Categoriearchief: Gerrit Komrij

Opvallende boeken – #50books

Welk boek valt onmiddellijk op als je in mijn boekenkast kijkt? Een lastige vraag. Waar ik ook kijk, ik zie boeken. Ondanks mijn ijverige pogingen om boeken kwijt te raken. Ze blijven massaal en kolossaal staan.

Kijkend in de kasten met Nederlandse literatuur, stoppen mijn ogen bij Gerrit Komrij. Ik koester deze boeken. Die heerlijke vrije stijl van schrijven. Dat energieke. Vooral zijn essays blinken uit, net als zijn gedichten en vergeet zijn bloemlezingen niet. Stuk voor stuk boeken die mij inspireren. Ik pak ze regelmatig, blader er doorheen en voel mij weer verkwikt.

Net als de verzameling met boeken van Dante. Alle soorten en maten vertalingen van de Goddelijke komedie. Ik krijg er geen genoeg van. Wekelijks pak ik mijn standaardvertaling, die van Frans van Dooren. Hij valt nu niet op in mijn boekenkast omdat hij naast mijn bank op de grond ligt. Elke week voedt ik mij met een nieuw stukje Dante.

Die kleurrijke kaften. Ik kan er zo van genieten. Zeker als je in het zachte licht van de avond kijkt. Gordijnen opengeschoven. De kasten, boeken en hoekjes geven schaduwen. De donkere boeken zijn nauwelijks meer te zien. Zeker als ze een eindje naar achteren staan.

Ik ga dit missen straks. En ik weet zeker dat er wel een stukje van dit moois ook in het nieuwe, kleine houten huis een plekje krijgt. Een kleiner plekje dan nu, dat wel. Maar natuurlijk nog wel een plekje.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. In 2016 nam ik de honneurs waar. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Helder en eerlijk licht – #omzwervingen

Ik sta zo op het plein voor de Amsterdamse Westerkerk en probeer mijn fiets weg te zetten. Ik ruik een geur van verbrand rubber en andere verontreiniging die uit de donkere wolk komt die over de stad waait. Precies op het moment als ik mijn fiets vastzet, begint mijn telefoon verschrikkelijke herrie te maken. Het is een alert, waarin ik opgedragen wordt ramen en deuren te sluiten. Net als de ventilatie uit te zetten.

Als ik bij de ingang van de kerk kom, is er een opstootje. Een man laat zich neervallen, terwijl de beveiliger hem tegenhoudt. Hij begint te gillen in het Engels dat hij de politie er dan maar bij moet houden. Ik passeer de drukteschopper en stap naar binnen.

De Westerkerk is een prachtige kerk. Vooral het licht is er heel erg mooi. De hoge ramen dragen daaraan bij, misschien ook de plek waar de ramen op uitkijken. Het lijkt wel of je zo de gouden eeuw in stapt. Heel helder en eerlijk licht. De kleur komt fris over, alsof de tijd stilstaat en niets meer beweegt.

Dan sta ik weer buiten, pak mijn fiets en rij nog even in de richting van de Kinkerbuurt. Ik wil nog even langs het huis fietsen waar Gerrit Komrij in Amsterdam heeft gewoond, aan de Jacob van Lennepkade. Ik moet op mijn mobieltje zoeken welk nummer het was, inderdaad 191. Dan nog een stuk doorfietsen tot ik hem heb.

Aan de overkant kan het huis beter op de foto zetten. Het ruikt naar wiet. Terwijl ik zo kijk, vraag ik mij af of ik hier niet eerder was. Had Jan van Aken zijn woonboot niet ergens hier liggen? Ja, dat moet inderdaad zo geweest zijn. Het idee dat hij hier vlak voor het voormalig huis van Gerrit Komrij zijn woonboot had liggen, vind ik grappig en weemoedig tegelijk.

Ik besluit om te keren, maar misschien moet ik ook nog even bewust op zoek naar het grachtenpand van Boudewijn Büch. Zo rij ik even later over de Dam, langs de kermis. Het is overal verschrikkelijk druk en het kost mij veel bellen, remmen en ontwijken om bij het Waterlooplein te komen.

Voor de Portugese synagoge bij het stoplicht besef ik dat ik vergeten ben langs het huis van Boudewijn Büch te rijden. Ik rij door. De Hortus is misschien wel leuk om even te kijken. Ik zie dat de Museum Jaarkaart er niet geldig is en de entree 9 euro bedraagt. Teveel. Dan maar door.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Amsterdam Rijnkanaal

Het witte huis – #fietsvakantie

img_20160812_180157.jpgBij de laatste rotonde van het plaatsje Twello zie ik ineens de witte villa met het torentje. Hoe vaak zag ik dit grote huis vanuit de trein tussen Deventer en Apeldoorn. Nu rijden we er vlak langs. We moeten 3/4 van de rotonde nemen, maar ik kan het niet laten om even te stoppen en het huis te fotograferen.

Ergens heeft het gebouw iets van de villa waar Gerrit Komrij in Portugal woonde. Een statig 19e eeuws gebouw met prachtige halfronde bogen boven de ramen. De witte kleur geeft het huis nog iets extra’s.

De grote serre aan de zijkant van het huis en het bijzondere torentje aan de andere kant. Ik keek er altijd met verwondering naar als de trein erlangs reed. Voor mij het signaal dat ik uit Overijssel was, op weg naar het westen. En andersom dat ik de brug over de IJssel bij Deventer naderde.

img_20160812_180213.jpgOp de fiets ziet het gebouw er minstens zo mythisch uit als in de verbeelding op reis van en naar Almelo. Nu fietsen we erlangs en ik kijk over de mooie heg in de richting van dit bijzondere gebouw. De toren en het mooie lichthellend dak maken het extra mooi. Zeker ook omdat dit samen met de halfronde bogen boven de ramen verwijzingen zijn naar het 19e eeuwse huis van Gerrit Komrij. Zijn huis mist de toren, maar bezit veel overeenkomsten in mijn beleving.

Het gebouw hier aan de oostkant van Twello heet De witte brug, gebouwd in 1874 door een bankier uit Amsterdam. Later woonde de burgervader van Voorst in het gebouw. De grote villa geniet bekendheid in Twello als hotel en later het jongensinternaat. Nu zou er een advocatenpraktijk in gevestigd zijn, al zijn de berichten die ik daarover vind van een tijdje terug.

Doris is de hoek al om in de richting van de camping. We fietsen al de hele dag. De tocht over Flevoland, dwars door de Veluwe en nu rijden we van Apeldoorn naar Deventer. Bij deze stad zullen we gaan overnachten. Het is al avond en we voelen de kilometers in de benen. Nog een klein stukje naar de dijk en dan moet het daar ergens liggen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Mooiste boekomslag – #50books antwoorden vraag 34

img_20160825_205426.jpgWat is het mooiste boekomslag in je boekenkast? Een vraag die ik, man van de inhoud, niet zo snel stel. Maar de vraag komt dit keer van @marloesbomer.

Niek is een liefhebber van Terry Pratchett. In het begin moest ze niet zoveel hebben van de drukke covers met illustraties Josh Kirby. Maar uiteindelijk typeren de illustraties van Josh Kirby precies de sfeer en inhoud van het boek heel treffend, merkt ze.

Illustraties van Josh Kirby

Na zijn overlijden zijn de covers vervangen door een zwarte achtergrond met tekeningen van Paul Kidby. Een stuk minder treffend. Dat de herdrukken een andere kaft hebben gekregen, vindt Niek dan ook terecht zonde. Want de illustratie bij haar blog laat zien hoe je kunt verdrinken in de prachtige illustratie van Josh Kirby.

Prachtig boek bij de kringloop

Voor het boek met de meest bijzondere cover in zijn boekenverzameling hoeft blogger Perkamentus niet lang na te denken. Hij heeft in 2009 een prachtig boek op de kop getikt bij de kringloopwinkel in Weesp.

De titel is een hele mond vol: Catalogus der tentoonstelling van portretten en voorwerpen betrekking hebbende op het Huis van Oranje Nassau te houden ter gelegenheid van de inhuldiging van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in het Fragmenten-gebouw van het Rijks-Museum te Amsterdam. 8 september-31 cotober 1898. Inderdaad met een pijnlijke zetfout in de laatste datum.

Prachtige verluchtiging

Het boek is inhoudelijk niet zo boeiend. Het bevat 120 pagina’s droge opsomming van 1300 objecten, zonder verdere illustraties. Het is de band die Piet Perkament trof. De Jugendstil-stijl naar ontwerp van Lion Cachet. Het is een prachtige verluchtiging, een uniek exemplaar zoals Perkamentus achterhaalt. Het is 1 van de 36 exemplaren in een andere kleurstelling, met gebatikt perkament.

Gerrit Komrij reageert meteen op het blog: hij heeft er ook eentje, bemachtigt in Portugal. Mogelijk een oud exemplaar. Hij heeft er wel iets meer voor betaalt dan het bedrag van 14 euro en nog iets dat Perkamentus in de Weesper kringloopwinkel betaalde.

Komrij’s bibliotheek

Bij de veiling van een deel van Komrij’s bibliotheek in 2012, heeft Perkamentus ook Komrij’s exemplaar bekeken. In zijn ogen zag het er heel anders uit dan het boek dat hij in Weesp verwierf.

Overigens citeert de catalogus bij de veiling keurig het boek van Spliethoff dat Perkamentus ook vermeldt in zijn blog. Ik herken hier de hand van de meester in, Komrij zou deze veiling in de maanden voor zijn dood al hebben voorbereid.

Cover of inhoud?

Het schrijven over de mooiste cover valt niet iedereen makkelijk. Veel boekenlezers zijn van de inhoud en herinneren zich vaak beter waar een boek over gaat dan hoe het er van buiten uitziet. Als blogger Jannie dan haar boekenkast induikt, kan ze eigenlijk niet kiezen uit het enorme aanbod.

Ze deelt de boeken in naar leeftijd, de boeken uit de tijd van haar ouders en grootouders. Dit zijn de boeken met de gouddruk op een zwarte kaft, met gestileerde motieven. Mooi op een eigen manier.

Foto’s als achtergrond

De boeken die nu uitkomen bevatten voornamelijk foto’s als achtergrond. Hier kan het ook goed misgaan, illustreert blogger Jannie. Ze vindt het ook moeilijk kiezen tussen de boeken van uitgeverij Cossee. De foto’s met eenvoudig weergegeven titel. Moeilijk, moeilijk. Ze blijf uiteindelijk hangen bij 2 stuks: Een bruidsjurk uit Warschau van Lot Vekemans en Dat is wat ik bemin van Isabelle Rossaert.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Gebochelde jongen

image

In Gerrit Komrij’s roman Over de bergen viel mij bij de beschrijving van het dorp Sampaio meteen een scène op. Het gaat over de gebochelde jongen die door het dorp loopt. Zijn moeder zit hem achterna met een olijftak.

De verteller beschrijft het volgende tafereel als de hoofdpersoon Pedro op de eerste ochtend uit het raam kijkt:

Telkens als de jongen, die een vilten gleufhoed en een vest droeg, een paar meter was opgeschoten, hield hij halt, als een onwillige ezel, en keek hij om. De vrouw diende hem opnieuw een klap met de olijftak toe. Kraaiend vervolgde hij zijn weg. Het dorp begon nu echt te ontwaken. (21)

Een tafereel dat kenmerkend lijkt te zijn voor een klein Portugees of Spaans dorpje. In de boeken die ik voor #eenperfectdagvoorliteratuur las, staan deze verhalen eveneens. Bijna letterlijk geven de vertellers een inkijkje in het dorp waar de dorpsgek wordt achtervolgd door zijn moeder.

De dorpsgek Luis wordt in de roman En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx ook achterna gezeten door zijn moeder. In Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro wordt eenzelfde sfeer opgeroepen. Een klein afgelegen dorpje waar elk personage zijn eigenaardigheden heeft. Met respect beschreven, misschien als een cliché, maar zo herkenbaar.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

In de bergen

image

De roman Over de bergen van Gerrit Komrij las ik eerder op mijn reis naar Italië in 2001. Ik denk er nog weleens aan terug als ik het boek nu lees en zie de geweldige vergezichten vanuit de trein door de Alpen. Deze keer vergelijk ik het bij het lezen met het vorig jaar verschenen Brieven uit Alvites.

Vooral de schetsen in het dagboek komen soms letterlijk terug in deze roman. De dramatiek komt in de roman veel beklemmender over. Dat lijkt ook te komen omdat Komrij in de artikelen die in de bundel Brieven uit Alvites zijn terechtgekomen, lange tijd de schijn nog ophoudt.

Wel blijf ik bij de overtuiging dat Over de bergen onbetwist de mooiste roman van Gerrit Komrij is. Ik vind hem geen romanschrijver. De personages lijken nooit tot leven te komen en blijven aan het papier geplakt. Alleen in deze roman komt alles tot leven. Zelfs het huis leeft en is het meest intrigerende personage:

Het huis kraakt. Op een nacht is het of het gevaarte zich vol lucht zuigt en of de uitgeblazen ademstoot zich met een snik door de vloeren en de gebinten van de overkapping voortplant. Zelfs de plank onder mijn matras deint mee. […]. Ik heb de zucht van het huis gehoord. Zijn roep doet me pijn. Het is voor dit huis dat ik alles doorstond. Het is dit huis dat me nu, letterlijk, heeft omhelsd. (242)

De roman is zo indringend omdat het zo dicht bij Gerrit Komrij ligt. Hij is het die uiteindelijk zich gewonnen geeft. De verteller schakelt in hoofdstuk 8 niet voor niks opeens over naar de ik-vorm. Daarmee laat de verteller de lezer heel dicht bij hem komen. En met succes, want Over de bergen is een prachtige roman boordevol illusie, desillusie en schetsen uit een arm Portugees dorp.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

Over de bergen

image

De brieven van Gerrit Komrij uit Alvites zijn eigenlijk een grote verwijzing naar de roman die ik eerder las: Over de bergen. Het is een prachtig boek waarin een bijzonder groot huis de hoofdrol speelt.

Zonder veel fantasie lees je daar het huis in Alvites in. Als je daarbij rekening houdt dat op het kaft van de eerste druk een schilderij van het pallazo in Alvites staat, dan schuurt de werkelijkheid wel heel dicht tegen de fictie aan.

Het verhaal is iets anders. Het verhaal gaat over Pedro Sousa e Silva. Hij vertrekt naar het landgoed van de familie en betrekt het huis waar zijn voorouders hebben gewoond. Het gehuchtje Sampaio waar hij in het grote, lege huis gaat wonen, ligt in de meest afgelegen provincie van Portugal:

Trás-os-Montes? Hadden zijn vrienden in Lissabon gezegd, als het gesprek kwam op de streek war hun grootvaders en overgrootvaders vandaan kwamen. ‘Lopen de mensen daar niet rond in beestenvellen? Brengt de postbezorger daar niet op een ezel de brieven rond? Als er al een brief aankomt?’ En ze barstten in luid lachen uit. (7)

Hij wordt er hartelijk ontvangen. De mensen zijn arm, de dienst wordt nog uitgemaakt door de pastoor en de landeigenaars. De provincie Trás os Montes is de armste provincie van Portugal, het armste land van Europa. Het huis dat Pedro betrekt, behoorde toe aan
dona Augusta, een oudtante van hem.

Vanwege een familietwist had ze haar jongste broer en zijn kinderen onterfd. Pas de kleinkinderen zouden weer aanspraak mogen maken op haar bezit dat bestond uit het huis, het rolar in Samponia.

Ze is bijna 10 jaar overleden als Pedro in het gehucht aankomt. Ze heeft haar huis voor 20 jaar nagelaten aan een stichting die als taak heeft de opbrengsten voor de jonge gelovigen te bekostigen en de arme kinderen in het dorp elke dag een maaltijd in de pauze te geven. Degene die het bezit beheert, is de pastoor, padre Rodrigo.

Pedro vraagt de pastoor of hij tegen betaling een tijdje in het huis van zijn oudtante mag komen wonen. Hij wil experimenteren of hij er na verloop van tijd niet kan blijven. De drukke stad Lissabon ontvlucht, zoekt hij de rust in het paradijs dat hier voor hem lijkt te bestaan.

Hij leeft aanvankelijk in de waas van geluk. Al merkt hij snel dat de revolutie die weliswaar 3 jaar na de dood van dona Augusta was, hier nog niet echt is doorgedrongen. Pastoor en landeigenaars maken hier de dienst uit. Ze zullen het hem lastig maken. Zeker als hij het uitgestippelde plan van de pastoor niet opvolgt. Dan barst de hel los en is het paradijs dat hij aanvankelijk in Sampaio zag, helemaal verdwenen.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

Het Alvites-syndroom

image

De Brieven uit Alvites bevatten naast de columns ook dagboeknotities. Samensteller Mark Schaevers wisselt de columns af met korte notities uit het dagboek van Gerrit Komrij. Hier begint het zeker ook met idyllische schetsen, maar wordt de sfeer steeds grimmiger.

In de dagboeknotities komt geleidelijk aan een veel schuchtere Gerrit Komrij naar voren dan in de columns. Iemand die in paniek om zich heen kijkt om te zien of niemand hem achtervolgt. Hier constateert hij:

Padre Fernando heeft zich tegen ons gekeerd. (97)

Het leven wordt ondraaglijk. De 2 Nederlanders mogen niet meer komen in bepaalde delen van het huis. Een deel van hun bezittingen worden buiten het huis in brand gestoken. Het is de limiet, schrijft Komrij. Ze gaan verhuizen. Hier is geen leven:

Argwaan en angst overheersen. De verhoudingen zijn nog wel zo dat een aantal mensen in ons gelooft, maar de algehele houding kan gerust ineens omslaan. Er zijn er heel wat die zitten te stoken, iedereen wacht op zijn kans. Het is een voelen en een snuffelen van wie op zijn knieën ligt en wie alweer een centimeter omhoog is gekropen. Vertrouwen is onmogelijk. Het gevoel dat je de pest hebt, melaats bent verklaart. (99/100)

Nee, de droom is een nachtmerrie geworden. En met veel pijn in zijn pen, schrijft de dichter dat de droom vervlogen is. De naweeën van dit avontuur in de bergen, zullen hem nog lang achtervolgen voorspelt hij:

Ik denk dat ik nog heel lang zal lijden aan het Alvites-syndroom. (100)

Inderdaad. Pas als hij echt vertrokken is, schrijft hij openhartiger over het avontuur in Alvites. Met als hoogtepunt zijn roman Over de bergen. Het verhaal in deze roman is sterk geïnspireerd op het avontuur in Alvites.

De titel komt in Portugese vertaling wel heel dicht bij de werkelijkheid: Atrás dos montes. De titel van de roman is een letterlijke vertaling van de naam van de Portugese provincie Trás-os-Montes waarin Alvites ligt.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Komrij’s Brieven uit Alvites

image

In de documentaire De gelukkige schizo bezoekt Gerrit Komrij met zijn geliefde Charles het afgelegen plaatsje Alvites in de Portugese provincie Trás-os-Montes. De plek is zichtbaar een kwelling voor de 65-jarige schrijver. Hij loopt er rond met de herinnering van een mooie droom die geleidelijk veranderde in een nachtmerrie.

Het vorig jaar verschenen boekje Brieven uit Alvites bevat buitengewoon interessante verhalen uit deze periode. Uit de columns die Gerrit Komrij in de periode tussen 1984 en 1988 schreef voor de rubriek ‘Een en ander’ voor NRC Handelsblad, is een mooie selectie gemaakt voor dit boek dat een mooie inkijk geeft van het ‘ooievaarsnest in de bergen’.

Tussendoor krijgt de lezer enkele fragmenten uit het dagboek van Gerrit Komrij te lezen. Hierin geeft hij een fascinerend inkijkje in het schrijversbestaan, waarbij het paradijs geleidelijk verandert in een kwelling. De nachtmerrie van het afgelegen dorpje waar de bewoners in eerste instantie de 2 Hollanders enthousiast verwelkomen, maar waar de liefde omslaat in haat.

Waar de oorzaak ligt, is niet helemaal duidelijk. De aanvankelijke vriendelijkheid slaat om in wantrouwen in de periode dat Gerrit en Charles de onderhandelingen over de aankoop van het Palácio dos Botelhos hebben afgerond. Ze belanden in een nachtmerrie.

In de columns voor de krant overheerst vooral de idylle van het onaangetaste landschap, de leefwijze van eeuwen geleden. Al weet Komrij het ook te verbloemen. Hij schrijft bijvoorbeeld in een column over de dag dat Sante Isidro aanbeden wordt in het dorp. Hij blijft thuis vanwege migraine maar heeft beloofd om bij het langskomen van de stoet, op het balkon van zijn huis te staan.

Als hij in een boek verzonken is, vergeet hij de migraine:

Ik schrik op van getinkel en gezang buiten. IJlings schiet ik naar het balkon. Daar, op het pad dat naar beneden loopt, zie ik de processie. Maar ik zie alleen ruggen. Langzaam deint Santo Isidro van me weg. Ze zijn al langs geweest. De stoteheeft stilgestaan voor een leeg balkon. (87)

Komrij hoopt dat de heilige hem deze daad zal vergeven. En verzucht:

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Een opmerking waarin misschien meer vermoeden schuilt dan de lezer in eerste instantie zou denken. Gerrit Komrij is een goede observator en klaagt niet vaak over lichamelijk ongenoegen in zijn artikelen. De migraine waarover hij hier spreekt, zegt genoeg. Niet alleen de warmte bezorgt hem hoofdpijn.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Schrijftips

image

Bij het interview over zijn nieuwe roman Schuld geeft schrijver Walter van den Berg in De Volkskrant een paar interessante tips. Hij laat vooral zien dat schrijven vooral werken is.

Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdsprongen gebruikt, kun je in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermeer integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt.

Hele goeie tips, die misschien niet bijdragen aan de romantiek van het schrijven, maar wel handzaam zijn als je hulpmiddelen zoekt bij het schrijven. Net als de tip die hij eerder geeft en die hij weer via een bevriend schrijver van Hemingway heeft: schrijf maximaal 500 woorden per dag en stop midden in een scène.

Het haalt natuurlijk wel de romantiek van het schrijven weg. Daarom is de onvoltooide roman De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch niet zo interessant voor doorsnee-lezers, maar wel voor mensen die van schrijven houden. Dat boek geeft bij uitstek een inkijkje in het schrijfproces, met al de bijbehorende geheimen.

Iets soortgelijks zie je in de dichtbundel Boemerang van Gerrit Komrij. Deze dichtbundel laat niet zozeer het proces van het dichten zien, maar wel hoe een dichtbundel wordt samengesteld. Het blijft daarbij uiterst pijnlijk dat de bundel niet door de schrijver is voltooid. Er hadden naar mijn mening nog veel nieuwe en herschreven gedichten een plekje in kunnen krijgen.

Daarom ben ik zo blij met de tips van Walter van den Berg. Ze laten je even meekijken op het computerscherm van de schrijver.