Categoriearchief: forensen

Lezen in de trein – #50books

image

Sinds ik in Utrecht werk, neem ik bijna dagelijks de trein naar mijn werk. Ik stap op Utrecht Overvecht uit en fiets de laatste 6 kilometer naar mijn werk. Onderweg in de trein lees ik. Ik sleep mijn boek gewoon mee de trein in en lees daar verder.

Lezen in de trein is heerlijk. Het is een reden voor mij om met de trein te reizen. Het moment dat je helemaal wegdroomt in je verhaal en alles vergeet. Ik kan daar ontzettend van genieten.

Wel vind ik het jammer dat de stoptreinen die tussen Almere en Utrecht rijden vaak erg druk zijn. Net als dat ze erg ongemakkelijk zitten. Je zit met je knieën op schoot en dat is niet altijd een gemakkelijke leeshouding. Net als dat een staand in een overvolle trein niet de meest prettige manier is om te lezen. Maar met genoeg aandacht voor het verhaal maakt dat allemaal niks uit.

Zo onderweg schieten de romans er doorheen. Ik lees nu gemiddeld 2 boeken per week. Als het boek wat dikker is, eentje. Maar ik slaag goed in het project waarbij ik elke week een boek lees: boekperweek. Het helpt mij heerlijk ontspannen voor en na het werk.

Dat zal wel wennen worden als ik volgende maand in mijn eigen woonplaats werk. Ik ga dan namelijk aan de slag als senior webredacteur bij Yarden in Almere. Het is maar een kwartiertje fietsen naarmijn nieuwe baan. Dan kan ik niet meer onderweg lezen en zal ik mijn leesmoment bewust moeten gaan zoeken binnen de drukte van de dag.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 9 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Fietswrak

image

Zag ik laatst de berg fietswrakken in de waterkant van de gracht liggen, moest ik gelijk denken aan mijn eigen gewezen fietswrak. Als ik met de trein naar mijn werk ga, moet ik overstappen op de bus om op het industrieterrein te komen waar ik werk. De bussen rijden vanaf een vreemde plek door de grote verbouwing op Utrecht Centraal.

Bovendien houd ik niet van bussen. Je moet er altijd op wachten. Ze rijden voor je neus weg of ze komen nooit opdagen. Ze zorgen ervoor dat je de aansluitende trein mist waardoor je nog langer moet wachten. Het sprak al heel snel voor zich dat ik andere oplossingen moest verzinnen als ik met het openbaar vervoer vanuit Almere op de Utrechtse Lage Weide wilde komen.

image

Ik speurde op internet en stuitte op een prachtig fietsproject in Utrecht: Het fietswrakkendepot. In een grote studentenstad als Utrecht zijn er nogal wat fietswrakken. Verlaten fietsen die niet meer opgehaald worden door hun eigenaar. Ze blijven vaak maanden in de onbewaakte fietsenstalling van het station staan. Zoals bijvoorbeeld ook Van der Heijden in zijn aangrijpende roman Tonio schrijft.

In Utrecht verzamelen ze al deze zwerffietsen. Het gaat volgens een zorgvuldige procedure waarbij de betreffende weesfiets een sticker op het zadel krijgt. Op de sticker staat de termijn waarop de fiets moet zijn verwijderd. Als hij na die datum niet is verwijderd, haalt de gemeentedienst hem op.

Slim liegen – #WOT

image

Computers zijn slim. Computers weten het allemaal. Als zij iets zeggen, is er geen speld tussen te krijgen. Ik liep laatst meer dan een uur vertraging op met mijn trein. In plaats van acht uur, stapte ik een eindje na negenen het kantoor binnen. Mijn trein had vertraging. Sterker hij reed langs een heel andere route en kwam een station verder uit dan waar ik eruit moest.

Ik zat in de trein naar Amsterdam Zuid en ineens reed hij in de richting van Amsterdam Centraal. We reden een andere route, vertelde een stem uit de luidspreker. Vanwege ‘uitgelopen werkzaamheden’. Het systeem op de website van NS vertelde ‘wisselstoring’. Reizigers voor Amsterdam Zuid moesten in Schiphol maar een trein terug nemen. Er reden nauwelijks treinen tussen Weesp en Schiphol.

Ik wilde een trein terug nemen, zoals de omroepers in de trein aangaven. De trein zat zo vol met mensen dat ik de volgende moest nemen. Zo belandde ik meer dan een uur te laat toch op plaats van bestemming. Ik nam gelijk een formulier ‘geld terug bij vertraging’ mee en vulde alles keurig – en naar waarheid – in.

Gisteren viel de brief op de deurmat en daarin staat:

Uit onze gegevens blijkt dat de opgelopen vertraging minder dan 30 minuten bedroeg. Helaas kunnen wij daarom niet aan uw verzoek voldoen.

Je kunt ook zeggen: ‘je liegt’. Dan zeg ik terug: ik lieg niet, maar dat helpt niet. Onderaan het omslachtige formulier – het lukt mij niet het formulier digitaal te krijgen, wat ik ook doe – staat dat ik alles naar waarheid invul. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt te liegen.

Rob Sluijsmans – operationeel manager klantenservice – heeft de NS-brief ondertekend. Hij verklaart niet naar waarheid te antwoorden met een vinkje in zijn tekst. De strekking van zijn brief is wel dat ik lieg en zijn gegevens slim genoeg zijn om die leugen te achterhalen.

Hun gegevens zijn het systeem en het systeem klopt. Het systeem is een computer en de tijden die daarin staan, zijn juist. Een reiziger die ruim een uur later op zijn werk arriveert, staat niet in het systeem. Maar computers zijn slim. Deze reiziger is een domme man die zeurt over een uur vertraging. De leugenaar.

Kapotte bovenleiding

image
Wachten op de bus bij Weesp.

Iets voor twee uur komt een tweet voorbij: er is een bovenleiding kapotgetrokken door een kraanwagen. Het is gebeurt tussen Weesp en Almere en daarom rijden er geen treinen tussen beide plaatsen. De tweet erop vertelt dat ik moet overstappen in Naarden-Bussum. De reisduur kan oplopen tot een uur extra reistijd.

Even later corrigeert de NS zichzelf: ook de treinen tussen Almere en Naarden-Bussum rijden niet. Wat er dan wel gebeurt, vertelt de website niet. Even later komen er nieuwe berichten: NS zet bussen in. Voor anderen moet er omgereden worden.

Daarom kijk ik kort voor vertrek nog even naar de vertrektijden. Rijdt mijn trein wel? Ik zie dat veel treinen uitgevallen zijn, maar het boemeltje naar Hilversum rijdt. Met vertraging dat wel. Daarom stap ik al later in de trein dan mijn trein zou vertrekken. Gelukkig heb ik de Chinareis van Paul Theroux bij me en lees heerlijk over de aalscholvers die in China de vis vangen voor de vissers.

Dan bereiken we Weesp. Een grote mensenklont stuwt naar de uitgang. Allemaal wachtenden voor mij. Een enkeling probeert voor te dringen. Met succes en de bussen druppelen langzamer dan er mensen aansluiten bij de rij wachtenden.

De geruchten groeien snel. ‘Ik hoor dat over 10 minuten weer een trein rijdt’, zegt iemand. De groep komt in beweging. Ik vaar niet blind op dat soort vage berichten. Ook omdat de site op mijn mobiel zegt dat de reperatie tot 19 uur duurt en het is nu 17 uur. Die trein rijdt voorlopig nog niet.

Ik wacht geduldig. Geduld werkt. De rij schuifelt langzaam vooruit. Voetje voor voetje de poortjes door. Ik kom uiteindelijk helemaal vooraan te staan. En hoor tot de 37 gelukkigen die in deze bus passen. Nog even en ik ben in Almere.

Als we op de snelweg rijden vraagt de chauffeur of er nog mensen uit moeten in Almere Poort. Geen vinger in de lucht. ‘Wilt u hard roepen als u in Almere Poort eruit moet?’ vraagt hij nog eens. ‘Mooi zegt hij. Dat scheelt een kwartier.’

Iets verderop rijden we over de Hollandse brug, parallel aan de spoorlijn. Een hijskraan staat op de rails. Hier is het gebeurd. Een stuk touw met flappen stof hangt naar beneden. Dat is de boosdoener. De spoorbaanwerkers proberen de trein weer te laten rijden. Dezelfde werkers als die eerder die middag de bovenleiding hebben vernield?

Jaarkaart

image

De donkere dagen voor kerst en mijn jaarkaart om in het nieuwe jaar ook op mijn werk te komen, is nog altijd niet in de bus gevallen. Met een geprivatiseerde postonderneming die nogal eens de post in een andere brievenbus doet. De deurwaardersbrieven voor anderen vallen hier nogal eens op onze deurmat. Zodoende belde ik maar eens op met klantenservice NS Zakelijk.

Een uitgebreid menu waarin mijn optie niet voorbij komt. Niks indrukken. Dan een lange rij wachtenden.

‘Met Katrien van NS zakelijk’

‘Met Hendrik-Jan. Ik bel u om te informeren hoe het staat met mijn jaarkaart. Ik heb hem namelijk keurig ingevuld voor 15 november. En ik heb hem nog niet ontvangen. Normaal krijg ik hem altijd begin december. Ik vraag me af waar hij blijft.’

‘Ik zal eens kijken. Wat is uw postcode en huisnummer?’

‘Ik heb ingelogd op de website en daar staat dat de kaart ‘in behandeling’ is.’

‘O, ik zie het. Hij is in productie. Dan moet hij nog komen.’

‘Maar de feestdagen zijn er en ik vraag mij af of hij wel komt. Normaal is hij veel eerder.’

‘Meneer hij komt er hoor.’

‘Bij mij op het werk vroegen ze zich af waarom er geen OV-chipkaartnummer bekend is.’

‘Dat is pas bekend als hij gemaakt is meneer.’

‘En wat moet ik doen als hij er niet is voor nieuwjaar.’

‘Meneer belt u ons dan op.’

Daags na kerst valt de blanco enveloppe op de deurmat. De datering 20 december: ‘Hierbij ontvangt u uw nieuwe Jaartrajectabonnement, die u via uw werkgever heeft besteld.’

Ik zit met de brief en de kaart in mijn hand. En ik vraag me af of ik dit alles gekregen heb naar aanleiding van mijn telefoontje een dag voor de datering. Of dat het automaat van de NS dit jaar trager was dan anders.

Moeder met kind

image

Moeder met kind. Ze zitten in de vroege ochtendtrein naar Schiphol. Het kind snottert. Moeder neemt een hap van de boterham. ‘Ik ook’, jengelt het kind. ‘Wil je een boterham met pindakaas?’ vraagt moeder. ‘Nee, met jam’, antwoordt het meisje. De rode haren steken af tegen het vormeloze shirtje dat ze draagt.

De lengte van de forensentrein is nog afgestemd op de vakantie. Het veel te korte treinstel dwingt de forensen bij elkaar. Geen zitplaats blijft leeg. Een enkeling staat in het gangpad. De knieën tikken tegen elkaar. Mijn tas staat tussen mijn voeten geklemd. Ik probeer te nippen van de verse koffie uit de nieuwe mok. De meneer aan de andere kant van het gangpad kucht als het meisje weer begint te praten. Zij hoest ergens midden in woord. ‘Je moet wel de hand voor de mond doen’, zegt de moeder streng.

Het kind heeft een eigen plaats in de drukken trein. Moeder ontfermt zich over haar. Na het broodje jam geeft moeder een pakje kleurpotloden. Ze wijs naar het gratis krantje dat op het tafeltje bij het raam ligt. ‘Hier, ga daar maar kleuren.’ Dochter hoest naar het papier, trekt een potlood uit het pakje en drukt de stompe punt midden op de foto van een lijsttrekker in debat.

De man aan de andere kant van het gangpad, kijkt geïrriteerd op uit zijn halfslaap. Hij schikt de rugzak op zijn schoot en drukt zijn ogen weer dicht. ‘Papa’, roept het kind. ‘Kijk eens wat ik getekend heb?’ Dwars over het hoofd van de politicus trekt de rode potloodlijn. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt op en mompelt wat. De moeder sust haar dochter. Ik hoor niet wat ze zegt.

‘Ik wil spray’, zegt ze. Ze haalt haar neus op. ‘Nee, dat kan niet’, antwoordt moeder streng. ‘Je mag niet de hele tijd neusspray.’ ‘Ik wil’, jengelt het kind. Ze ademt zwaar door de mond. Uit haar neus vormt zich een grote snottebel. De bel trekt een lijn naar haar mondhoek. Moeder wrijft met een papieren zakdoekje over het gezicht. Het kind wendt haar hoofd af. Aan mijn neus geen polonaise. Het zakdoekje is al eerder die ochtend gebruikt. Het papier neemt niet veel vocht meer op. Dochter jengelt over de spray. ‘Je mag vanmiddag weer’, zegt moeder. Het kind begint te schreeuwen. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt geërgerd op.

Moeder rommelt wat in haar tas. ‘Dan doen we nu nep.’ Ze zet het flesje spray aan de neus van het kind en doet net of ze spuit. ‘Lekker he? Net echt.’ ‘Nee’, gilt het kind. ‘Ze is echt verkouden’, zegt de vrouw. Ze geeft het vieze zakdoekje aan de man aan de andere kant van het gangpad. De man aan de andere kant van het gangpad kucht en haalt zijn neus op. ‘Zou het straks in Italië over zijn?’ Hij buigt in de richting van de vuilnisbak en propt het propje erin. Hij zwijgt, sluit zijn ogen en slaapt weer.