Categoriearchief: fietsenstalling

Afdakje voor fietsen – Tiny House Farm

In eerste instantie had ik snel vorig jaar een paar pallets bij elkaar gezet als afdakje voor de fietsen. De fietsen passen namelijk niet zo goed in ons schuurtje. Het is net ietsje te klein. Maar het tijdelijk onderkomen voor onze fietsen voldeed niet. Te laag. We zaten steeds klem met het stuur en de zadels waren nat bij een flinke regenbui.

Omdat ik vorige maand ben thuisgekomen met 2 prachtige fietsen, moet hier ook iets veranderen. Zeker omdat de Koga van Inge ook een mooi onderkomen verdient. Nu staat hij tegen de zijkant van het schuurtje van Azalp.

Aflopend dakje

Ik wilde iets bouwen tegen het schuurtje aan met een aflopend dakje. Het is niet voor niets een afdakje. Maar eerst moest daarvoor het bestaande tegelplateau worden uitgebreid. Een flink werk. Ik moest ook zand aanrukken uit ons omheinde gebied. De teckels, helemaal gek van graven, vinden dat geweldig.

Tussen de buien door leg ik de dakplaten op het fietsenafdakje

Veel emmers zand verdwenen op het puin. Er ontstond langzaam de gelijkwaardige hoogte die er nu ligt. Dan begin ik met het neerzetten van de pallets. Besluit het oude dak als achterwand neer te zetten omdat deze kleiner is. Zo kan ik de andere als dak gebruiken.

De zijkant komt ook mooi te staan. Ik zet de pallets op kleine balkjes zodat het water niet teveel omhoog kruipt. Ook geeft het meteen weer extra hoogte. Als dak wil ik de loodzware en langste pallet gebruiken. De bouwlui hebben op deze pallet een enorme balk getimmerd. Het zit me dwars. Deze balk krijg ik er met geen mogelijkheid af. Net als dat ik al heel snel ontdek dat de rij planken aan 1 kant er ook niet af te krijgen zijn.

Ik geef het op. Weet echt even niet meer wat ik moet.

Gewoon zachtjes tikken

Dan krijg ik de volgende dag de geest. Gewoon zachtjes tikken zodat de spijkers een klein eindje omhoog komen. Rustig en met geduld. Dan kom je wel een eind. Daar ben ik wel zeker van. Ik buig mij weer over de pallet en begin inderdaad zachtjes te tikken. Langzaam buigen de planken omhoog en komt de verwachte speling. Plank voor plank. Heel geduldig. En zo krijg ik eindelijk de basis voor de overkapping.

Een stuk minder zwaar om te slepen van de open ruimte naar de plek waar het afdakje komt. De 2 muren van pallets staan nog keurig overeind. Nu het afdakje erop zien te krijgen. Dat valt ook nog niet mee. Gelukkig kan de hoge kant steunen op het balkje dat ik als eerste heb vastgezet. Maar het zit helemaal niet zo vast. Nog een poging met een paar oude metalen hoekprofielen. Zo zit het stevig verankerd aan de zijkant van het schuurtje.

Geniaal idee

Maar ik merk dat de dakdelen best wel een beetje doorhangen. Hoe ga ik dat oplossen? Gelukkig breekt dan altijd de avond aan, gevolgd door de nacht. In je dromen los je veel op. Zo kom ik op het geniale idee om een dikke balk in het midden te plaatsen. Die ligt nog wel ergens in het overgebleven hout van vorig jaar. En zo staat er de volgende dag een mooie dikke pilaar in het midden. De fietsen passen er wel omheen.

Als je het ene probleem hebt opgelost, dient zich het volgende aan. Mijn probleem is nu hoe gaan we het doen met het dak. Ik kan platen op het dak leggen en dan de overgebleven stukken shingles dakbedekking erop leggen. Het is waarschijnlijk te weinig om het stuk dak van ongeveer 4 m2 te bedekken.

Het lijkt zo leuk om er later eventueel sedum op te leggen. Ik pieker me suf, maar besluit uiteindelijk om er gewoon simpel golfplaat op te leggen. Veel eenvoudiger en sneller te leggen. Bovendien loopt het afdakje niet schuin genoeg om er die shingles op te leggen.

Gamma en prijzen

Richting Gamma op zaterdagmorgen is niet echt een feestje, maar ik doe het maar. Slepend met de stukken dakbedekking, peperdure schroeven om ze te bevestigen en een stukje dakgoot, loop ik weer naar de auto terug. Ik pas nog maar net bij al die immense dakdelen. Zo’n bezoek aan een bouwmarkt valt vies tegen. Ook als ik zie dat de prijs van de schroeven meer dan het dubbele is dan wat er bij het vakje stond. Duidelijk prijzen is iets waar bouwmarkten niet sterk in zijn. Of juist wel.

Het weer helpt niet mee bij het werken aan het fietsafdakje. Veel regen en wind. Toch probeer ik het om tussen de buien door het afdakje tegen de wind en regen bestand te laten zijn. Een flink karwei, maar het lukt. Het beproeft ook mijn technische kunnen, maar ik slaag erin. Kruipend op het dak en sjorrend aan de dakdelen.

Afdakje compleet met de regenton

Het afdakje is een project voor vele weken, merk ik. We zijn alweer een paar weken verder. Afgelopen weekend heb ik de dakgoot aangebracht. De dakgoten van de schuur heb ik omgedraaid zodat het water van het schuurtje op het fietsenafdakje komt. De regenton ernaast gezet. Nu valt als het regent het water netjes in de goot.

Klemmetjes en afwaterstukje

Natuurlijk moesten de klemmetjes en het afwaterstukje voor naar de regenton apart worden aangeschaft. Nog eens 20 euro. En als je dan terugrijdt, ontdek je dat je iets helemaal vergeten bent. Het afsluitstukje aan de andere kant. Dan stroomt het water bij een harde bui teveel door naar de kant waar geen afvoer is. Net als dat de afvoer van het schuurtje door de bouwers van Azalp nu precies andersom loopt. Hier zijn dus nog een paar klusjes te doen.

De volgende stappen: de afvoer in orde maken en het netjes afwerken van de buitenkant. Ook steken de uiteindes van de dure schroeven soms door het dak. Beetje riskante operatie, maar dat komt wel goed.

Mijn fietswrak

image

Van de gevonden zwerf- en weesfietsen maken ze in Utrecht nieuwe tweedehands fietsen. Ze stellen zo fietsen samen van meerdere fietsen. Daarom was ik een week voordat ik bij mijn nieuwe werkgever begon naar het depot afgereisd voor een fiets, mijn gewezen fietswrak. Het was rotweer. Ik maakte snel een rondje op de fiets die mij wel wat leek. Er zat ook nog twee maanden garantie op omdat hij duurder was dan 80 euro.

Zo fietste ik een paar weken later van en naar het station Utrecht Overvecht waar ik uit- en instap om de 6 kilometer naar het industrieterrein te overbruggen. Het viel mij al snel op dat hij eigenlijk veel te snel trapte. Ideaal om bij het stoplicht weg te komen, maar vervelend bij de lange stukken. Tot overmaat van ramp brak mijn ketting.

Het was een extra teleurstelling. Bij de eerste keer dat ik wilde fietsen van het station naar mijn werk ontdekte ik dat de banden leeg waren. Een geinponem had alle fietsbanden leeg laten lopen in het stallingsgedeelte waar ik mijn fiets had gestald. Hoe moest ik wegkomen. Gelukkig vond ik een fiets met een pompje dat ik kon lenen voor de noodzakelijke lucht.

Ik belde de fietsservice. Ik had iets meer dan een week op deze fiets gereden en de ketting was al kapot. Ze waren lastig te pakken te krijgen, maar toen ik eenmaal de bedrijfsleider van dit initiatief te pakken had, bood hij mij aan om een nieuwe fiets te brengen. Ik gaf hem de stukke fiets mee, waarna hij aan het eind van de middag met een andere fiets kwam.

image

Een schitterende paarse, waar ik nu al een paar weken op fiets. Hij is snel en wendbaar, maar bij het stoplicht kom ik snel weg. Ik raak zelfs al een beetje gewend aan het hectische verkeer in de stad met al zijn stoplichten en hobbelpaadjes. Iets heel anders dan Almere, waar je als fietser overal voorrang hebt en hoffelijk wordt behandeld.

Fietswrak

image

Zag ik laatst de berg fietswrakken in de waterkant van de gracht liggen, moest ik gelijk denken aan mijn eigen gewezen fietswrak. Als ik met de trein naar mijn werk ga, moet ik overstappen op de bus om op het industrieterrein te komen waar ik werk. De bussen rijden vanaf een vreemde plek door de grote verbouwing op Utrecht Centraal.

Bovendien houd ik niet van bussen. Je moet er altijd op wachten. Ze rijden voor je neus weg of ze komen nooit opdagen. Ze zorgen ervoor dat je de aansluitende trein mist waardoor je nog langer moet wachten. Het sprak al heel snel voor zich dat ik andere oplossingen moest verzinnen als ik met het openbaar vervoer vanuit Almere op de Utrechtse Lage Weide wilde komen.

image

Ik speurde op internet en stuitte op een prachtig fietsproject in Utrecht: Het fietswrakkendepot. In een grote studentenstad als Utrecht zijn er nogal wat fietswrakken. Verlaten fietsen die niet meer opgehaald worden door hun eigenaar. Ze blijven vaak maanden in de onbewaakte fietsenstalling van het station staan. Zoals bijvoorbeeld ook Van der Heijden in zijn aangrijpende roman Tonio schrijft.

In Utrecht verzamelen ze al deze zwerffietsen. Het gaat volgens een zorgvuldige procedure waarbij de betreffende weesfiets een sticker op het zadel krijgt. Op de sticker staat de termijn waarop de fiets moet zijn verwijderd. Als hij na die datum niet is verwijderd, haalt de gemeentedienst hem op.

Achterste fiets

waar is de fietsstalling gebleven in Leiden?
Een overdaad aan fietsen in Leiden

‘Waar staat hij dan?’ vroeg de jongen aan het meisje. ‘Daar.’ Ze wees naar de fiets die achteraan stond, tegen het hek. Onder de brug zoemde de motor van een bootje. De eerste fiets trok ze weg. ‘O wacht’, zei hij.

Het was te laat. ‘Welke is het dan?’ vroeg hij. ‘De achterste.’ ‘Ik wilde die voor je pakken door er overheen te klimmen’, zei hij onhandig. Het was onmogelijk de fiets zo uit de rij te halen.

Ik dacht terug aan het stationsplein bij Agrigento. De auto’s stonden tegen elkaar gedrukt. Niemand kon daar bij. Als je daar als eerste ‘s morgens vertrekt, moet je als laatste ‘s avonds terugkomen. Anders moet je lang wachten tot je auto bereikbaar is. Dat concludeerde ik op basis van de enorme massa auto’s, die tegen elkaar gedrukt stonden.

Pas later hoorde ik hoe het werkte. Er lopen daar jongens rond die als baantje de auto’s voor je wegzetten en ophalen. De regel: de auto van de handrem en de deur openlaten. Zo halen ze jouw voertuig uit de massa. Als je als eerste gekomen bent, kun je ‘s avonds ook als eerste vertrekken.

De jongen boog zich over de fietsen en probeerde haar fiets los te sjorren. Het lukte niet. Ze had de derde fiets al in haar hand en schoof door naar de volgende fiets. Zo kreeg ze hem te pakken. Het mandje aan het stuur schudde er een beetje van. Het hek stond weer vrij. De fietsen die ze had losgemaakt, kwamen weer een eindje verder op het voetpad.

De jongen liep met ze op, sprong over een paar fietsen heen en haalde zijn exemplaar zo los. Het stalen ros hees hij zo de lucht in en hijskraande hem zo over de fietsen heen. ‘Dat bedoel ik’, zei hij tegen het meisje. Ze bloosde. Hij kon zo aan de slag hier. Als fietsjongen.

Zadelhoesje

image
Zadelhoesje op het zadel van mijn fiets

Het zadelhoesje van mijn fiets is gestolen. In het fietsenhok bij het station moet het gebeurd zijn. Iemand heeft hem meegenomen. Omdat hij toch gratis was, zal de dief hebben bedacht. Het is mij al vaker overkomen.

Een hoesje wordt zonder dat je het wil, over je zadel getrokken. Dan zit je met een fitness-abonnement onder je billen. Of een nieuwe broodjeszaak die iets van ‘expres’ in de naam heeft.

Ik genoot al tijden van een mooie combinatie. Ik had eerst een fitness-abonnement op mijn zadel en daar overheen een groen hoesje met een reclame die ik niet meer weet. De bovenste sloot mooi nauw aan en zorgde ervoor dat ik aanmerkelijk aangenamer op mijn fiets zat.

Eerst werd die bovenste eraf gejat. Ik zat bij het fietsen gelijk niet meer zo stevig in het zadel. Daarna verdween het fitness-abonnement. Blijkbaar denken mensen dat ze het wel mee mogen nemen als het toch gratis is.

Gelukkig lag er nog een zadelhoesje met een fitness-abonnement in mijn fietstas. Als reserve. Op een andere fiets gekregen, over mijn groene hoesje heengetrokken door een nieuwe reclameman of op straat gevonden. Ik weet het niet meer. Het zit niet zo lekker als het vorige.

Het hoesje van de Rabobank durf ik er niet overheen te trekken. Het is net zo glad als de groene. Daarmee is het bijzonder aantrekkelijk voor de zadelhoesjesdief. Of nog aantrekkelijker omdat hij nog glimt en de letters nog niet afgesleten zijn door schuivende billen.

Band lekgestoken

image

De fietsen staan anders dan ik ze achtergelaten heb vanmorgen. Een klein fietsje drukt tegen mijn fiets aan. Het stond er eerder niet. Ik trek mijn fiets uit het rek en merk dat er iets niet in orde is. De band is lek. Dat was hij vanmorgen niet toen ik hem erin reed. Er heeft iemand aangezeten. Dat zie ik. Zouden ze?

Ik kijk snel, maar zie niet iets dat wijst op een leeggedraaid ventiel. De band is zo plat als een dubbeltje. Lopen, er zit niks anders op. De novemberduisternis slaat om zich heen. Samen met de waterige kou doet het mij naar huis verlangen. Maar het gaat niet. Ik moet met een fiets aan mijn arm lopen. De lekke band zorgt ervoor dat hij onstabiel over de straatstenen zwabbert.

Ik heb geen zin om mijn fiets thuis aan een uitvoerig onderzoek te onderwerpen. Als ik lucht in het ventiel blaas, blaast ergens anders de lucht er even hard uit. Er is geen land mee te bezeilen. Lekgestoken met een mes, luidt mijn snelle conclusie. De plek staat te ver van de loop af. Op een onbewaakt moment – en die zijn er veel in een onbewaakte fietsenstalling – kunnen vervelende lieden toeslaan.

Naar de fietsenmaker. Hij lacht me al toe, noemt mijn naam. Een slecht teken. Deze maand ben ik al eerder bij hem geweest met een kapotte fiets. Nu heeft de achterband het begeven. De schade: 42 euro voor een nieuwe binnen- en buitenband. Of hij is lekgestoken, durft hij niet te zeggen. Ik zie de grote gaten in de buitenband en weet genoeg.

Wat de lol aan het leksteken van andermans band is, zou ik niet weten. De schade is groot. Ik vraag me af of ik niet gewoon mijn fiets op een andere plek ga stallen. Het zou mij een hoop ergernis schelen. Maar dan loop ik de kans op een bon. Vaak werkt het zo namelijk: een draaideur is moeilijker tot stilstand te krijgen dan een fietser zonder licht.