Categoriearchief: gemeente almere

Tekenen grondovereenkomst – Tiny House Farm

Elke handtekening is een belevenis bij de bouw van ons huisje in Oosterwold. Al wachten we er heel lang op, het bericht dat we de koopovereenkomst voor de grond mogen tekenen komt toch onverwacht.

Het is een paar dagen nadat een aantal mensen van ons project een gesprek hebben gehad met de gemeente, krijgen we een telefoontje van een medewerker gronduitgifte Oosterwold. We kunnen de koopovereenkomst tekenen voor de grond. Na het tekenen kan de overeenkomst naar de notaris om de poet te betalen.

We mogen ons melden om 9 uur op het stadhuis. De medewerker gronduitgifte komt ons ophalen in de hal, we stijgen in de lift naar de 8e verdieping. Een drukke bedoening zo in de ochtend waarop veel mensen opstarten. Drukke lift en een lange rij voor het koffieautomaat.

Het uitzicht is hier prachtig. Je ziet Almere om je heen liggen. In de ruimte staan maquettes van het Stadshart en van de komende Floriade. De Floriade ligt als een deken over het Weerwater. Ik kijk liever naar buiten en zie hoe de treinen af en aan rijden over de spoordijk.

We krijgen een heerlijk kopje koffie. Ik vermoed dat de lange rij voor het koffieautomaat komt omdat hier de lekkerste koffie wordt geserveerd. Als ik hier zou werken zou ik er toch een paar bakkies halen op mijn werkdag.

Dan liggen daar alle papieren. Wat een stapel om te tekenen. Maar liefst 15 pagina’s om een krabbel onder te zetten. Een hele onderneming om alle papieren op volgorde te houden. Gelukkig lukt het en als we een halfuurtje weer buiten in de vrieskou staan, genieten we van deze mijlpaal.

Blijft bijzonder om zo alle stappen van idee naar huis mee te maken. Soms heb ik het er zwaar mee, maar dan probeer ik te genieten van elke stap die ik maak. Het is onderdeel van het bewuster willen leven. En dat is bijzonder en spannend tegelijk.

Reactie op bouwvergunning – Tiny House Farm

Dan ligt er opeens een reactie op de Aanvraag voor de Omgevingsvergunning in de brievenbus. Gemeentepost op zaterdagmorgen. Er moeten nog wat stukken worden aangeleverd. Sommige hadden we wel gegeven aan de architect, zoals het sondeerrapport in een bepaald type bestand. Of de tekeningen voor de opstelplaats voor de brandweer die door Tiny House Farm zijn aangeleverd. Hoe kunnen ze zijn achtergebleven?

Andere tekeningen zijn helemaal nog niet geleverd. Het palenplan bijvoorbeeld. Raar dat de architect die niet heeft meegestuurd. Er staan een paar van die dingen op.

En er is de vraag hoe we de vloer in de badkamer gaan bekleden. Ook wil de gemeente wat we rond de kachel gaan doen. Het moet wel vuurwerend materiaal zijn, waarschijnlijk zullen het wel vuurwerende tegels worden. Die we dan ook tegen de achterwand zullen aanbrengen, anders moeten we de afvoer isoleren wat weer jammer is van de warmte.

Ik hoop dat de architect nu alles goed aanlevert. We riskeren anders een extra toeslag op de aanvraagkosten van de omgevingsvergunning. Daar zitten we niet op te wachten.

Natuurlijk sturen we een mailtje naar de bouwer om opheldering. Het valt hem best mee. Ze vragen altijd aanvullingen, zo schrijft hij geruststellend terug. Ik hoop vooral dat hij gelijk heeft.

Gepiep in de ochtend

image

Ik zet mijn voeten buiten de deur en hoor de indringende piep van iets. Daaronder het monotone gebrom van een stationair draaiende motor. Het gepiep klinkt overal doorheen. En dat om 7 uur in de ochtend. Een groot deel van de mensen ligt nog lekker op 1 oor.

Als ik de gracht op loop, zie ik de dader. Een grote vrachtwagen met een watertank erop. Het ding staat water te zuigen uit de gracht. De riolen worden in onze wijk momenteel schoongespoten. Daarvoor gebruiken de tankwagens het water uit de gracht.

Ik passeer de vrachtwagen. Het keiharde elektronische gepiep geeft je bijna een gehoorbeschadiging. Nutteloos gepiep ook. De chauffeur van de vrachtwagen heeft zich veilig verschanst in de cabine.

De hele rit door het park klinkt het keiharde gepiep. Het is zo’n piep die je achtervolgt. Zelfs al zou het stoppen, dan klinkt het in je hoofd nog een halve dag na.

Het stopt even, maar wordt vrijwel meteen weer hervat. Als het 5 minuten later eindelijk stil is, besef ik dat bijna mijn hele rondje met de honden vanmorgen beheerst wordt door dit onnodige lawaai.

Waarom moet dit klinken? Niemand is er bij gebaat, eigenlijk hebben er alleen maar mensen last van. Geluid als vervuiling. Onnodig geluid.

Er staat weer een nieuwe vrachtwagen. De chauffeur haalt de slang uit zijn wagen en laat hem in het water zakken. Daar begint het weer: het piepen. Ik film het om het geluid eens aan de wereld te laten horen.

Maar dan loopt de chauffeur naar de achterkant, naar een paneeltje en drukt op een lichtgevende knop. Het gepiep houdt op. En daar is de verklaring van het gepiep zojuist: de chauffeur in de vorige tankwagen, was lekker in zijn cabine gaan zitten en liet het ding maar piepen.

En ik zie het voor me, collega’s die hem eindeloos zeggen dat hij die knop moet indrukken. Dat mensen daar last van hebben om 7 uur ‘s ochtends en dat het gepiep helemaal nergens voor nodig is. Alleen maar als je de slang in het water doet, maar daarna mag, nee moet, hij uit.

De man knikt en je weet dat het morgenochtend weer gebeurt.

Onmogelijke opdracht – #50books

image

Op een onbewoond eiland met een schrijver. Een bijna onmogelijke opdracht omdat ik het met weinig mensen langer dan een dag kan uithouden. Voor mij zou het een nachtmerrie zijn. Ik ben liever een paar dagen met een boek dan met de schrijver van dat boek.

Gisteren fietste ik een rondje Gooimeer. Het lekkere weer lokte me naar buiten. Ik fietste via Naarden naar Huizen, dan over de Stichtsebrug over de dijk en dan door de bossen van Almere naar huis.

Het laatste stukje brengt je van de grootste euforie naar de diepste somberheid. Het Cirkelbos behoort misschien wel tot de mooiste bossen van Almere. Het IJsvogelpad voert vanaf de dijk midden in een prachtig bos.

image

Het pad kronkelt langs de loofbomen. Zandpaadjes doorkruisen het fietspad en voeren naar de dikste populier van Almere en een bunker waarin vleermuizen overwinteren.

Al fietsend dacht ik aan mijn geliefde reisschrijver Redmond O’Hanlon. Hij is gastschrijver in Almere en volgt daarmee Renate Dorrestein op. Als ik hem zou mogen meenemen naar mijn geliefde plekje in Almere, dan zou ik hem misschien wel meenemen naar het Cirkelbos.

Ik zou hem meenemen naar de dikste populier en lekker op de fiets de natuur verkennen. Heerlijk de zon op onze hoofden laten schijnen, een zacht briesje door het haar. De wind die op de dijk zo’n tegenstand biedt, is hier je beste vriend. Onderwijl hoor je alleen de vogels fluiten en ziet groen in alle tinten die je maar kunt bedenken.

image

Ik werd snel uit mijn dagdroom gehaald, want ik kruiste een fietsknooppunt. Zoals altijd op dit punt, koos ik de verkeerde route. Ik fietste rechtdoor en cirkelde om de hete brei heen, want na een grote kronkel kwam ik uit op de weg die naar de Almeerse villawijk Overgooi.

Het is de lelijkste weg van Almere. Altijd briest de wind hier als een wilde tegen je in. Aan de andere kant van het water zie je iets dat een park moet voorstellen. Een kaal landschap, waar een schelpenpad doorheen kronkelt. Af en toe staat er een klein, kaal boompje. De wind giert en lacht je uit. Hier is de stedenbouwkundige planning uit de bocht gevlogen.

image

Ik keerde meteen om, fietste dezelfde weg terug en nam de andere afslag. Daar was weer een domper op de feestvreugde. Het fietspad dat naar Stadslandgoed De Kemphaan moet leiden, was afgesloten. Ik fietste er jaren geleden samen met Doris op de terugweg van een korte fietsvakantie.

Het pad is een jaar later afgesloten vanwege de bouwvalligheid van de elegante houten bruggetjes. Het pad is nog steeds dicht. Ik mocht helemaal omrijden. Van de andere kant van de vaart, zag ik dat twee van de vier bruggetjes stonden.

Ik kan niet wachten tot de andere twee bruggetjes er zijn. Pas dan zou ik Redmond O’Hanlon meenemen en van tevoren goed de route in mijn hoofd hebben. Je wilt toch niet dat de beste natuurliefhebber op de onvolkomenheden in Overgooi stuit.

image

#50books

Dit is het antwoord op vraag  23 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Iets meer dan een seizoen

20141021_205654Hoe moet je het boekje Iets meer van een seizoen van Stephan Sanders noemen? Hij – of zijn uitgever – heeft het zelf de naam ‘memoir’ meegegeven. Het boekje is in de eerste plaats een herinnering aan zijn vriend en schrijver Anil Ramdas. Daarbij vermengt Stephan Sanders zijn verblijf in Almere.

Almere zou een mooie stad voor Anil Ramdas zijn, stelt Stephan Sanders. Het past perfect bij het burgerlijk bestaan waarvan zijn vriend droomt: een huis met een tuintje waarvan het hegje mooi geknipt is. De garage en de piano in de huiskamer. De zolder om de spulletjes op te slaan die je niet meer nodig hebt:

Anil had heel goed in Almere kunnen wonen, omdat zijn woonwereld heel burgerlijk en gemiddeld mocht zijn, misschien wel omdat zijn belevingswereld zo buitengemiddeld was. Mind over matter. In zijn denken en zijn leven was en werd hij steeds excessiever: alles was Groot, Spraakmakend en Uiterst Urgent in dat hoofd – maar dat schrijven en denken, dat lukte ook uitstekend in de garage van de tweekapper, met uitzicht op een net, veelal betegeld tuintje. (84/5)

Dat brengt Stephan Sanders ook bij de kern van de Almeerder. De Almeerder in de zin van iemand die bewust voor Almere kiest om daar te gaan wonen, bestaat niet. De Almeerder kiest voor een huis met een tuintje, een plek om te wonen. Dit plekje ligt toevallig in Almere, maar kan evengoed ergens anders liggen.

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 987 90 234 7741 9. Prijs: € 15,90. 128 pagina’s.

Dit is het laatste blogje van drie blogs over het boekje Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders.

Gemiddeld

20141021_205644Het probleem van Almere ligt niet zozeer in de plaats maar in iets anders schrijft Stephan Sanders in Iets meer dan een seizoen. Almere is de stad van de gemiddelden, stelt hij. Nergens wordt zoveel op straat geënquêteerd als in Almere, constateert Stephan Sanders in zijn boek. Hier woont de gemiddelde Nederlander.

Je moet wel oppassen dat je ‘gemiddeld’ niet automatisch koppelt aan middelmaat. (88)

De hoeveelheid Almeerders dat onder ‘lagere middenklasse’ valt ligt hoog, stelt Stephan Sanders. De uitzonderingen daargelaten, de bekende comédienne met een flinke lap, flink huis. De bankiers, hoofdredacteurs, rechters en medisch specialisten:

Ze zijn er, of liever gezegd, ze wonen er, maar je ziet ze amper terug. (89)

Het brengt Sanders tot de kern van het probleem:

[H]et gros van de Almeerders heeft een keuze moeten maken: tussen Utrecht, Amsterdam en Almere, een parmantig, leuk, maar ook prijzig stadsappartement daar, of het huis met de extra kamers en de speelweide om de hoek voor de kinderen. Tussen grootsteeds of ruim met een tuin. Autoloos of met eigen garage. Wikken en wegen, en dan uiteindelijk kiezen voor wat het verstandigst is, het meest haalbaar. (90)

Een zuiver rationeel besluit om een gemiddeld leven te kunnen leiden. Niet veel mensen dromen van een leven in Almere en toch wonen er bijna 200.000 mensen. Vervolgens moet je het als Almeerder altijd weer afleggen tegen de publieke opinie die gehakt maakt van een leven in Almere. Alsof je je eigen doodsvonnis tekent bij het tekenen van het koopcontract van je nieuwe huis. Niemand benijdt je. Eerder krijg je de bons. Je woont in de lelijkste plek van Nederland!

Een oplossing heeft Stephan Sanders niet. Daar is hij natuurlijk ook niet voor betaald. Hij onthult wel iets van een antwoord: Almere is een stad van planologen. De stad is gepland en altijd is er iets dat verbeterd kan worden. Het is nooit af. Maar misschien moeten we gewoon tevreden zijn met de stad. Almere is Almere. Niets meer en niets minder. Wat anderen er ook van vinden. Jouw huis staat er, jouw plekje op deze aarde.

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 987 90 234 7741 9. Prijs: € 15,90. 128 pagina’s.

Dit is de tweede blog in een serie van drie blogs over het boekje Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders.