Categoriearchief: gedicht

Poezie-album

Ik lees korte stukjes over poëzie van Remco Campert. Zonder roken bij mij geen poëzie heet het. Het lag in de bibliotheek. Ik had net de documentaire over deze bijzondere dichter gezien. Deze bundel sluit hier prachtig op aan.

Ik lees over de mijmerij van poëzie, over Herman Gorter en lees een prachtig gedicht. Dit is het gedicht dat ik jaren zocht voor in het poëzie-album van Doris. Ik zeg het hardop. We zitten gezellig bij elkaar in de woonkamer. Meteen pakt Doris het poëzie-album. Ik mag het erin zetten. Op de bladzijde waar bovenaan dik met pen staat ‘papa’.

Mijn opa heeft in het album van mijn moeder ook een lege plek laten staan. Ze had er vaak om gevraagd. Ook toen ze zelf volwassen was, maar hij heeft er nooit een versje neergeschreven. Waarom, weet ik niet. Dat ik het bij mijn eigen dochter niet deed, was simpel: ik kon geen goed vers vinden. Eigenlijk kun je hier nooit uitdrukken wat je voor je dochter voelt. Maar nu heb ik een prachtig gedicht gevonden en het zal erin moeten komen.

Welk gedicht het is, is iets tussen mij en Doris. Al is het natuurlijk te vinden als je de bundel van Remco Campert leest. Het is mijmerij. En natuurlijk ook de liefde van een vader voor zijn dochter. Een mooi gedicht en een goed gedicht ineen.

Wat heeft Gorter toch een mooie gedichten geschreven.

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9850 6. 144 pagina’s. Prijs: € 16,99. Bestel

Grappige gedichten – #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Gedichten lezen – #50books vraag 30

img_20160721_074700.jpgDeze week bespreek ik op mijn blog de cursus genieten van poëzie van dichteres Ellen Deckwitz. In haar boek Olijven moet je leren lezen merkt ze op dat er heel veel gedichten geschreven worden, maar niet veel gedichten ook echt worden gelezen.

Lezers hebben geen idee hoe ze een gedicht moeten lezen en dan is het veel prettiger om zelf iets te produceren dat op een gedicht lijkt, dan dat ze iets van iemand anders moeten lezen. Dan heersen er nog allerlei misvattingen dat een gedicht alles kan betekenen bijvoorbeeld of dat songteksten altijd poëzie zijn.

Wat een misvattingen. en dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. (10)

Dat brengt mij bij de leesvraag van deze week.

Lees je weleens poëzie en hoe lees je poëzie?

Wat zou je voor een tips hebben hoe je gedichten leest en waarom zou je gedichten moeten lezen?

Ik ben erg benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Bloem

image

De hoofdpersoon van Remington van Bert Natter denkt terug aan een gesprek met zijn vader over de dichter Bloem. Zijn vader vroeg namelijk wat hij met de les Nederlands besproken had.

De leraar vertelde tijdens de les dat de bundel Media vita zou duiden op het midden van het leven. De dichter was in halverwege zijn leven bij het verschijnen van deze dichtbundel.

Vader veegt de vloer aan met de bewering van de docent Nederlands. Hoe kon de dichter Bloem weten dat hij op de helft van zijn leven was? De hoofdpersoon verweert zich en zegt dat zijn docent vertelde dat Bloem dat gokte. Onzin vindt zijn vader:

‘Jullie meester is die gokt, want hij heeft er geen verstand van. “Media vita” is een deel van de eerste regel van een welbekend kerkelijk lied, ten onrechte toegeschreven aan mijn middeleeuwse collega Notker de Stotteraar. Lach niet. Media vita in morte sumus, dat wil zeggen dat wij midden in het leven in de dood staan. Ook wanneer de meester onzin uitkraamt en zijn leerlingen iets op de mouw speldt, de dood wacht waar je ook bent, wat je ook doet. Pas als de meester onderweg naar de lerarenkamer dood neervalt zal hij het hebben begrepen.’ (22)

Bert Natter zou Bert Natter niet zijn als hij daar verderop in het verhaal niet op terugkomt. Indirect verwijst de vader van de verteller naar de opmerking over Bloem. Het is misschien meer levensvisie dan wijsheid.

Als hij in het hotel waar ze onderweg overnachten aan zijn vader vraagt wanneer je eervol sterft. Zijn vader geeft een ontwijkend antwoord en de verteller vraagt het nog een keer:

Ik herhaalde mijn vraag: ‘Waar moet je sterven om eervol te sterven?’
‘In het midden van het leven,’ beweerde mijn vader. (112)

Een prachtige verwijzing naar het kerkelijk lied en indirect naar J.C. Bloem. En nog beter: de vader van de verteller is voor de hoofdpersoon een betere leermeester dan de leraar Nederlands.

Bert Natter: Remington. Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap, 2015. ISBN: 978 94 004 0270 6. 224 pagina’s. Prijs: € 18,90

Goede Vrijdag en Dantes Divinia Commedia – #WOT

image

De Goddelijke Komedie van Dante opent op Goede Vrijdag in het jubeljaar 1300. De opening van dit magistrale werk waarin de dichter Dante afdaalt naar de hel, speelt in de tijd tussen Goede Vrijdag en Pasen.

Dante volgt daarmee letterlijk de raadselachtige woorden ‘nedergedaald ter helle’. De apostolische geloofsbelijdenis noemt dit de tussenliggende periode tussen de dood van Jezus en zijn opstanding op Paasmorgen.

Zo is deze periode perfect geschikt om Dantes Divinia Commedia te lezen. Voor zover het te redden is dit complexe werk van drie dikke delen in een week tijd door te worstelen. Vooral het laatste en derde deel vraagt veel aandacht vanwege zijn theologische en filosofische diepgang.

Ik lees de beschrijvingen van Dante mondjesmaat en merk dat ik na één Canto weer op adem moet komen. Wat een overdaad aan literatuur.

De afgelopen week gaf mij weer een onverwachte interesse voor het meesterwerk van Dante. Bij mijn afscheid van Ziggo kreeg ik van mijn collega’s prachtige cadeau’s waaronder een boekenbon. Daarvan kocht ik De Goddelijke Komedie in de vertaling van Rob Schouten. Het is de laatste vertaling die in het Nederlands is verschenen.

image

Toeval of niet. Een dag na de aankoop vond ik in de Kringloopwinkel van Naarden de vertaling van Bohl in drie dikke en fraaigebonden delen uit 1894-7. De aankopen wakkerden mijn belangstelling voor Dante weer helemaal aan. Ik zit weer helemaal in hoge literaire sferen, hoe diep de hel van Dante ook is.

Bekijk mijn Overzicht van Dante-vertalingen

#WOT

Vandaag doe ik mee met de #WoT van drspee.nl met als onderwerp Pasen. Dit initiatief is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Ik heb het ook een paar maanden gedaan, totdat @drspee het dit jaar overnam.

Spiegel en #mijnmoment

gedicht-spiegelEen prachtige uitnodiging van Henk-Jan Wildermaat (@punkmedia) om mee te doen aan #mijnmoment. Stiekem is het ook mijn moment aan het eind van dit jaar. Een bewogen jaar zoals ik in mijn stukje schrijf. Om 11 uur verscheen het vandaag online.

Nieuw blogvoornemen

Ik vertel in de blog onder andere over een blogvoornemen: mensen vragen iets te vertellen over een gedicht van mij dat ze geraakt heeft. Graag wil ik het uitbreiden met twee filmpjes. In het eerste geef ik een korte improvisatie over het gedicht. In het tweede gedicht draag ik het voor.

Gedicht Spiegel

Zojuist heb ik de koe bij de horens gevat en dit bij het gedicht Spiegel gedaan. Het staat sinds begin deze maand op mijn gedichtenblog wolkenhemel.blogspot.nl.

Ik schreef het gedicht voor Belgin, ze houdt het op de foto ook vast. In het groene lijstje en op het gele papier staat het gedicht.

Arvo Pärt

Bij het schrijven van het gedicht had ik de hele tijd het prachtige muziekstuk Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt in gedachten. Het is het mooiste in de uitvoering met viool en piano.

Improvisatie bij Spiegel

De improvisatie die ik maakte bij het gedicht Spiegel gaat door op het eenvoudige motief van Arvo Pärt. Het melancholische van Arvo Pärt is bijna niet te evenaren. Daar is het te mooi voor. Maar misschien zegt de improvisatie iets over het gedicht.

Ik voer het uit op mijn pedaalharmonium. Excuses voor het slechte licht. Het geeft de improvisatie ook iets geheimzinnigs.

Voordracht

Naast de improvisatie draag ik het gedicht ook voor op youtube.

Opmerkingen? Reageer!

Ik ben benieuwd wat je van deze opzet vindt. Ik wil het graag uitbreiden en zal lezers, fans en vijanden uitnodigen iets over een gedicht van mij te zeggen. Hoe dat gebeurt, weet ik nog niet. Ook ideeën hierover zijn van harte welkom.

Emotiedichter

image

Zo lang ik gedichten schrijf, schrijf ik die gedichten vanuit de emotie. Een gebeurtenis, een gevoel dat ik op dat moment niet de baas kan. Ik schrijf het op. Het levert vaak rauwe en sombere gedich-ten op. Soms blinkt een pareltje op uit de amorfe massa van mijn gedichten. Dan raak ik precies wat ik eigenlijk wil zeggen. Maar vaak begrijpen mensen de rauwe emotie niet.

Ik kijk naar Achter de voordeur een programma waarbij buren achter de voordeur van hun onbekende buurman of buurvrouw een kijkje nemen. Ze mogen raden wat voor iemand het is en kijgen daarna een dvd van deze persoon te zien waarin hij zijn verhaal vertelt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dit keer een man uit Enschede, hij vertelt zijn twee buurvrouwen het verhaal van zijn jeugd. Hij werd veel gepest en had het moeilijk. Hij vertelt het volgende:

‘Ik schreef vooral gedichtjes. Die gedichten werden de emoties. Emoties die ik niet kon uiten en wat ik ook heel moeilijk vond om ze te plaatsen. Ik schreef een gedicht als: ‘morgen ga ik springen voor de trein, wedden dat jullie allemaal zingen van plezier, papa mama broertje en ook jij, want wie is er nou blij met mij.’
Voor mij was dat de manier om het onbehagen van dat moment te uiten. En voor anderen, voor met name mijn ouders en omgeving werd dat op dat moment een heel erg dramatische uiting. Er werd bijna gedacht dat ik mijzelf van het leven wilde beroven. Terwijl ik alleen heel duidelijk wilde neerzetten: ik ga een heel moeilijke periode door. Ik heb het gevoel dat niemand mij begrijpt.’

Ik herken mij in het verhaal. Ik schrijf ook gedichten waarin ik de emotie van dat moment probeer te verwoorden. Niet altijd begrijpen anderen die emotie. Zo verwoordde ik in mijn studententijd een gevoel dat mijn huisgenotes opriepen in een gedicht. Ik schreef het gedicht vanuit die emotie en was het na afloop kwijt. Maanden later ontdekten zij het gedicht in een publicatie en vroegen mij ver-baasd waarom ik het ze niet verteld had. Ik voelde mij alleen maar bedreigd. De emotie was al geweest waarom moesten we het daar over hebben?

Ook nu schrijf ik emoties die ik heb op een dag in een gedicht. Ik publiceer het. Soms wil ik er iets mee zeggen aan iemand. Meestal niet, dan is het een uiting wat ik voel op dat moment. Als ik op de ‘publiceren’-knop klik is het weg. Dat mensen daarop reageren, spreekt voor zich. Alleen weet ik daar dan geen raad mee. Het is de emotie die weg is, maar het gedicht dat blijft staan.

Wel vind ik dat het gedicht mijn emotie verwoordt en niet op anderen slaat. Ik kan niet andermans emoties verwoorden. Het staat er en ik sta er ook achter. Het is van mij, maar dat ik soms de plank missla, neem ik maar voor lief. Daar is het gedicht vaak te mooi voor.

Get Adobe Flash

Madonna met de valken

image

De vraag maakt mij nieuwsgierig naar het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Vestdijk. Vooral naar de rest van het gedicht. Een vraag met slechts twee regels uit dit gedicht kan niet beantwoord worden zonder het hele gedicht.

Ik trek de verzamelde gedichten uit mijn kast. De cyclus Madonna met de valken is bijna een roman in verzen. Het bestaat uit 150 gedichten. Bloemlezingen halen meestal enkele gedichten uit deze enorme reeks aan. Simon Vestdijk schreef ze tijdens zijn verblijf in Sint Michielsgestel.

Het lezen van een gedicht vraagt een andere leeshouding dan het lezen van een roman of verhaal. Het begint ermee dat je een gedicht niet hoeft te snappen. Soms is het raadselachtige van een gedicht het mooie. Blijkbaar is deze lezer ook getroffen door het vers. Hij wil het snappen, maar het lukt niet.

Wel een paar handvatten bij het lezen.

Het lyrisch ik spreekt in de ‘gij’ vorm. Het ‘uw’ is daarmee de vierde naamval van gij en slaat dus op de gij. Het is de valkenier van de madonna waarover het lyrisch ik spreekt.

De valkenier is de verzorger van de valken, de madonna (of de vrouw) kijkt alleen toe. De keurvalk is haar toegenegen. Keur duidt hier op de valk met de beste kwaliteit. Bijna op te vatten als voorkeur. Volgens het lyrisch ik heeft ‘menig held’ haar aandacht voor de valk met lede ogen aangekeken.

In de tweede strofe kan het lyrisch ik het niet meer aanzien. Hij trekt de kap op de kop van de valk ‘tot op de smalste kier’. De valk lijkt symbool te staan voor de onbereikbaarheid van de (jonk)vrouw. De valk staat dichter bij haar dan hij haar ooit zou kunnen bereiken. Zelfs na zijn dood blijft deze valk over haar waken.

Alles is interpretatie.

Weerbaarheid – #WOT

alles-van-waarde-is-weerloos-lucebertHoe ver reikt weerbaarheid? Het tegenovergestelde van weerbaar is weerloos. De beroemde dichtregel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ prijkte heel lang op het dak van een kantoorflat van een verzekeraar bij Station Blaak in Rotterdam. De regel komt uit het gedicht ‘De zeer oude zingt’.

De weerbaarheid van het weerloze kan alleen maar door het af te schermen. Uit het zicht te halen, eindeloos in te pakken. En dan nog kan het makkelijk stuk. Verzekeren heeft helemaal geen zin. Iets van waarde dat weerloos is, is onvervangbaar. Anders heeft het geen waarde.

Wat is van waarde? Een mensenleven, een bijzondere herinnering. Het verweert snel. De weerbaarheid van iets weerloos is eigenlijk als een eendenkuikentje. Machteloos en zonder moeder weerloos. Het diertje kan elk moment opgeschrokt worden door een roofdier.

Weerbaarheid is stoere verdedigingstaal. Je bent weerbaar als je de aanval van je af wendt. Of klappen incasseert zonder te verliezen. Stevig en vasthoudend. Je maintiendrai. Ik houd stand.

Ik vind het egoisme. Juist het zwakkere en weerloze heeft bescherming nodig van de weerbare. Weerbaarheid houdt zichzelf in stand, maar dat gaat ten koste van het weerloze. En daarmee staat het waardeloze overeind en is het weerloze verdwenen.

Vecht daarom mee om het weerloze te behouden. Het kost veel moeite en tegenslag. Maar wat overeind blijft is iets van waarde. Onschatbaar en onverzekerbaar.

Interpretatie van een gedicht

image
Tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk

Er kruipt een berichtje binnen via de contactpagina op mijn website. Een lezer stelt mij een vraag over de interpretatie van een gedicht. Hij komt niet uit de eerste twee regels van het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk.

Hij schrijft:

Ik heb gelezen dat je een groot Vestdijk-fan bent, dus heb ik een vraag voor je die me al een tijdje bezighoudt. Het gaat over het tweede sonnet uit Madonna met de Valken: De eerste regel daarvan luidt: ‘ Ik raad de glimlach van uw valkenier/Zoozeer zijt gij uw keurvalk toegenegen;’
Hoe vaak ik deze zin ook herkauw, de betekenis ontgaat me; De valkenier, is dat niet de vrouw waar het in deze reeks om gaat? Maar tegen wie praat de dichter hier dan (‘uw’). Als zij niet de valkenier is, wat doet ze dan met een keurvalk? En wat betekent ‘ik raad de glimlach’? Jij hebt Nederlands gestudeerd, dus: help!

Ik heb Nederlands gestudeerd dus het gedicht zou voor mij niet een raadsel moeten zijn. Ik heb zeker aardig wat gedichten geanalyseerd. Vrijwillig of in opdracht. Ik ben er niet een kei in geweest. Ik schrijf liever een gedicht dan het gedicht van een ander kaal te plukken.

Ik probeer te bedenken hoe het gaat. Dat iemand wakker kan liggen om een gedicht. De tekst over zijn lippen laat glijden en probeert te snappen. Het lukt niet. Hij krijgt geen vat op het gedicht. Maar het laat hem ook niet los. Meet hij het zien in verband met de andere gedichten? Of is gedicht een gesloten systeem met een hele eigen betekenis?

Wat zou ik de man graag willen helpen, maar mijn interpretatie is ook maar een interpretatie is. Het is een gedicht. En dan kracht van een goed gedicht is dat het eindeloos veel betekenissen kan hebben. Dat je er eigenlijk geen grip ook krijgt. Dat lijkt bij deze lezer te gebeuren. Misschien heeft de dichter er zelf wel fouten in gemaakt. Bovendien zijn de paar regels die ik krijg te weinig om een gedicht uit te leggen.

En waarom zou mijn uitleg beter zijn dan van een niet-neerlandicus?

Lees zelf het gedicht in .pdf