Categoriearchief: gedichten

De magie van poëzie – #50books vraag 7

image

Een interessante opmerking doet Ruud in zijn antwoord op de boekenvraag van vorige week. Ik stel in de vraag dat in poëzie voor mij taal boven de betekenis staat. Hij reageert hier op:

Voor mij mag er geen onderscheid in belangrijkheid, in zwaarte, in kracht, in gevoel bestaan als het gaat om poëzie. De taal, de vorm, het ritme, soms de rijm zijn middelen om de inhoud, de betekenis, weer te geven. Niks taal boven betekenis. Dat vermorzelt voor mij de magie van poëzie.

Een interessante bevinding die hij hier doet. De taal staat niet boven de betekenis in een gedicht, het gedicht zelf zorgt voor de betekenis zoals het zich presenteert aan de lezer of luisteraar.

Poëzie krijgt helaas niet zoveel aandacht in onze samenleving. Het spel met de taal is meer het terrein voor rappers en zangers. Als er buiten dit discours een gedicht voorbijkomt, reageren veel mensen afwijzend. Het publiek weet dan geen raad met het gevoel dat het gedicht oproept; het kan er niet goed bij met het verstand.

Betekenis in een gedicht staat voor mij als iets waar je met je verstand niet bij kunt. Je kunt het niet echt goed duiden waar het nu eigenlijk over gaat, maar het doet wel iets met je. De poëzie drukt soms de dingen uit, waar de taal ophoudt. Dan raakt het bijna iets universeels als wat muziek bij je oproept.

Dat heb ik ook met buitenlandse poëzie waarbij ik de taal niet eens hoef te verstaan om het te begrijpen. Dan wint de magie het van de taal. De klanken zijn genoeg, zonder dat ik hoef te weten waar ‘het over gaat’.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:

Wat is voor jou de magie van poëzie?

Lees de antwoorden op de vorige, zesde boekenvraag

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Donker woud: Divina Commedia: Hel: Canto 1

image

Dantes Goddelijke komedie is een prachtwerk. Dat begint meteen al op de eerst bladzijde: de opening is magistraal. Een betere opening kan ik niet bedenken. Op het scheppingsverhaal van de bijbel na, dan. Het lyrisch ik, Dante, is van het rechte pad geraakt. Hij is ergens verkeerd afgeslagen in het midden van het ‘woud des levens’. Elke stap die hij zet, wordt het pad donkerder.

De nacht valt. Hij valt in slaap bij een helling. Als hij wakker wordt, ziet hij een luipaard. Hij wil verdergaan, maar het luipaard belet zijn weg. Hij overweegt terug te gaan, maar besluit toch verder te lopen. Het dier blijft hem volgen. Zelfs als de zon opkomt de volgende morgen. De angst slaat hem aan het hart. Recht voor hem staat een leeuw. Dreigend wil het dier hem vermorzelen. Tot overmaat van ramp komt een hongerige wolvin (hebzucht) ook op hem af.

Dante is helemaal radeloos. Hij keert om en wordt door de dieren teruggedreven in het donkere bos. Ineens ziet hij een gestalte staan. Hij schreeuwt om hulp. Het is de dichter Vergilius. Vergilius is het grote voorbeeld voor Dante. Hij heeft zijn werk vaak herlezen. Hem probeert Dante te evenaren:

Gij zijt alleen mijn meester, gij mijn schrijver.
Tot de eedle stijl waarop ik roem mag dragen
Waart gij alleen mijn leidsman en mijn drijver. (Verwey, Canto I, 85-87)

Dan stelt Vergilius aan Dante voor met hem mee te gaan. Het pad vervolgen zou zinloos zijn. Hij zou verslonden worden door de wolvin. Vergilius zal hem meenemen naar ‘een gebied dat eeuwig is’. Dante besluit hem te volgen.

Toen schreden wij tezaam, hij voor, ik achter. (Verwey, Canto I, 136)

Over project Dantes Divina Commedia

Volg vanaf vandaag elke week op woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Gedichten rond Canto 1

Op zoek naar Dante (haiku)

Donkere schaduwen (haiku)

Levenspad (haiku)

Levensmidden (haiku)

Het donkere woud – Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey: Dante Alighieri: De Goddelijke Komedie, vertaling A. Verwey, Haarlem 1923.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Divina Commedia: waar begint het?

image

Een vraag die je als dichter of schrijver kunt stellen is: waar begint het besef van Dante dat hij de Divina Commedia schrijft? Ik geloof nooit dat Dante is gaan zitten en het werk is gaan schrijven, beginnend bij Canto I.

Het basisidee alleen al is zo volmaakt uitgewerkt en gaat bijzonder ver. Hiervoor moet Dante diepgaande studie gedaan hebben. De indeling van hel, vagevuur en hemel is zo gedetailleerd, dat Dante zeker goed nagedacht heeft over het concept.

De gedetailleerde afwerking maakt het tot een van de grootste literaire werken die ooit geschreven is. Het staat daarmee gelijk aan een boek als de bijbel of Goethes Faust. Het is als geen ander literair werk tot inspiratie geweest voor schrijvers, dichters, componisten, schilders, beeldhouwers en architecten.

Volgens Albert Verwey wist Dante in de 27e Canto van het middendeel het Vagevuur dat hij een groot literair werk aan het scheppen was. De opening van dit lied bevat volgens Verwey:

het besef van die conceptie tot een al het andere uitsluitende doorbraak kwam, waar het dichten de inhoud, het onderwerp van zijn verbeelding werd.

Ik vind dat besef al vanaf het eerste lied aanwezig, maar er is zeker veel voor te zeggen dat het verderop in het werk gestalte krijgt. De beelden van Dante grijpen mij aan. Zeker ook in die 27e Canto van de Louteringsberg. Hierin neemt Vergilius afscheid van Dante. Het beeld dat Dante hier schetst is een allesomvattend wereldbeeld. Van Spanje tot aan de Ganges.

Misschien dat hierin het idee loskomt van de grootsheid van dit werk. Dante heeft het goed in de rest van de Divina Commedia weten te verwerken. Het is zo groots en meeslepend dat het bijna niet door een mens geschreven kan zijn.

Over project Dantes Divina Commedia

Volg elke woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Het project Divina Commedia

image

Al jaren speel ik met het idee om iets te gaan doen met Dantes Divina Commedia vertaald als Goddelijke komedie . Graag zou ik het grote dichtwerk als inspiratie willen gebruiken voor een langere dichtreeks,

Actueel meesterwerk

Het meesterwerk uit de Europese literatuur is een bijzonder actueel dichtwerk. Dante typeert de universele gevoelens en gedachten van de mens. Hij doet dit weliswaar binnen de wereld zoals hij die kent. Toch staat dit Middeleeuwse wereldbeeld heel dicht bij onze eigen kijk op de wereld.

Veel mensen hebben de hel naar het fabelrijk verwezen. Net als de hemel en het vagevuur. Ik zie veel in de verbeelding van het hiernamaals. Het zegt namelijk heel veel over ons in het hier en nu. Er ligt voor mij een uitdaging zelf gedichten te schrijven die refereren naar Dante maar tegelijk iets nieuws zijn. Hoe dit vorm krijgt, zal tijdens het wordingsproces gebeuren.

Verbeelding

In de verbeelding ga ik met Dante mee, zoeken naar het goed en het kwaad. Misschien zou de indeling van Dante meer een indeling van typen mensen zijn. Een typering van gedragingen. Moet je iemand die hebzuchtig is naar de hel verwijzen of probeer je ze zo te typeren dat hun gedrag zelf genoeg oordeel geeft?

Ik denk het laatste. Hierbij zal ik de indeling van Dante volgen. Of het een werkbare situatie oplevert, weet ik niet. Het project is daarvoor te groot. Dante heeft Divina Commedia ook niet in 1 dag geschreven. De ervaring bij het schrijven, zal mij leren of de ingeslagen weg de juiste is. Dante is leidraad. En misschien mislukt het project wel jammerlijk.

Elke week een Canto

Mijn idee is om wekelijks een Canto te behandelen op de blog hendrik-jandewit.nl. Beginnend bij de hel en daarna elke week een Canto uit dit deel. Ik geef in een blog een synopsis van het lied. Daarnaast zal ik – als dat lukt – 1 of meerdere schetsen geïnspireerd op dat Canto schrijven. Dat kan een persoon, een beeld, een idee of gedachte zijn. Het zijn schetsen in dichtvorm. De bedoeling is om een link te leggen naar mijzelf, deze tijd en deze wereld. De gedichten komen terecht op wolkenhemel.blogspot.nl.

Een groots en meeslepend plan waarvoor ik de tijd neem. Het kan betekenen dat de ene blog saai is en de andere fragmentarisch. Of het altijd de lading dekt, weet ik niet. Ik zal de ruimte moeten nemen als een Canto meer tijd vergt en juist moeten inkorten als een Canto te weinig inspiratie oplevert.

Het lijkt me leuk als je meegaat met deze zoektocht. Schroom niet om je ideeen, kritiek of opmerkingen te posten. Het helpt mij om dit project vorm te geven en tot een goed einde te brengen. Ook zou het mooi zijn als meer mensen hun kunstzinnige uiting rond Dantes meesterwerk met mij willen delen.

Andere initiatieven

Ik ben niet de enige die ‘begeistert’ is door Dantes meesterwerk. Drie jaar geleden begon Danny Habets zijn grote Dante-project: in 100 dagen door Dante heen. Helaas bleef het bij 42 Canti. Ik hoop dat hij binnenkort het project weer oppakt.

Over project Dantes Divina Commedia

Volg vanaf vandaag elke week op woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Mijn gedichten bij Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Boekje met opdracht

wpid-img_20150829_160804.jpgEr zijn van die boeken die tegenkomt en die erom vragen dat je ze meeneemt. Zo ben ik laatst na mijn werk naar Weesp gefietst voor de boekenmarkt in de Grote Kerk. Ik ben een enthousiaste bezoeker van deze halfjaarlijkse boekenmarkt.

Langgerekte tafels boordevol boeken staan in de kerk uitgestald en dan is het heerlijk grasduinen over de boekenruggen. Ik vind altijd wel leuke boeken. Deze keer valt mijn oog op een boek dat in een doosje zit. Het heet Firmin en gaat over een rat die helemaal gek is van boeken.

Daarnaast zie ik een boekje van Ivo de Wijs liggen met zijn verzen die hij voorgedragen heeft bij het radioprogramma Vroege Vogels. Gedichten over de natuur. Het boekje trekt vooral mijn aandacht omdat er zo’n mooie opdracht in staat: ‘Voor mijn moeder’ met een krabbel en dan de naam Ivo de Wijs.

Zo’n opdracht roept meer vragen op dan antwoorden. Is het echt voor zijn moeder of stond er bij het signeren iemand aan de kraam die een krabbel vroeg voor zijn moeder? Een grapjas als Ivo de Wijs zet zoiets wel voorin zijn boekje met verzen.

Zo kan ik heerlijk turen naar zo’n opdracht en verder verzinnen voor wie Ivo de Wijs dit nu echt heeft geschreven.

João Cabral

image

In zijn lezing over vertalen heeft August Willemsen een gedicht gekozen van de derde grote dichter van Brazilië: João Cabral de Melo Neto, kortweg João Cabral. De lezing is opgenomen in de nieuwe brievenbundel van August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen.

In lyrische bewoordingen vertelt Willemsen wat deze dichter zo bijzonder maakt:

Drie dingen vallen op, die in zijn werk constanten blijven. Het visuele, concrete, vastomlijnde overheerst het muzikale, abstracte, vage. De gedichten zijn als foto’s, zwart-wit. Kleur komt niet bij name voor. Ten tweede zijn gewoonte van het noemen van namen van schilders en schrijvers, als een manier van zelfdefinitie door verwijzing bijvoorbeeld Drummond de Andrade, Paul Valéry, cerebrale, antilyrische, min of meer droge kunstenaars. En dan is de titel van zijn bundels, O engenheiro (De ingenieur), kenmerkend voor hoe hij poëzie ziet: als maakwerk. In zijn eigen woorden: ‘Vanaf het eerste begin heb ik mijn poëzie geconstrueerd.’ Veel van dit werk is poëzie over poëzie, ‘metaliteratuur’, vaak tamelijk moeilijk, hermetisch. (194-195)

Na het voordragen van een paar gedichten van deze grote Braziliaanse dichter, komt August Willemsen bij een gedicht uit dat hij gedurende de lezing vertaalt tot het gedicht ‘Het weven van de ochtend’.

Voordat hij zover is, voert hij eerst de lezer helemaal mee in de poëtische wereld van deze bijzondere dichter. Hij draagt enkele gedichten voor, maar vooral wijst hij op de rijke taal van deze dichter. Het maakt alles nog beter toegankelijk voor de liefhebber.

August Willemsen geeft de informatie die meehelpt het gedicht en vooral de overwegingen van de vertaler te snappen. Daarom is vertalen veel meer dan zomaar een gedichtje van de ene taal in de andere te transformeren.

image

Willemsen laat zien dat je als vertaler ook een deel van de belevingswereld en de poëtica van deze dichter moet zien over te brengen. Daarmee is deze lezing een prachtige illustratie voor het werk van veel vertalers.

Lees ook mijn bespreking op Litnet over deze brievenbundel

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Vertalen

image

Misschien was August Willemsen wel de beste vertaler van Nederland. Hij heeft de Braziliaanse en Portugese literatuur naar Nederland gebracht. Zonder hem zouden de prachtige gedichten van Fernando Pessoa en Carlos Drummond de Andrade niet bereikt hebben.

Dat is niet alleen te danken aan zijn noeste arbeid. Hij heeft het oeuvre van Pessoa voor een groot deel vertaald. Vrijwel de hele poëzie van de Portugese dichter heeft Willemsen naar het Nederlands vertaald. De schoonheid van dit noeste vertaalwerk is vooral te danken aan de enorme kracht die uit zijn vertalingen spreekt. Zijn vertalingen slaan een brug tussen het Portugees en het Nederlands.

Dat geldt zeker ook voor de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. Hij heeft de liefdespoëzie samen met de erotische poëzie van deze bijzondere dichter heel mooi op de kaart gezet. De documentaire “O Amor Natural” van Heddy Honigmann laat prachtig zien wat de erotische gedichten met de Brazilianen doen.

Bij deze documentaire uit 1993 is August Willemsen eveneens betrokken geweest. Hij vertaalde de gedichten uit de bijzondere bundel O Amor Natural op onnavolgbare wijze naar het Nederlands in De liefde, natuurlijk. Hij deed al vrij snel nadat de bundel waar al lang over gespeculeerd werd, in Portugal uitkwam.

In de briefwisseling tussen August Willemsen en Marian Plug, Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen is ook een heel mooi college over vertalen opgenomen. August Willemsen heeft dit voorgedragen bij de presentatie van een nieuwe tentoonstelling van de schilderes Marian Plug.

Hij neemt hierin zijn toehoorders mee bij het vertalen van een gedicht. Zoals Gerrit Komrij in zijn tweede Albert Verwey-lezing deed bij het schrijven van een gedicht, zo voert August Willemsen zijn luisteraars mee in het vertaalproces.

Hij neemt je helemaal mee bij de overwegingen en afwegingen van de vertaler. Moet je letterlijk vertalen of probeer je juist hetzelfde gevoel op te roepen. Voor August Willemsen is het geen zaak van letterlijk of vrij. De uitdrukking en strekking van een gedicht vertalen zijn soms belangrijker dan een gedicht letterlijk woord voor woord overzetten.

Deze lezing over vertalen is voor mij het mooiste deel uit de bundel brieven die uitgeverij De Arbeiderspers onlangs uitbracht. Het vormt een prachtige aanvulling op het oeuvre van vertalingen, brieven en verhalen van deze bijzondere ambassadeur van de Portugese en Braziliaanse letteren.

Lees mijn bespreking van August Willemsens brievenbundel bij Litnet

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Letterlijk of vrij vertalen

image

Ik kom het vaak bij lezers tegen: ze mopperen over de ‘slechte’ vertaling van een boek. Wat er dan zo slecht is, weten ze vaak niet te benoemen. Of ze bedienen zich van goedkope voorbeelden waaruit ik niet altijd kan halen of het een toevallige fout is of dat dit iets structureels is in deze vertaling.

Ik maak dit voornamelijk op bij vertalingen van Engelse boeken. Hoogst zelden hoor ik dit soort opmerkingen bij Franse of Duitse boeken. Ook Russische vertalingen krijgen er niet altijd van langs, terwijl ik soms echt het idee heb dat grote werken minder toegankelijk zijn door de vertaling.

Vaak mis ik genoeg band met het origineel. Ik vertrouw de vertaler en beschouw hem als mijn vriend. Hij die zo aardig is om mij mee te nemen in een verhaal in een vreemde taal en vertelt het in mijn taal. De enorme hoeveelheid vertalingen van bijvoorbeeld Dantes Goddelijke Komedie. Ze helpen mij om dit ontoegankelijke werk een klein stukje binnen te dringen.

In de briefwisseling van August Willemsen en Marian Plug Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen zit een prachtige lezing. August Willemsen vertelt over het vertalen, in het bijzonder het vertalen van poëzie. Hij gaat hier in op het verschil tussen de vrije en de letterlijke vertaling.

Bij het vertalen van het gedicht ‘Over het zitten-/zijn-in-de-wereld’ van João Cabral kiest hij ervoor om het idee over te brengen in plaats van letterlijk de tekst te vertalen.

Hij neemt hiervoor andere letters in de laatste regel: ‘v’s, oe’s en ellen’. Letterlijk staat er ‘met alle effen en erren’, maar August Willemsen spelt naar het Nederlandse woord ‘voelen’ dat het ‘lyrisch ik’ in het Portugees hier opvoert.

Ik heb mij dan ten opzichte van die uitdrukking een grote vrijheid veroorloofd, maar ten opzichte van de letters van die uitdrukking en de strekking van het gedicht heel letterlijk vertaald. (201)

Hetzelfde gebeurt in het voorbeeld van het gedicht ‘Het weven van de ochtend’ waarin August Willemsen vaak ervoor kiest het gedicht over te brengen en niet de woorden. Of veel mensen die een vertaling lezen moeite hebben met de letterlijke vertaling of juist de vrije vertaling, kan ik niet altijd achterhalen.

Vaak heb ik de indruk dat het een soort potsierlijkheid is door te suggereren dat je de taal waarin het boek geschreven is te goed beheerst om het in vertaling te lezen. Of dat jij het verhaal beter begrijpt dan de vertaler.

Maar in plaats daarvan geven mensen af op de vertaling. Terwijl vertalen echt heel lastig is. Ik zou al die mensen die commentaar hebben op vertalingen willen oproepen zelf een verhaal te vertalen. Dan merken ze hoe moeilijk het is. En wegkomen met de opmerking dat het niet te vertalen is, mag niet. Elk verhaal of gedicht moet te vertalen zijn.

Lees ook mijn bespreking van de bundel op Litnet

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Wolken en copla’s

image

In de roman En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx wisselt de verteller het verhaal van haar overleden man Pepe af met zijn gedichten. De gedichten en liedjes zijn geschreven door Jos Verstegen en vullen het verhaal heel mooi aan. Ze passen in het verhaal van Pepe die copla’s schrijft. Copla’s zijn vierregelige Spaanse verzen.

Pepe vertelt in de roman van Ellen Heijmerikx zijn levensverhaal aan zijn vrouw Juanita. Hij heeft haar nog niet alles verteld. Deels uit schaamte, deels uit angst haar te verliezen. Het is een mooi verhaal over de belevenissen van een kind in het Spanje van voor, tijdens en na de burgeroorlog.

Pepe werd als als kind bevangen door copla’s. Hij hoorde ze op de markt. Tussen de snoepkraampjes verkocht een man met één hand deze volksverzen. De kleine Pepe had geen stuivers om aan de man te geven voor een gedicht die rijmde zodat je hem beter kon onthouden. Zodoende schreef hij zijn eerste copla’s zelf.

De eerste ging over honger, spoedig gevolgd door een vers over de wolken. Het is een copla waarin de honger gecombineerd wordt met het zicht op de hemel:

De hemel is een taartenwinkel, kijk,
ze drijven naar je toe, de roomkastelen
met zonlichtsaus, en niemand vraagt om geld.
Wie zou nog brood of witte bonen stelen?
(23)

In het klooster verandert de thematiek. Hij schrijft zijn gedichten over het klooster en de vorm van de gedichten wordt ook anders. De wolken komen heel mooi terug in het vers als zijn moeder hem ophaalt bij het klooster. Hij is door de overste weggestuurd.

Er was een man die wolken at.
Je kreeg een bordje en je mocht
twee plakken van een nevel snijden.
Hij goot er zonlicht overheen.
(148)

Het vers heeft mooie beeldspraak. Het voert je mee in de metaforen van de wolken en het eten. Hier geeft het lyrisch ik echt rake typeringen. De dichter Pepe schrijft mooie verzen. Iets wat de artsen ook zien in het ziekenhuis, maar ze mogen ze niet lezen. Hij schaamt zich voor zijn gedichten die hij in zijn hart altijd copla’s is blijven noemen.

Ellen Heijmerikx combineert de verzen van Jos Verstegen heel mooi in haar roman En nooit was iets gelogen. Het geeft de hoofdpersoon Pepe een gezicht. De poëzie vind ik stiekem mooier dan het verhaal. De gedichten bevatten namelijk wat het verhaal mist: ze bezitten een mooi doorleefd gevoel en een prachtige verbeelding.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Ellen Heijmerikx: En nooit was iets gelogen. Roman. Met gedichten en liedjes van Jos Verstegen. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN 987 90 468 1881 7. Prijs: € 19,95. 254 pagina’s.

Bloem

image

De hoofdpersoon van Remington van Bert Natter denkt terug aan een gesprek met zijn vader over de dichter Bloem. Zijn vader vroeg namelijk wat hij met de les Nederlands besproken had.

De leraar vertelde tijdens de les dat de bundel Media vita zou duiden op het midden van het leven. De dichter was in halverwege zijn leven bij het verschijnen van deze dichtbundel.

Vader veegt de vloer aan met de bewering van de docent Nederlands. Hoe kon de dichter Bloem weten dat hij op de helft van zijn leven was? De hoofdpersoon verweert zich en zegt dat zijn docent vertelde dat Bloem dat gokte. Onzin vindt zijn vader:

‘Jullie meester is die gokt, want hij heeft er geen verstand van. “Media vita” is een deel van de eerste regel van een welbekend kerkelijk lied, ten onrechte toegeschreven aan mijn middeleeuwse collega Notker de Stotteraar. Lach niet. Media vita in morte sumus, dat wil zeggen dat wij midden in het leven in de dood staan. Ook wanneer de meester onzin uitkraamt en zijn leerlingen iets op de mouw speldt, de dood wacht waar je ook bent, wat je ook doet. Pas als de meester onderweg naar de lerarenkamer dood neervalt zal hij het hebben begrepen.’ (22)

Bert Natter zou Bert Natter niet zijn als hij daar verderop in het verhaal niet op terugkomt. Indirect verwijst de vader van de verteller naar de opmerking over Bloem. Het is misschien meer levensvisie dan wijsheid.

Als hij in het hotel waar ze onderweg overnachten aan zijn vader vraagt wanneer je eervol sterft. Zijn vader geeft een ontwijkend antwoord en de verteller vraagt het nog een keer:

Ik herhaalde mijn vraag: ‘Waar moet je sterven om eervol te sterven?’
‘In het midden van het leven,’ beweerde mijn vader. (112)

Een prachtige verwijzing naar het kerkelijk lied en indirect naar J.C. Bloem. En nog beter: de vader van de verteller is voor de hoofdpersoon een betere leermeester dan de leraar Nederlands.

Bert Natter: Remington. Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap, 2015. ISBN: 978 94 004 0270 6. 224 pagina’s. Prijs: € 18,90