Categoriearchief: fietspad

Donker – Tiny House Farm

Er is één ding waar ik weinig rekening mee heb gehouden bij de verhuizing naar Oosterwold: dat je overal een eind van af zit. Je ziet het ‘s morgens al aan de grote hoeveelheid auto’s die hier wegrijdt. Net als dat sommige bewoners met meerdere mensen in het huishouden al een extra auto hebben aangeschaft.

Als ik op mijn werk vertel dat ik op de fiets elke dag naar mijn werk kom, krijg ik verbaasde blikken. Hoe houd je dat vol? En dan ook nog eens op een gewone trapfiets, dus niet elektrisch! En de reacties komen van jongere collega’s die nog eens veel sportiever zijn dan de stijve hark die ik ben.

12 kilometer van Almere

Je zit hier 12 kilometer van het centrum van Almere. De supermarkt die het dichtstbij is, zit op een kilometer of 8 van ons huis. Dat betekent fietsen, als je gewoon met 1 auto wilt blijven rijden. En ik fiets altijd naar mijn werk.

Dat doe ik sinds dat we hier wonen. De paar maanden dat ik bij Univé werkte, fietste ik elke ochtend naar het station in het centrum. Om na 12 kilometer fietsen, de trein naar Zwolle te pakken. Zo was ik bijna 2 uur onderweg van deur tot deur.

Door donker fietsen

Op zich niet zo heel erg. De enige tijd van het jaar dat ik het er heel zwaar mee heb, is in de winter. Als de dagen korter worden en je veel in het donker moet fietsen. Het kost veel energie merk ik. Het donker waarin je fietst, vraagt veel concentratie. En dan is het best pittig om elke dag naar en van je werk te fietsen.

Op die avonden als ik vermoeid van het werk naar huis fiets, vraag ik mij af waarom we hier zijn gaan wonen. Maar tegelijkertijd vind ik niet dat ik eraan moet toegeven door een auto of – erger – een elektrische fiets te kopen. Daarom probeer ik het vol te houden en is het in de winter wat zwaarder.

Tips – en dan niet een elektrische fiets of auto kopen – zijn van harte welkom…

Rode donders – #fietsvakantie

We beginnen het zat te worden. De sluis zijn we overgestoken, onderaan de Knardijk. De lange rit over de dijk is indrukwekkend geweest. We kennen grote gedeeltes, maar nu hebben we hem helemaal afgereden.

Het laatste stukje: onder de Oostvaardersplassen door. De wilgenbossen hebben nog steeds iets van die Mangrovebossen die we een jaar eerder hier aantroffen na de zomerstorm. Nog een klein stuk. We pauzeren heel kort en zetten de voeten weer op de trappers.

Het wordt al aardig laat. Wat wel mooi is van de laatste etappe naar huis is dat je thuis je tent niet meer hoeft op te zetten. Je komt aan, pakt uit, maar kan daarna ook heerlijk op de bank neerploffen.

De lucht begint wel wat donkerder te worden. Het is hier mooi groen. Aan een kant van het fietspad staat een hoog hek waar we blijkbaar alleen maar doorheen mogen kijken. Al zie je meer als je erover heen kijkt. We hebben er aardig de sokken in.

Aan omrijden hebben we wat minder behoefte. We fietsen over de brede weg naar Almere. Geen gedoe om door het bos te fietsen over de kronkelige weg. Maar gewoon evenwijdig aan het kanaal, de vaart die dwars door Almere en Flevoland gaat.

Als we Almere Buiten in rijden, nemen we even pauze. Even op het bankje zitten uitpuffen. We laten ons vallen en genieten van het uitzicht. Onderwijl eten we een krentenbol. De bollen uit Raalte herinneren nog even aan de plaats waar we een dag eerder doorheen reden.

Hoe ver en hoe dichtbij het tegelijk is. Hoe anders het voelt dan wanneer je de afstand per auto aflegt. Op de fiets heb je het idee dat je op eigen kracht reist. Zonder hulp. Jij beïnvloedt je eigen reis.

We rijden langs de Rode Donders. Ik moet daar altijd terugdenken aan onze eerste fietsvakantie. De heenreis waar we over een hoge hobbel reden en waar Doris’ fietstas eraf vloog. Stoppen en de tassen beter verankeren. Blij dat het zo goed afliep. Sinds die tijd maak ik de tas altijd extra vast aan de bagagedrager als ik hem sluit.

De rit langs het spoor valt lastig. Het halve Spoorbaanpad ligt open. Er worden geluidsschermen aangelegd tegen het geluid van de voorbijrijdende treinen. In mijn ogen onzin. Een landend vliegtuig maakt net zoveel geluid als een voorbijrijdende trein. Het is een algemene hetze tegen de geluiden waar mensen niks mee hebben. De trein is er 1 van.

Knardijk – #fietsvakantie

Zoals ik 2 jaar geleden al schreef: wil je Flevoland voelen, ruiken en proeven, fiets dan over de Knardijk. De binnendijk gaat dwars door de jongste provincie heen van Zuid naar Noord.

Kaarsrecht is hij. De afwisseling zit hem in de beleving. Je fietst het mooiste bovenop de dijk, maar gelukkig mag je soms ook aan 1 kant fietsen. Bos en weiland wisselen elkaar af. Soms doorkruist een weg de dijk.

Zo fietsen we door een gloednieuw tunneltje dat onder de weg naar Zeewolde gaat. In de verte zie je het industrieterrein van Zeewolde al liggen. De rest van het dorp blijft je bespaard.

De schapen zorgen voor de afwisseling. Het Knarbos met het fraaie binnenhaventje – tenminste het oogt zo – waar nu een mooie boomgaard is. Verderop de bossen en andere natuurgebieden. Zorgvuldig gepland en geplant. De ruimte is enorm. En jij daar bovenop. Op die Knardijk.

Het zicht van het kunstwerk dat je ook vanaf de doorsnijdende A6 ziet. Het is de volstrekte rust. De oogstende machines en vooral het zien van de roofvogels, jagend en de andere natuur op dit nieuwe land.

Zelfs al hebben we er vaker gefietst, de Knardijk zorgt altijd voor een nieuwe beleving, een nieuw loflied en een nieuwe blog.

Zandverstuiving – #fietsvakantie

Dan ben je de laatste beukenbossen door van de Veluwe. We zien het bordje naar Harderwijk en ik vraag welke weg we zullen nemen. Als we hier afslaan zullen we langs de zandverstuiving fietsen. Het is ietsje om, maar ook heel erg mooi, beloof ik.

Wat een beleving als je uit de bossen de zandverstuiving in fietst. Van de schaduwrijke bomen rij je ineens in de overdadige ruimte. De zachtglooiende heuvels geven het landschap iets geheimzinnigs.

De Sahara in het klein. Voetsporen in de vorm van kuiltjes en ribbeltjes van de wind in het zand. Het fietspad is overwaaid door het zand. We moeten uitkijken in de afdaling en bij het stijgen dreigen we vast te lopen.

Op een zandheuveltje zit een stelletje. Het is een ouder echtpaar. Ze zitten er knus alsof ze net verliefd zijn. En kijken de verte in tegen de rand met naaldbomen. Wij slingeren achter elkaar door het bijzondere landschap. Ik krijg er geen genoeg van.

Als we verderop de kans krijgen om de uitkijktoren te beklimmen, dan doen we dat. Dit is veel te mooi om te laten schieten. Al is toch weer anders als je bovenaan staat. Het gevoel van zojuist toen we er doorheen fietsten, is er niet meer.

Dan te bedenken dat een groot deel van de Veluwe ruim 100 jaar geleden zo’n verstuiving was. In het Nationaal Park verderop is bijvoorbeeld bij Kootwijk ook een deel van de verstuiving nog te zien. Al oogt het zand hier zoveel lichter dan daar. Misschien is het de droogte of het felle licht van de zomer. Het oogt anders, indrukwekkender.

Fietsvakantie 2016

In augustus 2016 maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Verdwaald – #fietsvakantie

De rustieke rit door het Wierdense veld wordt afgewisseld met een vreselijk overlevenstocht door Hellendoorn. Deze plaatsnaam komt niet uit het niets. We ervaren het echt als een hel. De prachtige fietspaden zijn verruild voor een lelijke route door de nieuwbouwwijk van Hellendoorn.

Het fietspad wordt verschillende keren doorkruist met dwarse hekjes waar we met de bagage nauwelijks doorheen komen. Hier hoeft de VVV blijkbaar niets te doen om de toerist te behagen. Mij werken de hekjes tegen. Wat een hel om hier te fietsen met al die bagage.

Volgens de beschrijvingen fietsen we nu een stuk langs de Regge. De bordjes misleiden ons en we verdwalen. Ik zoek een weg. Dan maar de hoofdweg dwars door Nijverdal. Niks van de idylle waar ik zo op hoopte.

De vele vrachtwagens die hier langs ons heen denderen. Als we met hulp van Google Maps een zijpad ingaan, kiest grote vrachtwagen deze smalle weg om even te keren. Waarschijnlijk ook verkeerd gereden, maar levensgevaarlijk.

Ik hou mijn hart vast. De fietsknooppunten hebben ons helemaal in de steek gelaten. Ik hoop dat dit de goede weg is in de richting van Raalte. De tijd begint nu ook te dringen en we willen graag morgen in Almere zijn. Stress op vakantie.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Lammetjes en een vuilnisbelt – #omzwervingen

Ik rij over het bruggetje Muiden binnen. Over de smalle straat naar de sluis. Hier kruipt al het verkeer overheen. Er hangt een groot geel bord dat de doorgang verbiedt voor gemotoriseerd verkeer op zondag. Dan moeten al die plezierjachtjes door de sluis waarmee het hele stadje vast komt te staan.

Als ik bij de sluis kom, gaat de brug net open. Of dicht, het is maar van welke kant je het bekijkt. Er ligt een groot plezierjacht in de sluis. De brug draait met veel gerinkel open. De boot vaart weg, brug weer dicht en ondertussen heeft zich een flinke opstopping van fietsers, wandelaars en auto’s zich voor de brug verzameld.

Over de dijk mag je in deze tijd van het jaar. Het fietspad is weer open en ik fiets langs de oude zeedijk. Links van mij staan de tuinen. Veel auto’s, caravans en bootjes in de tuinen. Weinig groen te vinden. Iets verderop, voorbij de batterij waarin de scouting van Muiden zich verborgen houdt, openen de volkstuintjes langs de dijk, de aanval tegen de gemeente. De grote letters op de protestborden schreeuwen dat zij zich niet zomaar uit hun paradijs laten verjagen en dat de gemeente Muiden corrupt is.

Dan laat ik de corrupte tuintjes achter mij en ga de dijk op. Daar grazen de schapen. De lammetjes roepen om hun moeder en krijgen altijd antwoord van 1 schaap. De herkenning, de bevestiging. Dan springen ze weer in het veld. Ik zie een wit lammetje naast een zwart lammetje staan. Ze kijken guitig mijn richting uit. En ze zijn zelfs bereid om voor de camera te poseren.

In de verte raast het verkeer van de A1 achter de nieuwe hoge geluidsschermen. Een brede corridor door het landschap die er geen deel meer van uitmaakt. Geïsoleerd schiet het verkeer achter de wand van steen en glas. Als ik voorbij de elektriciteitscentrale ben, begint het te regenen. Steeds harder. En hier kan ik nergens schuilen.

Ik trap dapper wat harder. Daar is een tunneltje onder de weg naar IJburg. Maar nog voor ik bij de tunnel ben, houdt het op met regenen. Ik bekijk gelijk de hoeve die hier ligt. Het is een wonder dat deze hier nog staat. Op het grote bord dat op de natuur in dit gebied wijst, zie ik dat ik zojuist een Blauwborst heb gezien.

Over de sluis bij Diemen en het kleine huisje ernaast naar de lange weg van het Diemerpark. Boven deze vuilnisbelt is een uniek natuurgebied verrezen. Alleen verwijzen de vele pijpen en putten in het landschap dat hier iets onder ziet dat het daglicht niet kan verdragen. Ik hoop dat het niet omhoog of omlaag sijpelt, want zo op het oog is het hier prachtig.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees zaterdag Rookwolk boven Amsterdam