hadden naar mijn mening nog veel nieuwe en herschreven gedichten een plekje in kunnen krijgen.

Daarom ben ik zo blij met de tips van Walter van den Berg. Ze laten je even meekijken op het computerscherm van de schrijver.

Schrijven over schrijven – #50books vraag 5

image

Vorige week kwam ik het postuum uitgegeven boek De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch tegen in de bibliotheek. Het boek is niet voltooid door de schrijver. Net als Het boek van violet en de dood van Gerard Reve behoort deze boektitel tot een boek dat vaak aangekondigd is, maar nooit kwam. Het laatste is in een iets gewijzigde vorm als Het boek van violet en dood later verschenen, maar het resultaat viel tegen.

Datzelfde geldt natuurlijk ook voor het boek De ontdekking van Moskou. Behalve dat je je kunt afvragen waarom een niet voltooid boek moet worden uitgegeven, valt het boek gewoon tegen. Harry Mulisch kreeg het niet voor niks niet af. De personages komen niet tot leven, concludeerde hij, waarna hij het schrijven van dit boek opgaf en andere boeken schreef.

Plukboek

Overigens is het werk nooit voor niks geweest. Het boek fungeerde sindsdien als ‘plukboek’ zoals je een oude auto kunt opknappen met andere auto, een ‘plukauto’. Zo gebruikte Harry Mulisch veel ideeën uit De ontdekking van Moskou voor latere boeken zoals de zeer succesvolle roman De aanslag.

Dat brengt mij bij een intrigerende vraag. Het schrijven over schrijven, er zijn veel boeken over. Het blijft in mijn ogen een vreemde gewaarwording. Een schrijver komt er niet uit, heeft geen verhaal en begint dan maar te schrijven over het schrijven.

Schrijven over schrijven

Het schrijven over schrijven in romans is een tijdje in de mode geweest en confronteert lezers met het probleem van de schrijver, namelijk schrijven. Je kunt wel schrijven over schrijven, maar is dat voor de lezer wel interessant. Is het voor een lezer niet veel leuker om te lezen over lezen?

Je komt ze nog weleens tegen, romans over schrijven. Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman bijvoorbeeld. De romanheld, die dezelfde naam als de schrijver draagt, worstelt met het schrijven. Hij wil niet meer schrijven, maar iets heel anders doen.

Hij stopt niet alleen met schrijven, maar ook met drinken en trekt zich terug in een mysterieus hotel in L. Daar ontdekt hij zichzelf uiteindelijk en keert als schrijver huiswaarts om het boek te schrijven dat je in je hand vasthoudt.

Essays en handboeken over schrijven

De grote uitzondering van boeken over schrijven, zijn de zogenaamde handboeken of de essay’s van schrijvers die je een kijkje in de keuken gunnen, zoals de lezingen die Gerard Reve in Leiden gaf, net als de lezing over het schrijven van gedichten die Gerrit Komrij eveneens in Leiden gaf als gastschrijver.

Schrijftips

De handboeken over schrijven, zijn er legio. Ik heb er niet zoveel mee, maar ik kan er wel van genieten als schrijvers schrijftips geven, zoals Walter van den Berg bijvoorbeeld gisteren in een interview in de Volkskrant een paar schrijftips meegaf.

Het brengt bij mij de nieuwe boekenvraag:

Wat vind jij van boeken over schrijven, een gruwel of een mooie aanvulling in je boekenkast?

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Lees de antwoorden op vraag 4: 10 boeken die je moet lezen?

Mulischiaans toeval

image

In het rouwboek Logboek van een onbarmhartig jaar schrijft Connie Palmen over het jaar na de dood van haar echtgenoot Hans van Mierlo. Mooie herinneringen wisselen zich af met pijnlijke herinneringen over de laatste dagen. Daarmee is het logboek een boek van herinneringen, gekoppeld aan haar overleden echtgenoot.

Connie Palmen koppelt de herinnering vaak aan de dood. Zo schrijft ze over het bericht van Hugo Claus dood. Terwijl ze samen op 19 maart 2008 zitten te wachten op de afspraak van Hugo Claus met de dood, zit Connie Palmen met Het verdriet van België (1983) van de Vlaamse schrijver op schoot. Om iets van hem vast te houden als ze aan hem denkt. Hans van Mierlo merkt op dat het eerder lijkt of het boek haar vasthoudt:

Hij wil het even inzien en slaat het op. ‘Kom eens kijken,’ zegt hij, ‘niet schrikken.’ Het schutblad van mijn exemplaar is precies vijfentwintig jaar geleden, op 19 maart 1983, door Hugo gesigneerd. In het memoriam dat ik voor Hugo schrijf, gebruik ik dit mulischiaanse toeval van de elkaar omhelzende data, net als het opduiken van ‘Un jour tu verras’, waarvan zijn vrouw Veerle me later vertelt dat ze het zachtjes voor hem zong bij het sterven. (96)

Het blijft een vreemde gedachte aan dezelfde dag, maar dan 25 jaar eerder, waarin de schrijver in de bloei van zijn leven zijn boek signeert. Een kwart eeuw later is er diezelfde dag, maar dan is de laatste dag van de schrijver aangebroken.

Hoe je onbewust terugdenkt aan dat moment zoveel eerder. Helemaal niet bewust dat je 25 jaar later thuis zou zitten met hetzelfde boek op schoot. Om hem even vast te houden bij zijn laatste momenten. Als in haar gedachten dan ook nog eens hetzelfde lied opkomt als Hugo’s vrouw zingt bij zijn laatste uren.

Inderdaad bijna een toeval zoals alleen in Harry Mulisch’ romans kan opduiken. Toeval die misschien meer vertelt over de verteller zelf dan over het toeval zelf.

Connie Palmen: Logboek van een onbarmhartig jaar. Amsterdam: Prometheus, 2011. ISBN: 978 90 446 1767 2. 240 pagina’s.

Fout in de oorlog

image

In haar onlangs verschenen memoires Zolang er nog tranen zijn schrijft de moeder van de schrijver Arnon Grünberg dat ze blij als ze in het concentratiekamp hoort dat Dresden gebombardeerd is. Het klinkt even verbazingwekkend als de blijdschap bij de gevangenen in Indië toen ze hoorden van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

Dat de andere kant net zo goed oorlogsmisdaden pleegt, is in tijden van oorlog niet voorstelbaar. Jij zit aan de goed kant, daarom kan het niet zijn dat door jou toedoen ook onschuldige mensen vermoord worden. Het is vooral goed dat er Duitsers sterven. Elke Duitser minder brengt ons dichter bij de bevrijding.

Het besef dat ook de geallieerden veel onschuldige burgers hebben gedood, komt pas veel later na de bevrijding. Sommige mensen zullen het nooit beseffen en nooit de verschrikkingen willen zien.

Goed en fout lijken misschien logisch verdeeld in 2 partijen, maar zijn het zeker niet. Goeden kunnen ook fout zijn en fouten goed. Het ligt aan het perspectief waarin je het ziet.

Iemand die al vroeg het onderwerp aansneed was Harry Mulisch in zijn roman Het stenen bruidsbed. Hij laat in dat boek de tandarts Norman Corinth naar Dresden gaan om een congres bij te wonen. Daar wordt hij geconfronteerd met zijn misdaden. Hij schoot moedwillig op onschuldige burgers die verkoeling in de Elbe zochten.

Het is een heftige passage in zijn roman. Dit tekstfragment bezorgde mij bij het lezen de rillingen op de rug. Ik heb die sensatie niet vaak ervaren bij het lezen van proza. Poëzie, muziek en beeldende kunst geven mij veel sneller deze intense beleving. Ergens schaam ik mij ervoor dat dit juist bij een boek van Harry Mulisch gebeurde.

Vertrokken

Deze week sta ik stil bij de roman Vertrokken van Henri Coulonges, dit voorjaar – 70 jaar na het bombardement op Dresden – uitgegeven door Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Henri Coulognes: Vertrokken. Oorspronkelijke titel: L’adieu à la femme sauvage (1979). Vertaling: Geertui Maks en Lia Tuijtelaar. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 987 90 468 1863 3. Prijs: € 24,95. 448 pagina’s.

Binnenkort verschijnt er een blog over de memoires van Arnon Grünbergs moeder Hannelore.

Liefdesverhalen – #50books

image

Liefdesverhalen zijn niet echt aan mij besteed. Een liefde die in een boek voorbijkomt, is prima. Maar een boek dat voortmijmert over de liefde, vind ik strontvervelend. Net als die zoetromantische verhalen waarbij ze elkaar dan aan het einde toch krijgen of toch weer niet.

Liefde hoort zeker bij het leven, maar ik zie het als een onderdeel in het leven. Als het hele verhaal erop drijft, dan blijft er een flinterdun laagje chroom over. Als het tussen de regels doorsijpelt en het binnen het hele verhaal een rol krijgt toebedeeld, wint het juist aan kracht.

Julia

Zo las ik bij mijn studie het mierzoete Julia van Rheinvis Feith waar Eduard in brieven voortdurend gekweld de naam van zijn geliefde uitroept. Met alle aandachtstreepjes ertussen. Het boek is een kwelling om te lezen en je verlangt dat Julia deze overdreven kerel onmiddellijk afwijst. ZOiets wil je niet thuis bij je op de bank hebben zitten.

Het werk is geïnspireerd op Het lijden van de jonge Werther van Goethe. Dit boek spreekt veel meer tot de verbeelding en bevat gelukkig niet die irritante uitroepen. En dat de hoofdpersoon Werther zich af en toe sentimenteel gedraagt, vergeef je hem uiteindelijk wel. Maar misschien komt dit doordat het verhaal gewoon beter is.

Een verhaal van een geheel andere orde is in mijn ogen het liefdesverhaal van Harry Mulisch Twee vrouwen. Ondanks alle ingewikkeldheid en de verwikkelingen die zo kenmerkend zijn voor Harry Mulisch, drijft een mooi liefdesverhaal naar de oppervlakte. Gelukkig ook omdat er nog allerlei andere dingen spelen die voldoende afleiding bieden.

Turks fruit

Dan blijft voor mij hèt liefdesverhaal van de Nederlandse letterkunde over: Jan Wolkers’ roman Turks Fruit. De film heeft misschien veel van de verbeelding expliciet gemaakt, maar de roman leest zeker vlot weg. Je wordt gegrepen door de liefdesgeschiedenis die onder het rauwe taalgebruik verborgen ligt.

Het is het verhaal van de onvoorwaardelijke liefde van de hoofdpersoon voor Olga. Maar tegelijkertijd zit er nog zoveel meer in de roman, zoals het hele idee van het kunstenaarschap en het zoeken naar wat kunst is. Kunst is dan uiteindelijk alleen maar een vorm om de liefde voor iemand te uiten.

Net zoiets als de poging waar ik nu zo hard aan werk. De poging om met het verhaal over teckel Sientje mijn liefde voor Inge te vertellen. Maar het is zo mooi als het ergens anders over gaat en de onderliggende toon het liefdesverhaal neuriet.

Dit is het antwoord op vraag 46 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Bijhouden wat ik gelezen heb – #50books

image
Welke boeken moet ik nog lezen?

Hoe hou je bij wat je gelezen hebt? Dat is vandaag de 26e vraag van Petepels blogproject #50books. Mijn antwoord: niet. Ik hou geen lijstjes bij met de vermelding welke boeken ik gelezen heb. Ook hou ik geen lijst bij met welke boeken ik nog zou moeten lezen.

Mijn boekenkast vertelt het meeste. Ik haal er zo de boeken uit die ik gelezen heb. Het zijn er waarschijnlijk niet zoveel of ik heb gewoon een feilloos geheugen. Het is mij nog niet overkomen dat ik een boek las dat ik eerder las, zonder het te weten.

Ik lees regelmatig boeken nog eens. Dat doe ik heel bewust. Omdat ze zo mooi zijn. Zo heb ik de Walgvogel van Jan Wolkers een keer of 3 gelezen. Of De oude Patagonië-expres van Paul Theroux. Net als Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch. Of Het huis van de Moskee van Kader Abdolah. De avonden van Gerard Reve moet ik zeker een keer of vijf hebben gelezen. Een andere ‘herlezer’ is het energieke boek On the road (Onderweg) van Jack Kerouac.

Stuk voor stuk boeken die erom vragen meerdere keren gelezen te worden. Helemaal geen straf nog eens een ‘oud’ boek uit de kast te halen. Het laat je zien dat ze de moeite van het lezen waard zijn. En dan lees je hem gewoon nog een keer. En als je een boek leest dat je al eerder las, zonder het te weten, dan is het de vorige keer niet zo blijven hangen.

En natuurlijk zijn er die boeken waar je al vaak aan begonnen bent, maar die je maar niet uit krijgt. Vaak valt het moment van afhaken op dezelfde plaats in het boek. Een hoofdstuk waarin je steeds vastloopt. Of een passage die je er maar niet doorkrijgt. Misschien moet je die boeken gewoon aan de kant leggen en nooit meer proberen te lezen.

Dan zijn er nog de boeken die ik heb, maar waarbij ik steeds vertwijfeld afvraag of ik ze heb. Het overkomt me steeds vaker dat ik met een boek van de kringloopwinkel thuiskom dat ik al heb. Die boeken vragen wel om een lijstje. Het kan niet zo zijn dat je steeds dezelfde boeken aanschaft. Maar het gaat dan om boeken die ik nog nooit gelezen heb. Van boeken die ik gelezen heb, weet ik feilloos welke ik heb. Soms koop ik zo’n boek. Maar bijna altijd heb ik het al.