Categoriearchief: film

Hunebedcentrum – Naar de hunebedden (2)

Als je het terrein bij het Hunebedcentrum oploopt valt de enorme steentuin direct op. Deze tuin ligt vol met gevonden zwerfkeien uit Drenthe. En dat zijn er nog al wat. Bij de keien geven informatiebordjes informatie waar de betreffende stenen vandaan komen. Niet altijd precies definieerbaar, maar voor de grote brok Finse Helsinkiet dat er ligt, geldt dat wel. Dit unieke gesteente is op 1 plek in Skandinavië te vinden.

Aan de andere kant van het pad dat naar het hunebedcentrum voert, ligt het themapark met nagebouwde woningen uit de verschillende periodes. Zo maken we kennis met de hutten van de hunebedbouwers uit de late steentijd en van de trechterbekercultuur.

Dan het museum zelf. Mooi gebouw, veel ruimte. We krijgen bij de kassa een toelichting. Eerst is er een film, zonder tekst. Dan mogen we doorlopen naar de expositie. De film houdt het midden tussen kunstzinnig en walgelijk. Ik vind de muziek zenuwslopend, net als dat het verhaal wel heel traag op gang komt.

Een vlucht over een landschap vol gletsjers en smeltend ijs. De associatie met de radiocolumn van Hans Sibbel doemt op. De muziek van lange lage tonen, ritmes die ik niet kan definiëren en een verhaallijn die ik niet kan volgen, houden mij weg. Ik kijk met moeite, probeer de oogleden op elkaar geknepen te houden om maar niet teveel indrukken te hebben. Het is voor mij teveel.

Ik ben dan ook heel blij als ik met onze voorouders kennismaak als ik de filmzaal uitloop. Ik hou meer van dit soort beelden die ik rustig op mij kan laten inbeelden. De wassen beelden van de hunebedbewoners staan mij wat beter aan. Ze dragen dikke dierenvellen om zich heen. Norse gezichten en rauwe lijven onder de dikke vellen. Ze stralen het rauwe leven uit.

Dit is het 2e deel van een serie Naar de Hunebedden. Lees morgen het 3e deel: Hunebed van Borger.

Noordmolen – #fietsvakantie

We fietsen via Delden en Twickel door naar de Noordmolen. Het is 1 van de vele watermolens die Twente kent. Er zijn verschillende watermolens hier te vinden, onder meer bij Diepenheim en bij Mander de molens van Bels en Frans.

Op deze zondag dat we hier langsfietsen, komen we bij deze watermolen. Er hebben hier vroeger 2 van deze molens gestaan, tegenover elkaar, elk aan een oever van de beek. Eentje is er verdwenen, maar de lijnzaadmolen is bewaard gebleven. Nu zorgen allerlei hobbyisten voor het draaiend houden van deze watermolen.


Het gekraak van de mechanieken binnen is prachtig om te zien. De grote molensteen die ronddraait en de centrale as waar alles mee in werking treedt. Een stukje eeuwenoude mechaniek, waarbij uit lijnzaad (zaad van vlas) olie wordt geperst. Allemaal op het kracht van het water dat het rad in beweging brengt.


Het begint met de molensteen die het zaad kneust. Daarna slaat een hamer met grote klappen op een wig waarmee het zaad wordt samendrukt om de olie eruit te laten stromen. Langzaam druppelen de flesjes vol. De enorme krachten die het draaiende rad bevat. De centrale as die door het hele gebouw loopt en waar alle onderdelen in het proces op zijn aangesloten zijn. Het is een vernuftig systeem waar ik met bewondering naar kijk.

Dikke Jeanne

image

Frans Laarmans komt in de roman Lijmen/Het Been in dienst bij Boorman. Aan de overkant van de straat waar de firma Lauwereyssen gevestigd is, heeft dikke Jeanne haar kroeg. Ze groet Laarmans al als hij de eerste keer bij de firma is geweest met Boorman. Volgens mevrouw Lauwereyssen zou Jeanne het personeel van hun firma opruien.

Enfin, een mens waar iedereen bij ‘t binnenkomen in knijpt, en die hen onder ‘t tappen maar steeds gelijk geeft. (110)

Als Frans Laarmans op onderzoek gaat om te achterhalen van wie de straat is, gaat hij op advies van Boorman bij Jeanne langs:

Een halfuur later zat ik met Jeanne op mijn schoot en in minder dan geen tijd had ik dertig frank te betalen. Tegen vijf uur keerde ik terug met het bericht dat de gang van de smid was en dat het smeden iedere ochtend om acht uur aan de gang ging. (157)

Later drinkt hij regelmatig moed in bij dikke Jeanne als hij een nieuwe termijn geld komt ophalen bij mevrouw Lauwereyssen. De laatste keer passeert hij haar raam omdat hij de laatste termijn helemaal zelf mag houden. Hij wordt vergezeld door een engel en een duivel met de stem van Boorman:

“Je hoeft alles niet naar dikke Jeanne te dragen, kerel. Zet de hoofdsom op mijn bank, dan zal zij aandikken… Hi, hi, hi,” grinnikte de duisternis. (167)

Laarmans wil mevrouw Lauwereyssen het resterende bedrag schenken, maar dat weigert ze. Ze wil alles tot de laatste cent betalen. Ze weigert ook maar iets van Boorman aan te nemen.

Ik vind de rol van dikke Jeanne in Elsschots roman heel erg treffend. Ik vermoed dat ze zoals mevrouw Lauwereyssen in het begin suggereert, erg makkelijk met haar klanten omgaat. De vriendschappelijke houding waarmee ze met Laarmans omgaat, suggereert dat er iets meer is dan alleen een pilsje bij haar drinken.

Sylvia Kristel

In de verfilming van het boek speelt Sylvia Kristel de bardame. Volgens blogger Dagmar gaat Jeanne wel heel vriendschappelijk met Laarmans om in de film, terwijl dat in het boek niet zo zou zijn. Daar ben ik het volstrekt mee oneens. Ook in het boek gaat dikke Jeanne heel vrij om met Laarmans en je vermoedt dat de twee een verhouding hebben.

Al heeft Sylvia Kristel niet het postuur zoals dat je dat zou verwachten bij het lezen van Lijmen/Het Been. Wellicht dat hiervoor het vervolg Het been heeft bijgedragen aan deze keuze.

Zwaargepoederd

In Het been herkent Laarmans dikke Jeanne namelijk niet als hij in het café binnenstapt waar ‘een zwaar gepoederde lichtblonde vrouw op jaren’ voor ‘t venster zit te breien. Hij vraagt aan haar hoe lang Jeanne al uit de zaak is, maar hij ziet niet dat het de Jeanne zelf is met wie hij spreekt. Een suikerziekte heeft haar sterk vermagerd:

“Veel te zwaar was ik,” concludeerde zij, “want ik heb nog meer dan genoeg.” En de proef op de som zettend duwde zij in haar leden zodat het restant van haar boezem weer tijdelijk tot boven in haar korset opwentelde. (205)

Ze laat daarna trots de plaquette zien die het personeel van de firma Lauwereyssen aan haar gegeven heeft. De foto ziet Laarmans duidelijk, is uit een Wereldtijdschrift geknipt.

Verder komt Jeanne Vermeersch niet meer voor in Het been. Daar draait het vooral om de berouwende Boorman die kostte wat kost het afgetroggelde geld aan mevrouw Lauwereyssen wil teruggeven.

Willem Elsschot: Lijmen/Het Been. Bezorgd en toegelicht door Peter de Bruijn. 4e druk als Atheneum Pocket. Amsterdam: Atheneum-Polak & Van Gennep, 2010. ISBN: 978 90 253 6767 1. 268 pagina’s.

Swann’s Way

image

De film On the Road besteedt veel aandacht aan een boek van Marcel Proust. Het ligt op het handschoenenkastje in de auto en Sal Paradise praat erover als hij onderweg langs zijn vriend Old Bull in Algiers rijdt en er een paar dagen verblijft.

In de film staan ze uitgebreid stil bij een niet te vertalen fragment uit Prousts boek Du côté de chez Swann, vertaald in het Nederlands in De kant van Swann. Er staat in ieder geval heel groot Swann’s Way op de cover van het blauwe, beduimelde boek dat op het handschoenenkastje in de auto ligt.

Ik vroeg mij af waar dit gegeven vandaan kwam. In de film speelt het namelijk een tamelijk prominente rol, maar in het boek komt het nauwelijks voor. Bij het herlezen van On the Road kwam ik Proust alleen helemaal aan het einde tegen. Sal Paradise ziet dat Dean Moriarty bij hem thuis is. Dat ziet hij aan het beduimelde boek van Proust dat in de kamer ligt:

[I]k keek om me heen en zag een gehavend boek op de radio liggen. Ik wist dat het Deans Proust vol verheven eeuwigheid in de namiddag was. (301)

De film maakt hier een hele verhaallijn van en probeert het zo een invulling te geven aan het praten over literatuur en het schrijverschap. Daarmee suggereert de film dat Jack Kerouac vervult is van Prousts boeken, terwijl ik dat niet direct uit On the Road haal. Het laat een interessant contrast zien tussen film en boek.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.

On the Road, film en boek

image

Wat is het verschil tussen de film en het boek On the Road?. Zondag keek ik naar de opgenomen On the Road. Hij werd afgelopen zaterdag uitgezonden door de VPRO. De film komt uit in 2012 en is de langverwachte verfilming van de bestseller van Jack Kerouac uit 1957.

Is dit boek te verfilmen? Eigenlijk niet. Het boek is vooral een ode aan het leven. Het bruist, sprankelt en bloost. Het is een flirt naar de liefde en een hang naar vrijheid. Op de manier zoals Jack Kerouac dat verwoordt, is het niet in een film over te zetten.

Als je dat in je hoofd hebt voordat je naar de film gaat kijken, kun je zeker plezier beleven aan de bijzondere verfilming uit 2012. De film volgt het boek namelijk heel aardig. Vooral de eerste 50 bladzijden komen overvloedig terug in de film. Voor de rest zijn het vooral fragmenten die aangehaald worden.

Het is ook onmogelijk om de drie grote reizen in twee uur film te vatten. En toch is dat heel aardig gelukt in de film. Al duurt de opening van de film naar mijn oordeel veel te lang. In het boek begint de reis onderweg en is de aanlooptijd veel korter.

De hoofdpersoon Sal Paradise komt tot leven als hij onderweg is. Zijn muze Dean Moriarty achterna. Of zoals de verteller Sal het in het boek noemt:

Ik beloofde hem [Dean] dat ik dezelfde kant op zou gaan als de lente echt in volle bloei was en het hele land uitliep.
Dat was eigenlijk het begin van alles dat ik onderweg zou beleven, en de dingen die er stonden te gebeuren zijn te fantastisch om niet te vertellen. (11)

Overigens verschilt de film essentieel van het boek in de beginopmerking. In de film keert Sal regelmatig terug naar het graf van zijn vader. In het boek wordt niet over zijn overleden vader gesproken.

Hier opent de film hetzelfde als het originele boek van Jack Kerouac. Het boek van de meterslange aan elkaar geplakte rol papier, zonder interpunctie, hoofdstukindeling en zelfs alinea’s. Deze oerversie van het boek opent wel met de dood van zijn vader aan een ziekte, waaraan de verteller ook leidt.

Overigens komen in deze oerversie ook de ‘echte’ namen van Jack Kerouacs vrienden voor. Gelukkig gaat de film hier niet in mee. Voor is namelijk de bekende druk uit 1957 de echte versie van On the Road en niet de oerversie uit 1955.

Wel is de film erg expliciet op seksueel gebied, waarbij het boek in verhullende bewoordingen spreekt. De film krijgt in mijn ogen teveel seks in zich, terwijl het verhaal zelf al sensitief en erotisch genoeg is. Dean Moriarty is gewoon een vrouwenverslinder, dat hoeft niet in expliciete seks te worden uitgedrukt, vind ik.

De film slaagt wel heel goed in de verbeelding van Dean Moriarty. Je valt in zwijm bij deze bijzondere man. Zeker, hij is een lul die alleen aan zichzelf denkt, maar hij laat ook een kant zien om van het leven te genieten en het te nemen zoals het is. Of zoals de verteller het zelf zeg, nadat Dean hem in de steek laat als hij doodziek ver van huis ligt met dysenterie:

Toen ik beter was realiseerde ik me wat een smeerlap hij was, maar ik moest ook begrijpen dat zijn bestaan onmogelijk gecompliceerd was, dat hij me wel ziek moest achterlaten om door te gaan met zijn leven van vrouwen en rampspoed. (299)

De film laat een klein glimpje zien van de verbeelding die het boek rijk is. De ‘Joy of Life’ en het leven door onderweg te zijn. Dat het boek meer lagen bevat waar de film niet aan toekomt, neem ik voor lief.

De film besteedt ook veel meer aandacht aan filmische elementen als seks, drugs en het wilde leven onderweg. Het boek nodigt daar ook wel toe uit, maar biedt veel meer dan alleen deze oppervlakkige elementen. Maar daarvoor verschilt het medium film teveel van het boek en vooral het plezier in lezen van taal en verhaal.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.

Gevonden!

imageOp een maand na bijna een jaar geleden zag ik het eerste filmpje van mijn neefje. Ik genoot van de eerste beelden van dit kleine ventje. Opgenomen op het mobieltje van mijn zwager, het beeld een beetje trillerig. Ik moest gelijk denken aan het eerste filmpje dat ik van Doris maakte.

Ik doorzocht alle computers en (harde) schijven in huis, maar vond het niet. Het was waarschijnlijk opgenomen op Inges mobieltje, ‘s nachts na de geboorte. We hadden geen fototoestel mee, kochten een wegwerpcamera en maakten nog wat foto’s moet Inges mobiel.

Van de foto’s zijn er nog wat overgebleven. Het filmpje was echter spoorloos verdwenen. Mogelijk stond het nog op het mobieltje, maar hij was leeg en de oplader was nergens meer te vinden. Kwijt. Het beeld zou mogelijk voorgoed verloren zijn.

Ik zocht nog op andere plekken, startte zelfs een oude computer op, maar vond het filmpje niet meer. Ik had er vrede mee. Het was niet anders. De herinnering aan het eerste beeld, met friemelende vingers, was sterker dan het beeld zelf.

Tot Inge bij het opruimen ineens de oplader vond. Nu was de telefoon verdwenen. Ze had gezocht, maar hij was nergens te vinden. ‘Misschien heb ik hem wel weggegooid,’ zei Inge. Ik kon het niet geloven. ‘Heb je al bij de televisie gekeken,’ zei ik. ‘Daar heb ik hem de laatste keer gezien.’ Ik sprak de zin uit en zag hem liggen voor de televisie.

De oplader bleek inderdaad te passen. We laadden de oude mobiel en hij kwam weer tot leven op de Sim-kaart van Doris. En daar was het filmpje: het filmpje van vlak na de geboorte, met friemelende vingertjes.

En er staan nog veel meer filmpjes en foto’s op het mobieltje. We hebben gisteren heerlijk herinneringen opgehaald aan de hand van de filmpjes van de kleine Doris, Inges moeder en onze lieve teckel Sientje.