Categoriearchief: fietsen

De weg verhard – Tiny House Farm

Er is heel veel te regelen voor een nieuwe kavelwegvereniging als de onze. We hebben het gezamenlijk gebouw De Vuurplaats dat we nog inrichten, maar waar we ook na moeten denken hoe we het schoonhouden en wanneer iemand gebruik kan maken van de ruimte. Daarnaast is er buiten ook meer dan genoeg te doen.

nog niet verharde weg

We hebben gezamenlijk groen om te onderhouden. Net als dat we nog wat stukjes grond hebben om iets op te verbouwen. Wat dacht je van het helofytenfilter dat we samen onderhouden. Allemaal dingen om met elkaar afspraken over te maken. En dan is er – last but not least – de weg!

Puinweg

Bij het begin van ons project is er een puinweg met riolering aangelegd door Wonen in Oosterwold. Dat ligt er nu ruim 2 jaar. Een groot deel van de huizen staat. Als je er al wat langer woont – in augustus wonen we hier alweer 2 jaar – ga je merken dat een puinweg nadelen heeft. Kortgezegd: in de herfst in de winter heb je modder; in de zomer (en bij een droog voorjaar) heb je heel veel stof.

Zonsondergang boven de weg die nog niet verhard is.

Vooral mijn fiets moet het ontgelden. Ik heb er al aardig wat bezoekjes bij de fietsenmaker op zitten. De ketting houdt het ongeveer een halfjaar uit. De tandwielen vragen ook veel aandacht. Ik smeer mijn fiets zo min mogelijk. Het laatste halfjaar (sinds het laatste drama bij de fietsenmaker november) loop ik met de fiets in de hand over de puinweg van en naar huis. Het is niet anders, maar het heeft niet zo heel veel zin. Mijn fiets kraakt en zucht onder de puinweg.

Pionnetje om aan te geven waar de put ligt

Stofweg of modderweg

Het huis is stoffig en eigenlijk krijg je de modder er nauwelijks uit. Je kunt er niet tegenop vegen. Zeker met honden in huis die ook niet met schone pootjes terugkeren van de wandelingen. Bijna iedereen in Oosterwold herkent dit verhaal. Ik sprak een halfjaar terug iemand die ook in Oosterwold woont en net asfalt had gekregen. Ze was toen net zo gelukkig als ik nu. Hoe blij je met een weg kunt zijn.

De weg is klaar voor het asfalt

Vandaag heeft KWS de weg echt geasfalteerd. Gisteren en eergisteren waren alle voorbereidingen druk aan de gang. Er is extra puin gestort, de putten zijn opgemetseld en daarnaast is alles goed afgesteld zodat de weg helemaal piccobello erbij ligt. Vandaag is het asfalt erop gegaan. Bijzonder om al die grote apparatuur zo dicht langs je huis te zien rijden. Wat een werk is er verzet. De mannen van KWS waren niet minder trots.

Bijzonder opdrachtgeverschap

Ze doen normaal allemaal grote projecten en een opdrachtgeverschap zoals in Oosterwold is, zijn zij ook niet gewend. Onze vereniging mag heel trots zijn op het bereikte resultaat. De consensus met onze 31 leden; het betalen van de rekening en nog alle kleine en grotere hobbels die je moet nemen bij het maken van een weg. Het is allemaal gelukt!

Het aanbrengen van de asfaltlaag voor ons huis

Natuurlijk heb ik ook wensen. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat we geen belijning hebben. Want de volgende uitdaging is: hoe zorg je dat het autoverkeer zich aan de snelheid houdt. Er zijn hier veel kinderen en het is ontzettend belangrijk dat auto’s hier niet onnodig hard rijden. Een hele uitdaging want auto’s rijden bij voorbaat te hard.

Moordwapens

Het zijn moordwapens. Bij ongevallen wordt vaak gewezen op de kwetsbare weggebruiker, een fietser die niet uitkeek of een voetganger die roekeloos overstak. Terwijl het gevaar toch echt in die auto schuilt. De uitdaging is daarom bij ons: hoe voorkom je dat het een racebaan wordt waar de auto de alleenheerser is. Er liggen al mooie oplossingen voor als de definitieve toplaag erop komt, maar ook voor de tussentijd moeten we alle aandacht voor de veiligheid hebben.

Daar ligt de asfaltlaag op de weg!

Ik weet zeker dat we er met onze vereniging een creatieve en duurzame oplossing voor vinden.

Fietsenmaker – Tiny House Farm

Ik moest eraan geloven. De ketting van mijn fiets rammelt en raggelt op weg naar het werk. Als je mij niet ziet, dan hoor je me wel aankomen. Daarom weer naar de fietsenmaker.

Mijn fietsenmaker zegt waarop het staat: ‘Deze fiets zit vol modder en dat is slecht voor de ketting en de tandwielen. Vandaar dat hij piept en kraakt. Vandaar ook dat de ketting breekt en slap staat. Allemaal slijtage.’

De fietsenmaker heeft gelijk. Het is een drama met mijn fiets. De modderweg voor ons huis, laat mijn fiets heel hard slijten. Voor mijn werk kan ik alleen gebruik maken van een fietsregeling. Het opknappen van een fiets hoort daar niet bij. Net als dat je bij de fietsregeling alleen een nieuwe fiets kan kopen, geen tweedehandse. En daar sta je dan met je goeie gedrag. Bij de fietsenmaker.

Versleutelen

Ik heb afgelopen jaar voor zeker 150 euro aan mijn fiets versleuteld:

  • kapot achterwiel doordat ik keihard in het donker klapte over/in een kuil in de weg;
  • kapotte remkabel;
  • nieuw achtertandwiel;
  • nieuwe ketting;
  • nieuwe banden.

De fiets heeft wel heel veel last van de modderweg bij ons huis. Misschien helpt het om te lopen over de modderweg. Volgens mij is modder, modder. De korrels zand en gruis komen hoe dan ook tussen de ketting en tandwielen. Ook de lagers hebben er last van. Allemaal funest voor de fiets.

Asfaltweg

Het wachten is op de asfaltweg. Meer dan anderhalf jaar fietsen heeft me al flink wat opknapbeurten gekost. Een andere fiets durf ik niet te nemen. Ik weet wel beter. Slijtage is slijtage. Al zegt mijn fietsenmaker dat een gesloten kettingkast helpt. Hij wees naar een tweedehands Giant, die ik vooral ken vanwege inferieure tandwielen. Een fiets waar ik echt niet op kan rijden.

Wat ik eraan kan doen? De fietsenmaker zegt dat ik hem elke avond moet uitblazen met een hogedrukspuit en oliën met fijne kettingolie. De olie die ik erop spuit, schijnt veel te dik te zijn en slecht te zijn voor de ketting.

Knip- en plakwerk

Wat ik nu heb gedaan, een beetje knip en plakwerk. Niet teveel, beetje olie, nieuw kabeltje zodat de versnelling weer schakelt en het afstellen van de ketting. Goed voor een paar weken, hooguit maanden.

Die asfaltweg kan niet snel genoeg komen…

Donker – Tiny House Farm

Er is één ding waar ik weinig rekening mee heb gehouden bij de verhuizing naar Oosterwold: dat je overal een eind van af zit. Je ziet het ’s morgens al aan de grote hoeveelheid auto’s die hier wegrijdt. Net als dat sommige bewoners met meerdere mensen in het huishouden al een extra auto hebben aangeschaft.

Als ik op mijn werk vertel dat ik op de fiets elke dag naar mijn werk kom, krijg ik verbaasde blikken. Hoe houd je dat vol? En dan ook nog eens op een gewone trapfiets, dus niet elektrisch! En de reacties komen van jongere collega’s die nog eens veel sportiever zijn dan de stijve hark die ik ben.

12 kilometer van Almere

Je zit hier 12 kilometer van het centrum van Almere. De supermarkt die het dichtstbij is, zit op een kilometer of 8 van ons huis. Dat betekent fietsen, als je gewoon met 1 auto wilt blijven rijden. En ik fiets altijd naar mijn werk.

Dat doe ik sinds dat we hier wonen. De paar maanden dat ik bij Univé werkte, fietste ik elke ochtend naar het station in het centrum. Om na 12 kilometer fietsen, de trein naar Zwolle te pakken. Zo was ik bijna 2 uur onderweg van deur tot deur.

Door donker fietsen

Op zich niet zo heel erg. De enige tijd van het jaar dat ik het er heel zwaar mee heb, is in de winter. Als de dagen korter worden en je veel in het donker moet fietsen. Het kost veel energie merk ik. Het donker waarin je fietst, vraagt veel concentratie. En dan is het best pittig om elke dag naar en van je werk te fietsen.

Op die avonden als ik vermoeid van het werk naar huis fiets, vraag ik mij af waarom we hier zijn gaan wonen. Maar tegelijkertijd vind ik niet dat ik eraan moet toegeven door een auto of – erger – een elektrische fiets te kopen. Daarom probeer ik het vol te houden en is het in de winter wat zwaarder.

Tips – en dan niet een elektrische fiets of auto kopen – zijn van harte welkom…

Afdakje voor fietsen – Tiny House Farm

In eerste instantie had ik snel vorig jaar een paar pallets bij elkaar gezet als afdakje voor de fietsen. De fietsen passen namelijk niet zo goed in ons schuurtje. Het is net ietsje te klein. Maar het tijdelijk onderkomen voor onze fietsen voldeed niet. Te laag. We zaten steeds klem met het stuur en de zadels waren nat bij een flinke regenbui.

Omdat ik vorige maand ben thuisgekomen met 2 prachtige fietsen, moet hier ook iets veranderen. Zeker omdat de Koga van Inge ook een mooi onderkomen verdient. Nu staat hij tegen de zijkant van het schuurtje van Azalp.

Aflopend dakje

Ik wilde iets bouwen tegen het schuurtje aan met een aflopend dakje. Het is niet voor niets een afdakje. Maar eerst moest daarvoor het bestaande tegelplateau worden uitgebreid. Een flink werk. Ik moest ook zand aanrukken uit ons omheinde gebied. De teckels, helemaal gek van graven, vinden dat geweldig.

Tussen de buien door leg ik de dakplaten op het fietsenafdakje

Veel emmers zand verdwenen op het puin. Er ontstond langzaam de gelijkwaardige hoogte die er nu ligt. Dan begin ik met het neerzetten van de pallets. Besluit het oude dak als achterwand neer te zetten omdat deze kleiner is. Zo kan ik de andere als dak gebruiken.

De zijkant komt ook mooi te staan. Ik zet de pallets op kleine balkjes zodat het water niet teveel omhoog kruipt. Ook geeft het meteen weer extra hoogte. Als dak wil ik de loodzware en langste pallet gebruiken. De bouwlui hebben op deze pallet een enorme balk getimmerd. Het zit me dwars. Deze balk krijg ik er met geen mogelijkheid af. Net als dat ik al heel snel ontdek dat de rij planken aan 1 kant er ook niet af te krijgen zijn.

Ik geef het op. Weet echt even niet meer wat ik moet.

Gewoon zachtjes tikken

Dan krijg ik de volgende dag de geest. Gewoon zachtjes tikken zodat de spijkers een klein eindje omhoog komen. Rustig en met geduld. Dan kom je wel een eind. Daar ben ik wel zeker van. Ik buig mij weer over de pallet en begin inderdaad zachtjes te tikken. Langzaam buigen de planken omhoog en komt de verwachte speling. Plank voor plank. Heel geduldig. En zo krijg ik eindelijk de basis voor de overkapping.

Een stuk minder zwaar om te slepen van de open ruimte naar de plek waar het afdakje komt. De 2 muren van pallets staan nog keurig overeind. Nu het afdakje erop zien te krijgen. Dat valt ook nog niet mee. Gelukkig kan de hoge kant steunen op het balkje dat ik als eerste heb vastgezet. Maar het zit helemaal niet zo vast. Nog een poging met een paar oude metalen hoekprofielen. Zo zit het stevig verankerd aan de zijkant van het schuurtje.

Geniaal idee

Maar ik merk dat de dakdelen best wel een beetje doorhangen. Hoe ga ik dat oplossen? Gelukkig breekt dan altijd de avond aan, gevolgd door de nacht. In je dromen los je veel op. Zo kom ik op het geniale idee om een dikke balk in het midden te plaatsen. Die ligt nog wel ergens in het overgebleven hout van vorig jaar. En zo staat er de volgende dag een mooie dikke pilaar in het midden. De fietsen passen er wel omheen.

Als je het ene probleem hebt opgelost, dient zich het volgende aan. Mijn probleem is nu hoe gaan we het doen met het dak. Ik kan platen op het dak leggen en dan de overgebleven stukken shingles dakbedekking erop leggen. Het is waarschijnlijk te weinig om het stuk dak van ongeveer 4 m2 te bedekken.

Het lijkt zo leuk om er later eventueel sedum op te leggen. Ik pieker me suf, maar besluit uiteindelijk om er gewoon simpel golfplaat op te leggen. Veel eenvoudiger en sneller te leggen. Bovendien loopt het afdakje niet schuin genoeg om er die shingles op te leggen.

Gamma en prijzen

Richting Gamma op zaterdagmorgen is niet echt een feestje, maar ik doe het maar. Slepend met de stukken dakbedekking, peperdure schroeven om ze te bevestigen en een stukje dakgoot, loop ik weer naar de auto terug. Ik pas nog maar net bij al die immense dakdelen. Zo’n bezoek aan een bouwmarkt valt vies tegen. Ook als ik zie dat de prijs van de schroeven meer dan het dubbele is dan wat er bij het vakje stond. Duidelijk prijzen is iets waar bouwmarkten niet sterk in zijn. Of juist wel.

Het weer helpt niet mee bij het werken aan het fietsafdakje. Veel regen en wind. Toch probeer ik het om tussen de buien door het afdakje tegen de wind en regen bestand te laten zijn. Een flink karwei, maar het lukt. Het beproeft ook mijn technische kunnen, maar ik slaag erin. Kruipend op het dak en sjorrend aan de dakdelen.

Afdakje compleet met de regenton

Het afdakje is een project voor vele weken, merk ik. We zijn alweer een paar weken verder. Afgelopen weekend heb ik de dakgoot aangebracht. De dakgoten van de schuur heb ik omgedraaid zodat het water van het schuurtje op het fietsenafdakje komt. De regenton ernaast gezet. Nu valt als het regent het water netjes in de goot.

Klemmetjes en afwaterstukje

Natuurlijk moesten de klemmetjes en het afwaterstukje voor naar de regenton apart worden aangeschaft. Nog eens 20 euro. En als je dan terugrijdt, ontdek je dat je iets helemaal vergeten bent. Het afsluitstukje aan de andere kant. Dan stroomt het water bij een harde bui teveel door naar de kant waar geen afvoer is. Net als dat de afvoer van het schuurtje door de bouwers van Azalp nu precies andersom loopt. Hier zijn dus nog een paar klusjes te doen.

De volgende stappen: de afvoer in orde maken en het netjes afwerken van de buitenkant. Ook steken de uiteindes van de dure schroeven soms door het dak. Beetje riskante operatie, maar dat komt wel goed.

Amstelglorie en Jan Wolkers

Jan Wolkers en Amstelglorie; het is een 2-eenheid. Vlak voor de zomer krijg ik opeens de behoefte om eindelijk de plek van Wolkers’ volkstuintje op te gaan zoeken. Misschien ben ik beïnvloed door het vooruitzicht van Onno Bloms bloemlezing met dagboekfragmenten van Jan Wolkers over zijn volkstuintje op Amstelglorie.

Ik stap ondanks alle drukte voor het huis op de fiets. Ik wil de tuin van Jan Wolkers eindelijk eens in het echt gaan zien. Ik hoop nog een paar sporen van de schrijver te kunnen vinden.

Biografie van Onno Blom

De biografie van Onno Blom net gelezen, rij ik via Oudekerk aan de Amstel naar het Amstelpark. Ik heb er jaren vlakbij gewerkt, maar ben er nooit eerder geweest. Een keer vlak langs de toegangsbrug. Ik loop door naar de Japanse tuin. Gewoon om even naar de Ginkgo’s te kijken en inspiratie voor de nieuwe tuin op te doen.

Daarna nog even langs de VU rijden en vandaar naar het Beatrixpark. Het park grenst aan de RAI. Ik pak het stukje dat evenwijdig loopt aan de snelweg. Vandaar langs de snelweg over de Amstel waar ik op zoek ga naar Amstelglorie. Hier heeft Jan Wolkers van december 1972 tot augustus 1981 een volkstuin gehad, nummer 294.

Voormalig tuintje

Ik rij het complex op. Geörienteerd op de plattegrond bij de ingang, waar precies het voormalige tuintje van Jan Wolkers is. Na hem hebben diverse mensen nog het volkstuintje bewoond. Het tuinhuis is altijd blijven staan. Ik heb ontdekt op internet dat het dit jaar helemaal is opgeknapt en een plaats is geworden voor schrijvers. Zo heeft biograaf Onno Blom een deel van het boek Amstelglorie in het huisje geredigeerd. Het boek bevat alle dagboekfragmenten van Jan Wolkers over de volkstuin die hij van 1972 tot 1981 heeft.

Ik fiets in de richting van het Eiland, helemaal achterin, vlak tegen de snelweg aan. Sterker nog: snelwegen. Het knooppunt Amstel waarbij de A2 begint de rondweg A10 kruist. De A2 gaat hier over in de Nieuwe Utrechtseweg. Daar op de dijk, loopt ook de metro. En verderop zoeft het treinverkeer over de ring Amsterdam. Allemaal verkeer.

Ik rij over het bruggetje, geïmponeerd door de hoge bomen. Veel berken, maar ook alle andere variëteiten. Dan rij ik over het smalle paadje. Hier heeft de schrijver vaak overheen gelopen, weet ik uit de dagboeken. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen, maar ik weet hoe verknocht Jan Wolkers was aan zijn volkstuintje.

Opgeknapte tuinhuisje

Vanaf het pad tuur ik in de richting van het opgeknapte tuinhuisje. Op het dak liggen zonnepanelen en daarnaast oogt de tuin best wel kaal. Niet de dichtgegroeide bossage die Jan Wolkers er in de jaren 1970 van maakte. Ik kan de mispel waar Jan Wolkers zo vaak over schrijft, niet zo snel ontdekken.

Ik ga dan iets verderop op een bankje gaan zitten, eet mijn boterham met jam op. Wat een smaak. De warme junidag is genieten. Het voelt heerlijk hier op het bankje. Temidden van de volkstuinen. Hier wordt met liefde voor de natuur de rust opgezocht. De hoge bomen die verspreid over het complex staan, met de uilenkasten en andere nestkasten voor vogels; voor mij laat het zien dat hier goed gezorgd wordt voor de natuur.

Dagboekfragmenten over Amstelglorie

Jan Wolkers heeft in de jaren 1970 een aantal jaren een volkstuin gehad op Amstelglorie. Ik ben helemaal blij dat het boek is uitgekomen met alle fragmenten uit zijn dagboeken over zijn tuin op Amstelglorie. Het is een opeenschakeling van een genietende Jan Wolkers die helemaal opgaat in de natuur en vooral in het begrijpen en ingrijpen van deze natuur.

Jan Wolkers gaat helemaal op in al het groen en streeft de verwilderde tuin na. Hij heeft niet echt een plan met zijn landje. De 300 vierkante meter krijgen een inrichting waarbij menig tuinierder de angst om het hart slaat. Wat plant hij veel grote groeiers op die paar vierkante meter die hij heeft. Naast de bomen die er al groeien, zoals de mispel, zilverpopulier en de walnotenboom, plant hij er verschillende fruitbomen (appel, peer en pruim), maar ook harde groeiers als de nu zo beduchte berenklauw, Japanse duizendknoop en bamboe.

Succesromans geschreven op Amstelglorie

Op Amstelglorie creëert Jan Wolkers zijn eigen paradijsje. Wat een prachtige beschrijvingen geeft hij van het groen en de vogels. Hier in die natuur werkt Jan Wolkers ook aan zijn romans. een belangrijk deel van zijn succesromans zijn hier geschreven. Zo schrijft hij hier De walgvogel, De kus, De doodshoofdvlinder en De perzik van onsterfelijkheid. De laatste roman speelt zelfs gedeeltelijk in een volkstuintje.

Jan Wolkers zegt dat hij zich laat leiden door de tuin zelf. Hij zet de natuur daarmee naar zijn hand door vooral goed te kijken en de struiken en bomen te geleiden. Zo is hij door de jaren heen steeds in de weer met het verplaatsen van bomen en struiken naar betere plekken als hij merkt dat ze niet goed gedijen op de plek die hij voor ogen had.

Hij schroomt niet om planten uit de vrije natuur over te planten. Zo sleept hij wat planten uit het nabijgelegen Amstelpark of het Beatrixpark naar zijn landje. Of vogelkers die hij van Texel meeneemt. Stekjes haalt Jan Wolkers dus overal vandaan. Het geeft zijn tuin de charme waarin het groen overheerst. Het lijkt of het een wilde tuin is, maar ondertussen weet Jan Wolkers die onstuimigheid in heel gecontroleerde banen te leiden. En als het echt uit de hand loopt, haalt hij de plant weg.

Jaargetijden

Het boek dat Onno Blom heeft samengesteld, is vervuld van de natuur en volgt getrouw de jaargetijden. Elke jaargetijde heeft zijn charme. Niet alles draait om de zomer. Nee, de winter is voor Jan Wolkers net zo mooi. Of misschie wel zelfs mooier. Neem zo’n beschrijving midden in de winter; op 1 januari 1976 schrijft Jan Wolkers in zijn dagboek:

De tuin ziet er wild en romantisch uit, met al die dorre bruine, okergele en zwarte staken van de zonnebloemen, kaardebollen, maïs en artisjokken, waaruit het zilveren pluis puilt. Aan het pad bloeit de winterkrokus Laevigatus Fontenayi. Verderop de gele frutseltjes van de hamamelis. De grond is prachtig van structuur met de goed rottende en door de merels steeds omgewerkte half rottende bladeren. De Boeddha is vochtig en groengrijs van zich op de vulkanische steen ontwikkelende mossen. De meeste mispels zijn weggegeten. (235)

Een passage die regelrecht uit een roman van Jan Wolkers zou kunnen komen. De rotting en dorheid van de winter, verwijst niet zozeer naar het bederf, maar veel meer naar het nieuwe leven dat er straks in het voorjaar uit zal komen. Er zijn zelfs al een paar voorbodes, zoals de winterkrokus die al in bloei staat. Terwijl de laatste vruchten van de mispel vallen of weggevreten nog in de boom hangen, wacht het voorjaar om toe te slaan.

Uit deze dode boel komt dadelijk het leven. Of zoals Wolkers het vaak aanhaalt, januari is de mooiste maand van het jaar. Veroorzaakt door het bijzondere licht, waarbij de hemel alle kleuren aanneemt van het diepste blauw tot het lichtste geel. Tegelijk ziet Jan Wolkers overal het leven in de donkere en grauwe kleuren van de winter. Het groen is er niet, maar het zal elk moment helemaal loskomen.

De vogels en Jan Wolkers

Jan Wolkers gaat helemaal op in de natuur van zijn tuin. Een bijzonder leidmotief zijn de vogels. De schrijver treedt geregeld op als beschermheer over de gevleugelde dieren. Zo redt hij een kauwtje, al denkt hij in eerste instantie dat het een ekster is door de witte vlekken op de veren. Ook is hij druk in de weer met de grote lijster, die geregeld opduikt en die voor Jan Wolkers de bijnaam dikkie krijgt.

De grootste bedreiging vormen de katten in de buurt. Het noopt Jan Wolkers een keer om een nestje van passant Mao te laten verdrinken. De zwerfkat is aanvankelijk heel schuw, maar Jan Wolkers weet het vertrouwen van de kat te winnen. Hierdoor bezoekt de kat regelmatig het tuinhuisje en krijgt dan wat te eten. Als Jan Wolkers ontdekt dat Mao een nestje met jonge katjes heeft, voelt hij zich gedwongen de dieren te laten verdrinken. Het zou een ramp zijn voor de vogels al die halfwilde katten op het eiland. Een heel aangrijpende passage in het dagboek.

Snel gris ik de jongen tussen de laarzen en oude schoenen vandaan met een hand, bekijk ze even en stop dan mijn hand met die wriemelende beestjes de emmer in. Probeer ze zo zacht mogelijk vast te houden, maar de kleine wurmen blijken over een enorme kracht te beschikken. Het zweet breekt me uit. Ik kijk in de emmer en zie de kleine kopjes met de tongetjes uit hun bekjes happen naar lucht. Soms ontsnapt er een luchtbel. Het is afschuwelijk maar je kan niet meer terug. (182/183)

De dag na de ingreep is hij doodmoe. Komt door het doden van de kittens, zegt zijn vriendin Karina. Als Jan Wolkers Mao ziet zoeken naar haar jongen, treft de schrijver een enorm schuldgevoel. Hij merkt dat het dier zich opengehaald heeft in de zoektocht. De hele verdere periode dat jaar, wordt hij getroffen door schuldgevoel omdat hij het jonge leven heeft verwoest. Maar het moet om zijn andere vrienden te behouden: de vogels.

Kauwtje gered

Dat het andersom ook misgaat bewijst als Jan Wolkers in 1976 een jong kauwtje redt. De buurvrouw vindt het beestje en schakelt de hulp van vogelredder Jan Wolkers. Hij neemt het diertje mee het tuinhuisje in en ontfermt zich wekenlang over de jonge zwarte vogel. Hij krijgt de naam Edgar, naar de dichter van het beroemde gedicht The Raven, Edgar Allan Poe.

De dreiging van de aanwezige katten in de buurt hangt voortdurend in de lucht. Edgar krijgt de meer liefkozende naam Kras en Jan weet regelmatig de katten bij hem weg te houden. De vogel wordt steeds zelfstandiger en vliegt al helemaal alleen buiten. Dat betekent ook een groot gevaar. Al die halfwilde katten die er rondzwerven.

Als Jan eind augustus op de tuin komt, hoort en ziet hij Kras nergens. Hij kijkt bij de katten van de buren. Op het dak van het schuurtje. Wel katten, maar gelukkig geen veren. Hij kijkt verder. Je voelt hem aankomen. Hier gaat iets helemaal mis.

Als ik nog zo’n poosje onder de mispel sta, zie ik aan de slootkant van de buurvrouw tussen het eendenkroos iets drijven dat me een schok geeft. Dat is geen donker wakje in het kroos zoals ik nog hoop, maar donkere veren boven het water uit. Ik loop erheen. Daar drijft Krasje. Ik vis hem uit het water op. (297)

Zo’n pijnlijke scene. Pagina’s lang heb je kunnen meelezen in het groter worden van het kauwtje. Voortdurend hangt daar de dreiging van de dood. De passage waarin Jan Wolkers het dode dier bekijkt, voel je de pijn helemaal mee. Hoe het jonge leven bruut verstoord is. De manier waarop Jan Wolkers hier de dood beschrijft, grijpt je bij de kladden. De dood, zo’n allesomvattend thema in het werk van Wolkers. Het krijgt zelfs hier op de tuin zijn eigen plaats.

Dat gebeurt ook veel later als hij zijn vijgenboom plant op de as van zijn overleden kat Voske. De bomen halen de winter niet. Heel voorzichtig haalt hij de dode vijg weg en plant er de tulpenboom die hij krijgt van de botanicus uit Leiden. Een waardige grafboom voor Voske. De boom zal 2 jaar later meegaan naar zijn nieuwe huis op Texel. Samen met het grootste deel van de inventaris van de tuin. Slechts de mispel, de walnotenboom en de zilverpopulier laat hij achter. De tuin zelf lijkt zelf het meeste op een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog.

Slagveld

Het is het leeghalen van de tuin waarmee hij ook in discussie komt met het bestuur van de volkstuinen Amstelglorie. De reden hiervan is de angst dat de tuin hetzelfde lot beschoren is als veel tuinen die zijn overgedaan in de omgeving. De buurvrouw heeft haar hele tuin is om zeep geholpen. Het is een slagveld:

Eerst die mooie rij elzen omgehakt waardoor het lievevrouwebedstro verdwenen is omdat ze de stronken eruit moest laten graven. Nu is het net Verdun 1918. Een treurige loopgraaf. (337)

Dat zijn tuin eenzelfde lot beschoren is, als hij de tuin in 1981 verlaat, bezorgt hem nachtmerries. Hij heeft het huis Pomona op Texel net gekocht, maar kan er bijna niet van slapen wat er met zijn tuin zal gebeuren:

Word iedere ochtend vroeg verkleumd wakker en denk dan meteen aan de tuin. Aan al die planten die we met zoveel liefde daar onder hebben gebracht. Ik moet er dus van gedroomd hebben. De angst hoe we alles voor de schoffel en schop van de mensen die na ons komen kunnen behoeden. (422)

Verdun

In zijn inleiding ‘De kleine Hortus’ bij de dagboekfragmenten over Amstelglorie, schrijft biograaf Onno Blom dat Jan Wolkers zelf de schop en schoffel hanteert als hij zijn volkstuin verlaat. Hij laat een modderpoel achter waar de nijlpaarden zich zouden thuisvoelen. Onno Blom citeert hier bijna eenzelfde vergelijking met het slagveld van Verdun als Wolkers eerder aanhaalt over zijn buurvrouw.

Een huiveringwekkend stukje Verdun, alsof er op die troosteloze kale driehonderd vierkante meter in loopgraven en schuttersputjes verbeten tot de laatste man gevochten was. (24)

Dat is in het voorjaar van 1981. Pas na herhaaldelijk aandringen van het bestuur van de volkstuinvereniging, zegt Jan Wolkers pas op 1 augustus 1981 zijn volkstuintje op. Het is dan de hele zomer leeg gebleven. De schuur staat nog vol rommel en alles ziet er wel slecht uit met veel uitgegraven kuilen en modderpoelen.

Het is het paradijs dat Jan Wolkers verplaatst heeft naar zijn nieuwe woning op Texel. De tulpenboom zal daar uitgroeien tot een grote, imposante boon. Hij maakt er bijna 30 jaar later een prachtige aflevering van in zijn kindertelevisieprogramma over zijn achtertuin.

De liefde voor de natuur is niet minder geworden op Texel. Hier heeft hij de tuin meteen bij zijn huis. Een stap naar buiten en hij wordt omringd door een veelvoud van het grondoppervlak dat hij op Amstelglorie had. Toch is de liefde waarmee hij in zijn dagboek over zijn volkstuin schrijft, niet minder sterk dan de liefde waarmee hij later het kinderprogramma maakt.

Jan Wolkers is nooit meer naar Amstelglorie geweest na zijn vertrek. Hij hoeft niet te weten wat andere bewoners van zijn volkstuin hebben gemaakt. Of het dezelfde wildernis is als hij gemaakt had of dat het een keurig kortgeschoren grasveld is, waarop de tuinmeubels staan en de barbecue met speklappen smeult.

Geweldig verzorgde uitgave

De uitgave van de dagboekfragmenten die Onno Blom heeft verzorgd, is geweldig. Zeker ook met de foto’s waarmee de fragmenten 3 keer worden onderbroken. Ze geven een prachtig beeld van het paradijsje dat Jan Wolkers samen met zijn Karina langs de ring van Amsterdam heeft geschapen.

Wat mij betreft hadden het wel meer foto’s mogen zijn bij de vele verhalen. Jan Wolkers schrijft regelmatig dat ze foto’s hebben gemaakt van de planten en de slakken die ze vinden. De vergelijkingen van het huisje, vind ik heel mooi. Zeker ook omdat ik lang moet kijken wat er met de onderste foto toch mis is. Er klopt namelijk iets niet. Na aandachtig vergelijken met de foto erboven, zie ik het. Aan de hand van het beeld van Venus, valt het op. De foto onderin staat in spiegelbeeld!

Kale tuin

De kale tuin die ik aantref op mijn fietsrit in juni door Amstelglorie, stelt me wel een beetje teleur. Het is heel lekker weer, maar de schrijver die zich in het huisje heeft teruggetrokken, houdt de deur goed dicht. Er is jammergenoeg erg weinig struikgewas om achter te verschuilen. Ik zie de schrijver languit op de bank hangen met een laptop op schoot. Geen deuren open. Niet opgaande in de omgeving.

Ik ben snel verder gefietst. Terug over het bruggetje. Kijkend over de vele slootjes en andere plekjes vol groen. Wat een klein paradijsje aan de rand van de stad, tegen de ring aan. Wat een wonder dat dit helemaal gespaard is gebleven. Ik hoop dat veel schrijvers inspiratie mogen vinden op deze plek. Al hoop ik ook dat de tuin veel meer mag veranderen in een rijke, groene tuin waarin de planten beheerst mogen overheersen.

Jan Wolkers: Amstelglorie, De volkstuin van Jan Wolkers. Geoogst door Onno Blom. Amsterdam: De bezige bij, 2018. ISBN: 978 94 031 1780 5. Paperback. 208 pagina’s. Prijs: € 30,99.
Bestel

Fietskar – Sientje (47)

Een dochter en een hond. Wat zou dat mooi passen in een fietskar. Dat was de gedachte. Een aanbieding bij de Hema bracht ons op het idee om een fietskar te kopen. Er was ruimte in de fietsaanhanger voor 2 kinderen, maar 1 kind en 1 hond, zou toch ook moeten lukken? Sientje kon best wel vast met het tuigje dat we ook gebruikten in het fietsmandje of in de auto. Doris paste goed in een constructie van de fietskar zelf. Zo zou we de tocht veilig verlopen. Hier kon niets meer mis gaan.

Fietskar past niet door poort

Een gedoe! De fietskar paste niet door de poort. Eerst de kar er diagonaal uit, dan buiten de poort weer opbouwen, kind erin en de hond erbij. We konden eindelijk gaan rijden. Is altijd al een gedoe om met een kind snel weg te kunnen rijden, laat staan als daar ook nog een teckel bij komt. En Sientje was niet onwillig, maar ze stond bij dit experiment zeker niet te trappelen van ongeduld. Ze hanteerde eerder de bekende teckelhouding: ik werk niet tegen, maar zeker niet mee.

We zouden een lekker rondje rijden en ergens onderweg een picknick genieten. Al het eten klaargemaakt, broodjes gesmeerd, lekker drinken in flessen. We hadden best veel zin in een lekker fietsritje door onze nieuwe woonplaats Almere. Ik leerde gaandeweg al wel wat wegen kennen bij het hardloopgroepje waarmee ik iedere vrijdagavond een rondje holde.

Goed vastzetten

Eindelijk zat de hele familie vastgeklemd. Ook Sientje zat vast aan het tuigje. Het was een ingewikkelde constructie waarmee ze goed vastzat. Doris ernaast en het gezelschap kreeg zo een mooie lift achter de fiets van papa aan. We reden weg, onwennig, alles schudde op de klinkertjes bij de parkeerplaatsen. We konden niet gelijk het fietspad pakken, daarom namen we een stukje van de grote weg.

Ik sloeg de grote weg in of er gebeurde vanalles achterin. Sientje wist uit de kar te springen en de kar kapseisde op zijn kant. Een noodstop, langs de drukke weg. Doris hing gelukkig stevig vast in het tuigje. Ze huilde. Eerst Sien weer zien terug te krijgen in de kar en daarna alles weer overeind zetten. Doris troosten en alles naar een veiliger plekje brengen.

Sientje voelde er weinig voor om zich in de kar mee te laten voeren. Misschien zou ze liever zelf lopen of eigenlijk nog veel liever op de bank blijven liggen. Van haar hoefde het allemaal niet zo nodig. Ze wist heus wel dat er iets leuks kwam, maar om daar goed van te kunnen genieten was al dat gedoe vooraf teveel. Daarom wilde ze nog voor we goed en wel reden, al uitstappen.

Gevaarlijk

Niet handig en eigenlijk heel erg gevaarlijk om dat midden op een drukke weg te doen. Daarom zetten we de fiets op een rustig plekje iets verderop en probeerden Sientje beter vast te ketenen. We deden het met de overtuiging dat het leuk was dat ze met ons meeging. De hele picknick die we zo mooi hadden klaargemaakt thuis, lieten we ons niet afnemen door ons teckeltje.

We maakten Sientje nog vaster en ketenden haar zo stevig vast dat ze weinig kanten op kon. Alles was gerustgesteld en ik mocht weer gaan rijden. Zo reden we. Sientje probeerde natuurlijk te ontsnappen. Ze drukte de beschermende laag omhoog en wist haar neus naar buiten te krijgen. Zo hing ze met haar kop tot vlak boven het fietspad. Het waren slechts enkele millimeters die haar scheidden van het asfalt. Wij zagen het met angst en beven aan, maar lieten het maar zo. Zolang niemand schade opliep, was dit een acceptabele manier van transporteren. We hoopten dat de hobbels haar neus zouden sparen.

Best lastig om een geschikt plekje te vinden. Maar bij Almere Haven, ergens in het park, langs het fietspad maakten we een heerlijk plekje op het gras voor onze picknick. We spreidden een kleed over het gras. Om ons heen de voorjaarsbloemetjes. Sientje snuffelde heerlijk in het gras. Doris vond het ook lekker om in het zonnetje te zitten.

Genieten van buitenlucht

Genieten van de picknick in de buitenlucht. Ik dacht terwijl ik in een broodje hapte, nog even terug aan de omgevallen fietskar op nog geen 100 meter van ons huis. Wat was dit avontuur weer goed afgelopen. Het zorgde ervoor dat ik dubbel genoot van de picknick. Dat we hier zaten hadden we aan geluk te danken. Voor hetzelfde geld zaten we nu in het ziekenhuis bij de afdeling traumatologie.

Niet te lang aan denken, maar verder genieten van het samen zijn en vooral van elkaar.

Lees het vervolg: Schone was »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief