Categoriearchief: gedicht van de week

Zeno en de schildpad

image

De eerste keer dat ik met Zeno’s schildpad kennismaakte was bij de lezing die Gerrit Komrij hield voor de Universiteit Leiden. Het was 1999 en Gerrit Komrij was gastschrijver aan de universiteit. Ik volgde helaas niet zijn gastcolleges maar ik bezocht wel zijn openbare colleges in het academiegebouw.

Bij de tweede lezing vertelde hij hoe het werkte met poëzie schrijven. Hij gaf onder de titel ‘Hoe maak je poëzie’ een kijkje in de keuken van de dichter. Vanaf het moment van de inspiratie tot de uiteindelijke tekst die op papier verschijnt.

Uit de borrelende en sissende brei van de innerlijke bodem komt vanzelf een zinnetje omhoog. Daaruit ontstaat het gedicht. Geleidelijk verschijnt het hele gedicht, regel voor regel. Midden in die regels staat het volgende:

Het oud verhaal van Zeno en de slak

De regel staat er volgens de dichter door een muzikaal voetjevrijen met de regels ervoor. Ineens beseft hij dat hier iets niet juist is:

Ik schrik. Het is helemaal niet het verhaal van Zeno en de slak! Het is het verhaal van Zeno en de schildpad! Ik zei u dat een dichter in het beginstadiu, van een gedicht nauwelijks met de betekenis bezig is. Door associatie met het trage ‘op je gemak’ kwam dat langzame ‘slak’ daar, en toevallig rijmden de beide woorden ook nog eens. (42)

Het gedicht valt nu in duigen. Een belangrijke rijmklank verdwijnt plotseling. Zo makkelijk zijn slak en schildpad niet te wisselen aan het einde van een regel. Komrij lost het eenvoudig op door de slak te laten staan en de schildpad met een vraagteken naar de volgende regel te verschuiven. Het accentueert juist de vertwijfeling, merkt hij op en zo maakt de dichter effectief gebruik van zijn misser.

image

Ik moet aan de lezing van Komrij terugdenken bij het lezen van Emma Curvers roman Iedereen kan schilderen. Daar komen de haas en de schildpad voorbij:

Hans wilde de zuivere bedoeling van Rachmaninov en die bleek niet meer te bestaan, of voor Hans alleen benaderbaar te zijn zoals die haas die de schildpad wil inhalen ; hij haalt telkens de helft van de afstand tussen hen in, en komt dichterbij maar bereikt nooit de schildpad. (116)

Nu bega ik een fout. Mijn associatie klopt niet. Het verhaal van de haas en schildpad is van Aesopus en niet van Zeno. Het moraal van de haas en schildpad is een andere dan wat Zeno probeert uit te leggen. Bij Zeno gaan Achilles en de schildpad een wedkamp aan. In dit gedachte-experiment loopt de schildpad altijd voor Achilles. Hier geldt geen moraal, maar een wiskundig probleem.

De lezing van Komrij inspireerde mij tot het schrijven van sonnetten. Ik ging het ook proberen en schreef iedere week een sonnet aan mijn vrienden per e-mail. Onder de abonnees van mijn nieuwsbrief zat zelfs Komrij.

Later schreef ik ook een lezing over het schrijven van poëzie. Deze droeg ik op de studievereniging NNP voor. Vanzelfsprekend kreeg Komrij een exemplaar toegestuurd van het boekje dat ik er later van maakte.

Emma Curvers: Iedereen kan schilderen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN: 978 90 254 43. 208 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Iedereen kan schilderen van Emma Curvers. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Klarenbeek

Klarenbeek, voor mij is het niet veel meer dan een stationnetje midden in een weiland. Ik stond er op een dag in mei, ergens in 2000 stil in treintje dat van Apeldoorn naar Zutphen reed.

Ik zag vandaag Klarenbeek langskomen in een item van Man bijt hond. Nu geen station, maar een geitje dat op sterven lag. Het dier kon niet meer overeind komen en mekkerde heel triest. Ik dacht één ding bij het zien van het dier dat meer dood dan levend was: als het dier zwanger is en aan Q-koorts leidt, dan mogen de anderen gelijk mee naar het mortuarium.

En ik dacht aan het gedicht dat ik in 2000 schreef over mijn ervaring op het station van Klarenbeek. Ik zocht het even op en eigenlijk kan het best nog gepubliceerd worden. Het komt uit een tijd dat ik geïnspireerd op het voorbeeld van Gerrit Komrij een jaar eerder, wekelijks een gedicht schreef en de wrange vrucht naar een vijftigtal mensen per e-mail verstuurde. De inspiratiebron zat ook bij de lijst en hij merkte eens op dat het aardige niemendalletjes waren. Een groter compliment kun je niet krijgen.

Klarenbeek

Van Apeldoorn naar Zutphen, de stoptrein
Stopt bij de halte die Klarenbeek heet
Voordien had ik van dit plaatsje geen weet
Het perron provisorisch langs de lijn

Vanuit het groen komt onzichtbaar geblaat
Door de boomruis ruikt een barbequegril
Het kroos in de sloot ontsluit -ietwat stil-
Zo, dat ‘t moeder en haar kleintjes doorlaat.

Laat mij daar de lokroep van geluk horen
Het gebrom van de dieselmotor lijkt
Te verdampen om niet teveel te storen.

Mijn hoofd steek ik nog verder het raam uit
Overal waait geluk totdat het wijkt
Voor die hinderlijke conducteursfluit.

Leiden, 9 mei 2000

Er zijn mensen die vinden dat het ‘gedicht van de week’ moet terugkomen, maar na het lezen van dit gebeuren, vind ik het nog steeds een zeer goede beslissing dat ik er destijds mee gestopt ben.

Lichtgracht

De gouden bocht snijdt het zonlicht
dwars door midden en regent warmte

Achter mij is het een gaan en komen
van lelijkheid en schoonheid, dun en dik,
leed en lief, stiltezoekers en herriemakers

De fietsen stallen het uitzicht
maar de benen passen tussen
een achterwiel en een voorwiel

De gedachten ademenen uit
en zoeken of natuur iets voor
tevredenen of legen is
in deze eeuwen gestapelde stenen

Een vrouw naast mij en de andere
fietsen staart ook aandachtig
het water over en ziet hoe de zon
een herinnering opwarmt

Zend Heer Uw licht en waarheid neder,
fluit het benzinemotortje dat onder
ons door pruttelt en in goud verandert

Zaterdagmorgen

Het draaiorgel zingt
van Afrika tot in Amerika
de muziek trekt traag
de lege straat in

Een trommel danst na
op de maat en roffelt mij
Toets uw pincode in
raffelen de flappen

Een man steekt een prei
uit de tas naast
sla en een pak
hagelslag met chocolaatjes erin

De bakker heeft geen
Zweeds wit meer, de jongen
aait de tijgerbroden traag
door zijn handen

de machine in en snijdt
in reepjes boterhammen
Het knapje meisje staat
achter hem en drukt haar

heupen tegen hem langs
voor een klant naast mij
Ze streelt vijf Surinaamse
bolletjes voor een euro vijftig

De ochtend jengelt verder
van Amerika tot Afrika
over een leeg plein neuriet
een fluit zes broden op een fiets

Als ik de rust speel
klinkt hij in een wind
door een boom met alleen
takken zonder bladeren

Drie-eenheid

Ze liggen zo schattig
aaibaar knuffelbaar koopwaar
gestrengeld in een drie-eenheid
alsof klein zijn ze tot God verheft

De adem drukt het raam
vies en ligt er in een paar tientjes
zachte vacht dat op een baasje wacht
ze verkopen zichzelf zo lief
Maar in die schattigheid
schuilt een grote hond
die op straat poept een zachte
drol en die achter je holt bij het rennen
Geen aardige blik of liefkozing
schuilt in de ouderdom
binnen een jaar is alles weg
waar je nu zo voor valt

Vergeefs de avond in

De hondenbrokken waren op en moesten hals over kop worden opgehaald. Ik zag hoe de zon de middag in avond veranderde en wilde het vastleggen. Mijn mobieltje hielp mij daar niet genoeg bij en de dichtkunst liet me eveneens in de steek.
Vergeefs de avond in

Een gat licht tuurt door de wolkenberg
het vliegtuig vliegt recht het massief in
en schuilt in de grot van rode stralen

De wolk fladdert zich een berg
ver weg en ik zie de schilder donkere
vegen maken omdat hij zich vergist

Het is te vroeg voor avondrood
en een berg ademt zo zwaarmoedig
terwijl de middag in avond verandert

Mijn mobiel klikt vergeefs op de lege brug
en maakt het licht lichter en het donker duister
de belichting vertelt een ander verhaal

Dan het mijne terwijl de avond nu echt valt
en de schemer zegt de verkeerde woorden
voordat iemand anders dit kan zien

Niemand kijkt op de wolken in en maakt
er bergen van, of een schilder die veegt
en het tafereel zonde van zijn doek vindt

Nog voor ik thuis kom probeer ik de beelden
in woorden te vertalen, maar nog voor ik de
deur opendoe hoor ik de televisie schallen

En het ijs moet in de vriezer en ik moet iets
meenemen en niet vergeten
de wolken verdwijnen in de rook van thuis

Ik vergeet wat ik zag voordat een woord
mij vertelt wat het geweest is en ik zojuist
alleen het boodschappenlijstje weet

Vergeefs de avond in