Categoriearchief: gedichten

Dichten in moedertaal: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 26b

De zielen zijn verbaasd om te horen waarom Dante hier rondloopt. Ze kijken net zo stomverbaasd als een bergbewoner die voor het eerst in de stad is, zegt de verteller. Dan krijgt Dante uitleg wie in dit gedeelte van de Louteringsberg zitten. Hier zijn de homofielen, blijkt uit de verhulde beschrijvingen die de zegslieden aan de schrijver geven. De verhalen van Caesar en Sodomisten worden hier aangehaald.

De zegsman stelt zich voor aan Dante. Het is de dichter Guido Guinizelli. Hij zit hier omdat hij al bij leven berouw had van zijn daden. Er blijken meer geliefde dichters te zijn. En Dante worstelt er even mee om niet iedereen hartelijk te begroeten, zo blij is hij om zijn lievelingsdichters hier te treffen.

Tegelijk maakt de verteller Dante gebruik van de gelegenheid om iets meer te vertellen over de dichtkunst. Het grote voorbeeld dat Guido Guinizelli is de dichter Arnaut Daniel. Hij heeft het over het dichten in de moedertaal. Laat iedereen maar kletsen, maar voor mij is hij de dichter.

Nadat Guido Guinizelli gevraagd heeft aan Dante of hij hem wil gedenken en voor hem wil bidden zodat hij hier uit zal komen, verdwijnt de schim ineens. Dan staat Dante oog in oog met zijn held: Arnaut Daniel.

Ik ben Arnoult, die weent en zingt bij ‘t tijgen
En ‘t oog naar vroeg’re dwaasheid heen wil lenken,
Maar blijde om ‘t heil, dat ‘k hoop nog te verkrijgen.

Nu bid ik U bij diè macht, die ‘t kon schenken
U naar den top van dezen trap te leiden:
Wil aan ‘t verzachten van mijn lijden denken”.-

Toen zag ‘k tot lout’ring hem in ‘t vuur verglijden. (vs 142 – 148; vert. Rensburg)

Ook Arnaut smeekt de dichter Dante om voor hem te bidden. Zo alleen kan hij ontsnappen aan deze kring in de Louteringsberg. Binnen het besef dat zijn grote voorbeelden allemaal zondig zijn, krijgen ze allemaal een mooie plek in dit deel van de Louteringsberg.

Gedichten rond Canto 26

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dubbele inspiratiebron: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 22

In de 6e omgang op de Louteringsberg – de P van de hebzucht wordt van Dantes voorhoofd geveegd door een engel – spreken Vergilius en Statius met elkaar. Dante loopt gedwee achter hen en luistert naar wat de 2 dichters uit de oudheid elkaar te vertellen hebben.

Hier weet de verteller heel mooi het lastige onderwerp van de uitverkiezing te omzeilen. Hij zegt namelijk dat Statius stiekem Christen is geworden. Bovendien krijgt Vergilius hier een mooie rol toebedeeld. Statius zou zijn gestimuleerd door een fragment uit Vergilius’ herderszangen, Bucolica.

De verteller haalt het hier ruw vertaald aan. Hij laat Statius het heel mooi inleiden door te verwijzen naar de donkere wereld waarin Vergilius geleefd zou hebben. De dichter heeft de lamp op zijn rug gedragen en de mensen na hem verlicht. Waaronder Statius:

“Door u was ik een dichter, en door u een
Christenmens. Maar om u beter aan te tonen wat ik teken,
zal ik het met de hand u schilderen.”
“Reeds was de hele wereld zwanger
van het waar geloof, gezaaid door de afgezanten
van het eeuwig rijk;”
“En uw woord, dat ‘k zoëven meldde,
paste zó goed op de nieuwe heilverkonders,
dat ik placht hen te bezoeken.” (vs 73 – 81; vert. Haghebaert)

Vergilius als dubbele inspiratiebron. Niet alleen om te kunnen dichten, maar ook om Christen te worden. Daarna volgt het verhaal van zijn bekering in het verborgene. Uit angst houdt Statius zijn nieuwe geloof voor iedereen verborgen. Vandaar dat hij ook gestraft wordt.

Dante loopt verder achter de 2 dichters aan en luistert naar hun gesprek over de dichtkunst. Het geeft Dante meer inzicht in de dichtkunst. Het inzicht dat hem brengt tot het resultaat: het boek waarin dit tafereel staat: De Divina Commedia.

Gedichten rond Canto 22

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dichter op de IJssel

Mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de gedichtenbundel Dichter op de IJssel. 26 dichters zingen een loflied in deze bundel over de rivier de IJssel. Het is een dichtbundel die het literaire antwoord is op de IJsselbiënnale 2017 die vorige week is geopend.

Bij de IJsselbiënnale staan in de steden langs de IJssel mooie kunstwerken opgesteld langs de rivier. Ze leggen de verbinding tussen het landschap en de rivier. Het thema is dit jaar klimaatverandering. Daarom is een dichtwedstrijd uitgeschreven waaraan ik heb meegedaan. Het resultaat: mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de bundel.

De dichtbundel is verkrijgbaar in de lokale boekhandels van de IJsselsteden waar de biënnale gehouden wordt. Daarnaast zal hij zeker ook te koop zijn bij 1 van de poëzievoordrachten de komende maanden.

Meer informatie op: dichteropdeijssel.nl

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Poezie-album

Ik lees korte stukjes over poëzie van Remco Campert. Zonder roken bij mij geen poëzie heet het. Het lag in de bibliotheek. Ik had net de documentaire over deze bijzondere dichter gezien. Deze bundel sluit hier prachtig op aan.

Ik lees over de mijmerij van poëzie, over Herman Gorter en lees een prachtig gedicht. Dit is het gedicht dat ik jaren zocht voor in het poëzie-album van Doris. Ik zeg het hardop. We zitten gezellig bij elkaar in de woonkamer. Meteen pakt Doris het poëzie-album. Ik mag het erin zetten. Op de bladzijde waar bovenaan dik met pen staat ‘papa’.

Mijn opa heeft in het album van mijn moeder ook een lege plek laten staan. Ze had er vaak om gevraagd. Ook toen ze zelf volwassen was, maar hij heeft er nooit een versje neergeschreven. Waarom, weet ik niet. Dat ik het bij mijn eigen dochter niet deed, was simpel: ik kon geen goed vers vinden. Eigenlijk kun je hier nooit uitdrukken wat je voor je dochter voelt. Maar nu heb ik een prachtig gedicht gevonden en het zal erin moeten komen.

Welk gedicht het is, is iets tussen mij en Doris. Al is het natuurlijk te vinden als je de bundel van Remco Campert leest. Het is mijmerij. En natuurlijk ook de liefde van een vader voor zijn dochter. Een mooi gedicht en een goed gedicht ineen.

Wat heeft Gorter toch een mooie gedichten geschreven.

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9850 6. 144 pagina’s. Prijs: € 16,99. Bestel