Categoriearchief: graffiti

Ondergronds

image
Zoek het metrostel op de cover van Paul Theroux’ Ondergronds

Het heeft mij enige tijd gekost om de metro op de cover van de reisverhalenbundel Ondergronds te ontwaren. De graffiti op de voorkant van Paul Theroux‘ boek ontneemt de vorm en daarmee de betekenis van het voorwerp. Maar als je goed door de schildering heenkijkt zie je raampjes en de deuren van het metrotreinstel.

Het verhaal ‘Ondergronds spookhol’ is het langste en mooiste verhaal in de bundel Ondergronds van Paul Theroux. In dit verhaal beschrijft de schrijver van reisverhalen het verblijf van een week in de New Yorkse metro. Ondergrondse is niet de juiste benaming voor dit vervoersmiddel, want strikt genomen bevindt meer dan de helft van het metronet zich boven de aarde.

De ondergrondse in New York is een wereld op zich, met eigen regels en een eigen politie. Paul Theroux loopt met agenten mee en observeert deze ondergrondse wereld, het langste en grootste metronetwerk van de wereld. De metro is volgens de schrijver de ‘enige hoop voor New York City’. Met de auto is het vrijwel onmogelijk je door de stad te verplaatsen:

‘Het verbijsterende is dat al in 1904 een groepje zakenlieden de vervoersproblemen van New York voor de eerstvolgende eeuwen heeft opgelost. Wat een vooruitziende blik! Wat een ondernemersgeest! Wat een technisch wonder hebben ze geschapen in de vorm van deze ondergrondse spoorweg! En hoe verbijsterend zouden ze zijn als ze zagen wat ervan is geworden, wat een slechte naam hun spoorweg heeft gekregen bij het grote publiek.’ (138)

De metro van New York wordt door veel mensen als angstaanjagend beschouwd. Gesteund door hoge criminaliteitscijfers en aantallen moorden, wordt iedereen opgeschrikt. Zo sterk zelfs dat politiemensen zelfs dé regel voor de subway geeft: reis niet met de subway als het niet nodig is.

Een opvatting die Paul Theroux niet geloofd. Ook na een week reizen in alle metro’s van New York, over alle lijnen van de 350 kilometer die in de Amerikaanse stad te vinden is. Hij heeft alle 26 metrolijnen bezocht en bereist. Hij heeft veel mensen en politiemensen gesproken voor zijn portret en weet de charme van dit bijzondere vervoersmiddel prachtig te typeren. De reizigers die zwijgzaam hun rit uitzitten. De meeste van hen zitten te lezen.

Zo verandert een verhaal over een angstaanjagend monster in een liefdesverklaring voor een bijzonder vervoersmiddel. Ik merkte bij het lezen dat ik een liefde voor de metro kreeg. Zo sterk zelfs dat ik in de hoofdstad even in de metro stapte om het gevoel te krijgen dat Paul Theroux zo mooi beschrijft. Want in de 30 jaar dat tussen het schrijven van het artikel en mijn lezen zit, is er niet zoveel wezenlijk verandert. Alleen de destructieve graffiti is verdwenen. Zelfs in New York. Misschien heeft het pleidooi van Paul Theroux hieraan bijgedragen.

‘De subway ziet er ook verschrikkelijk uit. Het bejaarde gelaat is overdekt met verf en handtekeningen. Mensen die er nooit mee reizen, die nooit met de metro gaan en er niets van moeten hebben, zeggen dat die troepschilderijen volkskunst zijn, een protest tegen de grauwheid in de stad, en dat de kladderaars zo’n geweldig gevoel voor kleur hebben p wat volstrekte onzin is. De graffiti zijn lelijk, gewelddadig en desctructief, de mensen die ze prijzen zijn hetzij booswaardig, hetzij denklui.’ (134)

Het vrijwel totaal ontbreken van graffiti in het openbaar vervoer, zelfs in New York, bewijst dat Paul Theroux het bij het rechte eind had: het werkt destructief en voedt de criminaliteit in dit vervoersmiddel. Het helpt om een besmeurd treinstel vrijwel meteen te reinigen en ontdoen van de smerigheid. Geen wonder dat ik het beeld op de voorzijde niet meer herkende. De graffiti op treinen en metro’s behoort tot het verleden. Misschien dat het daarom ook zo’n mooi verhaal is van Paul Theroux. Het laat zien dat de tijden veranderd zijn. Gelukkig maar. Leve de ondergrondse!

Bekijk de video over de geschiedenis van de Metro in New York

Bevallige graffiti op geluidswand

Concrete graffiti op geluidswand bij Diemen: een bevallige dame

Ik probeer haar al een tijdje te pakken te krijgen. Langs de spoorlijn bij Diemen als de sporen elkaar kruisen, is een kunstwerk op een geluidswand geschilderd. Elke plaat van de wand bezit wel een graffiti in de vorm van schreeuwerige letters of halve kreten. Maar een concrete afbeelding is zeldzaam. Een mooie afbeelding komt nog minder voor.

De afbeelding waar ik voor en na mijn werkdag rijdt, stelt een volle vrouw voor die op haar zij ligt. Ze heeft zich bevallig neergevlijt daar op het scherm langs de spoorlijn. De maker van deze afbeelding heeft de rondingen van deze vrouw heel mooi en bevallig getekend. Grote en ronde vormen. De navel springt eruit en lijkt wel het centrum van de opgespoten afbeelding te zijn. Voor mij is het duidelijk: hier ligt een prachtige Afrikaanse vrouw mooi te zijn op een geluidswand bij Diemen.

Haar lange haren wijzen met lange halen naar rechts. Net alsof ze staat. Alleen de volle buik verraadt dat ze op haar zij ligt. Net als het grijze konijntje dat op haar kuiten zit. Het kijkt ontdeugend en vertelt meer dan het zegt.

Ik moet dan denken aan de tekst die op het spoorwegtunneltje uit mijn jeugd stond: lief konyntje ik mis je. De schrijver had de lus van de y precies verkeerd om geschreven, net als de ‘s’. De tekst kreeg zo iets aandoenlijks. De schrijver was niet gewend om op de kop een tekst te schrijven. Het maakte het gemis nog groter.

De trein rijdt er elke keer achteloos voorbij. De ene keer met hoge snelheid. De andere keer wat langzamer. Maar altijd te snel om haar er mooi op te krijgen. De regen van eerst en de warmte van nu hebben het onkruid langs de spoorlijn harder doen groeien. Zo verdwijnt de bevallige dame steeds verder achter het groen.

De spoorwegkruising bij Diemen

Bovendien ligt ze op een geluidswand van het spoor dat hoger ligt. Mijn spoor komt erbij of slaat af als ik terug rijdt. Zo is de afbeelding alleen goed te zien vanuit de bovenverdieping van de dubbeldekker. Bovendien is het erg lastig om op het juiste moment te klikken. De trein rijdt er bijna altijd te snel voorbij. Er zitten bijna altijd al mensen op plekken met het beste uitzicht.

En het is lastig timen. Je kunt niet 10 minuten lang klaarzitten met een fototoestel op schoot. Het klikken komt vervolgens neer op het juiste moment. Met deze snelheden klik je snel te vroeg of te laat. Dan pak je het kunstwerk voor of na de bevallige vrouw.

Eigenlijk wil ik de dame niet te mooi op de foto hebben. Het kunstwerk lijkt namelijk bij uitstek geschikt voor de treinreiziger. De belangrijke vormen zijn zo prominent verbeeld. Het pakt en blijft even op je netvlies zweven. Het beeld is zo compleet waardoor het beklijft in het vluchtige voorbijgaan. Zelfs het hitsige konijntje dat op haar kuiten zit.

Graffiti en de kunstenaar

image
Graffiti en de kunstenaar

Ik laat de honden uit. We lopen het tunneltje tegemoet. Een camera kijkt ons aan. Laag bij de grond tuurt de lens vanaf een statief. Waarom moet vanaf die plek een foto genomen worden?

Ik loop het tunneltje in. De auto’s razen over ons heen. Het water van de gracht kabbelt op ooghoogte. Van het muurtje aan de andere kant springt iemand naar beneden. Hij duikt achter de lens en tuurt in mijn richting. Het raadsel wordt nog groter. Ik loop rustig verder.  Hij wacht.

Als ik en de honden voorbij zijn, klimt de man weer op het muurtje. Hij laat een been bengelen langs het muurtje en zet het andere been op het muurtje. Zijn arm ligt bijna nonchalant op het been. De ogen glimlachen naar de lens. Het staartje van zijn haar danst op de wind.

Wat verderop draai ik mij om voor het complete beeld. Ik zie een graffiti-muur waarop 2 vlinders vele malen keer levensgroot staan afgebeeld. De ene vlinder wat natuurgetrouwer dan het andere. Maar het beeld is duidelijk. Hier laat een kunstenaar zich met zijn kunstwerk beetnemen. De lens graast over het gras en schiet.

Treinspotting – leeggespoten spuitbus op trein bij Leiden

We stonden met de trein stil voor een wissel die niet werkte. Naast de trein waarin ik zat, stond een trein opgesteld die een iets minder florissante nacht had gehad. Alles, maar ook echt alles was dichtgespoten. De ramen boden geen uitzicht meer. Alleen de zilverkleur uit de spuitbus was nog te zien, met hier en daar een levensgrote letter van de spuitbuseigenaar.

Met kunst had dit weinig van doen. Dit zag er uit alsof een gefrustreerd konijn teveel spuitbussen in de aanbieding had gekocht en moedwillig tegen een willekeurig treinstel had leeggespoten. Een verwondering over de krankzinnigheid en hoe je een trein helemaal buiten bedrijf krijgt, maakte zich van mij meester. Ik trof eens in Leiden een graffiti-kunstenaar aan die eens vertelde over zijn kunstenaarsverleden. Dat je zo mooi mogelijk een trein probeerde te versieren en dan de hele dag op jacht was naar jouw trein. Je wilde hem hoe dan ook in het wild spotten en op de foto zetten. Deze trein was niet te spotten, want hij kon niet rijden. De reizigers zouden in het donker zitten en de machinist kon niks zien. Kan ik voor het ene nog enig begrip opbrengen, het andere is een vorm van crimineel gedrag: iets moedwillig kapotmaken. Dat verdient nooit enig respect.

Melvin en Claudia

Melvin – Claudia staat in grote letters op het kleed- en toilethokje bij het strandje aan het Weerwater. De rode spuitbus spoot de rest van de verf op aan de vorm van een hart die om de twee namen gecirkeld staat. Geen ruimte van het kleedhok is meer over, alles is vervuld van Claudia en Melvin.

De gele deuren staan volgekalkt met namen en liefdes waarvan een groot deel verlopen is. Verloedering noemen ze dat, als een huisje volgespoten is met graffiti en de ene letter de andere overschreeuwt. Melvin en Claudia hebben gewonnen, want de eenzame hardloper ziet deze namen hem toeroepen.

Het strand ligt aangeharkt en schoon voor het water. Een vrouw ligt op haar zij, naast haar zit een klein jongetje. Verder is alles verlaten en streelt het water zachtjes over het aangeharkte strand.

Konijntje

Grote letters lagen dik op de stenen van het talud onder de spoorbrug bij Almere Strand. De stenen waren de lijntjes voor het schrift geworden. ‘Konyntje ik kan niet zonder je’, stond er. De Ypsilon maakte drama van de liefde voor konijntje alleen maar schrijnender.

De letters deden pijn in mijn ogen. Er stond nog iets onder geschreven in fletse letters, maar dat had hier niks mee te maken. Hier was de liefde opgehouden, een kreet geworden. De letters galmden hier onder de betonnen balken van het tunneltje. Hoog denderde een trein over mij heen.

Ik holde verder en bedacht het verhaal van de liefde voor konijntje. Zou konijntje verdwenen zijn uit het leven van de jongen? Of had konijntje slechts gedreigd te vertrekken? Hier sprak een jongen. De grote kapitale letters, zonder enige ronding en opsmuk, moesten van een jongen zijn. Hij was radeloos, dat vertelden de letters, de letters schreeuwden het verdriet uit. Ze krijsten wanhoop, ja, wanhoop krijsten ze.

Ik dacht wat ik eerder gezien had, de wieken van de windmolens waarvan de schaduw zo mooi over het gras van de dijk trok. Het leek net of hij omhoog rende, de dijk op. Wat verderop hing een kleurrijke vlieger hoog in een boom hing. Hier was eindeloos geprobeerd om het ding uit de boom te trekken, zo vastgewikkeld en treurig zat het plastic in de boom geklemd tussen de kale takken. Ik zag een vader met een jengelend kind proberen om de vlieger los te krijgen. Na een uur proberen waren ze maar gegaan.

Nee, dat kon allemaal niet op tegen het konijntje. Een halfjaar terug betrapte ik bij het rennen nog een paartje dat de liefde bedreef in de bosjes bij het strand van Almere. Hij stond innig ineengestrengeld achter haar. Misschien was dat wel konijntje.